KONINGINNEDAG 1980
Friday, April 30th, 2010KONINGINNEDAG GRONINGEN 1980
Auteur: Karel Hageman
Datum: 30 april 1989
Illustraties: Karel Buskes
De man keek naar de televisie. Koninginnedag. Wat hij zag, was niet bepaald opwekkend. Jongelui molesteerden de politie en zagen zelfs kans de voorruit van een voorbijrijdende politieauto te versplinteren. ‘Tuig’, mompelde de man, ‘tuig is het’. ‘Tegen de muur zouden ze ze moeten zetten’, dacht hij. Maar hij schrok zo van deze gedachte, dat hij haar zo spoedig mogelijk vergat.
Die dag vroeg zijn vrouw hem of hij zin had om de stad in te gaan. Kijken naar de fanfarekorpsen en majorettes. Tegen zijn gewoonte in, stemde de man toe. Misschien zou het hem wat opbeuren, na de troosteloze beelden van die ochtend. Samen wandelden ze de stad in. Op de Grote Markt keken ze naar de fanfarekorpsen, die toch niet brachten wat ze ervan verwacht hadden. Onvoldaan keerden ze op hun schreden terug. Misschien was er elders nog wat te beleven. En zowaar, op het Zuiderdiep zagen ze een samenscholing. Nieuwsgierig liepen ze er op af. Ze drongen zich naar voren en schrokken. Wat ze daar zagen, kenden ze tot dan toe alleen van de tv. Omringd door een honderdtal belangstellenden, stonden daar zo’n dertig ME-ers in vol ornaat. Met helmen en schilden. Het geheel maakte een onwezenlijke indruk, want je kon de gezichten van de agenten niet zien.

Voor het eerst zag de man de ME live. Niet in Amsterdam, maar in zijn eigen Groningen. Dat was nog eens iets anders dan op tv. Vanuit een overvalwagen, werd de menigte gesommeerd naar huis te gaan, omdat de politie anders niet kon instaan voor de gevolgen. Geen mens maakte aanstalten. En geen wonder, want waar anders kon je een dergelijk spektakel gratis bijwonen? Zowel het publiek als de agenten wachtten. Net toen de eerste mensen dachten ‘Kom, we gaan maar eens verder, hier valt toch niets te beleven’, begonnen de agenten een charge. Dertig kereltjes op één lijn, eerst in looppas, daarna in gestrekte draf. Een fascinerend gezicht, dat door het publiek met toenemend enthousiasme werd aanschouwd. Ze wachtten op een nieuwe voorstelling.
Nogmaals werd de inmiddels fors uitgegroeide menigte gesommeerd huiswaarts te keren. Het kon de vreugde alleen maar vergroten. Van een buurman hoorde de man, dat de ME was uitgerukt om een paar krakers te beschermen tegen boze buurtgenoten. De omgekeerde wereld. Weer werd het publiek gemaand zich te verspreiden. Op dat moment liep een man de weg op, met de sleutel van zijn auto, die langs de straat geparkeerd stond, in de aanslag. Wellicht was hij van plan het politiebevel op te volgen, maar zo werd hij niet begrepen. De ME maakte een nieuwe charge en knuppelde de man van de weg. Ook enkele omstanders kregen rake klappen. Het publiek joelde en vloekte. De stemming steeg. Een jongen en een meisje kwamen hun woning uit, probeerden de straat over te steken, en werden meedogenloos weggeveegd. Het publiek keerde zich nu massaal tegen de politie, die charge op charge uitvoerde in de richting van de wijkende massa, die zich steeds opnieuw sloot als de wakkere, gehelmde knuppelaars gepasseerd waren. Het werd echt feest. Behalve voor die ene argeloze reiziger, die met twee koffers zeulend, geen enkel oog had voor welke charge van welke politie dan ook. Tot zijn volslagen verrassing stond hij plotseling, na weer een charge, in de frontlinie en werd genadeloos neergeknuppeld. De ME ervoer dit wapenfeit duidelijk als voor herhaling vatbaar. Want hetzelfde overkwam een swingende neger, die met uitbundig schoeisel op gepaste wijze koninginnedag wilde vieren. Hij liep naar de menigte toe. Gezellig, gezellig, hier moet wat te beleven zijn en merkte toen, dat hij op zijn schoenen weliswaar prima uit de voeten kon in de disco, maar dat je je tegenover de ME betere andere lopers kan aanschaffen.

De menigte werd steeds groter en de politie ging nu over op een hogere taktiek. Vanuit alle zijstraten kwamen plotsklaps kereltjes met helmen en schilden aangegaloppeerd. Tegelijkertijd raceten kleine witte politieautootjes over de trottoirs, waar de mensen zich met noodsprongen in de portieken het vege lijf moesten zien te redden. Een spuittank kwam traag aanrijden en richtte zijn waterkanon frontaal op het publiek. Enkelen werden helemaal van de weg afgespoten. Het gejuich maakte plaats voor gekerm en geschreeuw. De agenten hadden er echter zichtbaar schik in. Ze hadden immers diverse malen gewaarschuwd, nietwaar? En zo was hun zware opleiding toch niet voor niets geweest.
Nu maakten enkele jongetjes zich los uit de massa. Ze braken de straat open, namen klinkers in de hand en begonnen de witte autootjes te bekogelen. Een enkele steen trof doel, verbrijzelde een voorruit en het witte autootje sloeg over de kop. Het publiek juichte en het onvoorstelbare gebeurde: de man en de vrouw juichten mee.
Toen de man de volgende dag op tv zag, hoe vandalen politieauto’s molesteerden, dacht hij helemaal niet meer ‘tuig’. Hij dacht ‘net goed’. Maar hij schrok zo van die gedachte, dat hij haar zo snel mogelijk weer vergat.
Noot: Elke overeenkomst met een gebeurtenis uit 1980 berust niet op louter toeval.


























