Archive for the 'Uit de oude doos' Category

KONINGINNEDAG 1980

Friday, April 30th, 2010

KONINGINNEDAG GRONINGEN 1980
Auteur: Karel Hageman
Datum: 30 april 1989
Illustraties: Karel Buskes

De man keek naar de televisie. Koninginnedag. Wat hij zag, was niet bepaald opwekkend. Jongelui molesteerden de politie en zagen zelfs kans de voorruit van een voorbijrijdende politieauto te versplinteren. ‘Tuig’, mompelde de man, ‘tuig is het’. ‘Tegen de muur zouden ze ze moeten zetten’, dacht hij. Maar hij schrok zo van deze gedachte, dat hij haar zo spoedig mogelijk vergat.
Die dag vroeg zijn vrouw hem of hij zin had om de stad in te gaan. Kijken naar de fanfarekorpsen en majorettes. Tegen zijn gewoonte in, stemde de man toe. Misschien zou het hem wat opbeuren, na de troosteloze beelden van die ochtend. Samen wandelden ze de stad in. Op de Grote Markt keken ze naar de fanfarekorpsen, die toch niet brachten wat ze ervan verwacht hadden. Onvoldaan keerden ze op hun schreden terug. Misschien was er elders nog wat te beleven. En zowaar, op het Zuiderdiep zagen ze een samenscholing. Nieuwsgierig liepen ze er op af. Ze drongen zich naar voren en schrokken. Wat ze daar zagen, kenden ze tot dan toe alleen van de tv. Omringd door een honderdtal belangstellenden, stonden daar zo’n dertig ME-ers in vol ornaat. Met helmen en schilden. Het geheel maakte een onwezenlijke indruk, want je kon de gezichten van de agenten niet zien.


Voor het eerst zag de man de ME live. Niet in Amsterdam, maar in zijn eigen Groningen. Dat was nog eens iets anders dan op tv. Vanuit een overvalwagen, werd de menigte gesommeerd naar huis te gaan, omdat de politie anders niet kon instaan voor de gevolgen. Geen mens maakte aanstalten. En geen wonder, want waar anders kon je een dergelijk spektakel gratis bijwonen? Zowel het publiek als de agenten wachtten. Net toen de eerste mensen dachten ‘Kom, we gaan maar eens verder, hier valt toch niets te beleven’, begonnen de agenten een charge. Dertig kereltjes op één lijn, eerst in looppas, daarna in gestrekte draf. Een fascinerend gezicht, dat door het publiek met toenemend enthousiasme werd aanschouwd. Ze wachtten op een nieuwe voorstelling.
Nogmaals werd de inmiddels fors uitgegroeide menigte gesommeerd huiswaarts te keren. Het kon de vreugde alleen maar vergroten. Van een buurman hoorde de man, dat de ME was uitgerukt om een paar krakers te beschermen tegen boze buurtgenoten. De omgekeerde wereld. Weer werd het publiek gemaand zich te verspreiden. Op dat moment liep een man de weg op, met de sleutel van zijn auto, die langs de straat geparkeerd stond, in de aanslag. Wellicht was hij van plan het politiebevel op te volgen, maar zo werd hij niet begrepen. De ME maakte een nieuwe charge en knuppelde de man van de weg. Ook enkele omstanders kregen rake klappen. Het publiek joelde en vloekte. De stemming steeg. Een jongen en een meisje kwamen hun woning uit, probeerden de straat over te steken, en werden meedogenloos weggeveegd. Het publiek keerde zich nu massaal tegen de politie, die charge op charge uitvoerde in de richting van de wijkende massa, die zich steeds opnieuw sloot als de wakkere, gehelmde knuppelaars gepasseerd waren. Het werd echt feest. Behalve voor die ene argeloze reiziger, die met twee koffers zeulend, geen enkel oog had voor welke charge van welke politie dan ook. Tot zijn volslagen verrassing stond hij plotseling, na weer een charge, in de frontlinie en werd genadeloos neergeknuppeld. De ME ervoer dit wapenfeit duidelijk als voor herhaling vatbaar. Want hetzelfde overkwam een swingende neger, die met uitbundig schoeisel op gepaste wijze koninginnedag wilde vieren. Hij liep naar de menigte toe. Gezellig, gezellig, hier moet wat te beleven zijn en merkte toen, dat hij op zijn schoenen weliswaar prima uit de voeten kon in de disco, maar dat je je tegenover de ME betere andere lopers kan aanschaffen.


De menigte werd steeds groter en de politie ging nu over op een hogere taktiek. Vanuit alle zijstraten kwamen plotsklaps kereltjes met helmen en schilden aangegaloppeerd. Tegelijkertijd raceten kleine witte politieautootjes over de trottoirs, waar de mensen zich met noodsprongen in de portieken het vege lijf moesten zien te redden. Een spuittank kwam traag aanrijden en richtte zijn waterkanon frontaal op het publiek. Enkelen werden helemaal van de weg afgespoten. Het gejuich maakte plaats voor gekerm en geschreeuw. De agenten hadden er echter zichtbaar schik in. Ze hadden immers diverse malen gewaarschuwd, nietwaar? En zo was hun zware opleiding toch niet voor niets geweest.
Nu maakten enkele jongetjes zich los uit de massa. Ze braken de straat open, namen klinkers in de hand en begonnen de witte autootjes te bekogelen. Een enkele steen trof doel, verbrijzelde een voorruit en het witte autootje sloeg over de kop. Het publiek juichte en het onvoorstelbare gebeurde: de man en de vrouw juichten mee.

Toen de man de volgende dag op tv zag, hoe vandalen politieauto’s molesteerden, dacht hij helemaal niet meer ‘tuig’. Hij dacht ‘net goed’. Maar hij schrok zo van die gedachte, dat hij haar zo snel mogelijk weer vergat.
Noot: Elke overeenkomst met een gebeurtenis uit 1980 berust niet op louter toeval.

FERDI E. OVERLEDEN

Monday, August 3rd, 2009

http://www.spitsnieuws.nl/images/spitsnieuws.png

 

MOORDENAAR GERRIT JAN HEIJN OVERLEDEN

Bron: Spits

Datum: 03-08-09

Vormgever: Karel Hageman

 

http://www.dag.nl/wp-content/uploads/2009/08/ferdi.jpg

Ferdi E.

 

De 66-jarige Ferdi E. (Ferdi Elsas), de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn, is vanmorgen overleden in Vorden (Gld.). Dat melden betrouwbare bronnen.

Hij werd op de fiets aangereden door een graafmachine nadat hij had verzuimd voorrang te verlenen. Hij stak met zijn fiets de Onsteinseweg over. Daarbij werd Elsas geraakt door een voorbijrijdende graafmachine. De man overleed even later in het ziekenhuis in Zutphen.

Ferdi Elsas werd in april 1988 in Landsmeer gearresteerd. De zaak-Heijn was toen al 7 maanden onopgelost. De Ahold-topman verdween op 9 september 1987, nadat hij zijn woning had verlaten voor een tandartsbezoek. Achteraf is gebleken, dat Elsas Heijn al op de dag van de ontvoering heeft doodgeschoten, maar hij heeft diens familie en het Ahold-concern maandenlang in de waan gelaten, dat Heijn nog leefde. Hij schreef 13 losgeldbrieven aan de familie Heijn en stuurde onder meer de pink van zijn slachtoffer, die hij afsneed, nadat hij hem had vermoord, op als pressiemiddel.

In november 1987 kreeg hij een deel van het door hem geëiste losgeld en 1236 diamanten. Tegen Kerstmis begon Elsas dat geld in een supermarkt in Amsterdam-Noord uit te geven, waardoor hij tegen de lamp liep. Pas nadat de man op 6 april 1988 werd opgepakt, bleek dat Gerrit Jan Heijn al lang niet meer leefde.

Elsas werd in november 1988 door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf en tbs. Justitie had levenslang tegen hem geëist. Volgens het gerechtshof rechtvaardigden de daden van Elsas op zich wel levenslang, maar dan zou geen rekening worden gehouden met het feit, dat Elsas verminderd toerekeningsvatbaar was. Daarom werd het de toen maximale tijdelijke gevangenisstraf en tbs.

 

 

UIT DE OUDE DOOS 07

 

NAGEKOMEN BERICHT
Auteur: Karel Hageman
Datum: 18 januari 1988
Illustraties: Karel Buskes

 

De informatiestop rond de zaak Heijn heeft tot flitsende resultaten geleid. Heel Nederland heeft met eigen ogen kunnen zien, waartoe onze wakkere politie, zonder de hulp van de pers en publiek, in staat is. Minstens even verhelderend was het voor Nederland, eindelijk de begrippen informatiestop en publicatiestop van elkaar te kunnen onderschieden. Het stond de pers derhalve geheel vrij, aldus de politie, om over de zaak te publiceren. De politie op haar beurt, kwam de volledige vrijheid toe, de persbublikaties fel te bekritiseren. De pers maakte bescheiden gebruik van haar vrijheid. Nochtans is het vooral aan de pers, en niet aan de politie, te wijten geweest, dat Gerrit Jan niet werd gevonden, aldus de wetshandhavers. Binnen het klabakkendom leven derhalve sterke gevoelens, om bij een volgende gelegenheid te opteren voor een gecombineerde informatie/publicatiestop.

 

 

De rest van de wereld constateerde vol verbazing hoe braaf de Nederlandse pers, terwille van het goeie doel, commerciële motieven over boord gooide en de zelfcensuur tot grote hoogte liet stijgen. Verder was men diep onder de indruk van de baten, die deze publicitaire zelfkwelling opleverde voor het politieonderzoek. Wat was dat knap van dat gras op dat filmdoosje, hoorde je alom mompelen. Ja, en dan die caravan of camper langs een provinciale weg, luidde steevast de reactie. Om maar te zwijgen van die Indonesiër van de tweede generatie en die vrouw met een mavo-opleiding, die zich beter wilde voordoen dan ze was, voegde men er meestal vol ontzag aan toe. Het was iedereen duidelijk, dat de kidnappers danig in het nauw waren gebracht. Het wekte dan ook geen bevreemding, toen de politie met een eerste arrestatie op de proppen kwam. Dat de arrestant, bij nader inzien, met de hele zaak niets te maken had, was slechts een bijkomstigheid. Hij had het immers kúnnen zijn………
De kidnappers hadden grofweg de volgende eisen. De politie en de pers moesten zich nergens mee bemoeien en er moest losgeld komen. Omdat de politie al heel snel was ingeschakeld, was al niet aan de eerste eis voldaan. Hierdoor werd het zeer de vraag of het inlichten van de pers de zaak zou verslechteren. Er zijn veel argumenten om het tegendeel te veronderstellen. Alleen de kidnappers zelf kunnen hun eigen beweegredenen beoordelen. Daarom moet het boekdelen spreken, dat zij de pers er beslist buiten wilde houden.

 

Het publiek genoot met volle teugen van de G.J.Heijn-show, zoals De Volkskrant hem noemde. Spanning, sensatie, royaltie en vooral leedvermaak – zie je wel, geld alleen maakt niet gelukkig – vormen de ingrediënten van een smakelijke hoofdschotel voor het naar informatie snakkende volk. Plots leek in bijna iedere Nederlander de speurneus te ontwaken. Terwijl paragnosten en sterrenwichelaars zich ook niet onbetuigd lieten. Ze bleken al net zo trefzeker als de politie. Ook dit hadden de dienders, ondanks hun scherpe inzicht in de werking van de media, niet voorzien. IJlings schreeuwden ze om meer mankracht.
De conclusie van al dit gedoe moet wel zijn, dat in Nederland een mensenleven van onschatbare waarde is. Kosten noch moeite worden gespaard. En terecht. Een mensenleven is immers niet in geld uit te drukken?

 

Dachten we er maar altijd zo over! Helaas is dat niet zo en zetten we dagelijks mensenlevens af tegen geld. Ga maar na. Als je op elke straathoek van Amsterdam een politieman neerzet, weet je zeker dat er minder gemoord en doodgeslagen wordt. Zet een verkeersregelaar op een druk plein en er vallen minder verkeersslachtoffers. Twintig centimeter hogere dijken langs de Nederlandse kust, maken het overstromingsrisico nihil. Een verbod op de uitstoot van kankerverwekkende industrie, zal het aantal kankerpatiënten aanzienlijk verminderen. En zo kan je doorgaan. Meer kankeronderzoek, meer blauw op straat, betere medische voorzieningen, goede bejaardenzorg, efficiëntere brandbeveiliging, enzovoort, ’t is allemaal te duur.

Een mensenleven wordt dus wel degelijk uitgedrukt in geld, behalve als het toebehoort aan G.J.Heijn. Mensenlevens worden zelfs voor politieke doeleinden gebruikt. Kijk maar naar de verhoging van de maximumsnelheid en de uitbreiding van Schiphol. Maatregelen, die talloze slachtoffers zullen maken, waaronder vele G.J.Heijnen in de dop.

 

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

Hedendaags commentaar van Onans Lemming bij deze column:

Dit was een van de spannendste columns van Onans Lemming - toen Onans Lemming nog Onans Lemming was, hij al zijn artikelen zelf schreef en daar ook nog ruim de tijd voor nam - om te schrijven. In die tijd zat er, tussen het moment van schrijven en dat Onans Lemming bij de abonnee op de deurmat plofte, om logistieke redenen 14 dagen. In deze column uit Onans Lemming scherpe kritiek op de politie en wat had er wel niet in die 14 dagen kunnen gebeuren. Misschien hadden ze de daders al gepakt, klopte het daderprofiel precies en was de een een Indonesiër van de 2e generatie en de ander een vorouw met een mavo-opleiding. Dan had Onans Lemming mooi voor aap gestaan, maar gelukkig deed de politie wat Onans Lemming gedacht had: totaal in het duister tasten.

UIT DE OUDE DOOS 06

Saturday, March 14th, 2009

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

UIT DE OUDE DOOS 06

Bron: Onans Lemming

Auteur: Karel Hageman

Datum: 14-03-09

 

Vandaag is het pi-dag en daarom publiceert Onans Lemming een oude aflevering, die hij ooit, 15-02-88, over pi heeft geschreven. De illustraties zijn van Karel Buskes.

 

 

DE SCHULD VAN PI
Auteur: Karel Hageman
Datum: 15 februari 1988
Illustraties: Karel Buskes

 

 

Onans Lemming heeft ooit geprobeerd iets van wiskunde te begrijpen. Dat dat niet gelukt is, is grotendeels de schuld van pi. Wiskunde gaat door voor een exacte wetenschap, maar wat is er dan zo exact aan pi? Einstein wist het: niets.
Menig kind heeft wel eens geprobeerd, uitgaande van een cirkel, een mooie, zespuntige ster te tekenen. Tot zijn niet geringe frustratie merkte het, dat het er maar niet in slaagde de omtrek van een cirkel precies in zessen te verdelen. Mijn passer is niet goed, dacht het kind. Want het kwam niet in hem op, dat pi de schuldige was. De omtrek van een cirkel is namelijk niet zes keer de straal, maar twee keer pi de straal. En wat is dan wel pi? Pi is 3,14159……. en alsof dit nog niet erg genoeg is, gaat de reeks cijfers achter de komma door, zonder dat ze ooit repeteert. De moderne wiskunde is inmiddels gevorderd tot 15 miljoen decimalen achter de komma, zonder dat enige herhaling in zicht komt. Er zijn zelfs heel dikke boeken in de handel, waarin alleen het getal pi met al zijn decimalen staat. Toch klopt hier iets niet, wat???

 

 

De wetenschap heeft lang gestreden over pi. Gods schepping moest toch in fatsoenlijke verhoudingen te vangen zijn? Zo gek zal God de wereld toch niet geschapen hebben? Maar zo langzamerhand is geaccepteerd , dat pi, evenals God, ondoorgrondelijk is. De formule van pi luidt namelijk, met dank aan Ramanujan:

 

 

Voor een beetje wiskundige, met enig gevoel voor exactheid, is iets om slapeloze nachten van te krijgen. Sterker nog, hij legt er zich niet bij neer. Vandaar de vele vruchteloze pogingen die zijn ondernomen om een vierkant te maken met precies dezelfde oppervlakte als een cirkel. Op het eerste gezicht zou je zeggen: moet kunnen. Maar helaas… U heeft ongetwijfeld wel eens geprobeerd, met behulp van een passer, pot lood en liniaal zonder schaalverdeling, een hoek precies door midden te delen. U trok dan de zogenaamde bissectrice. U stond dan versteld hoe eenvoudig dat ging. Even gemakkelijk was het om een hoek in vieren, achten enz. te verdelen. Zelfs u kon dat. Welnu, beter geschoolde mensen moesten, zo dacht u, toch op zijn minst in staat zijn, met hetzelfde gereedschap, een hoek in drieën te verdelen. Dat is een jammerlijk misverstand, want het kan domweg niet. Onmogelijk. Grote wiskundigen krijgen desalniettemin steeds weer oplossingen voor het probleem toegezonden. Net zoals natuurkundigen ook voortdurend belaagd worden door mensen, die denken dat ze het perpetuüm mobile hebben uitgevonden. De oplossingen kloppen uiteraard nooit. Er zijn zelfs speciale boeken voor wis- en natuurkundigen in de handel, met richtlijnen om zich dit soort lieden van het lijf te houden. Als u vanavond in staat bent, om met passer, potlood en lineaal zonder schaalverdeling, een hoek in drie gelijke delen te splitsen, dan kan de Nobelprijs u niet meer ontgaan en staat een glanzende wetenschappelijke carriere voor u open.


Er zijn trouwens meer mogelijkheden om die prijs te winnen. Neem de vierde dimensie. Een punt heeft geen dimensie. Allemaal punten op een rij vormen een lijn, en daarmee 1 dimensie. Allemaal lijnen naast elkaar vormen een vlak: 2 dimensies, lengte en breedte. Leg een heleboel vlakken op elkaar en u krijgt bijvoorbeeld een kubus. U bent nu verzeild geraakt in een driedimensionale ruimte: lengte, breedte en hoogte. Vervolgens plaatst u allemaal kubussen bij elkaar. Volgens dezelfde logica hebt u dan de vierde dimensie: lengte, breedte, hoogte en ???. Maar ons voorstellingsvermogen komt niet verder dan drie dimensies. We hebben het gevoel, dat je toch weer één, zij het veel grotere, kubus krijgt. Je kan het ook anders benaderen. Probeert u eens een assenstelsel te ontwerpen met vier assen. Zet op elk der assen één punt, de zogenaamde coördinaat, af. Als het u lukt één, en beslist niet meer dan één punt, te vinden, dat bepaalt wordt door alle vier coördinaten, dan hebt u de vierde dimensie voor u liggen. Stuur uw oplossing voor voor 1 januari 1989 naar Stockholm,.Wij feliciteren u alvast.

 

 

Op de middelbare school leerde OnansLemming, dat een electron een negatief geladen deeltje van een atoom was, dat als een idioot rondcirkelde om een atoom. De sufferd, die in een proefwerk schreef, dat een electron positief geladen was, kon er van verzekerd zijn, dat hij het volgend schooljaar dezelfde stof nog eens grondig moest overdoen. Inmiddels bereiken ons publicaties, dat er planeten zijn in het heelal, die bestaan uit anti-materie. Wat is anti-materie? Anti-materie is materie, maar dan andersom. Met andere woorden: een electron op zo’n planeet van anti-materie is positief geladen. Als je eenzelfde hoeveelheid anti-materie en materie met elkaar in aanraking brengt, is er niets meer. Inmiddels heeft men ontdekt, dat er evenveel materie als anti-materie is.
Dit heeft verstrekkende gevolgen, vooral voor gelovigen. Elk geloof gaat uiteindelijk terug tot de kernvraag ‘maar wie heeft het begin dan gemaakt?’ Maar volgens deze wetenschappelijk onderbouwde theorie was er in den beginne helemaal niets. Toen kwam de grote oerknal en het heelal was daar. Bestaande uit even grote delen materie als anti-materie. Zou je dit weer allemaal bij elkaar vegen, dan hou je niets, helemaal niets, over. De eerste natuurkundige, die dit soort theorieën verkondigde, werd als een gevaarlijke, goddeloze gek gezien. Tegenwoordig is men zelfs al in staat, om op aarde voor korte tijd anti-materie op te wekken.
Op deze manier kunnen we nog wel even doorgaan met het beschrijven van de wonderen der natuur. Over dingen als zwarte gaten – waarbinnen alle natuurwetten hun geldigheid verliezen – zwijgen we maar liever. We doen er beter aan, ons te beperken tot de conclusie, dat de exacte wetenschappen niet zo exact zijn, als ze pretenderen te zijn. Ze zijn hooguit iets exacter dan bijvoorbeeld sociologie of psychologie. De eerste natuurkundige, die beweerde dat de aarde rond was, werd voor gek verklaard. De brandstapel op met de man, die meende dat de aarde om de zon draaide. De boude theoreticus, die beweerde dat pi onvindbaar is, werd door collega’s verketterd. Anti-materie? Laat ons niet lachen, riepen de heren natuurkundigen. Nu durft een fatsoenlijk mens zijn hand niet meer in het vuur te steken voor de waarheid dat de hoogste snelheid die van het licht is. De tijdmachine komt dan in het verschiet. Kortom, zelfs exactheid is een relatief begrip.

 

In de natuurkunde heeft men inmiddels een theorie ontwikkeld, die er van uit gaat dat één deeltje zich op twee verschillende plaatsen tegelijk kan bevinden. Absurd. Inderdaad. Maar het aardige van deze theorie is, dat als je van deze rare veronderstelling uitgaat, je natuurkundige verschijnselen beter kan verklaren, dan als je hier niet van uit gaat. Hoezo exact?
Ter opwekking toch nog even iets exacts. Hoe groot denkt u dat de kans is om vijftig keer achter elkaar met een muntstuk ‘kop’ te gooien? Eén op duizend? Op tienduizend? Miljoen? Allemaal fout. Als één miljoen mannen, tien keer per minuuut opgooien, gedurende veertig uur per week, mag men verwachten, dat dit eens in de negen eeuwen gebeurt. Kijk, dat is pas exactheid!

UIT DE OUDE DOOS 05

Sunday, February 1st, 2009

 

UIT DE OUDE DOOS 05

Auteur: Karel Hageman

Datum: 01-02-09

 

IN HET VERZET
Auteur: Karel Hageman
Datum: 3 oktober 1988
Illustraties: Karel Buskes

 

Volkomen onverwacht viel Hessel van der Wal uit de bank. Boem!, daar lag hij. ’t Was in de vierde klas van de Rijks-HBS in Leeuwarden, tijdens de les van Hoekstra. Het laatste uur op de vrijdagmiddag. Dan las ‘Rode Freerk’, zo genaamd vanwege zijn rode kop en rossige haar, gedichten voor. Hoekstra pronkte graag met zijn liefde voor de Nederlandse poëzie. Vooral Potgieter, Gezelle, Couperus, De Genestet en Poot hadden zijn voorkeur. En niet te vergeten Staring, want ‘De hoofdige boer’ was zijn absolute topper. Met een gezwollen stem jankte hij de gedichten de klas in.

 

 

In het begin reageerde de klas ongelovig op deze voordracht. Dit kon niet waar zijn. Maar ook aanstellerij went, vooral als die nog monotoon blijkt te zijn ook. We lieten het gedrein over ons heen komen, geleidelijk wegsoezend, vechtend tegen de slaap en tegelijkertijd wanhopig pogend belangstelling te veinzen als hij je plotseling aankeek. En daar lag Hessel. Hij was in slaap gevallen en uit de bank gevallen.
Hoekstra was er door jarenlange ervaring heilig van overtuigd geraakt, dat er slechts één methode was, om zijn leerlingen liefde voor de dichtkunst bij te brengen: gedichten voorlezen en uit het hoofd laten leren. Dan zou ons vanzelf de schoonheid van poëzie duidelijk worden. Ook achtte hij een een goede theoretische achtergrond van onschatbare waarde. Voor dat doel had hij een tijdloos dictaat, waarin de versleer geïllustreerd werd met voorbeelden uit de literatuur. Dit dictaat begon met een inleiding met de volgende onsterfelijke zinnen: Wat is Kunst? Kunst is het scheppen van iets moois.’
Wij verstijfden van schrik. Hessel krabbelde overeind met een vuurrood hoofd, maar hij hoefde niet meer te gaan zitten. Een lijkbleke Hoekstra sprak op snijdende toon dat hij wel kon vertrekken en na afloop van de les maar even langs moest komen.
Dat uur werd er niet meer geknikkebold. De klas was onrustig. Er zat hilariteit in de lucht, maar ook plaatsvervangende schaamte. Om vier uur schuifelden we de klas uit in het opgewonden besef, dat Hessel nog niet jarig was.

 

 

De volgende maandagochtend begonnen we met natuurkunde. Toen we het lokaal binnenliepen, troffen we echter niet onze natuurkundeleraar aan, maar Hoekstra. Naast hem stond Hessel. Het was direct duidelijk: Hoekstra had ons iets belangrijks te melden. Zo urgent, dat de natuurkundeles er maar voor moest wijken. Hoekstra nam het woord. ‘Er is iets heel ernstigs aan de hand’, zei hij. Hij had Hessel gevraagd, waarom hij in slaap was gevallen. Hessel had daarop beweerd – en hier begon Hoekstra’s stem te trillen – dat zijn lessen slaapverwekkend waren. En dat niet alleen hij die mening was toegedaan, maar dat de hele klas dat vond.
Hoekstra had dit een slap verweer gevonden. Wel nam hij hoog op, dat Hessel de klas had betrokken in zijn verdediging. Met andere woorden: Hessel wendde zijn persoonlijke feilen af op de klas. Een misselijke streek, vond Hoekstra, tenzij Hessel gelijk had. Hoekstra, democraat in hart en nieren, wilde die mogelijkheid niet op voorhand uitsluiten. Vandaar zijn aanwezigheid. Wie Hessel gelijk gaf, had nu de gelegenheid dat kenbaar te maken. Hessel had bij dit alles niets gezegd. Dat was ook niet nodig, want wij herkenden ons zeer in zijn verdedeging. Hessel had onze gevoelens niet beter kunnen vertolken.
‘Wie het eens is met Hessel, kan nu opstaan’, snerpte de stem van de gegriefde leraar. Het werd doodstil. Niemand stond op. Hoekstra wachtte nog even om degenen met een traag geweten ook nog een kans te geven, maar niets bewoog.
Hoekstra ontspande zichtbaar. Iets van triomf maakte zich van hem meester. Hessel daarentegen werd steeds bleker. De klas meed ieder oogkontakt met de leraar en zijn leerling. ‘Niemand?’, vroeg Hoekstra. ‘Nee? Dan weet ik genoeg. Ik ben blij dat ik de kwestie heb uitgepraat.’ Hij verliet met Hessel de klas. Het was de laatste keer dat we Hessel op school zagen.

 

Uit schaamte praatten we nooit meer over het voorval. Voor het eerst konden we ons voorstellen, dat we in de oorlog misschien wel niet bij het verzet zouden zijn gegaan. Dat was in zijn armoede meer dan Hoekstra ons, met al zijn gedichten, ooit had kunnen bijbrengen.

Noot: Hessel van der Wal is later een beroemd Fries cabaretier geworden met bittere teksten over zijn middelbare schooltijd.

 

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

Hedendaags commentaar van Onans Lemming bij deze column:

Dit voorval is precies zo gebeurd als beschreven. De jongen heette inderdaad Hessel van der Wal en de leraar Hoekstra. Het enige probleem was, dat Onans Lemming enige moeite had om dit voorval weer helder voor de geest te halen, omdat z’n middelbare schooltijd al ver achter hem lag. Het verhaal ging echter nog verder. Hessel werd voor 1 week geschorst, omdat hij de klas ‘valselijk’ beschuldigd had, en na deze week noest hij z’n excuses hiervoor aanbieden. Dit weigerde hij en werd z’n schorsing nog met een week verlengd. Toen Hessel na deze 2 weken nog niet tot ‘inkeer’ was gekomen, werd hij definitief van school gestuurd. Hessel is een bekend caberetier geworden met bittere teksten over z’n middelbare schooltijd.

De aanleiding om deze column te schrijven was het feit, dat in die tijd het ‘goed’ en ‘fout’ zijn in de oorlog erg in de belangstelling stond. Iedereen die ‘fout’ was in de oorlog werd ten strengste veroordeeld en de generatie van toen was er heilig van overtuigd, dat ze allemaal ‘goed’ zouden zijn geweest in de oorlog. O ja? Als je toen ‘goed’ was geweest, dan ben je nu ook ‘goed’. En wie stond er op toen de Amerikanen met onze steun Irak binnenvielen, wie vond dat we vluchtelingen schandalig behandelden, wie vond het schandalig dat we de rest van de wereld op een schandelijke manier uitbuiten, om maar eens een paar willekeurige actuele gebeurtenissen te noemen. Natuurlijk, een handjevol idealisten, maar het grootste deel zwijgt en stemt toe. Over 20 jaar vinden we allemaal, dat de oorlog in Irak een schande was, dat Bush een ernstige oorlogsmisdadiger was, dat we het klimaat naar de knoppen hebben geholpen, dat de verschillen tussen arm en rijk de spuigaten uitliepen, dat we de moslims schandalig hebben behandeld en dat we geen enkel mededogen hadden met vluchtelingen. Maar als je dat dan over 20 jaar vindt, waarom vindt je het dan nu niet?

Om terug te komen op de column. Wat was het niet mooi geweest als we met z’n allen achter Hessel waren gaan staan en Hoekstra al z’n gezag verloren had, maar daar zijn we te schijterig voor, Onans Lemming incluis. Onans Lemming heeft het mechanisme wat hier achter zit trachten te beschrijven en vandaar dat we nu in een totaal hypocriete wereld leven, waarin we het de normaalste zaak van de wereld vinden, dat de een van honger omkomt en de ander niet weet wat hij met z’n miljoenen moet doen.

UIT DE OUDE DOOS 04

Sunday, January 25th, 2009

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

UIT DE OUDE DOOS 04

Auteur: Karel Hageman

Datum: 25-01-09

 

SAMEN DE PIJP UIT
Auteur: Karel Hageman
Datum: 19 oktober 1987
Illustraties: Karel Buskes

 

Gerechtigheid! Rokers moeten zich eindelijk aanpassen. Het was dan ook bij de beesten af. Tot nu toe moest iedereen mee inhaleren met het gilde van stinkers en rochelaars. Wie zijn nek durfde uit te steken en schuchter een kritische opmerking maakte, werd voor zeikerd versleten. En hoezo longkanker? Meinsma kon nog zo met statistieken zwaaien, hij bleef een vermakelijke, wereldvreemde bezienswaardigheid.
In deze tijd zou hij een goeroe geweest zijn. Leefde hij nog, hij kon zich wentelen in succes. Eindelijk heet de roker asociaal. Hij wordt uit openbare ruimten geweerd. Op het perron ziet men de stumper langs treinstellen snellen, in een ijdele poging een coupé voor zichzelf en zijn lotgenoten te vinden. Wie in een vergadering argeloos een sigaret opsteekt, maakt die blunder nooit weer.


Voor de klas wordt het goede voorbeeld gegeven. Op kantoren worden de hoogste eisen gesteld aan de afzuigsystemen in de toiletgroepen. Rokers zijn steeds minder welkom bij vrienden en kennissen. Hun premie voor de ziekteverzekering gaat omhoog, maar chirurgen hebben wel andere prioriteiten dan hen te opereren. Het duurt niet lang meer of alleen aidslijders kunnen zich nog permitteren om te roken, want zij werden toch al gemeden.
Kortom, er waait een frisse wind door ons land. De milieuproblematiek wordt door nietrokers breed uitgemeten. Op de televisie en de radio, in de krant, op verjaardagsvisites, kampeerterreinen, in bos en hei, ja zelfs in auto’s klinkt het nieuwe evangelie.
Over auto’s gesproken. De vergelijking met pijp, sigaar en sigaret kun je als het ware ruiken. Auto’s stinken, rochelen, doden en verminken. Ze maken steden onherbergzaam. Ze verspreiden giftige dampen, beschouwen fietsers als lastige en onberekenbare vliegen. Voetgangers inhaleren hun giftige dampen, terwijl ze in kou en regen staan te wachten voor het rode licht. Voor deze rijdende doodskisten worden betonnen lopers uitgelegd dwars door natuurgebieden, onteigende gronden en oude stadswijken. De vruchten van de zure regen kunnen we godzijdank niet eens bevatten.
De gevaren van het automobilisme zijn, in tegenstelling tot die van het roken, nog geen dankbaar gespreksonderwerp. Natuurlijk, iedereen weet van de talloze verkeersslachtoffers, maar dat zijn anderen. Voor de gezondheidszorg is het evenwel duidelijk waar ze haar prioriteiten moet leggen. De meest geavanceerde reanimatie-, zaag- en naaiapparatuur ligt in hypermoderne operatiekamers te wachten op de volgende verkeersprooi. Tehuizen voor comateuzen en andere invaliden puilen uit.


Kortom, het wordt tijd voor een nieuwe wind, bezwangerd door de meest frisse milieu-ideeën. De automobilisten kunnen hun borst nat maken. Hen wacht een lot, dubbel zo hard als de roker. Een lot overigens, dat nog niet half zo zwaar zal zijn, als dat van een nieuwe generatie aidsverschoppelingen.
Het zijn de automobilisten, die nu eens terecht in de steek zullen worden gelaten. Het zijn de fervente rookbestrijders, die vrolijk in de auto stappen. De zonderlingen, die de vergelijking tussen roken en automobilisme absurd vinden. Hooguit blijven deze mensen boeien, omdat het altijd interessant is om te zien hoe twee tegenstrijdige standpunten in één en dezelfde persoon worden verenigd.

Verder zullen ze doodverklaard worden.

 

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

Hedendaags commentaar van Onans Lemming bij deze column:

Ook deze column heeft veel publiciteit gekregen,. Hij is zelfs integraal op de discussiepagina van De Volkskrant verschenen. Onans Lemming heeft hier dan ook, meestal negatieve, reacties op gehad.

In de tijd dat Onans Lemming deze column schreef, ruim 20 jaar geleden, kreeg de antirooklobby in Nederland vaste voet aan de grond. Ineens was roken asociaal en niet-roken sociaal. De politiek maakte hier dankbaar gebruik van door de accijnzen op tabak aanmerkelijk te verhogen. Ook kwamen in die tijd geluiden op om rokers, wegens hun onverantwoorde levensstijl, niet meer te opereren.

Wat Omnans Lemming toen zeer tegen de borst stuitte was, dat automobilisten volkomen buiten schot bleven, terwijl toch algemeen bekend was, dat automobilisten het milieu zwaar belasten en verkeersongelukken doodsoorzaak nr.1 zijn. Maar aan automobilisten moest je niet komen – de auto was de heilige koe van Nederland – en rokers kon je heel gemakkelijk in het verdomhoekje zetten.

Het is een aardig vooruitziende column geweest. Rokers zijn inderdaad de paria’s van de samenleving geworden en de auto wordt ook steeds minder de heilige koe van Nederland. Er komt steeds meer kritiek op de benzineslurpende auto’s, binnensteden zijn een doolhof voor automobilisten geworden, de kritiek op de CO2-uitstoot en fijnstof wordt steeds heftiger en de roep om meer asfalt vindt steeds minder gehoor.

Toch heeft Onans Lemming één ding onderschat. Hij had nooit gedacht, dat het roken nagenoeg uit de samenleving verbannen zou worden en daarom vond hij bijvoorbeeld een boek als De laatste roker van W.F. Hermans niet zo interessant, omdat daarin een samenleving werd beschreven, waarin het roken alleen nog maar illegaal kon gebeuren. Dat was te veel science-fiction, dacht Onans Lemming toen, maar Hermans heeft volkomen gelijk gekregen  Kopen dat boek dus!


UIT DE OUDE DOOS 03

Saturday, January 24th, 2009

 

UIT DE OUDE DOOS 03

Auteur: Karel Hageman

Datum: 24-01-09

 

DE DADER LIGT OP’T KERKHOF

 

Auteur: Karel Hageman
Datum: 18 september 1987
Illustraties: Karel Buskes

 

Hoorde jij ook tot die groep van oppassende lieden, die nooit zwart werkte, altijd zijn belastingformulier naar waarheid invulde, nooit een baksteen naar een scheidsrechter gooide, altijd keurig een treinkaartje kocht, nooit harder dan honderd reed, altijd tijdig zijn schulden afloste, nooit zijn kinderen mishandelde, altijd op tijd op z’n werk kwam, nooit teveel declareerde en altijd dames liet voorgaan?
Ja?
Had jij dat dan ook, dat je dat prettige idee, dat je zo lang koesterde, dat je een steunpilaar van de maatschappij was, langzamerhand voelde overgaan in de knagende gedachte, dat je eigenlijk een sul was?
Waarschijnlijk wel.
Je vrouw vroeg je nog, waarom zij steeds met vakantie naar de stacaravan in Appelscha moest, terwijl de buurvrouw met haar man – die toch veel minder verdient – elk jaar uitwaait op tal van exotische oorden. Je zat onrustig te schuiven op je stoel, toen je vriend je enthousiaste verhalen vertelde over de renovatieplannen, die de binnenhuisarchitect had met zijn tweede woning, terwijl jouw nieuwe badkamer je al op de rand van de financiële afgrond had gebracht. Ook vroeg je je af, hoe het toch mogelijk was, dat jij altijd belasting moest bijbetalen, terwijl je kennissen uitsluitend geld terugkregen.
Het was om moedeloos van te worden.


Je hebt je vrienden altijd graag gemogen – zij jou ook trouwens – maar langzamerhand kreeg je, mede op aandrang van je vrouw, de behoefte om je normen en waarden te toetsen buiten je eigen beperkte kring. Je ging de krant lezen en actualiteitenprogramma’s volgen. Ook abonneerde je je op een opinieblad van onverdachte signatuur. Je werd er niet vrolijker van.
Het begon je te dagen dat het niet strikt toepassen van regels, zijn nut heeft. Je keek er van op, hoe belangrijk de zwarte markt is voor het nationaal inkomen en de werkgelegenheid. Strengere controle leidt tot concurrentievervalsing, ja zelfs tot kaptitaalvlucht. En je mag van niemand verwachten, dat hij een dief is van zijn eigen portemonnaie, las je. Je begon te begrijpen, waarom je kennissen je een sul vonden. En toen je auto gerepareerd moest worden, nam je een beunhaas in de arm, je betaalde de verbouwing handjecontantje, je werd creatief bij het invullen van je belastingformulier, je vakantie naar de Bahama’s bleek fiscaal aftrekbaar en het declareren werd een bron van inspiratie.
Zo ontwikkelde je een nieuwe levensstijl, die je gemakkelijk afgaat en je geen windeieren legt. Wat jij doet, is goed voor de werkgelegenheid, de relatie met je vrouw heeft zich verdiept, vrienden en kennissen komen langs om je in netelige kwesties om raad te vragen en promotie is een teruggekerend ritueel geworden. Kortom, je bent weer helemaal het heertje.
Hoe jij je hebt ontwikkeld, wordt doodnormaal gevonden. Opmerkelijk, want malversatie en bedrog horen niet tot het normatieve erfgoed. Toch doen leidende politici zoals Schaeffer, Van Aardenne, Vredeling, Lubbers, Harry van den Berg, Brox en Braks, hun uiterste best deze eigenschappen tot deugd te verheffen. Dit lukt aardig, want politici – hoewel erkende liegers en bedriegers – blijven hun autoriteit behouden. Ze wentelen zich in hun sukses en bedenken nieuwe kreten om de nieuwe deugden te rechtvaardigen. Ethisch Reveil, Het Karwei Afmaken, Zorgzame Samenleving, Rentmeesterschap.
Vaste normen en waarden zijn rekbaar, zo blijkt. En niet alleen bij de mensen met werk, die kunnen ritselen, maar ook bij degenen zonder baan, die niets te ritselen hebben. Gelukkig hebben leden van de laatste groep ook hun uitlaatkleppen gevonden. Ze conformeerden zich aan de werkende klasse en gingen proletarisch winkelen, zwart werken en over op geweld. Zo blijven ook zij gevierd in hun kennissenkring, waar niemand door wil gaan voor een sufferd.

Politici zijn wel de laatsten, die versteld mogen staan van deze ontwikkeling. Zij hebben zelf het proces in gang gezet, dat wel eens bijzonder explosief kan blijken. De minister-president draagt zelf de munitie aan voor zijn moordenaar.

 

 

Hedendaags commentaar van Onans Lemming bij deze column:

Dit was de allereerste Onans Lemming en er stond boven:

 

DE DADER LIGT OP HET KERKHOF

Datum: 18 september 1987

Uitgeverij: De Lemming

Postbus: 1791 970 BS Groningen

Achtste jaargang nr.29

 

Maar als dit dan de allereerste Onans Lemming is, waarom staat er dan boven ’achtste jaargang nr.29’? Dat zit zo. Onans Lemming startte een nieuw blaadje en hij wilde graag, dat het meteen in zou slaan. Dan is het wat lullig als er bovenstaat ‘eerste jaargang nr.1’. Bij ‘achtste jaargang nr.29’ denk je toch sneller: dit is een gerenommeerd blad, waarom is mij dat al die tijd niet opgevallen en laat ik het maar eens gaan lezen! Kranten tuinden hier ook in, en aangezien Onans lemming alle kranten een exemplaar had gestuurd, wat in die tijd nog heel bijzonder was, namen ze contact op met Onans Lemming, maakten een afspraak voor een interview en de publiciteit was daar. De Volkskrant en Trouw waren de eerste kranten, die aandacht besteedden aan Onans Lemming. Er zit ook nog een vermakelijke anekdote aan deze vreemde nummering vast. Jaren later werd Onans Lemming opgebeld door een verzamelaar van eerste uitgiften en die vertelde hem, dat hij van Onans Lemming wel de ‘achtste jaargang nr.29’had, maar dat hij maar niet de ‘eerste jaargang nr.1’ te pakken kon krijgen. Onans Lemming heef hem toen verteld hoe de vork in de steel zat en dat dus zijn ‘achtste jaargang nr. 1’ de 1e uitgifte was.

Maar waarom staat er dan een postbusnummer boven dit artikel en geen Karel Hageman? Dat zit zo. Als Onans Lemming er Karel Hageman boven had gezet en zijn mening was u onwelgevallig, dan kunt u gemakkelijk denken: wat een zeikerd is die Karel Hageman. Maar nu er een postbusnummer staat, heeft u geen idee wie dit heeft geschreven en zit er misschien wel een nieuwe politieke beweging achter. Wie zal het zeggen? Welnu, dat heeft Onans Lemming geweten! Een stel idioten in Groningen dacht inderdaad dat dit een pamflet van een nieuwe rechtse beweging was, kopieerde deze aflevering in duizenden stuks en deed ze vervolgens bij iedereen in bepaalde wijken in de bus. Vervolgens kreeg Onans Lemming talloze brieven op z’n postbusnummer met teksten als “Ga zo door!’. ‘Dit mag wel eens gezegd worden’ en ‘Nu de buitenlanders nog!’ De enige reden waarom deze mensen dachten, dat ze met een fascistoïde blaadje te maken hadden, was het feit, dat Onans Lemming veel kritiek op politici had en dat schijnt alleen voorbehouden te zijn voor uiterst recht. In die tijd werd Onans Lemming ook in de gaten gehouden door de BVD. Het jammere voor Onans Lemming was, dat ook het Nieuwsblad van het Noorden hier zo over dacht en ze dus pas na 2 jaar aandacht besteden aan Onans Lemming. Ze pakten meteen wel breed uit met een uitgebreid interview, dat u kunt lezen als u naar de categorie Interviews gaat onder de kop Mijn abonnees betalen alleen de postzegels. Daar kunt u ook lezen waar de naam Onans Lemming op slaat en over de achtergronden van Onans Lemming.

Achteraf gezien is dit wel een profetische column geweest. Twintig jaar geleden had zelfs Onans Lemming niet kunnen bevroeden, dat het moreel verval zo snel zou gaan en dat het aanzien van de politiek zo zou verslechteren. Dat deze column 20 jaar geleden is geschreven, kun je merken aan de laatste zinnen: Politici zijn wel de laatsten, die versteld mogen staan van deze ontwikkeling. Zij hebben zelf het proces in gang gezet, dat wel eens bijzonder explosief kan blijken. De minister-president draagt zelf de munitie aan voor zijn moordenaar. Dat zou je nu niet meer opschrijven, omdat je dan aanzet tot moord, maar in die tijd was er niemand, die dacht dat je dat letterlijk meende. Het kwam niet in je hoofd op. Hoe snel kan een maatschappij veranderen!

Dat het het 1e nummer was kun je ook zien aan de tekening. Onans Lemming was toen nog niet het stripfiguurtje, dat het later geworden is en moest nog worden ontwikkeld.

 

Suggestie: Als u met uw muis op een tekening gaat staan en u klikt 1x op de rechtermuisknop en u gaat naar ‘afbeelding bekijken’ en klikt 1x op de linkermuisknop, dan ziet u de tekening op ware grootte. Als u dan nog een keer klikt ziet u de tekening op reuzenformaat! 

UIT DE OUDE DOOS 02

Friday, January 23rd, 2009

 

UIT DE OUDE DOOS 02

Auteur: Karel Hageman

Datum: 23-01-09

 

HET FIETSBRUGGETJE

 

Auteur: Karel Hageman
Datum: 1 februari 1988
Illustraties: Karel Buskes 

 

Het fietsbruggetje verbindt de negentiende eeuwse wijk met het door een gracht omringde stadscentrum. De wijk heeft alles wat een wijk moet hebben: woonstraten, winkels, veiligheid en bovenal bewoners die zich er thuis voelen.
Ieder huis in de wijk heeft iets eigens. Of het nu de deurknop, de gevel, het raamkozijn of de voordeur is. Dat komt, omdat ze destijds één voor één zijn neergezet door handwerkslieden, die geprobeerd hebben van iedere woning iets moois te maken. Dat zie je aan de ornamenten, het metselwerk, het houtsnijwerk en wat al niet al. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.
De meeste straten zijn er smal. Er zijn wel trottoirs, maar geen voortuintjes. Het groen moet komen van de bomen, die in alle straten staan. Achtertuinen zijn er evenmin. Wel zijn er plaatsjes ter grootte van een paar vierkante meter. Wie er vanuit een bovenraam achter in het huis over uitkijkt, ziet een bont schouwspel van vreemdsoortige uitbouwsels zoals keukens, douches en berghokken. Alumunium en zinken pijpen steken onreglementair uit alle daken omhoog, getuigend van een onverwoestbaar optimisme bij de bewoners in hun pogen hun woningen aan te passen aan de eisen des tijds. Ook binnenshuis is er ijverig verspijkerd. Vroeger waren de huizen, hoe klein ook, verdeeld in talrijke hokjes en kamertjes. Dat moest, want er woonden kinderrijke gezinnen. Nu zijn de meeste scheidingswanden verwijderd.
De klad kwam er in de zestiger jaren in. De autochtone jongeren trokken de wijk uit en het kindertal van de blijvers nam af. De lege plekken werden ingenomen door studenten en andere alleenstaande mensen. Deze nieuwkomers werden met gemengde gevoelens ontvangen door de oorspronkelijke bevolking, die zo langzamerhand uit ouderen begon te bestaan.
De wijk raakte aangetast. De meeste cafés verdwenen of werden vertimmerd tot studentenkroeg. Toch zijn er nog een paar van die buurtcafés, die we allemaal zo goed kennen uit het levenslied. Ook buurtwinkels sloten de deur. Waren er vroeger acht slagerijen, waaronder een paardenslager en een lamsslager, tegenwoordig is er nog slechts één. Hetzelfde beeld bij de bakkerijen en groentenwinkels.
Tegenwoordig is er een supermarkt. Vergeefs zul je zoeken naar een textiel- of huishoudwinkel. Schoenmaker, barbier, drogist, fietsenmaker, schoorsteenveger, smid en loodgieter vertrokken.
Eigenlijk was de wijk in haar gloriejaren zo goed als selfsupporting, zodat menig bewoner haar zijn leven lang niet hoefde te verlaten. Het waren beslist geen zonderlingen, die dankbaar gebruik maakten van deze verworvenheid. Hoe anders is dat nu.
Ja, er is veel verdwenen, maar veel bleef ook hetzelfde. Kijk maar eens hoe op een zonnige dag de bewoners zich net als vroeger op de drempel van hun voordeur of op een keukenstoel op het trottoir posteren. De mensen wonen er nog steeds graag, want de wijk heeft, ondanks de knagende tand des tijds, haar charme ontegenzeggelijk bewaard. Het merendeel der bewoners is nog steeds weinig kapitaalkrachtig en beweegt zich voort per fiets of benenwagen. Dat maakte het bruggetje zo belangrijk. Het bood het langzame verkeer een snelle verbinding met het stadscentrum. Ook een reden waarom de wijk zo in trek was bij bepaalde groepen jongeren.

 

 

Het was een draaibruggetje, geheel in de stijl van de wijk. De witgeschilderde brugposten en leuningen waren van fraai gekruld siersmeedwerk vervaardigd. Een pronkstukje, dat bruggetje, en vooral de brugwachter was zich daarvan bewust. Dat kon je zien als hij het voorwerp van zijn zorg bediende. Hij deed dat, als was het zijn kind, met toewijding en tederheid. Het kwetsbaarste onderdeel - het mechanisme waarmee brug en brughoofd vergrendeld werden - moest immers nog eeuwen mee. Daarom remde hij bij het dichtdraaien de brug steeds zorgvuldig af, als ze de wal bereikte. Het kostte hem veel inspanning, maar de voldoening was groot. De klink sloeg nagenoeg geruisloos in het klinkgat.
Ineens was de oude brugwachter er niet meer. Na hem wisselden talloze anderen, jong en oud, elkaar af. De nieuwe wachters verdienden even weinig als de oude brugwachter en je kon van hen dus niet verlangen, dat ze het bruggetje met volle overgave van hart bedienden. Voor hen was het alleen werk en dat kon je zien, zo niet horen. Het aanlanden van het bruggetje ging gepaard met een oorverdovende klap, die lang doordreunde, want afgeremd werd er niet meer. Als wachtende fietser of wandelaar, stond je steeds weer verbaasd, dat het bruggetje de ruwe behandeling aan kon. Al snel bleek dan ook, dat dat niet het geval was, want binnen een jaar moest het al twee dure reparaties aan het vergrendelingsmechanisme ondergaan. Op Openbare Werken fronstte men de wenkbrauwen. Dat onbeduidende oeververbindinkje werd zo wel erg duur.

 

 

Het bericht dat het bruggetje moest worden gesloopt, werd al spoedig wereldkundig gemaakt. En zo voltrok zich een kleine ramp voor de wijk.

 

http://www.onanslemming.nl/plaatjes/koponan3.jpg

 

Hedendaags Commentaar van Onans Lemming bij deze column:

De wijk die Onans Lemming hier beschrijft is De Oosterpoort in Groningen. Hij woont er nog steeds, op hetzelfde adres. De wijk is de afgelopen 20 jaar enorm opgeknapt en is nu een van de populairste wijken van Groningen. Het is de Jordaan van Groningen. Winkels zijn er weer volop, er zijn zelfs 3 kappers en 2 bloemenzaken, omdat de wijk weer veel kinderrijke gezinnen telt en aanpalend een nieuwe wijk is verrezen, die voor veel klandizie zorgen.

 

http://www.rtvnoord.nl/asp-foto/pics/groningen/GroningenCentrum57.jpg

Het Trompbruggetje

 

Het fietsbruggetje, dat Onans Lemming hier beschrijft, is het Trompbruggetje. Bij het wel en wee van het bruggetje heeft Onans Lemming ter verhoging van het dramatisch effect zich een vrijheid veroorloofd door het bruggetje te laten slopen, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet het geval was. Verder klopt het verhaal van de brugwachters helemaal en daar heeft Onans Lemming zelfs last mee gekregen.

De nieuwe brugwachter, die door Onans lemming zo liefdeloos voor het bruggetje werd neergezet, woonde schuin tegenover Onans Lemming. Toen deze column in het plaatselijke buurtkrantje verscheen, herkende de nieuwe brugwachter zich onmiddellijk in dit portret en dat uitte hij door een hekel te krijgen aan Onans Lemming. Het is soms hard de waarheid zwart op wit te zetten.

Het fietsbruggetje is dus niet gesloopt en ligt er even florissant bij als vroeger. De klink slaat zelfs weer nagenoeg geluidloos in het klinkgat, Niet omdat de nieuwe brugwachter weer evenveel liefde voelt voor het oude bruggetje als de oude brugwachter, maar omdat het systeem is gemechaniseerd en de techniek het liefdevolle werk van de oude brugwachter voortreffelijk heeft overgenomen. Techniek hoeft niet altijd koud en kil te zijn. Het enige probleem met het bruggetje is nu, dat het bij slecht weer wel erg glad wordt en het dus oppassen is geblazen.

Als u eens in Groningen komt, is een bezoekje aan de Oosterpoort zeker de moeite waard – Onans lemming ziet ook steeds meer buitenlandse toeristen in zijn wijk – en kunt u met eigen ogen zien of de beschrijving van Onans Lemming van deze buurt klopt.

De column had voor Onans Lemming ook een diepere betekenis dan alleen het beschrijven van zijn buurt. Het verhaal van het fietsbruggetje stond symbool voor de verloedering van de maatschappij en dat er steeds respectlozer  wordt omgegaan met zaken, die hun waarde al eeuwen hebben bewezen.

 

Suggestie: Als u met uw muis op een tekening gaat staan en u klikt 1x op de rechtermuisknop en u gaat naar ‘afbeelding bekijken’ en klikt 1x op de linkermuisknop, dan ziet u de tekening op ware grootte. Als u dan nog een keer klikt ziet u de tekening op reuzenformaat! 

UIT DE OUDE DOOS 01

Friday, January 23rd, 2009

UIT DE OUDE DOOS 01

Auteur: Karel Hageman 

Datum: 23-01-09

Onans Lemming verscheen in de jaren ’80 en beginjaren ’90 als blaadje waar je je op kon abonneren. Een abonnement kostte nog geen 20 gulden per maand en dan plofte om de 2 weken op vrijdag de nieuwste Onans Lemming bij je op de mat. Het blaadje bestond uit één A-4’tje en was voorzien van illustraties door Karel Buskes, de later zo befaamd geworden koeienschilder. Het lijkt Onans lemming wel een aardig idee om deze oude nummers opnieuw te publiceren en van hedendaags commentaar te voorzien. Eems kijken of ze niet ontzettend gedateerd zijn. Daar gaat-ie dan!

 

EEN KLEINIGHEID

 

Auteur: Karel Hageman
Datum: 5 april 1988
Illustraties: Karel Buskes

 

Onaangekondigd stapte de man de klas binnen. ‘Het lokaal moet ontruimd worden’, sprak hij op krachtige toon. De leerlingen lieten het zich niet tweemaal zeggen. Hals over kop repten ze zich naar buiten, Hageman, docent economie, verbluft achterlatend midden in de uitleg van een vraagstuk. ‘Ik ben van de gemeente. Er schijnt iets met het bord te wezen’, zei de man.
Er begon Hageman iets te dagen. Ruim een jaar geleden, had hij ooit de conciërge benaderd, met het vriendelijke doch dringende verzoek of die een klein mankement aan zijn schoolbord wilde herstellen. Hageman, midden in zijn midlifecrisis, was zeer gehecht aan zijn prachtige bord. Het was een rots in een woelige onderwijsbranding, een baken in de onzekere zee van fusiebesprekingen, ontslagen, nieuwe rechtspositieregelingen, de invoering van het prikkloksysteem, het moduleren en alle andere verworvenheden, die circulaires in een onafgebroken stroom aankondigden. Hij probeerde het zelfs niet meer bij te benen.


Dikwijls kon hij een grondige aversie tegen het onderwijs niet onderdrukken, maar als hij dan weer zijn prachtige bord zag – in feite was het een middenbord met twee zijborden – dan wist hij weer, waarom hij dit vak gekozen had. Het bord besloeg de volle breedte van de korte klassenwand. Eén zijbord was gelinieerd, erg prettig voor het maken van grafieken. Er mankeerde slechts een kleinigheidje aan. Aan één kant ontbrak een ringetje, dat het middenbord met de metalen stang moest verbinden, waarlangs het op en neer
geschoven kon worden. Dat had tot gevolg dat het bord uit het lood raakte, als er wat ruw aan gesjord werd. Iets waar leerlingen, die voor de klas moesten komen, soms schik in leken te hebben. De conciërge had het verzoek welwillend aangehoord, maar het had niet tot enig resultaat geleid. Zelfs niet na enkele herhalingen. In arren moede had Hageman de kwestie zelfs eens op directieniveau aangekaart. Hij was inmiddels gewend aan het euvel. Eigenlijk ervoer hij het niet eens meer als zodanig. En daar stond nu die man, in zijn overall, met een gereedschapskist aan zijn voeten. Van de gemeente maar liefst. ‘Er schijnt iets met het bord te wezen.’ Hageman schraapte zijn keel en liep op het bord toe. ‘Kijk,’ zei hij, ‘hier ontbreekt een ringetje.’ Hij liep naar de kant van het bord, waar het ringetje wel aanwezig was. ‘Precies zo’n ringetje als dit. Kunt u dat er weer aanzetten?’ De man keek bedenkelijk. ‘Da’s nog niet zo simpel. Dat valt niet mee. Dat is maklijker gezegd dan gedaan.’ Hageman dacht dat de man hem niet begrepen had en zette de geringe problematiek nog eens uiteen. ‘Jaja’, zei de gemeente. ‘Ik heb je wel begrepen. Maar zie je dan niet hoe dat bord in de vloer en het plafond verankerd is?’ Hageman keek naar boven en naar beneden, en aanschouwde de constructie met tevredenheid. De relevantie van de opmerking ontging hem echter. ‘Het lokaal is minstens twee dagen onbruikbaar’, vervolgde de gemeenteman. ‘Hoezo, twee dagen?’ riep Hageman. ‘Zie je dan niet hoeveel werk dat slopen kost?’ antwoordde de man. ‘Slopen??’ riep Hageman ontsteld; ‘ik hoef alleen maar een ringetje.’ ‘Meneer, dat doen we niet meer, dat is verouderd. Vervangen is veel goedkoper dan repareren. Ieder zijn vak, meester. Jij legt de leerlingen de sommen uit, ik zorg dat jij een goed bord krijgt.’ Hageman begreep dat hier niet te argumenteren viel. Als econoom van de oude stempel, kon hij de redenering niet volgen. Een zelfde verlammende gevoel als bij alle onderwijsvernieuwingen overmande hem. ‘Ik zie het wel’, zei hij moedeloos en sjokte de klas uit.


Twee dagen later kwam hij zijn lokaal weer binnen. Hij trof de gemeente aan, die juist doende was zijn gereedschap op te bergen. Vol trots toonde de man het product van zijn vakmanschap. Hageman zag en begreep. Hier viel niets meer te praten. Woorden zouden hem trouwens toch tekort schieten en een brok stak in zijn keel. Het fantastische mooie oude efficiënte bord had plaats gemaakt voor een klein, lullig schoolbordje, dat aan oppervlakte nog geen kwart besloeg van zijn voorganger. Bovendien zat het nieuwe bord muurvast. Naar boven en beneden schuiven was er niet meer bij. Hij deed een stap naar voren, en toen begon zijn hart wild te bonzen. Middenin het bord zat een gat met een doorsnee van minstens vijf centimeter. Hageman snakte naar adem. ‘Een gat!’ stiet hij uit. ‘Wat moet ik met een gat in mijn bord?’ De gemeente haalde zijn schouders op. ‘Geen punt, vullen we toch even op met wat schoolbordplamuur? Zie je er niets meer van.’
De plamuur werd inderdaad aangebracht. Met schoolbord had het spul weinig te maken. Je kon er niet op krijten. Hageman moest voortaan het midden van zijn bord mijden. Zijn regels vertoonden derhalve vreemde kronkels.
Hageman was zijn zekerheid kwijt. De aardigheid van het lesgeven was er de eerstvolgende dagen volledig af. Hij herwon echter zijn zelfvertrouwen, toen op de derde dag plotseling, tijdens de les, het deel van het kalken plafond, waar zijn oude bord bevestigd was geweest, naar beneden kwam. ‘Dat verbaast me niks’, riep hij met bekalkte schouders. ‘Als de hele school instort, verbaast het me nog niks. Jongens, het lokaal moet ontruimd worden.’

De leerlingen lieten zich dat niet tweemaal zeggen. Hals over kop verlieten ze het lokaal. Hageman sardonisch lachend achterlatend. Voor het eerst van zijn leven genoot hij van de puinhopen van het onderwijs.

 

 

Hedendaags commentaar van Onans Lemming bij deze column:

Je kan aan deze column merken, dat hij er 14 dagen aan gewerkt heeft. Nu ramt hij z’n betweterige ongenuanceerde commentaren (voor zover hij al commentaar geeft) onder krantenartikelen, zonder ze verder over te lezen, en weet niet hoe snel hij weer naar het volgende krantenartikel moet. Dat is jammer, want gaat ten koste van de kwaliteit, voor zover er überhaupt nog met zo’n werkwijze van enige kwaliteit sprake is. Onans Lemming denkt er dan ook over om de oude draad binnen een jaar weer op te pakken en alleen nog maar columns te schrijven, waar hij de tijd voor heeft genomen.

Het aardige van deze column is, dat het precies zo gebeurt is, zoals het er staat. Hij hoefde er niets aan toe te voegen en had het alleen maar op te schrijven. Sterker nog, in werkelijkheid was het nog erger, omdat de mooie antieke houtenvloer ook binnen een half jaar vervangen moest worden, omdat die ineens grote scheuren vertoonde. Onans Lemming was echter bang, dat u het verhaal dan niet meer zou geloven, omdat de realiteit nu eenmaal ons verstand ver te boven gaat.

Onans Lemming kende aan deze column ook nog een diepere betekenis toe. De column stond symbool voor de stroperige bureaucratie, waarin niemand meer verantwoordelijkheid heeft. Want wat is het geval? In het begin heeft Hageman een prachtig lokaal met alle toebehoren van dien en op het eind heeft hij een waardeloos lokaal en zijn er veel kosten gemaakt. In die tussentijd moet er dus iets vreselijk fout zijn gegaan. Maar wat dan en wie kun je als schuldige aanwijzen? Had Hageman nooit naar de conciërges moeten stappen om te vragen of ze het bord wilden herstellen? Natuurlijk wel, want daar zijn conciërges voor. Hadden de conciërges het dan niet moeten uitbesteden aan de gemeente? Natuurlijk wel, want die hebben hun richtlijnen waar ze zich maar aan te houden hebben. Had de man van de gemeente dan het bord niet moeten vernieuwen maar herstellen? Natuurlijk wel, want ook de man van de gemeente heeft z’n richtlijnen en knappe koppen hebben uitgerekend, dat vernieuwen veel goedkoper is dan herstellen. Kortom, je zit met een totale ramp waar niemand de verantwoordelijkheid voor draagt, laat staan dat je er iemand de schuld van kan geven. Het geeft aan aardig beeld van de werkelijkheid.

 

Suggestie: Als u met uw muis op een tekening gaat staan en u klikt 1x op de rechtermuisknop en u gaat naar ‘afbeelding bekijken’ en klikt 1x op de linkermuisknop, dan ziet u de tekening op ware grootte. Als u dan nog een keer klikt ziet u de tekening op reuzenformaat!