Archive for August, 2006

BICULTUREEL ONDERWIJS, NIET ALLEEN VOOR MINDERHEIDSGROEPEN

Thursday, August 31st, 2006

Bron: Informatief / Wolters-Noordhoff
Auteur: Karel Hageman / Piter Bergstra
Datum: 1980

In de twee voorgaande artikelen hebben we gesignaleerd dat het nogal een schort aan motivatie bij de leerlingen en hoe scholen steun van buitenstaanders kunnen krijgen bij de begeleiding van leerlingen, die niet goed functioneren. De scholen, zo bleek, zijn slecht toegerust om de problemen tegemoet te treden. In het gunstigste geval tracht men gebleken motivatieproblemen wat te verminderen, maar men komt er niet aan toe omstandigheden te scheppen, die het ontstaan ervan tegengaan. Dat wil niet zeggen, dat zoiets onmogelijk zou zijn.
Een fundamenteel andere aanpak van het onderwijs lijkt hiervoor echter nodig. In dit licht hecht men in sommige onderwijskringen veel waarde aan de ervaringen met het bicultureel onderwijs.

Nederland is hard bezig zich te ontwikkelen in de richting van een multiraciale samenleving. Steeds meer kinderen van Griekse, Marokkaanse, Turkse, Joegoslavische, Spaanse, Portugese, Surinaamse, Molukse en andere afkomst verlevendigen het straatbeeld van stad en dorp. In de scholen vindt men hetzelfde beeld terug. Aan de docent de niet geringe opgave om al deze loten van totaal verschillende culturele achtergrond op aansprekende wijze les te geven. Kan het voortgezet onderwijs inspelen op deze ontwikkeling, die zich waarschijnlijk alleen maar zal voortzetten? Als men de voorstanders van intercultureel onderwijs mag geloven, dan kan dat inderdaad.

Intercultureel onderwijs stelt de leerling in staat, zijn eigen cultuur te vergelijken met die van een ander. Culturele minderheden krijgen de gelegenheid zich te verdiepen in hun eigen cultuur, en wel zo, dat ze deze kunnen relateren aan een andere, in casu de Nederlandse cultuur. Voor de Nederlandse leerling geldt hetzelfde: hij verruimt zijn blik door kennis te nemen van de cultuur van de van oorsprong niet-Nederlandse leerlingen. De gedachte is, dat elke leerling op die manier profiteert van de aanwezigheid van verschillende culturele achtergronden.
Minister Pais is een groot voorstander van deze vorm van onderwijs. Dat mag men tenminste afleiden uit het feit dat op allerlei onderwijsposten bbezuinigd wordt, behalve op bicultureel onderwijs, de vorm van intercultureel onderwijs die in de praktijk het best hanteerbaar lijkt. Men kan zich afvragen, wat de motieven van de minister zijn. Bicultureel onderwijs met als doel een zo soepel mogelijk verlopende assimilatie van culturele minderheden, of als principiële erkenning van het recht van elk individu en elke groepering om de eigen cultuur en dus identiteit te beleven. Im 1978 huldigde de minister, gezien de regeringsnota ‘De problematiek van de Molukse minderheid in Nederland’, nog het eerste standpunt, maar in de begroting voor 1980 stond: Onderwijs in de eigen cultuur wordt om zichzelf gewaardeerd, en ook voor Nederlandse leerlingen wordt bicultureel onderwijs waardevol gevonden.

Katalysator
De Zuidmolukse minderheid wordt in de titel van de depertementale nota genoemd, en dat is niet toevallig. Sinds de bewuste ‘acties’ is de bereidheid om van overheidswege iets te doen aan de problematiek van de Molukkers gegroeid. De aanwezigheid van deze etnische en culturele in Nederland zou best eens als katalysator kunnen gaan werken binnen de ontwikkeling van het bicultureel onderwijs . De minister heeft gelden beschikbaar gesteld aan de havo-afdeling van De Eekhorst in Assen.

Directielid van De Eekhorst: ‘Niet dat we zo nodig in eerste instantie de bedoeling hebben om van iedere Molukse student een optimale Molukker te maken. Nee, we proberen van hem of haar een optimaal mens te maken’.

De Eekhorst heeft steeds een relatief groot aantal leerlingen van Molukse afkomst onder zijn bevolking geteld: een evidente probleemgroep. De havo moet het geld - in feite gaat het om het ‘geringe’ aantal van 29 extra uren - besteden aan experimenten met bicultureel onderwijs. Als enige voorwaarde stelde de minister, dat na afloop van de proef, die drie jaar zou mogen duren, een uitvoerig verslag zal worden opgemaakt. De school mag zelf vorm en inhoud geven aan het biko.
De minister vroeg tevens de scholen voor algemeen voortgezet onderwijs, en voor lager en middelbaar beroepsonderwijs in Assen en Smilde, om een project biko aan te gaan onder coördinatie van De Eekhorst. Een negental scholen heeft zich daartoe bereid verklaard, maar wel met dien verstande, dat men eerst een jaar in de nulfase wenst te verkeren, waarin de haalbaarheid en wenselijkheid van het project nog ter discussie blijven. Zo stelt men zich als voorwaarde, dat het overleg met de Molukse gemeenschap bevredigend moet verlopen, want goede ‘externe’ contacten met deze bevolkingsgroep worden voor het welslagen als essentieel gezien.

Discussiestelling biko: De pluriforme samenleving is een onontkoombare: de Nederlandse ouder moet blij zijn dat zijn kind op school in aanraking komt met en kennis en begrip opdoet van en voor andere culturen.

Ook een werkgroep basisonderwijs, waarin de basisscholen en de P.A.-afdeling van De Eekhorst participeren, is bij het experiment betrokken. Deze werkgroep stimuleert niet alleen het biko in de scholen, maar ontwikkelt ook concrete lesprojecten.

Kwartetten
Voorbeeld. De illustratie op deze pagina toont een kaart van een kwartetspel. Het spel is bedacht en uitgevoerd door Zuidmolukse en Nederlandse havo-leerlingen van De Eekhorst. Het kwartetspel blijkt goed te voldoen als didactische werkvorm bij de zaak- en expressievakken. Deze methode vereist wel een thematische opzet van het onderwijs, waarbij vooral algemene thema’s, die voor alle in de klas aanwezige culturen herkenbaar zijn. Onderwerpen als wonen, werken, voeding, kleding, vervoer, godsdienst en maatschappelijke organisatie lenen zich er goed voor. Ze bieden de individuele leerling bovendien de kans om hun eigen culturele situatie erin te verwerken.

Discussiestelling biko: Voor zinvol en gericht bicultureel onderwijs is het antwoord op de vraag of men in Nederland wil blijven dan wel wil remigreren niet relevant.

Een thematische aanpak houdt echter meer in dan een keuze van geschikte onderwerpen. Er wordt gewerkt aan een actieve begripsvorming, die het vermogen om de eigen situatie te doorzien, te ordenen of zelfs te relativeren, bevordert. Begrippen dienen om verschijnselen te benoemen en te rubriceren, om ontwikkelingsprocessen te onderkennen en verbanden te leggen. Voor een goede begripsontwikkeling is een gevarieerd aanbod van werkvormen een vereiste. Het vervaardigen van een kwartetspel is een werkvorm, waarin kijk-, praat-, zoek- en doe-situaties aan bod komen.

Individualisering
Deze onderwijsmethode speelt duidelijk in op de tendens, die men ook bij de middenschool kan waarnemen, n.l. de individualisering van het onderwijs. Ook in het bicultureel onderwijs is individualisering een kernbegrip, evenals differentiëring. Voor de docent vloeit hier nogal wat werk uit voort. Zij zullen ook kennis moeten nemen van de cultuur van de ander.

Discussiestelling biko: Een pluriforme samenleving verrijkt ieder door zijn veelkleurigheid en moet uit dien hoofde als een positief goed worden beschouwd.

Het biko-project streeft voorts naar overbrugging van de kloof tussen de twee talen die thuis en op school worden gesproken: het Maleis en het Nederlands. De Eekhorst heeft een docente in de Maleise taal en een speciale leraar die Nederlands geeft aan Zuidmolukkers. De 29 uren, die de minister beschikbaar heeft gesteld, blijken in de praktijk bij lange na niet voldoende. Menig leraar die zich inzet voor verbetering van het onderwijs, zal dit verschijnsel trouwens herkennen.

Van oudsher pluriform
Op De Eekhorst gaat men uit van de overtuiging, dat de aanwezigheid van verschillende culturen binnen een gemeenschap een positieve benadering vraagt. Angst voor het vreemde moet plaats maken voor de erkenning dat ‘je je moet laten verrijken door het anders zijn van de ander.’ Dit kan bovendien de ogen openen voor het feit, dat de Nederlandse samenleving al lang vóór de komst van Molukkers, gastarbeiders en bijv. vluchtelingen uit Vietnam, een pluriforme samenleving was.

Discussiestelling biko: Botsende waardepatronen van twee culturen zijn ter weging van het individu en niet van de school.

Er zijn regionale en klasseverschillen, waarmee het onderwijs onvoldoende rekening houdt. Het standaard-Nederlands wordt gepresenteerd als hét Nederlands, de geschiedenis van Holland als dé geschiedenis van Nederland.
Als het Asser experiment slaagt, is er ook voor scholen in andere delen van het land aanleiding om zich te oriënteren op de mogelijkheden die het bicultureel onderwijs biedt.

Directielid van De Eekhorst: ‘Ik hoop, dat de Molukkers ervan overtuigd raken, dat wij waarde toekennen aan hun cultuur. Maar in principe geldt dat voor alle culturen en minderheden. Wil een student bij een bepaald vak twee culturen tegenover elkaar plaatsen, dan kunnen ze tegenover de Nederlandse even goed die van de Surinamers of de zigeuners stellen. Mar als je binnen je eigen school een minderheid hebt, dan heb je wel een unieke kans’.

Informatie bij: K.Hageman, p/a De Eekhorst, Platolaan 2, 9404 EN Assen

DE BEGELEIDER BEGELEID

Wednesday, August 30th, 2006

Bron: Informatief / Wolters-Noordhoff
Auteur: Karel Hageman / Piter Bergstra
Datum: 1980

Een school is geen ‘lesfabriek’ en docenten willen méér zijn voor hun leerlingen dan ‘lesboer’. Als het even kan, willen zij de leerlingen begeleiden bij problemen op het persoonlijke vlak. Dat is begrijpelijk, want zulke problemen zijn van invloed op de studieresultaten.
Docenten betreden daarmee een terrein dat speciale vaardigheden vergt. Vaardigheden die zij meestal in de opleiding niet hebben meegekregen. Het hoeft dus niemand te verbazen, dat her en der activiteiten ontplooid worden die gericht zijn op training en begeleiding van de leerlingenbegeleiders.

Training
Prof.dr.G.Lang is verbonden aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zijn leeropdracht luidt: onderwijs in de psychologie, in het bijzonder de individueel toegepaste psychologie. Sinds zes jaar is hij actief betrokken bij cursussen gespreksvoering aan leerlingenbegeleiders. De nadruk ligt hierbij op het ontwikkelen van sociale vaardigheden.
De leraar, meent prof.Lang , moet zich bewust zijn van de invloed die zijn benadering op de leerling uitoefent. Aan de ene kant staat de ouderwetse autoritaire leraar, die zegt: ik ben de man en ik maak hier de dienst uit. Aan de andere kant staat de leraar die volkomen maatje gelijk speelt. Het is belangrijk, dat iedere leraar, iedere school, het juiste midden weet te vinden tussen deze extreme uitgangspunten. Op de meeste scholen probeert men dat ook wel. In het algemeen streeft men naar samenwerking.
‘De leraren hangen de filosofie van het samenwerkingsmodel wel aan, en ze benaderen de leerlingen naar hun beste weten, maar ze missen de professionele opleiding om hun denkbeelden tot uitdrukking te laten komen in hun contacten met de leerlingen,’ aldus prof.Lang. Duidelijkheid is volgens hem een eerste vereiste. Er moeten afspraken met de leerlingen gemaakt worden, strikt zakelijke afspraken.

Vruchteloze gesprekken
Henk heeft problemen.
De mentor: ‘Henk, hoe gaat het?’
Henk (op z’n hoede): ‘Oh, goed.’
De mentor: ‘Je hebt dus geen problemen of zo?’
Henk: ‘Nee hoor.’
Gesprek afgelopen, Henk niet geholpen, leraar gefrustreerd.
Tijdens de cursus - die een reeks van tien tot twaalf halve dagen in beslag neemt - besteedt men andacht aan de training in tweegesprekken, met de bedoeling dit soort vruchteloze dialogen te voorkomen. Nu is iedereen het ermee eens dat de bovenbeschreven manier fout is. Maar in de praktijk blijkt het voeren van een goed gesprek niet mee te vallen. Belangrijk is dat de leraar zijn/haar motivatie duidelijk maakt. De leerling ziet de leraar immers in de eerste plaats als iemand die hem cijfers geeft, beoordeelt. De mentor zou het gesprek daarom bijvoorbeeld zo kunnen inleiden:
‘Zeg Henk, de laatste tijd valt het me op dat je wat onrustig bent. Ik kan me vergissen hoor, maar ik heb de indruk dat je ergens mee zit. Niet dat ik er iets mee te maken heb, maar ik wil graag dat het goed met je gaat, en ik zou het erg jammer vinden als je resultaten op school er onder zouden lijden.Als je er eens met mij over zou willen praten, dan ben je welkom.’
De leerling moet hierbij overigens niet de illusie krijgen, dat de mentor het probleem wel even voor hem zal oplossen.

Confrontatie
De cursus bestaat uit luisteroefeningen en gespreksevaluatie en analyse. Luisteren is een kunst die niet iedereen verstaat. Je moet niet te snel denken dat je begrijpt wat de ander bedoelt. Je moet hem rustig laten uitspreken en eventueel preciserende vragen stellen. Terugkijken op een gesprek (Hoe is het verlopen? Waar ging het goed of fout?), hoort wel bij de opleiding van de psycholoog, maar (helaas nog) niet bij die van de leraar.
De gesprekstraining gebeurt in de vorm van rollenspelen, die met video worden geregistreerd. Dit maakt een analyse van het gesprek mogelijk. De confrontatie met het eigen gedrag blijkt zeer verhelderend.
Uit reacties van deelnemende leraren is het prof.Lang gebleken, dat deze trainingen beslist vrucht afwerpen. Ze blijken de docenten enig houvast te geven bij hun activiteiten in die moeilijke ‘zachte’ sector. Zo ‘zacht’ is die trouwens ook weer niet, want het gaat hier om het aanleren van gestructureerde gesprekstechnieken, waar specifieke vaardigheden voor nodig zijn, aldus de Groninger hoogleraar.

Begeleiding
Het MOB (Medisch Opvoedkundig Bureau) in Groningen onderhoudt sinds vijf jaar regelmatig contacten met een tiental voortgezette opleidingen in de provincie, van lbo tot vwo. Eens per twee weken gaan vaste contactpersonen, psychologen of maatschappelijk werkers, bij de scholen op bezoek. Zij voeren op informele wijze gesprekken met de mentoren. Met de leerlingen heeft men geen contact, of het moet al zijn na een verwijzing. Gaat die verwijzing naar het MOB (dat hoeft niet zo te zijn), dan ontfermt iemand anders dan de contactpersoon van de school zich over de leerling.
Over de functie van de consultaties (want zo heet het overleg tussen de contactpersonen van het MOB en de mentoren) spreken we met twee MOB-medewerkers, mevrouw A.F.Reerink en mevrouw T.Weening, en met een groepje leraren van scholen die al enige tijd profiteren van de MOB-diensten.
Tijdens de veertiendaagse consultaties komen onderwerpen aan de orde als: Hoe ruim zie je je taak als mentor? Hoe ver mag je bemoeienis gaan met het privéleven van de leerling en het gezin waar hij uit komt? Wat is de grens van je tolerantie? Mag je als mentor wel kwaad worden op een leerling? Hoe trek je als lerarenkorps één lijn? Hoe kun je in dit speciale geval een gesprek het beste aanpakken? Moet je een zeer problematische leerling maar opgeven? Hoe vang je nieuwkomers in hogere klassen op?
Het MOB biedt bij deze en soortgelijke problemen geen pasklare oplossingen, maar heeft wel een functie bij de meningbepaling. Door de vragen van een buitenstaander komen de docenten tot een duidelijker formulering van hun vaak wat ‘onderhuids’ aanwezige visie.

Privéleven
Tja, hoe ruim zie je je taak als mentor? Moet je voortdurend beschikbaar zijn, zelfs midden in de nacht en in de vakanties? Of moet je op een gegeven moment voor jezelf kiezen?
Iedere leraar heeft zijn eigen grenzen. Het is zinvol daar eens over te praten en in te zien dat de één de ander niet is; dat kan scheve gezichten voorkomen.
Voor de school als geheel geldt hetzelfde. Mevrouw Reerink: ‘Het is niet zozeer belangrijk hoe ver je als school wilt gaan. Als de keuze die gedaan wordt maar duidelijk is. Trouwens, de waarheid heeft niemand in pacht. Bovendien zijn de normen voortdurend aan verandering onderhevig.’
En de bemoeienis met het privéleven van de leerling? Stel: een meisje uit de brugklas ziet er belachelijk uit: haar haar zit idioot en haar kleren zijn volkomen ouderwets. De mentor merkt dat haar klasgenoten haar ermee plagen. Kan, mag een mentor dan naar de ouders gaan om hierop te wijzen? Je stapt dan ‘als school’ in het privéleven van een ander en als puntje bij paaltje komt heb je daar niets mee te maken. Besluit je het tóch te doen, hoe kun je dat dan het beste inkleden?
Nog een voorbeeld: een leerling wil het huis uit, maar haar ouders vinden dat niet goed. Moet je als mentor bemiddelen? Of: een leerling woont bij zijn gescheiden moeder en nu wil ook zijn vader naar de ouderavond komen. Er dreigen moeilijkheden. Mag een school de komst van de vader tegenhouden?

Keihard
De mentor moet wel duidelijk grenzen aangeven. Mijn tolerantie gaat tot hier en niet verder. Want op een gegeven ogenblik kan het nodig zijn je ‘begrip’ voor een leerling aan de kant te zetten en hem keihard te zeggen, dat hij op de verkeerde weg zit. De mentor mag best met de vuist op tafel slaan als hij onredelijk bejegend wordt. Dit gaat tevens het gevaar tegen, dat de leerlingen de docenten gaan scheiden in bokken en schapen: aan de ene kant de schoolleiding die klaar staat met een zak vol sancties, aan de andere kant de lieve, aardige en altijd begrijpende mentoren.
De contacten met het MOB - of een andere daarvoor in aanmerking komende instantie - bieden de docenten een platform om regelmatig over zulke onderwerpen te kunnen praten. Volgens de bij het gesprek voor dit artikel aanwezige docenten, hebben de contacten een positieve invloed op de communicatie tussen schoolleiders en leerlingenbegeleiders, tussen leerlingenbegeleiders onderling en tussen de docenten en de leerlingen. Dit alles in het belang van de leerlingen, die - inderdaad - behoefte hebben aan duidelijkheid.
Een besluit om een problematische leerling ‘op te geven’, drukt zwaar op het geweten. De mentor beseft immers dat de desbetreffende leerling dan helemaal de mist in gaat. Het kan in zulke situaties bevrijdend werken als een buitenstaander, die van hulpverlening zijn beroep heeft gemaakt, dan zegt: ‘Wij zouden ook niet weten hoe we hier moesten helpen, hoe zou jij het dan kunnen?’
Ook kan de ‘onsympathieke’ afweging van het groepsbelang tegen het belang van de ene probleemleerling een legitimerende rol spelen.

Vervlakking
Een school die bij dit soort problemen hulp wil hebben, kan kiezen uit verschillende vormen. Men kan een psycholoog in vaste dienst nemen, naar wie alle problemen worden doorverwezen. De leerling zit dan wel dadelijk in de hoek van de professionele hulpverlening. Nadelen hiervan zijn de stigmatiserende werking en een dreigende vervlakking van de verhouding docent-leerling. De gespreide aanpak is waarschijnlijk beter. De band met een instituut als het MOB maakt het mogelijk om in acute gevallen snel overleg te plegen met de contactpersoon, die - als het goed is inmiddels - een goede relatie is geworden.
De samenwerking van scholen met bureaus als het MOB werkt trouwens naar twee kanten positief. Instituten met dergelijke namen (de term Medisch Opvoedkundig Bureau is volgens de dames Reerink en Weening achterhaald, omdat het werk slechts zeer ten dele medisch of opvoedkundig is) hebben een hoge drempel voor het publiek. De hulpverlener krijgt door de contacten met een school de gelegenheid zelf de boer op te gaan. En zo maakt hij kennis met het hedendaagse schoolleven. Want ook al heeft iedereen zelf ervaringen uit zijn eigen schoolperiode, het is goed de veranderingen van dichtbij te blijven waarnemen en inzicht te krijgen of te houden in een heel belangrijk stuk leven van hulpvragers.
Het MOB in Groningen rekent de vaste contacten met scholen tot het takenpakket. Maar nog niet alle MOB’s in den lande doen dit. Mevrouw Reerink hoopt, dat meer collega-instituten het Groninger voorbeeld zullen volgen. En gezien de positieve resultaten - zowel voor de scholen, als voor de bureaus zelf - zou men willen dat deze hoop niet ijdel is.

DE LEERLING, VAN CONSUMENT TOT PRODUCENT

Tuesday, August 29th, 2006

Bron: Wolters-Noordhoff

Auteur: Karel Hageman / Piter Bergstra
Datum: 1980
Werkwijze die absenteïsme uitbant

De leerlingen maken de dienst uit. Zij bepalen vorm en inhoud van de lesstof en ze beoordelen elkaars resultaten. De rol van de leraar is die van adviseur, uitvoerder en dienstverlener. Ziedaar een profiel van de vakgroep Nederlands in de 4e en 5e klas van de havo-opleiding van De Eekhorst te Assen. De vakgroepen hebben sinds vorig jaar een officiële status binnen de school, compleet met statuten. Drijvende kracht erachter zijn J.ter Horst (50) en een aantal gemotiveerde leerlingen.

Het vakgroepssysteem draait vier jaar. Iedere klas vaardigt aan het begin van het schooljaar twee leerlingen af naar de vakgroep, die op dit moment bestaat uit zes leerlingen en de leraar. Eens per week vergadert men een uur. De meerderheid van stemmen beslist. De stem van de leraar heeft niet meer invloed dan die van een leerlinglid. Hoe komt dat bij een leraar over, zo’n totaal nieuwe situatie?

Volgens de heer Ter Horst valt het niet mee. Meer nog dan eerst moet hij letten op de invloed die hij op de leerlingen uitoefent. Hij zit nu in een fundamenteel andere rol dan die van de autoritaire leraar die hij vroeger was. En die rol moet hij zo goed mogelijk spelen, om de vakgroep kans van slagen te geven. Dagelijks ervaart hij, dat hij minder prettig les geeft dan vroeger. Zijn uitgewerkte ideeën - ontwikkeld in 25 jaar onderwijservaring - zijn inderdaad uitgewerkt. Niettemin ziet hij het als zijn taak leerlingen te activeren. Hij heeft altijd een hekel gehad aan een systeem dat leidt tot leerlingen, die alles passief over zich laten komen en hun verantwoordelijkheid afwentelen op de leraar met zijn saaie lesstof en slaapverwekkende lessen. Bij het vakgroepsysteem zijn leren en het dragen van verantwoordelijkheid onverbrekelijk met elkaar verbonden. Absenteïsme bestaat dan ook niet meer.
Joris Butter (20) en Max Dekker (18) hebben beiden een jaar ervaring als leerling-vakgroepslid. Wat zijn hun ervaringen?

Baanbrekend
Brengt het lidmaatschap van de vakgroep veel werk mee?

Joris: Ja, als je het goed wilt doen, zeker. Veel werk moet je dan ook doen buiten schooltijd.
Max: Je hebt wel het gevoel dat je baanbrekend werk verricht, omdat we vorig jaar in de 4e klas projecten hebben opgesteld, die ze nu ook weer gebruiken. Er gaat ook veel werk zitten in het nakijken en meebeoordelen van proefwerken. Een leraar krijgt daarvoor betaald, maar voor ons is het puur idealisme.

Wordt de tijd en de energie die je in de vakgroep steekt gecompenseerd?
Joris: Er komen regels voor om het in punten te beoordelen. Er is een voorstel aangenomen, wat mogelijk maakt je ervaringen als vakgroepslid op te schrijven. Dit geldt dan als vrij tentamen.

Is het moeilijk om leden voor de vakgroep te krijgen?
Joris: In de meeste klassen is dat niet zo’n probleem.
Max: Vorig jaar was er in de vierde klas een grote strijd met verkiezingscampagnes.

Achterban
Hoe is het contact met de achterban?

Joris: Je moet de klas vooral goed op de hoogte houden van het besprokene. Na een vakgroepsvergadering delen we de notulen zo snel mogelijk in de klas uit. Tijdens een van de lessen Nederlands spreekt de klas deze door met de vakgroepsleden. De leraar is er dan wel vaak bij, maar we hebben hem ook wel eens weggestuurd als we dachten dat veel mensen hun mond zouden houden als de autoriteit erbij is. Zo’n houding hebben ze ook tegenover vakgroepsleden. Ze maken ons ook langzamerhand tot een autoriteit. Dat is een van de grootste problemen van de vakgroep. De grootste belemmering is de afgestomptheid van de leerling. Het strakke schoolsysteem en de situatie thuis zijn daarvan de oorzaak. Ouders willen cijfers zien.
Max: Leerlingen die door de directeur op het matje worden geroepen, geven altijd de schuld aan het slecht functioneren van de vakgroep. Als ze hun eigen verantwoordelijkheid niet meer aankunnen, gaan ze schelden op de vakgroep.

Is het nuttig om in een vakgroep te zitten?
Max: Je doet wel veel ervaringen op en wat dat betreft kan ik het iedereen aanraden. In de eerste plaats krijg je vergaderervaring, en in de tweede plaats werk je in een klein groepje intensief samen.
Joris: Je krijgt wel een andere visie op het onderwijsgebeuren. Je verplaatst je van consument naar producent. Je begint actief deel te nemen aan het onderwijs. Het is een belangrijke doelstelling om echt mee te doen aan het nadenken over onderwijs. We dwingen de klas een kritische houding af door ze steeds voor keuzen te stellen.

Liegen dat je barst
Vermindert het vakgroepsysteem autoriteitenvrees?

Joris: Ik heb vaak het gevoel gehad dat de leerlingen daar nu al te oud voor zijn.
Max: Misschien dat dat vermindert als meerdere vakken een vakgroep hebben, zodat iedereen lid is van een vakgroep.
Joris: Je moet veel eerder beginnen met het afschaffen van autoriteiten.
Max: Deze school heeft mij vooruitgeholpen. Op de vorige school was het ja en amen, of liegen dat je barst. Die autoriteitenangst zet zich voort in je verdere leven: angst voor je baas, angst voor ambtenaren, angst voor de deurwaarder.

Jullie bepalen als vakgroepsleden mede de cijfers. Is dat niet moeilijk?
Max: Ja, het is erg moeilijk om objectief te zijn. Als iemand wel heel ijverig is geweest, maar er verder niets van bakt, moet je zo iemand dan een twee of een drie geven? De leraar kwam een keer erg laag uit met een drie, maar wij stelden een vijf voor. Toen is het een vier geworden.
Joris: Ja, maar de leraar denkt, dat je er niets van leert, als je alleen ijver beloont.
Max: Werkstukken keken we in het begin allemaal na. Nu kijkt de leraar ze na, en kijken wij alleen na op punten waar we het eventueel niet mee eens zijn. Als vakgroepslid ben je wel erg kwetsbaar als je je op dit terrein begeeft. Maar het is op zichzelf heel goed om je medeleerlingen te beoordelen. Je krijgt daardoor een heel andere visie.

Verlengstuk van de leraar
Wat zijn jullie criteria bij het vaststellen van cijfers?

Max: We beoordelen in de eerste plaats of voldaan is aan de opdracht. Verder kijken we ook of het taalkundig goed is. Bij de een beoordeel je wel anders dan bij de ander. Bijvoorbeeld een Molukker die veel moeite met de taal heeft, beoordeel je anders dan iemand die dat niet heeft.

Wordt de vakgroep op die manier niet een verlengstuk van de leraar?
Max: In het begin was dat wel zo. We gingen bijna nooit tegen de leraar in. Het eerste project was dan ook helemaal van zijn hand. Het laatste project hebben we helemaal zelf bedacht.

Het lijkt ons erg moeilijk voor een leraar om een vakgroep te beginnen.
Joris: Daarom zou het erg nuttig zijn dit experiment kant en klaar aan te bieden.
Max: Ik ben van plan hierover een brochure te maken. Het is erg moeilijk voor een leraar om te werken met een vakgroep. Je kunt als leraar nooit je eigen hobbies meer botvieren. Dat is ook een van de belangrijkste redenen waarom niet meer leraren eraan beginnen.

Rendement
Kiezen de leerlingen in zo’n systeem niet altijd voor de makkelijkste onderwerpen?

Max: Nee, integendeel. Hoe langer we bezig zijn, hoe zwaarder het wordt. De mensen uit de klas vragen juist om spelling en grammatica.
Joris: En hoe je een sollicitatiebrief schrijft.

Zijn jullie niet bang om in moeilijkheden te komen met het eindexamen?
Max: Nee, want de verplichte onderdelen hebben we uitentreure geoefend. Vooral de laatste twee maanden zijn we bezig geweest met kleine schrijfopdrachten, waarnemingsopdrachten en het oefenen van zakelijke opstellen. Om over tekstanalyse maar niet te spreken!

Zou een vakgroep beter functioneren als je bij meer vakken een vakgroep had?
Max: Ja, want de achterban krijgt dan veel meer begrip voor een vakgroepslid, omdat ie-zelf ook in een vakgroep zit.
Joris: Als meer vakken een vakgroep zouden hebben, zou je een speciale dag kunnen uittrekken voor vakgroepswerk.

Wat vinden jullie ouders van jullie vakgroepswerk?
Joris: Ik woon op kamers en heb hier nauwelijks contact over met mijn ouders.
Max: Mijn vader denkt, dat mijn vakgroepswerk later in de maatschappij rendement zal opbrengen. Dat zie je ook met studenten die actief zijn in de studentenbeweging.

DE LEERLING VOLGT DE LESSEN - OF NIET?

Monday, August 28th, 2006

Bron: Informatief / Wolters-Noordhoff
Auteur: Karel Hageman / Piter Bergstra
Datum: 1980

‘Meneer, we mogen alles, maar we weten niet wat we willen. We zijn gewoon heel sloom, dus als we niks hoeven, doen we ook niks.’ Aldus een leerling tot een leerkracht. Nog zo één: ‘Nou meneer, dan blijf ik maar zitten. Dat maakt toch niet uit? Doe’k gewoon een jaartje over.’

Illustratief voor de mentaliteit van een groeiende groep leerlingen uit het voortgezet onderwijs, deze citaten. Het ontbreekt nogal eens aan de motivatie. Per jaar verlaten 30.000 scholieren het voortgezet onderwijs zonder diploma. Staatssecretaris De Jong zei in februari nog, dat het een schande is. ‘Een groot aantal jongen mensen voelt zich kennelijk niet thuis op school. Het scheppen van een goed klimaat voor de leerlingen is de belangrijkste doelstelling van een school. Belangrijker dan het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau’, zo zei hij.
Mooi gesproken. Maar de vraag blijft of gezelligheid de motivatie om wiskunde te leren, bevordert. Al is een goede sfeer natuurlijk belangrijk. Gezelligheid vinden de leerlingen thuis, in de kantine, in de stad. Daar gaan ze dan ook naar toe, en dat helaas steeds vaker tijdens de lessen.

Parkeerfunctie
Absenteïsme is een groeiend probleem waarmee alle scholen lijken te worstelen en waarvoor elke school eigen oplossingen zoekt. Mentoren en klasseleraren praten met leerlingen (heb je problemen, kan ik je ergens mee helpen?). Er zijn scholen met een systeem van snipperuren (per jaar mag men een vastgesteld uren verzuimen); men probeert het ook nog wel eens met sancties.
Vooral havo en vwo hebben het er moeilijk mee. Welke oorzaken zijn aan te wijzen voor de afwezigheid van leerlingen zonder geldige reden?
Een wiskundeleraar: ‘Kijk, de school heeft een heel andere functie gekregen dan vroeger, een parkeerfunctie. De leerlingen brengen er hun tijd door, zonder een duidelijk doel voor ogen. Het onderwijs moet, denk ik, wel op deze nieuwe functie inspelen’.
Een andere leraar: ‘Ik zou liever zien dat we een leerrecht hadden in plaats van een leerplicht. Lukt het niet de leerlingen te motiveren, dan is het veel beter dat ze de school maar verlaten.’
Hier valt waarschijnlijk wel wat voor te zeggen, ook al gezien het resultaat van een recent gepubliceerd onderzoek van het Nederlands instituut voor preventieve gezondheidszorg TNO. Schoolbroblemen behoren voor de jongeren in het voortgezet onderwijs tot de zwaarste waarmee zij te kampen hebben, aldus dit onderzoek naar klachten van scholieren in Noord-Brabant.

Toekomstverwachtingen
Een school kan van alles proberen om de leerlingen te motiveren, maar is niet in staat om in te spelen op de maatschappelijke ontwikkelingen die hun toekomstverwachtingen beïnvloeden. Leerlingen hebben niet het gevoel, dat de vervolgopleidingen en het bedrijfsleven hen met open armen opwachten. Als ze al een bepaald idee van hun toekomstig beroep hebben, dan is het nog maar afwachten of ze tot de opleiding worden toegelaten. Daarom kiezen ze vaak het zekere voor het onzekere bij de samenstelling van hun vakkenpakket. Wiskunde bijvoorbeeld neemt hierdoor een enorme vlucht, want dit vak is vereist voor vele vervolgstudies.
De interesse in het vak neemt echter niet toe, de leer- en motivatieproblemen derhalve juist wel. Vervelend voor de leraar, vervelend voor de leerling. Maar de laatste denkt bij de lessen te kunnen wegblijven en dat blijkt heel wat gemakkelijker dan vroeger, toen het klassikale systeem het gevoel ergens bij te horen en de daarmee gepaard gaande sociale controle meebracht.
Maar nu? Horden leerlingen overspoelen tussen de lesuren hun mammoetschoolgebouw. Wie zal controleren of Pietje naar de volgende les gaat of gaat spijbelen? De conciërge kan bezwaarlijk ieder uur alle lokalen langs gaan.

Een afspraak
Een leraar: ‘Wij tekenen wel ieder uur de absenten aan. Alleen, met deze informatie gebeurt erg weinig.’ Tja, wat moet je ook. Je kunt de leerling van school sturen, maar daar hebben scholen een hekel aan. Straffen, zoals terugkomen, extra huiswerk maken en dergelijke, werken niet meer.
Een lerares: ‘Als je een leerling wil laten terugkomen, moet je een afspraak met hem maken en dat is ontzettend moeilijk met die ingewikkelde roosters. Leerlingen zijn heel vindingrijk als het er om gaat een afspraak te vermijden. Ze halen er van alles bij om niet te hoeven, van gitaarles tot een bezoek aan de kapper. Als je dan eindelijk na veel moeite een afspraak hebt, dan komen ze gewoon niet opdagen en begint het hele gedoe weer van voren af aan. Je begint er gewoon niet meer aan. We hebben erover gedacht een speciaal uur hiervoor in te stellen, maar ook dat bleek al te moeilijk’.
Veel steun van de ouders hoeft de leraar niet te verwachten. Ouders lijken dikwijls niets te weten van de lesroosters van hun kinderen. ‘Hee, moet Piet vandaag naar school? Daar wisten wij niets van.’ En dat terwijl Piet iedere ochtend tot twaalf uur uitslaapt.

Beroepenvoorlichting
Een leraar van een lts (die deel uitmaakt van een mammoetschool voor lbo, mavo, havo en vwo) is positiever over de mogelijkheden om zijn leerlingen te motiveren. ‘Je moet veel aan beroepenvoorlichting doen,’ zegt hij. ‘Van de 100 beroepen kennen de leerlingen er 97 niet. Wij laten de leerlingen tijdens werkweken en excursies kennis maken met allerlei beroepen die aansluiten op hun mogelijkheden. Dat werkt heel stimulerend. Da’s trouwens wel nodig ook bij een lbo-opleiding binnen een scholengemeenschap, want lang niet alle lbo-leerlingen hebben voor hun opleiding gekozen. Velen hebben te horen gekregen dat ze de mavo niet aankunnen. In hun ogen is het lbo de laagste sport van de ladder. Wij proberen dat idee te veranderen bij ouders én leerlingen. Want iemand die alleen mavo heeft, is er veel ongelukkiger aan toe.’
Deze school houdt in de tweejarige brugperiode de vinger trouwens wel aan de pols door zorgvuldig te controleren wie spijbelt. De klasseleraar zoekt daarna naar een oplossing met de leerling.

Cijfers
Het spreekt vanzelf dat jongere leerlingen minder absenteren dan die uit de hogere klassen. In de brugklassen functioneert het klassikale systeem nog en de leerlingen zijn leerplichtig. Met oudere leerlingen gaan sommige scholen, uit nood geboren, regelingen aan. Ze zijn bijvoorbeeld niet verplicht de lessen bij te wonen, als ze de proefwerken en schoolonderzoeken maar meemaken. Dit systeem heeft weer het nadeel, dat het leerlingen die minder sterk in de schoenen staan, negatief kan beïnvloeden.
Cijfers over absenteïsme (of absentisme, zoals velen gemakshalve zeggen) zijn moeilijk los te krijgen. Men houdt ze niet of gebrekkig bij, of ziet er niets in er mee te wapperen.
Het is gelukkig nog wel zo, dat veelvuldig absenteïsme voorkomt bij een minderheid van de leerlingen. Maar problemen en probleemgevallen bepalen in sterke mate de sfeer op school.

Menig leraar zal nog menigmaal zuchtend constateren, dat voor de zoveelste keer het punt absentisme op de agenda van de docentenvergadering staat.

DE EEKHORSTBEWONERS

Monday, August 28th, 2006

Auteur: Karel Hageman
Datum: 12 juli 1990

Er was eens een eilandje en dat heette De Eekohorst. De mensen leefden er heel gelukkig en in grote welvaart. Dit laatste hadden ze te danken aan de enige fabriek die het eilandje rijk was: de fietsenfabriek. Fluitend gingen ze ’s ochtends naar het werk, knutselden aan wat fietsen en gingen ’s middags - moe maar voldaan - weer naar huis. De meesten gingen daarna naar het dorpsplein, waar het altijd heel gezellig was. De avonden waren er lang en zwoel. Zo vlogen vele jaren heen.


Totdat op een gegeven moment de fabrikant bij de Minister van Geldzaken op de stoep stond. Hij had een trieste mededeling, namelijk dat hij voor het eerst van zijn leven mensen zou moeten ontslaan, omdat alle mensen op het eilandje al een fiets hadden. De minister hoorde hem aan en raakte helemaal in paniek, omdat de fietsenproductie de enige bron van inkomsten voor de eilandbewoners was.
Hij rende naar het parlement, maar na een hele dag debatteren waren ze er nog steeds niet uit hoe ze dit probleem moesten oplossen. Zelfs maar een begin van een oplossing was er niet te bespeuren. De volgende dag besloot de wanhopige minister om eens in de plaatselijke bibliotheek te kijken of daar misschien een boek stond waar hij iets aan had. Het ene na het andere werkje werd opgeslagen, maar er was geen enkel boek bij waar hij iets aan had. Totdat zijn oog viel op een heel dik boek van ene John Maynard Keynes met een erg ingewikkelde titel: The General Theory of Employment, Interest and Money. Hij bladerde het door, zag veel onbegrijpelijks staan, maar ineens viel zijn oog op de volgende passage: ‘Als op een eilandje iedereen al een fiets heeft, dan moet de Minister van Geldzaken er voor zorgen dat iedereen twee fietsen kan kopen.’ Eureka! Hij raakte helemaal opgewonden, want ineens zag hij een grootse politieke carriere voor zich. Nu zou hij niet aan de mensen de nare mededeling hoeven te doen dat ze zouden worden ontslagen - wat hem ongetwijfeld zijn politieke hoofd zou hebben gekost - maar zou hij hen kunnen vertellen dat ze juist meer geld zouden krijgen, zodat ze twee fietsen zouden kunnen kopen.


Met een verhit hoofd ging hij terug naar het parlement. Het was er bomvol en er heerste een zenuwachtige stemming. Eén van de parlementsleden vroeg het woord en zei dat hij een oplossing voor het probleem had bedacht. Het werd muisstil. ‘Als iedereen op ons eilandje al een fiets heeft’, zo betoogde hij, ‘dan moeten we fietsenmakers omscholen tot fietspadenaanleggers. Op die manier’, zo ging hij verder, ‘zullen onze eilandbewoners in de toekomst niet alleen beschikken over een fiets, maar zal ons eilandje ook nog eens voorzien zijn van een prachtig fietspadennet, zodat ze hun fiets ook nog eens optimaal kunnen gebruiken.’ Nadat hij dit gezegd had, keek hij triomfantelijk in het rond en zag tot zijn genoegen, dat veel socialistische parlementsleden instemmend zaten te knikken. Hij voelde zijn zegen naderen. De minister zat zich te verbijten, want deze zag zijn mooie plannetje in rook opgaan. Hij voelde dat er meteen ingegrepen moest worden. ‘Heeft de geachte afgevaardigde ook misschien enig idee hoe die fietspaden dan betaald moeten worden?’ vroeg hij bits. Hierbij keek hij het parlementslid vernietigend aan en aangezien deze hier niet meteen een antwoord op had concludeerde hij maar meteen: ‘Luchtfietserij dus, dit soort populistische praat hoort op ons eilandje niet thuis. Mooie plannen, maar de financiële onderbouwing mist geheel.’ ‘Maar heeft u dan misschien een andere oplossing?’, vroeg een ander parlementslid voorzichtig. ‘Jazeker’, zei de minister ferm, ‘als iedereen op ons eilandje al een fiets heeft, dan moeten wij er voor zorgen - door de mensen meer geld te geven - dat iedereen twee fietsen kan kopen.’


Het bleef hierna even stil, maar toen barstte het patrlement in gejubel uit. De minister kreeg een staande ovatie en werd alom geprezen om deze geniale gedachte. Nadat het rumoer was afgenomen, zei een van de parlementsleden: ‘maar misschien willen onze eilandbewoneres wel geen twee fietsen en zijn ze tevreden met één fiets!’ Hier had de minister echtet het volgende op gevonden. Hij had een pakkende leus bedacht: één fiets voor naar het werk en één voor naar de kerk.
Deze leus zou over het hele eilandje worden en de scholen zouden hem er zo inprenten, dat niemand op het eilandje het meer in zijn hoofd zou halen om op zijn dagelijkse fiets naar de kerk te gaan. Alle parlementsleden waren nu overtuigd van het welslagen van dit plan en dat het niet kon mislukken. De minister had werkelijk overal aan gedacht.
Nou ja, alle parlementsleden, op één na dan. Er was een zwartkijker, een SP’er, die het mooie plannetje van de minister niet vertrouwde. ‘Hoe kun je nu een probleem oplossen’, zo redeneerde hij, ‘door het de mensen gemakkelijker en aangenamer te maken?’ Daar moet iets fouts inzitten. Maar hij kon helaas de fout niet ontdekken. Daarom ging deze zwartkijker ook eens naar de bibliotheek om te kijken of er niet een boek was waarin het plannetje van de minister werd doorgeprikt. En jawel hoor, na tijden zoeken kwam hij in een boek van Milton Friedman de volgende passage tegen: ‘Als op een eilandje iedereen al een fiets heeft en de Minister van Geldzaken gaat de mensen nog meer geld geven, dan zullen de fietsen op een gegeven ogenblik zo duur worden, dat niemand meer een fiets kan kopen.’ ‘Hoera!’, dacht de zwartkijker. ‘Zo is het precies’, en hij lachte geniepig in zijn vuistje.


Gewapend met deze kennis viel hij de minister in de volgende parlementsvergadering aan. ‘Geachte minister, als u onze eilandbewoners meer geld gaat geven om een tweede fiets te kopen, dan zal het resultaat niet zijn dat ze binnenkort twee fietsen hebben, maar dat de fietsen zo duur zullen worden, dat ze helemaal geen fiets meer kunnen kopen!’. De minister antwoordde hierop dat de produktie van fietsen zo zou toenemen dat - ondanks de toegenomen geld - deze nauwelijks in prijs zouden gaan stijgen. Hij suggereerde zelfs, dat ze hierdoor wel in prijs zouden kunnen gaan dalen.
Ondertussen werd het plan van de minister uitgevoerd. De mensen kregen meer geld, de produktie van fietsen werd aanmerkelijk uitgebreid en de populariteit van de minister steeg tot ongekende hoogte. Bij de volgende verkiezingen zou hij ongetwijfeld tot minister-president gekozen worden. Ook werd een heel groot standbeeld van Keynes op het dorpsplein opgericht met één hand naar de hemel wijzend en in de andere hand een fiets. Zo ging het weer jaren goed en nam de welvaart op het eilandje nog verder toe.
Totdat, totdat, op een gegeven ogenblik de fietsenfabrikant weer op de stoep stond bij de minister. Hij had een treurige mededeling, namelijk dat iedereen op het eilandje nu twee fietsen had en dat hij er nu echt niet meer onderuit kon om mensen te ontslaan. Even dacht de minister nog aan drie fietsen, maar hij zag gelukkig al snel de belachelijkheid van dit idee in. Somber hoorde hij het onheilsbericht aan en besloot meteen het parlement bijeen te roepen.


Toen het parlement door de minister op de hoogte werd gesteld van het feit dat er nu toch echt mensen ontslagen moesten worden, omdat iedereen op het eilandje nu twee fietsen had, brak er een waar tumult uit. Iedereen begon door elkaar heen te schreeuwen en gaf elkaar van alles en nog wat de schuld. Vooral de minister en de fietsenfabrikant kregen er flink van langs. Alleen de zwartkijker leek tevreden, want weliswaar was zijn voorspelling dat de fietsen een stuk duurder zouden worden niet uitgekomen, zijn voorgevoel dat het plannetje van de minister niet deugde, was uitgekomen.

Oh!, oh!, oh!, oh!, oh!, hoe dit zal aflopen leest u in de volgende aflevering van De Eekhorstbewoners.

SPREEKWOORDEN EN GEZEGDEN 2

Sunday, August 27th, 2006

SPREEKWOORDEN EN GEZEGDEN 2
Auteur: Karel Hageman
Datum: 12 juli 2006
Met dank aan Dr.F.A.Stoett: Nederlandse spreekwoorden en gezegden

Nieuwsgierig Aagje
Een nieuwsgierig persoon, zowel op mannen als vrouwen toepasbaar.
Het eerst aangetroffen als opschrift in een kluchtboek van 1645 ‘Kluchtig Avontuurtje van ’t nieuwsgierig Aegje van Enkhuisen, waarin de belevenissen worden geschetst van een vrouw uit Enkhuizen, die uit nieuwsgierigheid met haar buurman, een schipper, naar Antwerpen gaat en daar deerlijk in ongelegenheid geraakt.

Abraham gezien hebben
De vijftig gepasseerd zijn, niet jong en onervaren meer zijn.
Zinspeling op Joh. 8:57: ‘De Joden dan zeiden tot Hem: Gij hebt nog geen vijftig jaren, en hebt Gij Abraham gezien?’

Het is apekool
Het zijn dwaze, nieuwswaardige praatjes, waarmee men iemand voor de gek houdt of zoekt te misleiden. Bedrieglijke zotternij.
In het Zaans en Noordhollands verstaat men onder ‘apekool’ schelvis van slechte kwaliteit, die daarom gerookt wordt.

Door de zure appel heenbijten
Het onvermijdelijke aanvaarden, van de nood een deugd maken.
Daar een zure appel wrang is en de mond doet samentrekken, ziet men er tegen op er in te bijten.

Iets met Argusogen gadeslaan
Het met wantrouwende aandacht volgen.
Argus was een sterke man, die over zijn hele lichaam ogen had en door de jaloerse Hera, de vrouw van Zeus, was aangesteld als bewaker van Io, die door haar in een koe was veranderd wegens haar liefdesbetrekking tot Zeus.

Zo arm als Job
Zeer arm.
Naar de hoofdpersoon van het boek Job, het 18e boek van het Oude Testament, waarin verteld wordt hoe aan deze man Job, die zeer rijk en voorspoedig was, onder Gods toelating door Satan alles ontnomen werd. Desondanks kwam hij niet in opstand tegen God.

Een Assepoester
Een verschoppeling. Een meisje dat thuis alle werk moet verrichten, terwijl haar zusters uitgaan.
Het is ontleend aan het sprookje van die naam, die sinds 1775 bij ons bekend is. Het woord Assepoester betekende: iemand die steeds bij de haard in de as zit te poesten, te blazen.

Een Augiusstal reinigen
Opruiming houden onder sinds lang bestaande ergerlijke misstanden.
Komt uit de klassieke mythologie. Augius, koning van Elis, hield 300 rinderen in een stal. De mest was sinds 30 jaar niet opgeruimd. Hercules kreeg van Eurystheus de opdracht die stal daarvan te reinigen. Hij liet de rivieren Alpheus en Peneus eerst in elkaar en vervolgens door de stal stromen, zodat alle mest in één dag werd weggespoeld.

Iemands bakermat
De plaats waar hij opgegroeid is, waar zijn familie thuishoort.
Onder een bakermat verstond men in de 17e eeuw een langwerpige, lage tenen mand met een omgaande lage, van achteren zich iets verhogende rand, waarin de baker of de moeder plaats nam met het kind op schoot om het te bakeren, te verzorgen.

Het over de balk gooien
Verkwistend zijn.
Bij het werpen van hooi in de ruif, dit ook over de bovenbalk gooien, dus niet er in, dus het verspillen.

Naar de barrebiesjes gaan
Doodgaan. Om zeep helpen.
Barrebiesjes is een verbastering van Berbice, het meest oostelijk deel van Brits-Guyana. Vroeger was dit een Nederlandse kolonie, dat bekend was om zijn moordend klimaat.

Een ongelikte beer
Een onbeschoft, ongemanierd mens.
Deze uitdrukking heeft haar bestaan te danken aan het oude, reeds bij de Romeinen bestaande volksgeloof, dat jonggeboren beertjes hun fatsoen krijgen, doordat de moeder ze voortdurend likt.

Hij is de Benjamin
De jongste thuis zijn.
Benjamin was de jongste zoon van de aartsvader Jacob en de lieveling van het gezin.

Tegen de bierkaai vechten
Een hopeloze strijd ondernemen tegen een overmachtige vijand. Iets willen verrichten, dat toch niet te bereiken is.
In Amsterdam had het vroeger geen enkele zin te vechten tegen de strijdlustige bewoners van de Bierkade, gelegen op de westzijde van de Oudezijds-Voorburgwal.

Een blauwe Maandag
Een zo korte tijd, dat het niet meetelt, geen naam mag hebben.
In de middeleeuwen had het woord blauw de betekenis van nietig, van weinig waarde. Vandaar een blauwe maandag, een maandag van geen betekins die niet meetelt.

Buiten zijn boekje gaan
Zijn eigen terrein verlaten. Zijn bevoegdheid te buiten gaan. Spreken over zaken die niet aan de orde zijn of waarvan men geen verstand heeft. ets doen waartoe men geen recht heeft.
Zich niet houden aan hetgeen in het boek staat waartoe men voorleest of citeert. Er iets aan toevoegen of van maken dat er niet staat.

De bokkepruik ophebben
Slecht gehumeurd zijn.
In de 18e eeuw droeg men meestal pruiken. Het op een bepaalde wijze dragen van die pruik werd als aanwijzing beschouwd voor de stemming van de drager. Zat de pruik netjes, dan had men veel zorg aan het uiterlijk besteed en dan maakte men daaruit op, dat de drager goed gehumeurd was. Stond daarentegen de pruik scheef, zat ze slordig, dan vatte men dat op als een teken van onverschilligheid, ontevredenheid, de stemming van een bok, een nors mens.

De bom is gebarsten
Het is er nu van gekomen. Het is zo ver. Gezegd met betrekking tot voorvallen die, lang verwacht, een beslissende wending veroorzaken.
Bom is hierin niet het oorlogstuig, maar de houten stop waarmee het bomgat, de uitvloei-opening van een vat, werd afgesloten.

In de bonen zijn
In de war zijn. Het spoor bijster zijn. Het mis hebben. Zich vergissen. Verward denken. Niet goed snik zijn.
De in het voorjaar bloeiende bloemen van de grote bonen hebben een bedwelmende uitwer-king op de mens. Wie dicht bij een bloeiend bonenveld is, wordt daardoor bevangen en duizelig en verward in het hoofd of raakt geheel aan het malen.

Het is boter aan de galg
Het is vergeefse moeite te trachten met hem of haar iets te bereiken, hem of haar te verbeteren.
Als men eenmaal aan de galg hangt, dan is er niets meer aan te doen, dan helpt geen boter (=smakelijk) meer om dit lot te verbeteren.

Boter bij de vis
Contante betaling wordt geëist of verstrekt.
Net zoals boter en vis bij elkaar horen om de vis te bereiden, zo onverbrekelijk horen contant geld en koopwaar bij elkaar.

Botje bij botje leggen
Elk zijn aandeel in de algemene kosten bijdragen om ze te kunnen opbrengen.
Een botje was in de middeleeuwen een zilveren muntstuk.

Een broertje dood aan iets hebben
Er het land aan hebben. Er niets van willen weten.
Een ziekte, waaraan een broertje gestorven is, zodat de ander er bang voor is geworden.

In de contramine zijn
Tegen de draad zijn. Altijd tegenstreven of kribbig zijn
Onder een contramine verstaat men een tegenmijn, een onderaards werk om de uitwerking van de mijnen van de vijand te beletten, om zijn mijn te vernielen.

Het op zijn dak krijgen
Er voor moeten opdraaien. Er mee opgescheept zitten.
Gezegd van regenvlagen en hagelbuien, die neerkletteren op het dak.

De dans ontspringen
Het gevaar ontkomen.
Dans betekent hier strijd.

Met de deur in huis vallen
Onmiddellijk over een zaak beginnen, waarop men eerst had behoren te zinspelen of waarop men eerst iemand had moeten voorbereiden.
Zonder te kloppen of te waarschuwen binnenkomen.

Dikke vrienden zijn
Zeer intiem met elkaar zijn. Grote vrienden zijn.
Dik betekent hier groot.

Een harde dobber hebben
Het hard te verantwoorden hebben. Veel kans hebben dat men bezwijken zal.
Komt uit het dobbelspel. Veel kans hebben om mis te dobbelen.

Er geen doekjes om winden
Ronduit de waarheid zeggen.
Een wond, die niet met een doekje bedekt wordt, is volledig zichtbaar.

Een Don Juan
Een vrouwenverleider. Iemand die er op uit is harten te veroveren.
Don Juan is de naam van de held uit een Spaans verhaal van de 14e eeuw.

Zo doof als een kwartel
Zeer doof. Stokdoof.
De kwartel behoort tot de dieren, welke, wanneer zij angstig worden, stil op de grond ineengedoken blijven zitten, zodat men er wel op kan trappen zonder dat zij zich verroeren, of een geweer vlak bij hen kan afschieten zonder dat zij opvliegen, zozeer zijn zij door schrik en angst bevangen. Hierdoor lijkt het net alsof ze doof zijn.

Iets in de doofpot stoppen
Opzettelijk over een zaak niet meer spreken.
Glimmende turf of geglommen kolen, die uitdoven wanneer ze in de doofpot gestopt worden.

Een doos van Pandora
Een bron van veel ellende en leed.
Zeus had Pandora een doos meegegeven en toen zij die opende, vlogen alle kwalen en rampen er uit, die zich over de hele aarde verspreidden.

Voor de draad komen
Te voorschijn komen. Zich vertonen aan een gezelschap.
Draad moet hier betekenen gespannen draad. Bijvoorbeeld tussen degeen die iets vertoont en het publiek.

Drinken als een Tempelier
Overmatig drinken.
In de laatste tijd van het ontstaan der orde van de Tempeliers, werden ze beschuldigd van allerlei ondeugden, waaronder dronkenschap.

Nog niet droog achter de oren zijn
Zeer jong en onervaren zijn.
De huid van ongeboren kinderen is, evenals alle weefsel dat niet in rechtstreeks aanraking komt met de buitenlucht, vochtig. Na de geboorte wordt de huid harder en droger.

Een droogpruim
Iemand die eet zonder er iets bij te drinken.
Pruimen betekent hier lekker eten.

Iemand onder de duim hebben
Hem of het in zijn macht hebben.
De duim, als de sterkste vinger, wordt hier genomen als zinnebeeld van macht.

Iemand dwarsbomen
Iemand in zijn ondernemingen tegenwerken. Iemand beletten iets te volvoeren.
Een boom dwars over de weg leggen om de doorgang te verhinderen, dus de weg te versperren.

Eieren kiezen voor zijn geld
Zich met minder tevredenstellen dan men aanvankelijk eiste.
Onder Karel V was de schaarste van geld in Friesland zo groot, dat men hierin voorzag door met eieren te betalen.

Ter elfder ure
Op het laatste ogenblik, terwijl de tijd dringt.
In Matth. 20:1-16 wordt verteld over een eigenaar van de wijnberg dat hij ter elfder ure nog arbeiders huurde tegen hetzelfde loon, dat hij anderen beloofd had.

Een ezelsbrug
Waar een vlugge jongen zelf overheen komt, heeft de domoor een brug nodig. Evenals een paard springt over een kuil of ondiepte, waar de ezel een bruggetje nodig heeft.

Iemand op zijn falie geven
Hem afranselen. Hem een pak slaag geven.
Onder een falie verstond men in de middeleeuwen een mantel die de vrouwen omsloegen.

Een vrolijke Frans
Een vrolijke, onbezorgde jongen.
Frans is de held van de 17e eeuwse roman ‘’t Kluchtig Leven van vrolijk Fransje.

In het gareel lopen
Zijn eentonige werk verrichten en niets buitensporigs doen.
Het gareel is het leren halsjuk van een trekdier.

Iemand in de gaten hebben
Hem opmerken. Iemands bedoelingen kennen.
On der gaten verstaat men de gaten in het standvizier van een vuurwapen.

Alle gekheid op een stokje!
Gekheid of scherts ter zijde! Laat ons de zaak in ernst behandelen!
Het stokje is hier de gekstok van de narren.

Het gelag moeten betalen
De onkosten, de schade moeten betalen voor anderen.
Het gelag is de vertering die men in een herberg maakt.

Geen geld, geen Zwitsers
Zonder geld krijgt men geen hulp.
Het dragen der wapenen was bij de Zwitser een beroep en dus moest men hem soldij betalen om van zijn diensten gebruik te maken.

Goed gemutst zijn
Goed gehumeurd zijn.
Aan de wijze waarop iemand zijn muts op het hoofd heeft gezet, kun je zien of hij goed of slecht gehumeurd is.

Veel geschreeuw maar weinig wol
Veel drukte, maar weinig resultaat.
Dit krijg je bij het scheren van varkens.

Zo zijn we niet getrouwd
Dat is niet volgens de afspraak. Dat gaat zo niet.
Zinspeling op de huwelijksvoorwaarden.

In ’t geweer komen
In actie komen.
Geweer heeft in deze uitdrukking nog de betekenis van datgene waarmee men zich verweert.

Het eerste gewin is kattengespin
Wat bij het begin van het spel wordt gewonnen, moet men later weer verliezen.
Een kat, die eerst vriendelijk spint en streelt, en een ogenblik later de verrraderlijke klauw uitsteekt.

In gezegende omstandigheden verkeren
Zwanger zijn.
De zwangerschap is een blijk van de zegen die op het huwelijk rust, want kinderen zijn een zegen des Heren.

Gierig als de pest
Zeer gierig. Vrekkig.
De pest geeft nooit iets terug van haar prooi.

Niet van gisteren zijn
Goed op de hoogte zijn. Bij de pinken zijn. bij de hand zijn.
Job 8:9: Want wij zijn gisteren, en weten niet.

Dat zal hem niet glad zitten
Dat zal niet zo uitkomen als hij gedacht had. Dat lukt hem niet. Daar komt niets van in.
Glad heeft hier de betekenis van gemakkelijk. Er zit hem niets in de weg.

Al te goed is buurmans gek
Als men al te goedhartig is, nemen de mensen een loopje met je.
Gek betekent hier zot, hansworst.

Ergens een gooi naar doen
Een kans wagen om een zeker doel te bereiken. Iets bij benadering trachten te bepalen.
De uitdrukking is ontleend aan een spel, waarbij men door te gooien iets moet treffen.

Naar de haaien zijn
Verloren, dood, te gronde gericht zijn.
Als je over boord valt, ben je een prooi voor de haaien.

In de haak zijn
In orde zijn.
De haak betekent hier de winkelhaak, die een timmerman gebruikt voor het uitzetten van rechte hoeken.

De gebraden haan uithangen
Grof geld verteren. Brassen.
In een oud sprookje wordt verteld van een gebraden haan, die zich zeer aanmatigend en overmoedig gedraagt.

Daar zal geen haan naar kraaien
Daar zal niemand aandacht aan schenken.
In het volksgeloof kraaide de haan de moordenaar aan, van wiens aanslag hij getuige was geweest.

Eigen haard is goud waard.
Er gaat niets boven een eigen woning.
De haard geldt als het centrale gedeelte van de woning.

Iemand een hak zetten
Iemand een hatelijkheid te slikken geven. Iemand een loer draaien. Iemand een poets bakken.
Hak is afgeleid van hakken: snijden, iemand pijn doen.

Om hals brengen
Om het leven brengen.
In de middeleeuwen betekende ‘hals’ ‘leven’.

Hand over hand
Met gelijkmatige, eenparige snelheid.
Komt uit het scheepswezen. De handen worden om de beurt, over elkaar heen, aan het touw geslagen. Met één hand trek je, waardoor het hijsen gelijkmatig en vlug gebeurt.

Zijn handen in onschuld wassen
Geen schuld hebben aan iets. Alle verantwoordelijkheid van zich afwerpen.
Het is ontleend aan de handenwassing van Pilatus. Matth. 27:24.

Iemand de handschoen toewerpen
Iemand uitdagen.
In de middeleeuwen wierp de ene ridder de andere de handschoen voor de voeten, ten teken dat hij hem voor de strijd uitdaagde.

Dat is een heet hangijzer
Het is iets zeer hachelijks, gevaarlijks, neteligs.
Het hangijzer is het ijzer, dat boven het vuur hangt.

Alles op haren en snaren stellen
Alles in het werk stellen om zijn doel te bereiken.
Komt uit de muziekwereld. Je moet hierbij denken aan de haren van de strijkstok en de snaren van een muziekinstrument.

Have en goed
Al iemands bezittingen.
In de middeleeuwen noemde men roerende goederen havelijc goet.

Het hazenpad kiezen
Op de vlucht slaan.
Een haas, die een vreesachtig dier is, slaat snel op de vlucht.

Heg nog steg weten
Ergens in het geheel de weg niet weten.
Onder een steg verstaat men een plank over een sloot

Het hek van de dam
Er is geen verhindering meer, zodat ieder doet wat hij wil.
De dam is het stuk grond dat in de omringende sloot ligt. Is het hek weggenomen, dan kunnen de opgesloten beesten er uit lopen en doen wat zij willen.

Iemand over de hekel halen
Hem op kwaadwillige, wijze toespreken, Beoordelen.
Als je vlas of hennep wilt zuiveren, moet je het door de hekel, een van opstaand voorziend werktuig, halen.

Met de helm geboren zijn
Geboren zijn met de gave van de voorspelling.
Vroeger bestond het bijgeloof dat iemand die met een helm, een vleesachtig omhulsel van het hoofd, geboren werd, geesten kon zien.

Een Homerisch gelach
Een uitbundig, lang aanhoudend gelach.
In de Odyssee spreekt Homerus van ‘een onuitblusbaar gelach’.

Als de bonte hond gezien worden
Ongunstig bekend staan.
De bonte hond is een van de vele benamingen van de duivel.

De hond in de pot vinden
Thuiskomen als het middagmaal afgelopen is, als er niets meer overgebleven is.
Komen op het ogenblik dat de hond bezig is de potten uit te likken.

Te hooi en te gras
Een enkele maal. Zo nu en dan. Op ongeregelde tijden.
In de middeleeuwen waren er rechtsdagen in de zomertijd (hooi) en in het voorjaar (gras).

Vandaag Hosanna, morgen kruist men hem
Iemand eerst toejuichen en hem spoedig daarna verguizen.
Ontleend aan de lijdensgeschiedenis van Jezus.

Op zijn eigen houtje
Op eigen gezag. Zonder de vereiste machtiging.
Houtje betekent hier kerfhoutje, kerfstok.

Van het houtje zijn
Rooms-Katholiek zijn.
Behoren tot degenen die het kruishout, als teken der verlossing, hoog vereren.

De huik naar de wind hangen
Van parij veranderen, naarmate de omstandigheden dit raadzaam schijnen te maken.
Onder een huik verstond men een lange mantel zonder mouwen, die zowel door mannen als vrouwen gedragen werd.

Een huishouden van Jan Steen
Een huishouden waar de grootste wanorde heerst.
Ontleend aan de schilderkunst, aan de schilderijen van Jan Steen.

Beslagen ten ijs komen
Goed toegerust. Goed voorbereid zijn voor zekere taak of functie.
Paarden waarvan de hoeven scherp zijn gezet, d.w.z. van punten voorzien, kunnen op ijs niet vallen.

Een ijzervreter
Een onvervaard, een onverschrokken krijgsman. Een vechtersbaas.
Iemand die denkt dat hij ijzer kan eten.

Iemand iets inpeperen
Het iemand betaald zetten.
Om vlees te kunnen bewaren moet je het eerst peperen, inzouten.

Het is daar de zoete inval
Daar wordt ieder altijd gastvrij ontvangen.
De zoete inval was een herberg waar men uitstekend, aangenaam logies geeft.

Sinds jaar en dag
Sinds lange tijd.
In de middeleeuwen konden allerlei rechtstoestanden beklijven en allerlei rechtenhun kracht verliezen na verkoop van één jaar en één dag.

Vette en magere jaren
Tijden van voorspoed en tegenspoed.
Zinspeling op de tijd die Jozef in Egypte doorbracht met vruchtbare (vette koeien) en onvruchtbare (magere koeien) jaren.

Boven Jan zijn
De moeilijkheden te boven zijn. Er bovenop zijn.
Komt uit het kaartspel. Boven Jan betekent, dat men vijftig punten heeft behaald en niet double of triple verliest.

Janhagel
Gepeupel.
In de 17e eeuw verstond men hieronder matrozen.

Een Jan klaassen
Een grappenmaker. Een hansworst.
Volgens de Amsterdamse overlevering was Jan Klaassen een trompetter van de lijfwacht van de prins geweest. Na zijn ontslag trok hij naar Amsterdam en begon een poppenkast.

Een Jan Salie
Een droge, vervelende vent. Iemand die alle lust en energie mist om iets tot stand te brengen.
In 1622 werd een klucht uitgegeven door W.D.Hooft, waarin Jan Salie de hoofdfiguur was.

Zich met een Jantje van Leiden ervan afmaken.
Zich met een mooi praatje, een ontwijkend antwoord van iets afmaken.
In de 17e eeuw stond Jan van Leiden bekend als een man die mensen wist te bedriegen.

Jeremiades
Telkens herhaalde, vervelende en veelal overbodige klachten.
Het komt uit het bijbelboek de ‘Klaagliederen van Jeremia’, waarin deze profeet klaagt over het lot van Jeruzalem.

Jobstijding
Een zeer slecht bericht.
Komt uit het bijbelboek Job.

Aan de Joden overgeleverd zijn
In slechte handen vallen.
Jezus werd overgeleverd aan de Joden, die hem kwelden en mishandelden.

Twee Joden weten wel wat een bril kost
Zij kunnen elkaar niets wijsmaken. Ieder weet wel wat hij aan de ander heeft.
Joden waren gewiekste kooplieden en de handel in brillen berustte voornamelijk bij de Joden.

’t Is hier een Jodenkerk
Door elkaar schreeuwen. Tegelijk spreken.
In de Joodse kerken worden veel gebeden half zingend gezegd. De een doet dit sneller en luider dan de ander.

Het is een Joodje
Iets dat niet helemaal gaaf meer is, niet heel meer is, waar een stukje van af is.
Het is ontleend aan het bij de Joden rituele gebruik van de besnijdenis.

Dat mag Joost weten
Dat mag de drommel weten. Dat mag de duivel weten.
Joost was vroeger een andere benaming voor de duivel.

Een Judas
Een verrader. Een valse vriend.
Judas was de discipel die Jezus verraadde en aan de Joden overleverde.

Onder het juk doorgaan
Voor een overweldiger moeten zwichten, moeten bukken.
Vroeger was het bij de Romeinen het gebruik om de soldaten van een overwonnen leger onder een lage poort te laten doorgaan.

Met Sint Juttemis
Nooit.
Sint Jutte is een niet voorkomende, verzonnen heilige.

Iemand aan de kaak stellen
Iemands schande openlijk bekend maken.
De kaak was vroeger de schandpaal, een zuil waaraan misdadigers enige tijd te pronk gesteld werden.

Iemand in de kaart kijken
Iemands geheime plannen doorgronden.
Als je bij het kaartspel iemand in de kaart kijkt, dan weet je welke plannen hij kan hebben.

Open kaart spelen
Rond voor de zaak uitkomen. Alles openhartig zeggen.
Als je bij het kaartspel je kaarten open op tafel legt, dan kan de tegenpartij alles zien.

Het gouden kalf aanbidden
Onderdanige hulde aan rijke lieden bewijzen. Met heel zijn hart aan rijkdom hechten.
Toespeling op het gouden kalf, dat de Joden aan de voet van de berg Sinai aanbaden.

Over één kam scheren
Gelijk behandelen. Geen onderscheid maken.
Komt uit de weverij. Kam betekent weverskam. De draden spannen over dezelfde kam en daarna bij overdracht op dezelfde wijze behandelen.

Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op de neus
Wie al te begerig is, komt bedrogen uit.
Lid betekent hier scharnieren deksel.

In kannen en kruiken
In orde zijn.
Bier en wijn worden, na alle bewerkingen ondergaan te hebben, in kannen en kruiken gedaan.

Iemand van kant maken
Van kant betekent oorspronkelijk op zij, uit de weg.

Een stem in het kapittel hebben
Ook wat te zeggen hebben.
Een kapittel betekent een vergadering van kloosterlingen.

De kastanjes voor iemand uit het vuur haalde
Een gevaarlijke arbeid voor een ander verrichten, die zelf buiten schot blijft.
Er is een fabel, dat een aap die kastanjes uit het vuur wilde halen en bang was om zich te branden, hiervoor de poot van een slapende hond gebruikte.

De kat uit de boom kijken
Een afwachtende houding aannemen.
Een hond heeft de gewoonte, als hij een kat in de boom heeft gejaagd, daar te blijven staan blaffen en haar aan te staren, tot zij haar schuilplaats weer verlaat.

De kat de bel aanbinden
De eerste stap doen tot een gevaarlijke onderneming.
Er is een fabel, waarin muizen besluiten om de kat een bel aan te doen, maar toen het gedaan moest worden, durfden geen van allen het.

De kat in het donker knijpen
Heimelijk iets ongeoorloofds doen.
Met de kat wordt een meisje of een vrouw bedoeld.

Een kat in de zak kopen
Iets kopen zonder het gezien te hebben en daardoor bedrogen uitkomen.
Men koopt iets waardevols in een zak, die bij nader inzien slechts een kat blijkt te bevatten.

In katzwijm liggen
Flauwvallen.
In de middeleeuwen werd een bezwijming vergeleken met een stuip van katten.

Iets op de keper beschouwen
Nauwkeurig bekijken.
De wever verstaat onder de keper de kettingschering met de inslag.

Hij heeft veel op zijn kerfstok
Hij heeft veel misdreven.
Onder een kerfstok verstond men vroeger een stok waarin kerven werden aangebracht als je iets op rekening kocht.

Hij is in de kerk geboren
Iemand die bij het binnenkomen de deur achter zich open laat.
Als je een kerk voor de dienst betreedt, sluit je de deur niet achter je.

Kijken of je het in Keulen hoort donderen
Zeer verbaasd zijn. Stom zijn van verbazing bij een onverwacht bericht.
Als je het in Keulen hoort donderen, ben je stomverbaasd dat je het op zo’n grote afstand hoort.

Het kind van de rekening zijn
Alleen de nadelen van iets ondervinden.
In de 17e eeuw komt het woord kind voor in de betekenis van niet meetellen.

Er is een kink in de kabel gekomen
Er doet zich een probleem voor, die de uitvoering van een plan belemmert.
Als er een draai zit in een kabeltouw, loopt hij niet goed meer.

Kip, ik heb je!
Daar heb ik je te pakken!
Kippen betekende vroeger grijpen, vangen en heeft dus niets met het dier kip te maken.

Een houten Klaas.
Een links, onhandig, verlegen persoon. Iemand die niet vlot in de omgang is.
Klaas was vroeger geen aristocratische naam en werd daarom verbonden met boersheid en plompheid.

De klad is er in gekomen
De markt bederven.
In de 17e eeuw betekende kladden knoeien in de handel, beneden de prijs verkopen.

Iemand bij de kladden grijpen
Iemand oppakken. Iemand in de kraag vatten.
Kladden betekende vroeger lappen, vodden.

Klaplopen
Op iemands zak lopen. Ten koste van anderen leven.
Klaplopen betekent lopen met de klap, de klep waarmee vroeger de melaatsen liepen en waarmee zij aalmoezen in ontvangst namen.

Iemand klein krijgen
Over iemand de baas worden.
Klein betekent hier gering, klein in eigen ogen.

Kleur bekennen
Voor zijn mening uitkomen. Laten blijken welke partij men aanhangt.
Komt uit het kaartspel. Een kaart van dezelfde kleur spelen als degene die deze het eerst gevraagd heeft.

Iets in kleuren en geuren vertellen
Het uitvoerig, met alle omstandigheden en bijzonderheden, bertellen.
Men vertelt zo levendig, dat de toehoorders de kleuren en geuren van de situatie kunnen zien/ruiken.

Over de kling jagen
Doden.
De kling is het lemmet van een sabel.

Tegen de klippen op
Uit alle macht. Zonder zich om iets te bekommeren. In het wilde weg.
Komt uit de zeilerswereld. Je neemt bewust het risico om op te klippen te lopen.

Iets aan de grote klok hangen
Iets overluid vertellen.
In de 17e eeuw hingen er meestal 2 klokken in de toren. De grote klok, die gebruikt werd bij brand enz. en een kleine klo, die werd gebruikt om een bijeenkomst aan te kondigen.

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens
Er gaat niets boven de vertouwde sfeer van het eigen huis.
Komt uit een toneelstuk, Ghetto, van Herman Heijermans.

Hij is flink uit de kluiten gewassen
Hij is niet klein. Flink van postuur.
Bomen en planten, die flink uit de aarde, de kluiten opgroeien.

Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt
Hij heeft iets van de zaak vernomen, maar het fijne weet hij er niet van.
Hij heeft een klok horen luiden, maar weet niet waar het geluid vandaan komt.

De kluts kwijt zijn
Niet meer weten wat men doet of doen moet. Van slag zijn.
Klutsen betekent hier door elkaar kloppen.

Iets onder de knie hebben
Het beheersen. Het meester zijn.
Komt uit de vechtsport. De overwinnaar werpt de overwonnene op de grond en plaatst zijn knie op de borst.

Hij is in zijn knollentuin.
Hij heeft het echt naar zijn zin.
Een haas, die zich te goed kan doen aan het lof van de knollen, heeft het erg naar zijn zin.

Daar zit hem de kneep
Daar zit de moeilijkheid.
Kneep betekent hier knoop van een touw, die moet worden ontward.

Iets achter de knopen hebben
Iets gegeten hebben. Iets gedronken hebben.
Achter de knopen betekent in de maag.

Oude koeien uit de sloot halen
Reeds lang vergeten zaken wwer oprakelen.
Men moet hierbij denken aan het opvissen van de lijken van verdronken dieren.

Over koetjes en kalfjes praten
Over onbeduidende zaken praten
Boeren die over hun vee praten.

De kolder in de kop hebben
Dol zijn. Onhandelbaar zijn.
De kolder is een hersenaandoening bij paarden, waardoor zij totaal versuft zijn.

Dat is een kolfje naar zijn hand
Dat bevalt hem best. Dat doet hij graag.
Komt ui het Kolfspel. Kolfje betekent de kolfstok waarmme de bol wordt geslagen.

De komkommertijd
De slappe tijd. Tijd waarin er weinig politiek nieuws is.
De maand augustus, als de komkommers rijp zijn.

Dat is koren op zijn molen
Dat komt hem goed van pas.
Het is voor de molenaar prettig als hij koren te malen krijgt.

Iemand kort houden
Hem in zijn vrijheid belemmeren.
Ontleend aan het inhouden van de teugels van een paard.

Te kort komen
Niet ver genoeg komen.
Ontleend aan het werpen of schieten.

Kortaangebonden zijn
Niet veel geduld hebben. Gauw boos worden.
Ontleend aan honden, die aan een korte lijn gehouden worden.

Familie van de koude kant.
Aangetrouwde familie.
Familie die ons koud laat.

Met de kous op de kop thuiskomen
Niet geslaagd zijn in zijn voornemen. Afgewezen worden.
De kous als hoofddeksel moet hier opgevat worden als narrenmuts.

Dat is niet koosjer
Dat is niet zuiver. Dat is niet in de haak.
In het Hebreeuws betekent koosjer volgens de godsdienstige voorschriften.

Eén bonte kraai maakt nog geen winter
Men mag geen algemene gevolgtrekking maken uit een enkel geval.
Als je een bonte kraai ziet, die hier alleen in de winter is, mag je niet concluderen dat het erg koud zal worden.

Kraakzindelijk
Zeer netjes.
Het kraken van klompen over een pas geschrobde en met zand bestrooide vloer.

In iemands kraam te pas komen
Voor hem goed uikomen.
Iets vinden wat je in je winkel kan gebruiken.

Voor een krats
Voor heel weinig geld.
Krats is de verbastering van de naam van een vroegere kleine Toscaanse munt van weinig waarde.

Bij iemand in het krijt staan
Bij iemand een schuld hebben.
Iemands schulden staan nog met krijt opgeschreven op de lei van een winkelier.

Met dubbel krijt schrijven
Een veel te hoge rekening presenteren.
Een herbergier schrijft soms twee voor één.

In het krijt treden voor iemand
Iemands zaak verdedigen.
In de middeleeuwen betekende krijt strijdperk.

Dat zijn krokodillentranen
Geveinsde tranen. Gehuichelde smart.
Vroeger gold de krokodil voor een vals, huichelachtig dier, die als hij zijn prooi had opgegeten, daarna om hem ging huilen.

De kroon spannen
Alle anderen achter zich laten.
Kroon betekent hier lauwerkrans.

De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst
Men kan vaak iets gevaarlijks doen, totdat het mis gaat.
Je kan dikwijls met een broze kruik naar een put gaan om deze te vullen, totdat ze eindelijk tegen de kant breekt.

Acht kruisjes achter zijn rug hebben
Tachtig jaar zijn.
Bij de Romeinen duidt het kruisteken, X, het getal tien aan.

Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in
Hij die een ander in het ongeluk wil storten, wordt vaak zelf daardoor getroffen.
Komt uit de bijbel. Spreuken 26:27

Met kunst- en vliegwerk
Met allerlei kunstmiddelen.
Komt uit de toneelwereld. In de 17e eeuw verstond men onder kunstwerken toestellen om natuurverschijnselen na te bootsen. Vliegwerken waren toestellen, waarmee personen en zaken door de lucht werden bewogen.

Op het kussen zitten
Een regeringsbetrekking hebben.
De regeringspersonen in de bestuurscolleges van de Republiek en de steden zaten op kussens.

Iemand de volle laag geven
Hem met verwijten overstelpen.
Onder een laag verstaat men alle kanonnen, die op een zelfde dek van een oorlogsschip opgesteld staan.

De laatsten zullen de eerste zijn
Zij die in een vertrek of bij een samenkomst het meest dringen, komen vaak achteraan.
Komt uit de bijbel. Matth. 19:30.

Wie het laatst lacht, lacht het best
Pas als de hele zaak afgelopen is, kan je zien wie er het beste afkomt.
Het lachen is vaak te vroeg, omdat er dikwijls een mededeling achteraan komt, waardoor het lachen overgaat in huilen.

Aan lagerwal raken
Het gaat slecht met de zaken.
Onder lagerwal verstaat men de kust waar de wind naar toe waait. Als je met een zeilboot dicht onder de kust vaart, is het moeilijk om er weer vandaan te komen.

De lakens uidelen
Degene die alles regelt.
De moeder van een gesticht gaat over de linnenkast en deelt de lakens voor de verschillende bedden uit.

Tegen de lamp lopen
Gepakt worden.
In de 19e eeuw verstond men in de dieventaal onder een lamp een politieman.

Het land van belofte
Een heerlijk, gelukzalig oord.
Komt uit de bijbel. In Gen. 17:8 belooft God het land Kanaän aan Abraham.

Het land aan iets hebben
Zeer onaangenaam vinden. Een hekel hebben aan.
Zich voelen als een zeeman op het land.

Er is geen land met hem te bezeilen.
Er is niets met hem te beginnen.
Het is droevig gesteld als een zeilschip helemaal geen land kan bereiken.

Iemand voor het lapje houden
Iemand voor de gek houden.
Lapje is het verkleinwoord van lap, dat dom en traag mens betekende.

Hij is weer opgelapt
Weer op de been zijn.
Lappen betekent hier schoonzolen.

Hij is in de lappenmand
Hij sukkelt voortdurend met zijn gezondheid.
Een mand met verstelgoed heet lapmand.

Hoe later op de dag, hoe schoner volk
Begroeting van mensen, die nog laat in de avond komen.
Voor deftige mensen is het netjes op een uitnodiging niet te vroeg te komen.

Iets onder de leden hebben
Een ziekte bij zich hebben, zonder dat ze nog is uitgebroken.
Leden betekent hier lichaamsdelen.

Van leer trekken
Beginnen te vechten.
Leer betekent hier de leren schede waarin het mes gestoken is.

Op dezelfde leest geschoeid zijn
Op dezelfde wijze ingericht zijn.
Een schoenmaker gebruikt voor schoenen van gelijke vorm en grootte dezelfde leest.

Met een schone lei beginnen
Beginnen, nadat alle schuld betaald is.
Als iemand alle schulden heeft betaald, wordt de lei, waarop iemands schulden staan, gewist.

Iemand de les lezen
Iemand een flinke berisping geven.
Les betekent hier de voorlezing van de regels in een klooster.

Leven in de brouwerij brengen
Maken dat er wat vrolijkheid ontstaat.
Jan Steen bracht in zijn verlopen brouwerij drukte door er eendvogels te laten rondvliegen.

Iets op zijn lever hebben
Iets op zijn geweten hebben.
De lever gold vroeger als de zetel van verschillende gevoelens.

Zijn licht niet onder de korenmaat zetten
Zijn kennis niet verborgen houden.
Komt uit de bijbel. Matth. 5:15-16

In lichte laaie staan
Geheel in brand staan.
Laaie betekent hier vlam.

Het liedje van verlangen zingen
Pogingen aanwenden van kinderen om niet naar bed te hoeven.
Verlangen betekent hier verlengen, uitstellen.

De lier aan de wilgen hangen
Niet langer dichten.
Komt uit de bijbel. Psalm 137 vers 2.

Branden als een lier
Uitstekend branden.
Lier is hier de naam van een muziekinstrument met snaren die in trilling worden gebracht door middel van een rad.

Niet veel om het lijf hebben
Weinig te betekenen hebben.
De beeldspraak is ontleend aan een arm mens, die niet veel kleren aan heeft.

Eén lijn trekken
Op dezelfde manier reageren.
De beeldspraak berust op het samen voorttrekken van een schip of een wagen door mensen.

Langzaam aan, dan breekt het lijntje niet
Als je al te haastig te werk gaat, kan je daardoor de zaak bederven.
Gezegd door de schipper van een jaagschuit tot de jager, om te voorkomen dat de lijn, waarmee schip en paard verbonden zijn, door te hard trekken breekt.

Iemand aan het lijntje houden
Hem in zijn macht hebben.
Lijntje is hier een lang touw waaraan een paard loopt.

Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet
Tegenstrijdige handelingen door een zelfde persoon verricht.
Bijbeltekst. Mattheus 6:3.

Iemand links laten liggen
Iemand negeren.
Bij de Romeinen betekende links ongelukkig. Iemand aan die zijde laten liggen waar het ongemak vandaan komt.

Iemand de loef afsteken
Iemand overtreffen.
Dit komt uit het zeewezen. Onder loef verstaat men de zijde van het schip waarop de wind staat. Kom je nu met een schip aan die van een ander schip, dan onderschep je de wind van dat andere schip.

Lont ruiken
Onraad bespeuren.
De reuk gewaarworden van een smeulende lont.

Het is lood om oud ijzer
Zij ontlopen elkaar niet veel.
De ruil van die twee levert geen voordeel op.

Uit het lood geslagen
Onthutst. Verbouwereerd.
Met lood wordt bedoeld het paslood of het schietlood van een timmerman om te zien of iets recht staat.

Het loodje moeten leggen
Het onderspit delven.
Loodje betekent hier een loden plaatje die je moet overleggen om iets te kunnen ontvangen.

De laatste loodjes wegen het zwaarst
Het laatste gedeelte van een langdurige arbeid is meestal het zwaarst.
Bij het afwegen van koopwaar geven de laatst opgelegde loodjes de doorslag.

Dat luistert nauw
Dat moet heel precies gebeuren.
Luisteren betekent hier reageren op.

Iemand in de luren leggen
Iemand foppen.
Luren betekent hier luiers. Iemand als een kind behandelen.

Wie het eerst komt, wie het eerst maalt

Degene die het eerst komt, wordt ook het eerst geholpen.

Iemand die het eerst men zijn koren aan de banmolen kwam, werd ook het eerste bediend.

Iemand in de maling nemen
Iemand voor de gek houden.
Maling betekent hier het rondraaien bij het bochten, zodat hij die er in zit, ronddraait en zijn bezinning verliest.

De Mammon dienen
Alleen voor het geld leven.
In het Aramees betekent Mammon rijkdom. Bijbeltekst. Matth. 6:24.

Anderhalve man en een paardekop
Een klein aantal mensen.
Tijl Uilenspiegel antwoordde dit op de vraag van een bezoeker of er iemand thuis. De bezoeker keek namelijk, zittend op zijn paard, over de onderdeur naar binnen.

Door de mand vallen
Zijn bewering niet staande kunnen houden.
Als je in een mand met een zwakke bodem zit, kun je er makkelijk doorheen zakken.

Iets met de mantel der liefde bedekken
Een zwakheid van iemand anders vergoeilijken.
Bijbeltekst. Gen. 9:23.

Veel in zijn mars hebben
Veel weten.
Onder een mars verstaat men de korf waarin een marskramer zijn waar draagt.

Door de mazen van het net kruipen
Nog net weten te ontkomen aan de bepalingen van de wet.
Komt uit de visserij. Een vis die glipt door de mazen van het voor hem gespannen net.

Van meet af aan
Van het begin af.
Meet is een steep waar je achter moet staan bij het knikkeren.

Veel in de melk te brokkelen hebben
Veel te zeggen hebben.
Veel hebben om in de melk te doen om een lekkere dikke pap te maken.

Het mes snijdt aan twee kanten
Twee vliegen in één klap slaan.
Mes betekent hier ploegijzer.

Zo oud als Methusalem
Zeer oud.
Volgens de bijbel werd Methusalem 969 jaar. Genesis 5:27.

Laten wij elkaar geen Mietje noemen
Laten wij elkaar niets wijsmaken.
Niet doen alsof je een meisje voor je hebt.

Dat is een mijl op zeven
Dat is een heel karwei.
Ontleend aan de slingerweg, die tussen de Brabantse dorpen Meyel en Sevenum liep.

Moederziel alleen
Helemaal alleen zijn.
Gescheiden van de moeder zijn.

Een klap van de molen hebben
Niet goed bij zijn hoofd zijn.
Een klap van een molenwiek gekregen hebben, waardoor je suizebolt.

Hij loopt met molentjes
Hij is niet goed bij zijn verstand.
Iemands gedachten draaien als de wieken van een molen in zijn hoofd om.

Met de mond vol tanden staan
Niets weten te zeggen.
Wie niets weet te zeggen, heeft alleen maar tanden in zijn mond.

Iemand naar de mond praten
Bij iemand in het gevlij komen.
De woorden van iemands lippen aflezen om onmiddellijk te reageren op zijn wensen.

Mondig zijn
Zijn eigen zaken kunnen behartigen.
Mond betekent hier macht.

Gelijke monniken, gelijke kappen
Mensen van dezelfde soort hebben dezelfde rechten.
Kap betekent hier de pij met de kap, die bij monniken van dezelfde orde voor allen gelijk is.

Monnikenwerk verrichten
Veel arbeid verrichten, die tenslotte niets oplevert.
Monniken moesten vroeger alles vernietigen, wat ze de vorige dag gemaakt hadden.

Iemand mores leren
Iemand op een harde manier terechtwijzen.
Mores betekent hier gewoonte, gebruik.

De morgenstond heeft goud in de mond
Vroeg opstaan is profijtelijk.
Mond is hier niets anders dan een rijmwoord op stond.

In Morpheus’ armen liggen
Rustig slapen.
Morpheus bezat, volgens Ovidius, de macht om droombeelden op te wekken.

Iets uit zijn mouw schudden
Iets moeilijks gemakkelijk en zonder moeite verrichten
Ontstaan in de tijd toen men zeer wijde mouwen droeg, waarin allerlei zaken verborgen konden worden.

Het achter de ellebogen, de mouw hebben
Schijnheilig zijn. Onbetrouwbaar zijn.
Vroeger had men soms een wapen in zijn mouw verborgen.

Aan iets geen mouw weten te passen
Geen middel weten om iets in orde te weten.
Een kleermaker die geen kans ziet een mouw aan een lijf te passen.

Iemand iets op de mouw spelden
Iemand iets wijsmaken.
Iemand iets aan zijn mouw vastspelden, zonder dat hij dat ziet.

Een muggenzifter
Een haarklover.
Komt uit de bijbel. Matth. 23:24

Dat muisje zal een staartje hebben
Die zaak zal onaangename gevolgen hebben.
Een klein muisje heeft een vrij lange staart.

Met zijn pet naar iets gooien
Knoeiwerk leveren. Zijn taak slecht vervullen.
In het wilde weg iets trachten te raken.

Daar zit geen muziek in
Daar kun je niet veel van verwachten.
Muziek betekent hier geld, de aangename klank van het rinkelen der munten.

Zich uit de naad lopen
Zich kapot lopen.
Met naad wordt hier de bilnaad bedoeld.

Een naald in een hooiberg zoeken
Het is onbegonnen werk om daarnaar te zoeken.
Het is even moeilijk terug te vinden als een naald in een berg hooi.

Als een nachtkaars uitgaan
Langzaam wegsterven.
Het beeld is ontleend aan een kaars die men ’s nachts laat opbranden.

Hij is een nagel aan mijn doodkist
Hij veroorzaakt mij zoveel leed, dat mijn dood er door wordt versneld.
Het aftimmeren van de doodkist is het symbool van de nadering van de dood.

Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Kan er uit een persoon, die uit een andere omgeving komt, iets goeds komen?
Komt uit de bijbel. Joh. 1:47.

Hij is de nestor
Hij is de oudste.
Nestor was de naam van de oudste en wijste Griek in het leger voor Troje.

Achter het net vissen
Te laat komen. Zijn kans verkeken hebben.
Vissen op een plaats, die al door anderen met een sleepnet is afgevist.

Iets bij zijn neus langs zeggen
Iets terloops zeggen.
Iets zeggen zonder links of rechts te kijken.

Iemand iets onder zijn neus wrijven
Iemand iets onaangenaams zeggen.
De uitdrukking is ontleend aan de gewoonte om honden en katten, die niet zindelijk zijn, met hun neus in hun uitwerpeselen te drukken.

Iemand iets door de neus boren
Iemand iets onthouden waar hij recht op heeft.
Gezegd van een dier, dat een ring door zijn neus krijgt.

Iets in het snotje hebben
Iets in de gaten hebben.
Gezegd van een jachthond, die wild ruikt.

Voor iets zijn neus optrekken
Iets met minachting aanzien.
Voor een onaangename reuk de neus samentrekken.

Tussen neus en lippen
Terloops.
De afstand tussen neus en lippen is klein, maar groot genoeg om iets te laten ontsnappen.

Het is een wassen neus
Iets dat alleen voor de vorm wordt gedaan.
Een valse neus, die men kan vervormen zoals men wil.

Het neusje van de zalm
Het beste.
Het neusje van de zalm is het lekkerste stuk van de zalm.

Op het nippertje
Op het laatste ogenblik.
Op het punt van knippen.

Met de noorderzon vertrekken
Ongemerkt er vandoor gaan.
In de 17e eeuw betekende noorderzon middernacht.

Hij heeft veel noten op zijn zang
Hij heeft veel praats.
Zijn zangpartij heeft veel noten.

Hij is in zijn nopjes
Hij is verheugd.
Hij draagt zijn mooie kleren, waar noppen op zitten.

Van nul en generlei waarde
Waardeloos.
Nul heeft hier de betekenis van nietig, krachteloos.

Van het jaar nul
Waardeloos.
Niet te dateren of te definiëren.

Iemand de ogen uitsteken
Een ander zijn afgunst opwekken.
Maken dat hij niet goed meer kan zien, hem verblinden.

In de olie zijn
Dronken zijn.
Een glimmend gezicht hebben door veel drinken.

Een onbekookt plan
Een onvoldoende overdacht plan.
Onbekookt wordt van spijzen gezegd. Niet door koken tot voldoende gaarheid gebracht.

Zich niet onbetuigd laten
Dapper mee doen. Flink toe tasten.
Komt uit de bijbel. Zich openbaren in zijn handelingen. Hand. 14:17.

Het onderspit delven
Overwonnen worden. Aan het kortste eind trekken.
Bij het graven van een sloot staat de ene arbeider boven, de andere met grote laarzen in de modder en delft het onderspit, de onderste laag.

Iemand ongezouten de waarheid zeggen
Er geen doekjes om winden. Het uiterst openhartig zeggen.
Ongezouten wil zeggen onvoldoende toebereid.

Oog om oog, tand om tand
Kwaad met kwaad vergelden.
Komt uit de bijbel. Exod. 21:23-24.

De splinter in een anders oog wel zien, maar niet de balk in zijn eigen
Wel de kleine gebreken bij de ander waarnemen, maar eigen grote gebreken niet kennen.
Komt uit de bijbel. Matth. 7:3.

Door het oog van de naald kruipen
Net aan een groot gevaar ontsnappen.
Komt uit de bijbel. Jezus zegt dat het gemakkelijker voor een kameel is om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om in de hemel te komen. Matth. 19:24.

Geen goed oog op iets hebben
Iets verkeerd inschatten.
Nijd en afgunst verlenen aan sommige mensen het vermogen om door hun blik aan anderen nadeeel te berokkenen.

Iemands oogappel zijn
Het dierbaarste dat iemand bezit.
Komt uit de bijbel. Zach. 2:8.

Iemand een oorvijg geven
Iemand een klap om zijn oren geven.
Oorvijg is in het Duits een soort van gebak met de vorm van een oor.

Dat zal hem zuur opbreken
Daar zal hij onaangename gevolgen van ondervinden.
Gezegd van een spijsbrij die uit de maag in de keel opstijgt en dan een zure onaangename smaak heeft.

Zich opdirken
Zich overdadig opmaken.
Komt uit de scheepswereld. De dirk is het touw dat van de kop van de mast loopt naar het uiteinde van de giek en waarmee de giek op- en neergehaald wordt.

Iets opdoeken
Iets opheffen. Afschaffen.
Opdoeken is in brede vouwen neerleggen en daarna stijf oprollen en met kabelgarens bijeenhouden.

Voor iets opdraaien
De schuld van iets krijgen.
Komt uit de scheepswereld. Opdraaien betekent in zijn voortgang gestuit, tegengehouden worden.

Opgeld doen
In trek zijn. In zwang raken.
Opgeld is het geld dat men ontvangt bij het wisselen van een betere muntsoort tegen een geringere boven de gewone waarde.

Met iemand opgescheept zitten
Hem tot last zijn.
Komt uit de scheepswereld. Onder opschepen verstond men goederen op een schip laden.

Opsnijden
Pochen. Grootspreken. Snoeven.
Opvallend zwierig kleden van vrouwen.

Opspelen
Uitvaren. Razen.
Komt uit de muziekwereld. Hard op een muziekinstrument beginnen te spelen.

Iets opvijzelen
Iets in zijn oude glorie herstellen.
Vijzel betekent windas, dommekracht.

Iemand de oren wassen
Iemand op een gevoelige manier de les lezen.
In het volksgeloof waren kennis en inzicht uitsluitend afhankelijk van de reinheid der zintuigen.

Van ouder op ouder
Van geslacht op geslacht.
Ouder betekent hier mensenleeftijd, generatie.

De overhand hebben
In de meerderheid zijn.
Hand betekent hier macht.

Met iemand overhoop liggen
Met iemand ruzie hebben.
Komt uit de worstelwereld. Overhoop betekent de ene hoop op de andere, de één komt op de ander te liggen.

Ten overstaan van
In tegenwoordigheid van.
Overstaan betekent aanwezig zijn bij een handeling.

Overstag gaan
Van mening veranderen.
Komt uit de scheepswereld. Een schip van richting doen veranderen.

Overstuur zijn
In de war zijn. Van streek zijn.
Komt uit de scheepswereld. Overstuur betekent in de richting van het stuur, dus achteruit.

Paal en perk aan iets stellen
Het beteugelen.
Paal betekent hier grenspaal en perk grens.

Een gegeven paard moet men niet in de bek zien
Een geschenk moet men niet te nauw beoordelen.
De ouderdom van een paard bepaalt men naar de toestand en het aantal van zijn tanden.

Het paard van Troje binnenhalen
Zich argeloos een groot kwaad berokkenen.
Bij de belegering van de stad Troje haalden de Trojanen een groot houten paard naar binnen, maar in de buik van dat paard zaten gewapende Grieken verborgen.

Het beste paard van stal
De beste.
Meisjes die altijd op straat lopen zijn niet zo goed als zij die thuis blijven en zich met huishoudelijke taken bezighouden.

Paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet
Verdienste wordt niet altijd beloond.
Paarden die het haverland beploegen, doen dit ten bate van de herenpaarden.

Paarlen voor de zwijnen werpen
Iets moois geven aan hen die er de waarde niet van weten te schatten.
Komt uit de bijbel. Mattheus 7:6

Paf staan
Verbijsterd zijn.
Als door een knal verdoofd.

Bij de pakken neerzitten
Moedeloos worden.
Komt uit de bijbel. Gen. 49:14

Pal staan
Onwrikbaar zijn.
Pal betekent hier een pen waarmee een spil of een rad wordt vastgezet, zodat omwaaien of draaien onmogelijk is.

In de pan hakken
Neersabelen.
Spijzen fijnhakken om in de pan gestoofd of gebraden te worden.

Onder de pantoffel zitten
Onder de plak van zijn vrouw zitten.
De pantoffel draagr de vrouw in huis.

Geen pap van iets gegeten hebben
Er geen verstand van hebben.
Er niet van kind af aan mee vertrouwd zijn, zoals met de pap die men als kind te eten kreeg.

In een lastig parket zitten
Zich in een moeilijke situatie bevinden.
Parket betekent hier omheining.

Te pas komen
Gelegen komen.
Te pas betekent hier op het juiste ogenblik.

Geen peil kunnen trekken op iemand
Zich vergissen in iemand zijn reacties.
Komt uit de scheepvaart. Peilen betekent hier door middel van een peiltoestel bepalen waar men zich op zee bevindt.

Wie met pek omgaat, wordt er mee besmeurd.
Wie in slecht gezelschap verkeert, neemt gemakkelijk hun slechte eigenschappen over.
Komt uit de bijbel. Jezus Sirach 13:1.

Iemand de pen op de neus zetten
Iemand stevig onder bedwang houden.
Pen betekent hier neusknijper.

In de penarie zitten
In angst zitten.
Penarie betekent in het Latijn nood.

Op de penning zijn
Gierig zijn.
Gesteld zijn op penningen, geld.

Dat gaat boven mijn pet
Daar kan ik met mijn verstand niet bij.
Pet is het hoofddeksel dat de hersens omvat.

In de piepzak zitten
In angst zitten.
Piepzak is een drank van oude koffie met melk en suiker gekookt.

Het is daar niet pluis
Het is daar niet in de haak. Het is daar niet veilig.
Pluis betekent zuiver, schoon, onschuldig

Niet voor de poes zijn
Niet gemakkelijk.
Spijzen die niet aan de kat gegeven worden, dus niet waardeloos zijn.

Loop naar de pomp
Maak dat je weg komt.
Komt uit de scheepswereld. Het is een scheepscommando.

Iemand het volle pond geven
Iemand het hele bedrag geven.
Pond betekent hier munt.

Pontificaal gekleed zijn
Op zijn best gekleed zijn.
Gezegd van een bisschop, die in zijn pontificaal gewaad gekleed is.

Poolshoogte nemen
Zich op de hoogte stellen.
Komt uit de scheepswereld. Eeen zeeman, die astronomisch berekent op welke graad van hoogte hij boven de kim is.

Op zijn poot spelen
Driftig worden. Uitvaren.
Poot betekent hier hand

Poot-aan spelen
Hard doorwerken.
De poten, de handen, aan het werk slaan

Op zijn pootjes terechtkomen
In orde komen.
Een kat komt bij een val altijd op haar poten terecht.

Met hangende pootjes
Nederig.
Een hond die met hangende pootjes opzit om te bedelen.

Daar heb je de poppen aan het dansen
De herrie, de ruzie barst los.
Het poppenspel is begonnen.

Het is één pot nat
Het komt op hetzelfde neer.
Vleesnat van verschillende kooksels, dat bij elkaar gevoegd wordt.

Op zijn achterste poten staan
Driftig worden.
Een steigerend paard.

Praatjes voor de vaak
Onbenullige praatjes.
Praatjes om de vaak, de slaap uit de ogen te houden.

Prat gaan op
Trots zijn op.
Prat betekent hoogmoedig.

Voor een prikje
Voor heel weinig geld.
Prikje betekent iets heel kleins.

Van de prins geen kwaad weten
Zich van geen kwaad bewust zijn.
Willem van Oranje werd zo geëerd, dat men geen kwaad over hem wilde horen.

Iemand op de proef stellen
Iemand aan een onderzoek onderwerpen.
Ertsen ondergaan een proef om het gehalte te bepalen.

Geen profeet wordt in eigen land geëerd
In je eigen omgeving wordt je minder gewaardeerd dan bij buitenstaanders.
Komt uit de bijbel. Matth. 13:57.

Op de proppen komen
Voor de dag komen.
Proppen heeft hier de betekenis van benen.

Een publiek geheim
Een geheim dat geen geheim is.
Komt uit het blijspel Il pubblico secreto, 1769, van Carlo Gozzi.

Op het punt staan
Er juist toe zullen overgaan.
Punt heeft hier de betekenis van tijdpunt, tijdstip.

In de put zitten
Neerslachtig zijn.
Put betekent hier grafkuil.

Als puntje bij paaltje komt
Als het er op aan komt.
Puntje en paaltje zijn grensscheidingen.

Een Pyrrhus-overwinning
Een overwinning die meer nadelen dan voordelen heeft.
Genoemd naar de overwinning van koning Pyrrhus op de Romeinen, waarbij hij grote verliezen leed.

Op zijn quivive zijn
Op zijn hoede zijn.
Franse uitroep van schilwachten bij onraad.

Een witte raaf
Iets dat zelden voorkomt.
Een zeer zeldzame vogel.

Iemand een rad voor de ogen draaien
Iemand misleiden.
Zo lang een rad voor iemands ogen draaien, dat het hem begint te schemeren.

Geradbraakt zijn
Dodelijk vermoeid zijn en overal pijn voelen.
Radbraken was een strafoefening, waarbij onder een rad de leden van een misdadiger gebroken werden.

Een raddraaier
Een onruststoker.
Degene die het rad draait, waardoor een machine in beweging wordt gebracht.

In de rats zitten
In angst zitten.
Onder rats verstaat de soldaat groente met aardappelen door elkaar gekookt.

Iemands rechterhand zijn
Iemands voornaamste medewerker.
De rechterhand is van de beide handen de voornaamste.

Van de regen in de drup komen
Van de wal in de sloot raken.
Door te schuilen voor de regen op een plaats komen waar het drupt.

Zoals het reilt en zeilt
Zoals het daar is.
Komt uit de scheepswereld. Een schip zoals het voor anker ligt en in volle zee zeilt.

In een slechte reuk staan
Ongunstig bekend staan.
Reuk betekent de sfeer die iemand omgeeft.

Dat is een rijkeluiswens
Dat is een luxewens.
Wensen dat er na een jongetje een meisje geboren wordt.

Iemand door een ringetje kunnen halen
Iemand die er zeer netjes uitziet.
Gebruik van een doek of sjaal van zo fijne zijde, dat men ze door een ringetje kan trekken.

Slapen als een roos
Heerlijk, vast slapen.
Kinderen kunnen in hun slaap een hoogrode kleur krijgen, als hebben zij rozen op de wangen.

Ruggespraak houden
Overleg plegen.
Spreken met degene die zich achter de rug bevindt.

Een ruim geweten hebben
Zich niet gauw bezwaard voelen door zijn daden.
Men kan veel in zijn geweten opbergen zonder dat het drukt of bezwaard.

Op grote schaal
Zeer veel.
Schaal betekent hier een opklimmende reeks.

Het verloren schaap
Iemand die na lang zoeken eindelijk gevonden wordt.
Komt uit de bijbel. Lucas 15:4-7.

Het zwarte schaap
Degene die van alles de schuld krijgt.
Zwart werd geassocieerd met ongunstige eigenschappen.

Hij heeft zijn schaapjes op het droge
Hij is een welgesteld man.
Schapen die, grazende op kwelders, bij hoge vloed tijdig naar hoger gelegen gronden zijn gebracht.

Iemand in de schaduw stellen
Iemand overtreffen.
Het licht onderscheppen, zodat hij in de schaduw komt te staan.

Niet in iemands schaduw kunnen staan
Niet met hem vergeleken kunnen worden.
Hem niet zo dicht naderen dat men binnen zijn schaduwomtrek komt.

Schele ogen maken
Afgunst opwekken.
Afgunstige blikken worden vaak voorgesteld als van terzijde op de benijde persoon gericht te zijn.

De schellen vallen hem van de ogen
Hij begint de zaak in haar ware gedaante te zien.
Komt uit de bijbel. Hand. 9:18.

De schepen achter zich verbranden
Zijn laatste redmiddel vrijwillig opgeven.
Het verbranden van de schepen, waarmee veroveraars waren geland.

Schering en inslag
Doorlopend.
Schering is de op het weefgetouw gespannen draden en de inslag zijn de draden die door middel van een spoel dwars in de schering worden geslagen.

Achter de schermen blijven
Zich achteraf houden.
De regisseur regelt bij het toneel alles achter de schermen.

Iets in zijn schild voeren
Iets van plan zijn.
Ridders hadden de gewoonte om op hun schild een devies te laten schilderen waaruit je kon opmaken wie ze waren.

Weten waar de schoen wringt
Weten wat het probleem veroorzaakt.
Een schoen kan er heel mooi uitzien, maar alleen de drager weet waar hij knelt.

Schoenmaker, blijf bij je leest
Iemand die een orrdeel velt over iets, waarvan hij geen verstand heeft.
De beroemde Griekse schilder Apelles toonde zijn schilderijen in het openbaar en een schoenmaker had de nodige kritiek op het getoonde.

Uit de school klappen
Een geheim onthullen.
Schooljongens vertellen wat er in de school gebeurd is.

Op de schopstoel zitten
Elk ogenblik ontslagen kunnen worden.
De schopstoel was een strafwerktuig waarop misdadigers gestraft werden.

Buiten schot blijven
Zich niet aan gevaar blootstellen.
Er voor zorgen dat men niet getroffen kan worden door een werptuig.

Schots en scheef
Alles ligt ordeloos door elkaar.
Schots betekent raar, mal.

Zich schrap zetten
Zich stevig op de grond vastzetten.
Schrap betekent hier een over de grond getrokken streep.

Over de schreef gaan
Te ver gaan.
Schreef betekent hier grenslijn.

In zijn schulp kruipen
Zich terugtrekken.
Een slak die zich in zijn hoorn terugtrekt.

Goede sier maken
Het er goed van nemen.
Iemand een vriendelijk gelaat tonen.

De sigaar zijn
De dupe zijn. Er bij zijn. De klos zijn.
Sigaar is een benaming voor het mannelijk lid.

Met een sisser aflopen
Het valt wel mee.
Sisser is de naam van een stukje vuurwerk.

Ergens een slag naar slaan
Er op goed geluk naar raden.
Genoemd naar een oud volksvermaak, waarbij men geblinddoekt naar een ei moet slaan.

Zijn slag slaan
Voordeel behalen.
Gelegenheid voor een kaatser om te slaan.

Op slag komen
Goed op gang komen.
Slag betekent hier beweging der armen.

Slag hebben van iets
Bedreven zijn in iets.
Slag betekent hier manier van handelen.

Met de Franse slag
Iets slordig en half doen.
Eem Franse slag is een zwierige slag met een lange zweep.

Een slag om de arm houden
Zich zo uitdrukken, dat je altijd nog terug kan.
Een touw niet tot het einde laten vieren.

Uit zijn slof schieten
Onverwacht fel uit de hoek komen.
Slof heeft hier de betekenis van traagheid, onverschilligheid.

Hem smeren
Er vandoor gaan.
Smeren betekent hier op je buik over de grond gaan.

De smoor in hebben
In een zeer slechte stemming zijn.
Smoor betekent hier verstikking.

Hij is niet goed snik
Hij is niet goed bij zijn hoofd.
Snik betekent hier snugger.

De sokken er in zetten
Het op een lopen zetten.
In jagerstaal verstaat men onder sok het onderste gedeelte van de achterpoot van een haas.

Iets soldaat maken
Het verorberen. Opmaken.
Onder een soldaat verstaat men een magere koe, die verkocht wordt om voor het leger geslacht te worden.

Het sop is de kool niet waard
De zaak verdient niet, dat men er veel woorden aan besteed.
Dit nat zou verspild zijn aan een kool.

Iemand in zijn vet laten gaar koken
Zich niet verder met hem bemoeien.
Spijzen die genoeg eigen vet hebben om gekookt te worden.

Voor spek en bonen meedoen
Niet meetellen.
Geen loon verdienen, maar alleen de gewone kost krijgen.

Geen spier
Niet de kleinste hoeveelheid.
Spier betekent hier grashalmpje.

Spierwit
Volkomen wit.
Het vlezigste deel van een vogel.

Hij slaat de spijker op de kop
Hij geeft het enig juiste antwoord.
Een spijker moet precies op de kop getroffen worden, wil hij pakken.

Spijkers met koppen slaan
Afspraken maken waar men houvast aan heeft.
Spijkers met koppen zetten een plank beter vast dan spijkers zonder koppen.

Spijkers op laag water zoeken
Naar kleinigheden zoeken, die bijna niet te vinden zijn.
Komt uit de scheepswereld. Bij scheepstimmerwerven zoekt men bij laag water de spijkers die bij het timmeren gevallen zijn.

Spiksplinternieuw
Gloednieuw.
Zo nieuw als een pas afgehouwen splinter.

Spinnijdig
Erg kwaad zijn.
Grote volwassen wijfjesspinnen vallen soms na de paring de kleine mannetjes aan, doden hen en zuigen ze uit.

De spits afbijten
Zich als eerste aan een groot gevaar blootstellen.
Als eerste op de vijand inlopen, de werking der speren breken, zodat hun volgers hier minder last van hebben.

Op spitsroeden moeten lopen
Heel voorzichtig moeten zijn.
Een oude militaire straf, waarbij de schuldige met ontblote rug tussen twee rijen soldaten moest lopen en daarbij van rechts en links met roeden geslagen werden.

Hij heeft zijn sporen verdiend
Hij heeft veel bewijzen van geschiktheid geleverd.
Men werd alleen tot ridder geslagen met bijbehorende gouden sporen als je voldoende bewijzen van dapperheid geleverd had.

Het loopt de spuigaten uit
Het wordt te erg.
Komt uit de scheepswereld. Met spuigaten wordt hier spiegaten bedoeld.

Op iets staan
Iets heel graag willen.
Staan betekent hier stand houden, niet wijken.

Staat maken op
Vertrouwen op.
Staat betekent hier begroting.

Staatsvijand nr.1
De grootste vijand.
In Amerika werd met deze term de gangster Dillinger aangeduid.

Iets op stapel zetten
Een onderneming beginnen.
Komt uit de scheepswereld. Een stapel is het geheel van blokken waarop de kiel van een schip in aanbouw rust.

Geen steek
Helemaal niets.
Steek betekent hier punt.

Steek houden
Aannemelijk.
Steek houden wordt gezegd van grond die zich goed met de spade laat bewerken, die niet afbrokkelt bij de steek van de spade.

Op stelten staan
In rep en roer.
Wie op stelten loopt, staat niet vast, loopt wankel.

Hij is een roepende in de woestijn
Vruchteloze verkondiging van een waarheid.
Komt uit de bijbel. Matth. 3:3

Van de oude stempel
Van de oude soort.
Gezegd bij het slaan van munten.

Een stokje voor iets steken
Iets beletten. Het tegenhouden.
Stokje betekent hier grendel.

Van zijn stokje vallen
Flauwvallen.
Een vogel die dood van zijn stok in de kooi valt.

Hij zit op zijn stokpaardje
Hij spreekt over zijn geliefkoosd onderwerp.
Een jongen zit graag op een stok met een paardekop er aan.

Van streek zijn
In de war zijn. De kluts kwijt zijn.
Streek betekent hier windroos, kompasroos.

Een streep door de rekening
Een misrekening.
Een koopman, die een post in zijn boek niet betaald krijgt, haalt er een streep door.

Strijk en zet
Geregeld. Telkens weer.
Komt ui het dobbelspel. Het geld opstrijken en weer inzetten.

Aan de strijkstok blijven hangen
Onderweg verloren gaan.
Strijkstok is de maatstok waarmee maten koren van boven vlak worden gestreken als ze vol zijn.

Struisvogelpolitiek
Bestaande bezwaren willens en wetens niet willen zien.
Struisvogels die opgejaagd worden, steken hun kop in het zand of tussen de vleugels.

Een stuk in zijn kraag hebben
Dronken zijn.
Stuk betekent hier een vat wijn. Kraag heeft de betekenis van hals, keel.

Op stukken na niet
Lang niet. Op verre na niet.
Stuk betekent hier een grote hoeveelheid.

Taal noch teken van iemand horen
Geen enkel bericht van hem ontvangen.
Taal betekent hier dat wat iemand zegt.

Tabak van iets hebben
Er meer dan genoeg van hebben.
Tabak betekent hier iets voortreffelijks, heerlijks.

De tale Kanaäns
De Hebreeuwse taal. Het spraakgebruik van de gelovigen.
Komt uit de bijbel. Jesaja 19:18.

Niet talen naar iets
Er niet naar verlangen.
Talen betekent hier een gerechtelijke eis instellen.

Een tang van een wijf
Een boosaardig, kwaad wijf.
Tang is een instrument waartussen men iets vastknijpt.

Een Tantaluskwelling
Kwelling bestaande in het opwekken van een lust die niet kan worden bevredigd.
Tantalus werd door de griekse goden veroordeeld om in de onderwereld eeuwig honger en dorst te lijden.

De teerling is geworpen
Het lot is beslist. Het besluit is genomen en men kan niet meer terug.
Door Caesar gezegd, toen hij na lang aarzelen de Rubicon overtrok.

De tekenen des tijds
De aanwijzingen die het heden geeft voor toekomstige ontwikkelingen.
Komt uit de bijbel. Matth. 16:3.

Lange tenen hebben
Lichtgeraakt zijn.
Tenen zijn vaan erg gevoelig door eksterogen.

De tering naar de nering zetten
De uitgaven afstemmen op de verdiensten.
Tering betekent vertering en nering handel.

De teugels laten vieren
De vrije loop laten.
Als men de teugels van een paard laat vieren, dan houdt men het paard niet in.

Een ongelovige Thomas
Iemand die niet gauw te overtuigen is.
Komt uit de bijbel. Thomas moest eerst de gaten in de handen van Jezus zien, voordat hij het wou geloven. Joh. 20:25.

Op til zijn
Op komst zijn. Staan te gebeuren.
Til betekent hier in de weer, aan het werk.

Geen tittel of jota
Helemaal niets.
Komt uit de bijbel. Luc. 16:17.

De toets doorstaan
Bestand zijn tegen het onderzoek.
Het gehalte van goud werd door middel van een toetssteen vastgesteld.

Over de tong gaan
Besproken worden.
Iemand naam wordt voortdurend in de mond genomen.

Hij is goed van de tongriem gesneden
Hij kan goed praten.
Tongriem is een band onder de tong, die bij sommige kinderen doorgesneden wordt, wanneer de tong zich niet vrij genoeg kan bewegen.

De toon aangeven
De persoon zijn naar wie de anderen zich richten.
Bij het stemmen de grondtoon laten horen.

Een andere toon aanslaan
Op een andere toon beginnen te spreken.
Door een andere toets aan te slaan, krijg je ook een andere toon.

Hoog van de toren blazen
Het hoogste woord hebben.
De torenwachter blaast hard bij onraad.

In touw zijn
Druk bezig zijn.
Touw is hier het tuig, waarin een paard voor de ploeg gespannen is.

Iets op touw zetten
Iets gaan ondernemen.
Touw is de schering die opgespannen wordt.

Er geen touw aan vast kunnen knopen
Er niets van begrijpen.
Komt uit de scheepvaart. Daaraan kan geen schip door middel van een touw vastgemaakt worden.

Tranen met tuiten huilen
Heel hard huilen.
Tranen met tuiten zijn grote, dikke tranen, die van boven in een tuit uitlopen.

In de tredmolen lopen
Iemand die de sleur van de dagelijkse gang der zaken volgt.
Een dier dat in de tredmolen loopt, verricht altijd hetzelfde machinale werk.

Met stille trom vertrekken
Zich in stilte uit de voeten maken.
Een leger soldaten, die zonder signalen, stilletjes vertrekt.

Iemand om te tuin leiden
Het ware niet mededelen. Iemand beetnemen.
Iemand niet in de tuin laten, maar er omheen leiden.

Tuk zijn op iets
Iets heel erg begeren.
Tuk betekent hier begerig, verlangend, gretig.

Een tukje doen
Een middagslaapje doen.
Tujkken betekent talmen, dralen, slapen.

Een twistappel vormen
Een voorwerp van twist zijn.
De twistappel is de gouden appel die door Eris onder de gasten ter bruiloft van Peleus en Thetis geworpen werd, met het opschrift ‘voor de schoonste’.

Elk meent zijn uil een valk te zijn.
Iedereen denkt, dat zijn eigen kinderen uitnemend zijn.
Uil wordt hier genoemd als een minderwaardige vogel. Dit in tegenstelling tot de valk, die een vogel is.

Een uiltje knappen
Een middagslaapje doen.
Komt uit de scheepvaart. Een uiltje vangen betekent dat door een slaperige stuurman een schip plotseling overstag gaat.

Iemand een uitbrander geven
Iemand een ernstige berisping geven.
Uitbranden betekent door vuur zuiveren.

Uitentreuren
Zonder ophouden.
Sonder treuren betekent onvermoeid.

Niets uit te staan hebben met
Niets te maken hebben met.
Utestaan betekent in het middelnederlands onafgedaan zijn.

Tot zijn vaderen gaan
Sterven.
Komt uit de bijbel. Gen. 15:15.

Op de valreep
Op het laatste moment.
Komt uit de scheepwereld. De valreep was het touw met knopen dat van een scheepsbord afhing en waarlangs het bootvolk uit het schip in de sloep afgleed.

Wij zullen dat varkentje wel even wassen
Wij zullen die zaak wel opknappen.
Het wassen van een pas geslacht varken met kokend water was vroeger een lastig karwei.

Wat in het vat zit, verzuurt niet
Van uitstel komt nog geen afstel.
Wat ingelegd is in een goed vat, bederft niet.

Holle vaten klinken het hardst
Mensen die weinig weten, hebben de meeste praats.
Als je op holle vaten slaat, klinkt dat zeer luid.

Een veer moeten laten
Verlies lijden.
Gezegd van een vogel, die in een gevecht een veer verliest.

Veld winnen
Vooruitkomen. Meningen ingang doen vinden.
Een legermacht, die de vijand achteruitjaagt en dus terrein verovert.

Uit het veld geslagen
Iemand die geheel ontmoedigd is.
een vijand, die het slagveld heeft moeten verlaten.

Iets verbloemen
Iets bedekken.
Met bloemen bedekken. Een mooi aanzien geven.

Tegen de verdrukking in groeien
Ondanks druk van buitenaf, er toch beter van worden.
Als men aan een palmboom gewichten hangt, wordt deze niet verdrukt, maar gaat juist uitbundig groeien.

Pronken met andermans veren
Met het werk van een ander eer of roem verwerven.
In een Aesobische fabel komt een kraai voor, die zich siert met de veren van een pauw.

Uit de verf komen
Tot zijn recht komen.
Zo geschilderd, dat de verf als zodanig niet meer wordt waargenomen.

Iemands leven vergallen
Verbitterd raken.
Een vis waarbij de galblaas bij een schoenmaker wordt opengesneden, krijgt een bittere smaak.

Verguld zijn met iets
Met iets in zijn nopjes zijn. Verblijd zijn.
Glanzen van genoegen. Van vreugde stralende ogen hebben.

Op zijn verhaal komen
Zijn verloren krachten terugkrijgen. Tot bedaren komen.
Verhalen betekende herstellen, verademen, uitrusten.

Iets te verhap(k)stukken hebben
Nog iets te doen hebben.
Andere hakstukken aan een schoen zetten.

Het kan verkeren
Het kan veranderen.
Verkeren betekende dat een staat van zaken in haar tegendeel is omgeslagen. Vooral bekend geworden door een toneelstuk van G.A.Bredero

Het verkorven hebben bij iemand
Bij iemand niet meer in de gunst staan.
Verkorven is hout, dat men verkeerd gesneden heeft.

Iemand verlakken
Iemand bedriegen.
Lak betekent hier strik.

Iemand bij verstek veroordelen
Vonnis vellen over iemand die afwezig is.
Versteking betekent het onthouden van het recht aan iemand om zich te verdedigen.

Het op iemand voorzien hebben
Het op iemand gemunt hebben.
Zijn blikken op iemand gericht hebben. Naar iemand zien om hem te treffen.

Iets in het vet houden
Iets te goed hebben.
Vlees wordt onder een laag vet bewaard.

Iemand zijn vet geven
Iemand duchtig de waarheid zeggen.
Aan gebraad dat zichzelf niet kan bedruipen, moet men dus vet toevoegen.

Met een natte vinger kunden vinden
Iets zeer gemakkelijk en spoedig kunnen vinden.
Iets zo snel kunnen vinden, dat een natte vinger nog niet droog is.

Iemand om zijn vinger kunnen winden
Iemand geheel in zijn macht hebben.
Hij biedt er even weinig weerstand tegen als een doekje dat men hem om de vinger windt.

Iets door de vingers zien
Doen alsof men iets verkeerds niet ziet.
De hand voor de ogen houden, zodat men niets meer ziet.

Op het vinketouw zitten
Ongeduldig en gespannen zitten wachten om iets te kunnen doen.
Aan de treklijn zitten, waarmee de vleugels van het vinkennet worden dichtgeslagen.

De eerste viool spelen
Het meest in te brengen hebben.
In een strijkkwartet is de eerste viool het belangrijkste.

Met open vizier strijden
Openlijk strijden.
Als een ridder het vizier van zijn helm opgeslagen heeft, kan men zien wij hij is.

Iemand in het vizier krijgen
Iemand in het oog krijgen.
Vizier betekent hier het standvizier van een vuurwapen.

De vlag dekt de lading
Iets lelijks onder een fraaie naam voor wat goeds laten doorgaan.
Komt uit de scheepvaartwereld. De koopvaardijschepen varende onder onzijdige vlag worden door de oorlogvoerende partijen geëerbiedigd.

De vlag strijken
De strijd opgeven.
Komt uit de scheepvaartwereld. De vlag van zijn schip neerhalen als bewijs voor zijn overgave.

Terugverlangen naar de vleespotten van Egypte
Terugverlangen naar een vroegere toestand van materiële welvaart.
Komt uit de bijbel. Exod. 6:3.

Bij de vleet
In grote getale. In grote menigte.
Komt uit de scheepvaartwereld. De vleet is het geheel van netten, dat een schip uitzet om haring te vangen.

Geen vlieg kwaad kunnen doen
Zeer goedhartig zijn.
Het niet kunnen verdragen om ook maar een vlieg dood te slaan.

Hij ziet ze vliegen
Hij is niet goed bij zijn hoofd.
Hij ziet verschijningen vliegen, waar in werkelijkheid niets aanwezig is.

Iemand de voet op de nek zetten
Iemand meedogenloos vernederen.
Vroeger zette de overwinnaar de voet op de nek van de overwonnene.

Op gespannen voet staan met
In een niet-vriendschappelijke relatie staan tot.
Een strak gespannen draad springt door de geringste aantaking stuk.

Op grote voet leven
Op royale wijze leven. Veel geld uitgeven.
Voet betekent hier de wijze van leven, die zich geleidelijk ontwikkelt vanuit de basis.

Op staande voet
Onmiddellijk.
Terwijl de voet nog staat.

Veel voeten in aarde hebben
Veel moeite opleveren.
Als je een boom wilt vellen, die veel wortels heeft, dan kost dat veel moeite.

Een wit voetje hebben bij iemand
Bij iemand in de gunst staan.
Vroeger waren paarden met vier witte poten tolvrij.

Iets voetstoots aanemen
Iets onmiddellijk aannemen.
Voetstoots betekent zoals men het voor zijn voet vindt.

Iemand niet voor vol aanzien
Iemand niet serieus nemen.
Een munt, die niet het volle gewicht heeft.

Dat is je voorland
Dat heb je te verwachten.
Komt uit de scheepwereld. Het voorland is een in zee uistekende punt land waar je naar toe vaart.

Weten hoe de vork in de steel zit
Weten hoe de zaak in elkaar zit.
Weten hoe de hooivork in de steel bevestigd is.

Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen
Als de onrechtvaardigen vrome dingen gaan doen, dan mogen de vromen wel op hun hoede zijn.
Komt uit het boek Reinaart de Vos.

Een vreemdeling in Jeruzalem
Iemand die volstrekt onbekend is met de toestanden ter plaatse.
Komt uit de bijbel. Luc. 24:13.

Verboden vrucht
Iets dat verboden is. Onkuisheid.
Komt uit de bijbel. Het paradijsverhaal. Gen. 3:1-6.

Er is geen vuiltje aan de lucht
Er is niets aan de hand. Er dreigt geen gevaar.
Komt uit de scheepvaart. Vuil weer betekent buiig weer.

In zijn vuistje lachen
Zich in stilte verheugen.
Achter de voor de mond gehouden, half toegeknepen, hand lachen.

Voor de vuist
Onvoorbereid.
Zoals de zaken voor iemands hand liggen.

Voor hetere vuren gestaan hebben
In grotere moeilijkheden geweest zijn.
Vuur is hier het vuur om op te koken, het smidsvuur.

De vuurproef doorstaan
Een harde proef doorstaan.
De vuurproef bestond hierin, dat de aangeklaagde zijn hand een bepaalde tijd in het vuur moest houden. Als hij dan ongedeerd bleef, was zijn onschuld bewezen.

Zijn leven in de waagschaal leggen
Zijn leven op het spel zetten.
Als je iets op een weegschaal legt, dan weet je niet naar welke kant de naald zal overslaan.

Buiten de waard rekenen
Zich misrekenen.
De onkosten in een herberg berekenen zonder eerst de waard te horen.

Iemand de wacht aanzeggen
Iemand voor de laatste maal waarschuwen.
Iemand meedelen, dat het zijn beurt is om wacht te lopen.

Iets in de wacht slepen
Zich iets toeëigenen.
Wacht betekent hier het verblijf van de dienstdoende wachtsoldaten.

Weer boven water komen
Weer gevonden worden.
Iemand die in het water gevallen is en weer naar boven komt.

Van het zuiverste water
Van de beste kwaliteit.
Water is de glinstering van edelstenen.

Bang zijn zich aan koud water te branden
Voor een denkbeeldig gevaar alle mogelijke voorzorgen nemen.
Als dieren zich aan heet water gebrand hebben, zijn ze ook bang voor koud water.

Weerklank vinden
Met instemmende reactie beantwoord worden.
Als je een piano aanslaat, dan gaan de snaren van een nabijzijnde openstaande piano meetrillen in dezelfde toon.

Wat niet weet, dat niet deert
Als je niets weet heb je ook geen ergernis.
Als je niet weet hoe iets gekookt is, vind je het wel lekker.

De koninklijke weg gaan
Op een eerlijke manier te werk gaan. De eenvoudigste weg.
De koninklijke weg is de openbare weg, de rijksweg.

Wie niet werkt, zal ook niet eten
Je moet werken voor je geld.
Komt uit de bijbel. Thess. 3:10.

Buiten westen zijn
Het bewustzijn verloren hebben.
Komt uit de scheepwereld. Verre ten westen van de gewone route zijn. Uit koers zijn.

Een wet van Meden en Perzen
Een regel waarvan nooit afgeweken wordt. Een stalen wet.
Komt uit de bijbel. Als de Meden en Perzen wetten uitgevaardigd hadden, veranderden ze deze nooit meer. Ester 1:19.

In zijn wiek geschoten zijn
Zich beledigd voelen. Op zijn tenen getrapt zijn.
Een vogel wiens vleugel door een schot is geraakt.

Op eigen wieken
Zelfstandig zijn.
Jonge vogels die uitvliegen, zonder dat de vader of moeder er naast vliegt.

Iemand in de wielen rijden
Iemand dwarsbomen.
Een rijtuig, dat tegen de wielen van een ander rijdt.

Goede wijn behoeft geen krans
Goede waar hoef je niet aan te prijzen.
De herberg waar men wist dat er goede wijn geschonken werd, had geen uithangbord met krans nodig om klanten te lokken.

De mens wikt, maar God beschikt
Met ’s mensen willen en wensen komt de wil van God niet altijd overeen.
Komt uit de bijbel. Spreuken 16:9.

Door de wind gaan
Van gedachten veranderen.
Komt uit de scheepwereld. Overstag gaan.

De wind waait nu uit een andere hoek
De omstandigheden zijn veranderd.
Komt uit de scheepwereld. Een schipper. die een andere wind in zijn zeilen krijgt.

Wie wind zaait, zal storm oogsten
Wie op gewelddadige wijze iets tracht te bereiken, moet verwachten dat men er met nog sterker geweld op zal reageren.
Komt uit de bijbel. Hozea 8:7.

Iets in de wind slaan
Er zich niet om bekommeren.
Iets laten wegwaaien.

De wind er onder hebben
Ontzag hebben.
Men kan zijn ondergeschikten laten gaan en komen als door de wind gedreven.

Met alle winden meewaaien
Met alle partijen meegaan.
Zich gedragen als een windvaan, weerhaan.

Dat zal hem geen windeieren brenen
Dat zal hem groot voordeel brengen.
Een windei is een ei zonder kalkachtige schaal.

Tegen windmolens vechten
Een denkbeeldig gevaar bestrijden.
In de roman van Cervantes vecht de held tegen windmolens, die hij voor reuzen houdt.

Op de wip zitten
Bij stemmingen de doorslag kunnen geven.
Kinderspel, waarbij er twee op de zitplaatsen van de wip zitten en het derde kind op het midden van de plank staat.

De wittebroodsweken
De eerste weken van het huwelijk.
De tijd waarin alles nog een feestelijk aanzien heeft en alleen wittebrood opgediend wordt.

Door de wol geverfd
Doortrapt.
Zoals de wol van een kleurstof doortrokken is.

Een wolf in schaapskleren
Een gevaarlijk mens, die zich onschadelijk voordoet.
Komt uit de bijbel. Matth. 7:15.

Een wolk van een baby
Een gezonde, dikke, mollige baby.
Een baby, die zo bol is als de aan de hemel drijvende wolken.

In de wolken zijn
Uitermate blij zijn. Opgetogen.
Zich onttrokken voelen aan alle aardse zorgen.

Het hoge woord moet er uit
De bekentenis moet er uit.
Hoog heeft hier de betekenis van gewichtig.

Een Xanthippe
Een kwaadaardige, twistzieke vrouw.
Xanthippe was de vrouw van de griekse wijsgeer Socrates.

Op zwart zaad zitten
Geldgebrek hebben.
Vogels, die al het witte zaad in hun bakje hebben opgegeten.

Vast in het zadel zitten
Zeker zijn van zijn positie.
Een ruiter, die men niet gemakkelijk uit het zadel licht.

Iemand de zak geven
Iemand ontslaan.
De zak is hier de zak waarin de knecht zijn gereedschap bewaart en die hij bij zijn vertrek naar een andere meester meeneemt.

In zak en as zijn
In rouw gedompeld zijn.
Komt uit de bijbel. Als teken van rouw was men gehuld in een zak en strooide men as over het hoofd. Esther 4:1.

Iemand zand in de ogen strooien
Iemand misleiden.
Iemand zand in de ogen strooien, zodat hij niet goed meer kan zien.

In het zand bijten
Ter aarde storten. Sneuvelen.
Het gras van het strijdperk werd vroeger met zand bedekt.

Om zeep gaan
Doodgaan.
Weggaaan om zeep te halen om vervolgens nooit meer terug te komen.

Het zeil strijken
Voor iemand onderdoen.
Komt uit de scheepwereld. Het zeil laten zakken als bewijs van overgave.

Met opgestreken zeil
Driftig op iemand afkomen.
Komt uit de scheepwereld. Een schip dat met opgesen zeilen op een ander schip toe zeilt om het aan te vallen.

Van zessen klaar
In alle opzichten flink.
Een paard, dat twee goede ogen en vier flinke poten heeft.

Met zijn ziel onder zijn arm lopen
Zich vervelen.
Zijn ziel als een pakje onder zijn arm dragen, omdat zij niet bezig gehouden wordt.

Ter ziele zijn
Gestorven zijn.
Naar de plaats gaan waar de zielen der afgestorvenen zich bevinden.

Bij iets geen zijde spinnen
Bij iets geen voordeel hebben.
Zijde is een kostbare stof.

Dat zet geen zoden aan de dijk
Dat helpt nauwelijks.
Zoden zetten is zoden tegen de glooiing van de dijk aanbrengen om deze te versterken.

In iemands kielzog varen
Iemand volgen die vooraf gaat.
Komt uit de scheepswereld. Het zog is het kielwater dat een bewegend schip in het water achterlaat.

Een zondagskind
Een gelukskind.
Men geloofde vroeger dat een kind, dat op zondag geboren was, geesten kon zien.

De zondebok zijn
Degene die overal de schuld van krijgt.
Komt uit de bijbel. Levit. 16:8.

Iemand in het zonnetje zetten
Iemand in het openbaar prijzen.
De koesterende zonnestealen op hem doen vallen.

Zuur zijn
Er bij zijn. Gestraft worden.
Zuur betekent hier onaangename toestand.

Zwaar op de hand zijn
Alles even zwaar en ernstig opvatten.
Een paard, dat de kop naar beneden laat hangen, is zwaar op de hand, omdat het de hand van de ruiter vermoeit.

Het zwaard van Damocles
Een steeds dreigend gevaar, dat plotseling aan iemands voorspoed een einde kan maken.
Dionysius liet Damocles aanzitten aan zijn tafel en genieten van de kostbaarste spijzen en dranken, maar boven zijn hoofd hing aan een paardehaar een scherp, blinkend zwaard.

Een zwak voor iemand hebben
Een voorliefde voor iemand hebben.
Zwak betekent hier gevoelig.

Iemands zwanezang
Iemands laatste optreden.
Een zwaan kondigt zingend zijn naderende dood aan.

In zwang komen
In de mode komen.
Zwang beteknt hier beweging.

KOMEN ER OPGEWAARDE STUDENTEN?

Sunday, August 27th, 2006

Bron: UniversiteitsKrant (UK) Groningen
Datum: 29 maart 2001
Auteur: Thijs Kettenis

De ’studiehuizers’ komen eraan: komend collejaar zal een deel van de eerstejaarsstudenten bestaan uit scholieren die voortgezet onderwijs hebben gehad in de zogeheten tweede fase. De RUG verwacht voor deze groep geen grote aansluitingsproblemen. Maar sommige docenten van de middelbare scholen denken daar anders over.

De invoering van de tweede fase in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs kan niemand ontgaan zijn. Demonstraties van scholieren én docenten tegen de hoge werkdruk en felle discussies in de Tweede Kamer tonen aan dat de tweede fase in het voortgezet onderwijs en het studiehuis hete hangijzers zijn. Scholieren stippelen in dit onderwijssysteem hun eigen studieroute uit. Daarbij kunnen ze geen eigen vakkenpakket meer samenstellen, maar kiezen ze uit een van de vier doorstroomprofielen. Bovendien is het onderwijs meer gericht op het aanleren van sociale, communicatieve en studievaardigheden, zoals het opzetten van een onderzoek en omgaan met bronnen. Docenten fungeren als begeleidende coach aan wie de scholier zo nodig vragen kan stellen. Scholieren van het VWO beginnen na drie jaar studiehuis beter voorbereid aan hun universitaire studie: tenminste, dat is de bedoeling.
Volgend jaar krijgen de universiteiten voor het eerst met ’studiehuizers’ te maken. Het gaat hierbij om studenten afkomstig van scholen die de tweede fase een jaar eerder dan verplicht hebben ingevoerd: zo’n twintig procent van de totale instroom. Het jaar daarop zullen verreweg de meeste eerstejaars les hebben gehad in de nieuwe onderwijsvorm.
De RUG ziet de komst van dit nieuwe type student met vertrouwen tegemoet. Sinds 1995 werken de faculteiten samen met middelbare scholen uit de regio om de aansluiting te verbeteren. De universiteit is tevreden over de uitkomst en stelt in een onlangs verschenen voortgangsrapportage dat zij toegankelijker is geworden voor leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Hoe het in de praktijk uitpakt moet nog blijken.
Docenten uit het middelbaar onderwijs zijn minder positief. Sommige vinden dat er niets mis is met het theoretische model achter de tweede fase, maar wijzen op praktische problemen. ‘De invoering heeft het hele onderwijssysteem op zijn kop gezet’, vertelt A.Schaafsma van het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. ‘Docenten moeten omschakelen en er zijn andere toetsvormen en nieuwe lesmethoden. De aansluiting met het wetenschappelijk onderwijs zal de komende jaren dus zeker niet perfect zijn.’

Schoolser
Ook D.Frieling, teamleider vijfde en zesde klas VWO van het Zernikecollege in de stad, is op zich enthousiast over het studiehuis. ‘Wij experimenteren al een paar jaar met een vorm van het studiehuis. Het blijkt dat ex-leerlingen het makkelijker vinden om een universitaire studie te beginnen dan voorheen’, constateert hij. Maar Frieling hoort ook dat sommige studies juist schoolser zijn geworden om de rendementen te vergroten, bijvoorbeeld door aanwezigheid bij colleges verplicht te stellen. ‘Het is de vraag of deze tendens de aansluiting ten goede komt’, zegt hij.
Andere docenten zijn gewoon niet te spreken over de nieuwe onderwijsvorm. K.Hageman, docent economie aan het Ommelander College in Appingedam, vreest dat de aansluiting op het wetenschappelijk onderwijs juist verslechtert. ‘Scholieren kennen in het studiehuis enorm veel vrijheid. Ze mogen grotendeels zelf kiezen welke lessen ze volgen. Een deel kan die verantwoordelijkheid absoluut niet aan’, verzekert hij. ‘Deze groep is niet geschikt voor een universitaire studie en zou eigenlijk af moeten vallen. Maar bij een groot aantal zittenblijvers of zakkers zal het studiehuis als een mislukking beschouwd worden. En de politiek wil dat koste wat kost voorkomen.’ Gevolg is volgens Hageman dat de normen flink versoepeld worden. ‘Dat zag je vorig jaar al bij de eerste Havo-examens nieuwe stijl. Je moet selecteren op middelbare scholen; er moeten er minder slagen. De universiteit krijgt nu te maken met een groep opgewaardeerde studenten.’


Een ander probleem is volgens Hageman dat de inhoudelijke kennis van de scholieren tekortschiet. ‘Het grote aantal vakken gaat ten koste van de diepgang. Bovendien ligt de nadruk op toepassing in plaats van op het grondig kennen van de theorie.’
Ook R.ter Veen, coördinator van de VWO-afdeling van het Gomarus College in Groningen en docente Engels, is bang dat een gebrek aan theoretische bagage de scholieren opbreekt bij een vervolgstudie. ‘In het oude systeem kregen de leerlingen literatuurgeschiedenis en moesten ze voor hun examen acht pittige romans lezen. Literatuurgeschiedenis krijgen ze nu nauwelijks meer en het aantal verplichte boeken is teruggebracht tot drie. Daarover moeten ze een opdracht en een samenvatting maken. Nou, ik weet wel waar die tegenwoordig vandaan komen.’ Ter Veen vraagt zich bovendien af of het wel mogelijk is leerlingen al op de middelbare school met de universitaire studiewijze vertrouwd te maken. Het blijkt dat leerlingen grote lappen stof niet aankunnen. ‘Vroeger waren er verspreid door het trimester proefwerken en tussendoor nog schriftelijke overhoringen, nu alleen nog toetsweken.. De rapporten komen er weer aan en die zijn voor veel VWO-leerlingen echt dramatisch. Wij zitten hier erg mee in onze maag. Vooral docenten van de betavakken klagen steen en been.’

Testen
Coördinator A.van Arragon gaat over de aansluiting VWO-WO bij de RUG. Ze kijkt niet op van de kritiek op het studiehuis. ‘Er zijn inderdaad veel onzekerheden en onduidelijkheden. Je kunt zoiets ingrijpends nou eenmaal niet van tevoren testen.’ Toch verwacht Van Arragon geen onoverkomelijke problemen. Zo denkt ze dat het met het gebrek aan theoretische achtergrond wel mee zal vallen. ‘Talenstudies beginnen in de regel van vooraf aan; er wordt nauwelijks basiskennis verondersteld. Verder werkt juist de betafaculteit heel nauw samen met het voortgezet onderwijs en die is dus zeer goed op de hoogte van de veranderingen.’
Ze vindt het voorbarig om nu al te spreken van ‘opgewaardeerde studenten’. ‘We hebben het eerste examen nog niet gezien. De tweede fase is met veertien eindexamenvakken absoluut zwaarder dan vroeger, maar scholieren kunnen ook harder gaan werken.. Het rendement bij zware studies, zoals medicijnen, ligt aan de universiteit ook niet lager dan bij andere opleidingen’, aldus Van Arragon. Ook het argument dat scholieren van zestien jaar de werkdruk niet aankunnen, vindt ze niet steekhoudend. ‘Er ligt een taak voor de scholen om ervoor te zorgen dat die werkdruk niet uit de lucht komt vallen. dat vraagt alleen grote aanpassingen en ik begrijp dat scholen daarvoor tijd nodig hebben.’
Toch blijft het de komende jaren koffiedik kijken, geeft Van Arragon toe. ‘Ik geloof absoluut in de didactische achtergrond van het nieuwe model. Maar de invoering ervan gaat niet zonder slag of stoot. Vergelijk het met een prachtige, nieuwe schoen: het duurt gewoon een tijdje voor hij lekker zit.’

HOOFD VATICAANSE STERRENWACHT MOET OPSTAPPEN

Sunday, August 27th, 2006

Uit: De Volkskrant
Datum: 26 augustus 2006
Auteur: Michaël Zeeman

De directeur van de Sterrenwacht van het Vaticaan moet het veld ruimen. De 73-jarige George V. Coyne, gevormd in zowel de sterrenkunde als de theologie, zou er al te lichtzinnige opvattingen op na houden over de controberse tussen creationisten en darwinisten.

Coyne is een gezien astronooom die al sinds 1978 de leiding heeft over de pauselijke sterrenwacht. Zijn wetenschappelijke voorkeur voor een evolutionaire visie op de wording van het heelal boven de bijbelse, zou echter Paus Benedictus XVI een doorn in het oog zijn.
Volgens het eerste bijbelboek, Genesis, was het immers God die op de eerste dag de hemel en de aarde schiep en op de vierde de hemellichamen elders in het heelal. Van evolutie is geen sprake.
De jezuïet Coyne ziet dat als een wetenschappelijk onhoudbare these en heeft die visie niet verheimelijkt. Volgens de Britse krant The Daily Mail irriteerde dat Benedictus XVI toen hij nog eenvoudigweg kardinaal Joseph Raizinger was. Onder diens voorganger, Johannes Paulus II, kreeg Coyne echter de vrije hand.


Zo speelde hij een vooraanstaande rol in het uitvlooien van de gang van zaken rond de veroordeling door het Vaticaan van Galileo Galileï, die in de zeventiende eeuw het toentertijd gewaagde standpunt huldigde dat de aarde rond de zon draait.
in 1992 kwam, mede op gezag van Coyne, de officiële pauselijke mededeling dat er indertijd sprake was geweest van een vergissing van het hoogste kerkelijk gezag. Bij nader inzien bleek de aarde inderdaad rond de zon te draaien.
Het Vaticaan ontkent formeel dat spanningen tussen de paus en zijn astronoom aanleiding zouden zijn voor diens plotselinge pensionering. Het wijst in een verklaring op Coyne’s broze gezondheid en gevorderde leeftijd. Coyne’s opvolger, de 43 jarige Argentijnse astronoom José Gabriel Funes, eveneens jezuïet en reeds zes jaar bij de sterrenwacht van het Vaticaan, wil geen commentaar geven.
De sterrenwacht van het Vaticaan is één van de oudste ter wereld. Het was paus Leo XIII die aan het einde van de zestiende eeuw een wetenschappelijk comité van sterrenkundigen benoemde om de kalender te corrigeren.
Het observatorium zelf werd twee eeuwen later gesticht in een toren van het Vaticaan en legde zich toe op het vervaardigen van hemelkaarten. Sinds eind negentiende eeuw bevindt het zich in Castel Gandolfo, het pauselijk buitenverblijf ten zuiden van Rome.
Toen het strijklicht van de grote stad ook daar te veel ging storen, werd een samenwerkingsverband aangegaan met de Universiteit van Arizona in Tueson. Daar werd, op initiatief van paus Johannes Paulus II, in 1981 de Vatican Advanced Technology Telescope gebouwd.
De hoofdvestiging in Castel Gandolfo beschikt over een bibliotheek en een omvangrijke verzameling meteorieten.
Zij geeft de Studi Galileiani uit, een reeks gewijd aan de conflicten tussen de kerk en Copernicus en Galileï.

TALPA

Saturday, August 26th, 2006

TALPA
Auteur: Karel Hageman
Datum: 10 augustus 2005
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Talpa komt er aan!
De mediawereld is in rep en roer en het gonst natuurlijk van de geruchten. Het wereldje raakt er niet over uitgepraat en uitgeschreven. Want als de media ergens van houden, dan is het wel van navelstaren. Een journalist interviewt maar wat graag een collega. Misschien is hijzelf de volgende keer wel aan de beurt. In televisiepanels worden bij voorkeur presentatoren van andere omroepen gevraagd. En alom heerst het gevoel dat ‘het’ in Hilversum/Bussum gebeurt. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de media de komst van een nieuwe commerciële tv-zender beschouwen, als het grootste wereldnieuws dat er is. Radio en tv spenderen zeer veel zendtijd aan dit onderwerp en de kranten blijven niet achter.


Deze stroom van informatie verbaast de argeloze burger zeer. Maar nog verbazingwekkender is, dat de woordvoerders van de media tot een eensluidend oordeel komen. Talpa is verderfelijk en vernietigt ons zo moeizaam opgebouwde, voor de wereld unieke, pluriforme bestel! De bobo’s van de VARA, de AVRO, de NCRV, VERONICA, TROS, RTL-4, RTL-5 en SBS-6 verklaren unaniem dat ons een kostbaar cultuurgoed dreigt te ontvallen. Ze weten ook allemaal te verklaren, dat de politiek de grote boosdoener is, aangezien die verzuimd heeft om op tijd maatregelen te nemen. De enige omroepen waar je weinig van hoort, zijn de EO en de VPRO, want die hebben toch wel hun vaste achterban. Arme Medy van der Laan, die toch al in zwaar politiek vaarwater terecht is gekomen.


Wat een hypocrisie! Natuurlijk, de grote omroepen vissen achter het net en dan zijn uiteraard de druiven erg zuur. Maar dat verklaart nog niet hun afwijzende reacties. Als je de voorzitter van de VARA, zonder blikken of blozen, hoort verklaren dat een stompzinnig programma als Lingo, veel moeilijker te produceren is dan een doorwrochte VPRO-documentaire, dan hebben je ingewanden het zwaar te verduren.Deze lieden willen ons laten geloven, dat het ontzettend makkelijk is om goede programma’s voor een select publiek te maken. Maar dat het oh zomoeilijk is – we kunnen hier zelfs bijna van kunst spreken – om programma’s te maken, die bij een breed publiek aanslaan.De grote omroepen hebben voortdurend dit soort geluiden laten horen, om hun eigen programmering te rechtvaardigen en met name de VPRO en de EO in discrediet te brengen. Dit is uiteraard hun goed recht, maar ze hebben daarmee wel hun geloofwaardigheid verspeeld bij kritiek op de komst van TALPA. In hun ogen moet die John de Mol toch mistens een godheid zijn. Die weet tenminste, hoe je kwaliteitsprogramma’s voor een brede massa moet maken. Ze hebben niet voor niets in het verleden veelvuldig een beroep op hem gedaan. Hij is er dan ook schatrijk van geworden. Dat hij nu een wolf in schaapskleren blijkt te zijn, is een bittere pil.
De zogenaamde identiteitsomroepen zijn allang gezwicht voor de kijkcijfers en brengen dus populaire Amerikaanse series, films, thrillers, quizzen en leuke muziekprogramma’s. Ze doen dat op een ontzettend knullige manier, want alles moet op een koopje. Het resultaat is er dan ook naar. Erbarmelijk slechte Nederlandse series, domme spelletjes en muziekprogramma’s met veel videoclips, want voor live-optredens ontbreekt het geld. Ze weten maar al te goed, dat TALPA uitgerekend dit soort programma’s stukken beter en professioneler zal maken en dat hun doodvonnis – zich vertalend in een steeds verder dalend marktaandeel – is getekend, als deze op het scherm komt.


Dat hebben ze dan helemaal aan zichzelf te wijten. Sinds de komst van de commerciële zenders, hebben ze zich uitgesloofd met een beleid, dat alleen maar gericht is op het trekken van zoveel mogelijk kijkers. De tirannie van de kijkcijfers. Onderlinge verschillen valllen weg. Met uitzondering van tien minuten kerkzang per week van de NCRV en een avondvullend socialistisch programma van de VARA, dat in 2078 staat gepland.
Zo proberen ze de enige overblijvende identiteitsomroepen – de EO en de VPRO – de wind uit de zeilen te nemen. Dit laatste lukt aardig en de kijkers raken steeds meer vertrouwd met de gedachte, dat de kwaliteit van een televisieprogramma afhangt van de kijkcijfers. Nu blijkt dat ze in een kuil geval-len zijn, die ze zelf gegraven hebben. Met hun eigen normen en waarden worden ze straks om de oren geslagen door TALPA.

Bedankt publieke omroepen, dat je ons dit kind hebt willen baren!

MANAGER MOET NIET DENKEN DAT HIJ HET ALLEEN KAN

Monday, August 21st, 2006

Bron: NRC Handelsnblad
Auteur: Maarten J.Verkerk
Datum: 7 juli 2005.
Vormgever: Karel Hageman

Procesdenken is mooi, maar je kan onderweg de klant kwijtraken.
Van verschillende kanten is de aanval geopend op het procesdenken, dat de bezieling uit de samenleving zou halen. Maar deze benadering biedt juist veel mogelijkheden, betoogt Maarten J.Verkerk. Als managers de professionals maar voldoende ruimte laten.

De filosoof Ad Verbrugge stelt (Opinie & Debat, 18 juni) het onbehagen op de werkvloer aan de orde. Hij verwijt de managers, dat zij gemotiveerde mensen hun beroep afnemen. Hij is van mening, dat het procesdenken de wereld van zijn bezieling berooft. In het debat hierover meent filosoof René ten Bosch, dat de analyse van Verbrugge te abstract is. Volgens hem ligt het probleem in het onwrikbare geloof in rationele planning. Ook coördinator van MA-opleiding Filosofie in Bedrijf Frits Schipper, vind dat deze discussie te abstract gevoerd wordt. Hij pleit dan ook voor analyse op het niveau van de concrete organisatie. Het betoog van Verbrugge overtuigt niet, omdat hij een verkeerd beeld van het procesdenken schetst.
Het zou wel eens kunnen zijn, dat een consequente invoering van dit denken, juist zou kunnen bijdragen tot een oplossing van de problemen.

Het procesdenken is enkele decennia geleden populair geworden in de industrie. Een van de wortels van dit denken is te vinden in de democratische of participatieve visie op organisaties die ontwikkeld is in Engeland, Scandinavië, Australië en Nederland. Een andere wortel is te vinden in de Japanse productiefilosofieën. Je kunt de essentie van het procesdenken alleen goed begrijpen, als het gezien wordt als alternatief voor de zogenaamde functionele benadering. Laat ik beginnen met een voorbeeld uit de industrie: een fabriek.
De vader van het functioneel denken, is de bekende ingenieur Frederick Taylor. De kern van zijn benadering is, dat een productieproces in een groot aantal deelstappen uiteengelegd moet worden (arbeidsdeling). Vervolgens moet elke deelstap zo efficiënt mogelijk worden uitgevoerd en worden vastgelegd in een standaard. Elke medewerker voert maar één deelstap uit. Ook alle indirecte taken als planning, kwaliteitsmetingen en onderhoud moeten door gespecialiseerde medewerkers worden uitgevoerd. Vaak kent de medewerker de andere deelstappen nauwelijks en kent hij of zij de klant niet.
In het procesdenken daarentegen staan de producten centraal. In deze benadering wordt het hele productieproces rondom eem product georganiseerd. Er wordt geprobeerd de verschillende deelstappen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Medewerkers voeren meerdere deelstappen uit. Vaak plannen ze hun eigen werk, voeren zij zelf kwaliteitsmetingen uit en verrichten ze klein onderhoud. Een groep medewerkers is soms verantwoordelijk voor een heel product. De medewerkers kennen de klant en ze zijn op de hoogte van zijn of haar eisen.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat sterk functionele benaderingen een negatief effect hebben op de kwaliteit van de producten. Verder leidt deze benadering tot frustratie en vervreemding bij medewerkers.
Het procesdenken, met name zoals dat in de democratische of participatieve variant is ontwikkeld, leidt vaak tot een betere kwaliteit van de producten en tot een toename in de efficiency van de organisatie. Zeker als het procesdenken gepaard gaat met een participatieve stijl van leidinggeven, leidt deze vaak tot een grote betrokkenheid en tevredenheid van medewerkers.
Het functionele denken heeft een grote invloed (gehad) op de ontwikkeling van de westerse samenleving. We zien de invloed daarvan in alle sectoren in de maatschappij terug. Van origine is de gezondheidszorg ook op functionele wijze georganiseerd. Zo zijn (waren?) de meeste psychiatrische ziekenhuizen onderverdeeld in verschillende functionele afdelingen: kliniek, deeltijdbehandeling en polikliniek. Vervolgens zijn deze afdelingen vaak naar de verschillende specialismen opgedeeld. Binnen de verschillende afdelingen en specialismen wordt de zorg zo goed mogelijk georganiseerd. Maar de problemen ontstaan, als de patiënt van de ene naar de andere afdeling of van de ene naar de andere specialist wordt doorverwezen. Door de scheiding in functies en door de autonomie van de specialist, blijkt dan vaak, dat de zorg op de ene afdeling niet goed is afgestemd op de zorg van de andere afdeling. Ook kan de patiënt weer opnieuw op een wachtlijst komen, waardoor een breuk in de behandeling ontstaat.
In de psychiatrie zijn de nadelen van deze functionele organisatievorm onderkend. Ruim tien jaar geleden zijn in Nederland de eerste serieuze discussies gevoerd over het procesdenken in de psychiatrie (vakterm: zorgprogramma). De belangrijkste motivatie was een verbetering van de behandeling van de patiënt (vakterm: continuïteit van behandeling). In een procesmatige benadering wordt alle zorg rond de patiënt georganiseerd en zijn de ‘muren’ tussen de verschillende afdelingen en specialismen verdwenen of doorlatend gemaakt. Deze manier van werken is niet gemakkelijk. Het vraagt veel meer kennis en vaardigheden van behandelaren en managers.
Is het procesdenken een speeltje van het management? In Zuid-Limburg, bijvoorbeeld, is het invoeren van zorgprogramma’s geïnitieerd door de hulpverleners en hebben managers dit initiatief later ondersteund. De eerlijkheid gebied te zeggen, dat deze ondersteuning van het ma-nagement wel wat beter had gekund.


Een ander voorbeeld van het procesdenken is de zogenaamde transmuralisering. De essentie daarvan is, dat de zorg rondom de patiënt wordt georganiseerd en dat de muren tussen verschillende afdelingen en instellingen doorlatend worden (transmuralisering). Ook deze innovatie is geïnitieerd door hulpverleners.
Mijn eerste conclusie is dan ook, dat de stelling van Verbrugge dat het procesdenken een speeltje van het management is om de eigen positie te versterken, in zijn algemeenheid niet juist is.
Mijn tweede conclusie is, dat het procesdenken niet ‘zomaar’ als oorzaak van de ellende mag worden aangemerkt. Er zijn immers goede, inhoudelijke redenen om in de zorg in processen te denken.
Maar met deze conclusies zijn we niet klaar met het appel van Verbrugge. De problemen die hij beschrijft, zijn natuurlijk op veel punten herkenbaar. Hij wijt de problemen in de zorg echter ten onrechte aan het procesdenken.
Ik wil op twee problemen wijzen. In de eerste plaats – ik beperk me weer tot de psychiatrie – gaat het in de psychiatrie om het geven van zorg. Het gaat niet primair om het geven van pillen of om het geven van een therapie. Pillen en therapie zijn technieken. Het grote gevaar van allerlei moderne managementtechnieken is, dat zorg gereduceerd wordt tot techniek. In de psychiatrie gaat het niet primair om techniek maar om zorg, is er geen technische maar een morele relatie. Het gaat om een medemens die voluit subject is. In een technische relatie daarentegen wordt die medemens gereduceerd tot object. Daarin gaat het niet meer om de zorg, maar om het uitvoeren van een technische handeling. Dit probleem – de reductie van zorg tot techniek – komt zowel in het functionele als in het procesmatige denken voor.
Verder dienen managers te beseffen dat je een morele relatie niet kunt ‘managen’. Wel kun je in een goede dialoog met hulpverleners moderne managementtechnieken zo gebruiken, dat ze dienstbaar zijn aan het verlenen van zorg. Tevens wil ik benadrukken dat managers geen eigen agenda mogen hebben. Zij staan ten dienste van de zorg en de zorgverleners. Wat dat betreft is de verrijking aan de top een slecht signaal. Het wekt de indruk dat niet de belangen van de zorg, maar de eigen belangen centraal staan.
Mijn derde conclusie is dan ook, dat managers het eigen karakter van de zorg moeten respecteren en niet mogen reduceren tot technieken die ‘gemanaged’ kunnen worden.

Een tweede probleem is dat de overheid, door middel van de regelgeving, probeert meer grip op de zorg te krijgen. Het nieuwe toverwoord is transparantie. Aan de ene kant is deze aanpak positief. Hulpverleners worden gedwongen om de gegeven zorg goed te verantwoorden. Naar mijn ervaring kan dit – als het op de juiste manier gebeurt – een positief effect hebben op de kwaliteit van de zorg. Aan de andere kant neem de administratieve last bijzonder toe. Ik denk bijvoorbeeld aan de nieuwste ontwikkelingen. Vanaf 1 januari 2006 moeten alle verrichtingen tot op de kleinste details worden vastgesteld. Het doel van deze registratie is een goede prijs voor ‘zorgproducten’ te kunnen vaststellen en concurrentie te stimuleren (vakterm: diagnose-behandelcombinaties). Mijn probleem met deze benadering is, dat alle aandacht gericht wordt op de technische verrichtingen en de daarbij behorende kosten. Het gevaar dreigt dat de patiënt gereduceerd wordt tot een kostenpost en de behandelaar tot een productiefaktor. De hele systematiek riekt naar een functionele aanpak. Taylor stond er bekend om, dat hij elk proces tot in detail registreerde, met als gevolg dat hij het geheel uit het zicht verloor.
De gezondheidszorg loopt hetzelfde gevaar. Voordat we het beseffen, weten we precies hoe-lang alles duurt en hoeveel het kost, maar zijn we ‘onderweg’ de patiënt kwijtgeraakt. Daar komt bij dat de hulpmiddelen (ICT etc) nog onvoldoende ontwikkeld zijn, zodat de admini-stratieve sterk zal toenemen, met als gevolg dat de zorg duurder zal worden.
Mijn vierde conclusie is dan ook, dat interventies van de overheid gemakkelijk kunnen leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de zorg en tot hogere kosten. In de industrie is allang bekend, dat het introduceren van innovaties (zoals het procesdenken) vraagt om een procesgerichte organisatie en een participatieve stijl van leidinggeven. Hetzelfde zal ook wel gelden voor de gezondheidszorg. Maar een procesgerichte organisatie kan bedreigend zijn voor de professionals en een participatieve stijl van leidinggeven idem voor managers. Voila, de ingrediënten voor het falen van een innovatie en voor apathie en frustratie op de werkvloer.

Het procesdenken draagt de belofte in zich van motivatie en betrokkenheid. Het draagt zelfs de belofte in zich van een afname van de registratielast. Maar zulke stappen kunnen alleen gezet worden door de hulpverleners, managers en politici samen.
Ik ben blij dat Verbrugge een forse steen in de vijfer gegooid. Ik hoop dat managers en politici nog lang last hebben van het opgespatte water. Dat hij de verkeerde steen heeft gegooid, wil ik hem graag vergeven.

Dr.Maarten J.Verkerk heeft lange tijd in de industrie gewerkt. Hij is nu directeur van een psy-chiatrisch ziekenhuis en bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan de Techni-sche Universiteit Eindhoven.