Archive for September, 2006

WERK PLOEGLID JAN VAN DER ZEE IN KRINGLOOPWINKEL

Saturday, September 30th, 2006

WERK PLOEGLID JAN VAN DER ZEE IN KRINGLOOPWINKEL
Bron: Dagblad van het Noorden
Datum: 30-09-06

Het Zeeuws Veilinghuis heeft bij een kringloopwinkel in Middelburg een schilderij van de bekende Groninger Ploegkunstenaar Jan van der Zee gevonden. De kringloopwinkel zet voorwerpen, die mogelijk waardevol zijn, apart voor taxatie.
Wie het schilderij naar de kringloopwinkel heeft gebracht, is onbekend. Het werk is inmiddels geveild voor 16.250 euro. De opbrengst is voor de winkel.

VEILINGHUIS VINDT DUUR DOEK IN KRINGLOOPWINKEL

Saturday, September 30th, 2006

VEILINHUIS VINDT DUUR DOEK IN KRINGLOOPWINKEL
Bron: De Volkskrant
Datum: 30-09-06

Het Zeeuws veilinghuis heeft bij een kringloopwinkel in Middelburg een schilderij gevonden dat ruim 16.000 euro waard is. Het is een werk van Jan van der Zee, die behoorde tot de kunstenaarsgroep de Groninger Ploeg. Wie het schilderij naar de kringloopwinkel heeft gebracht, is onbekend. Het werk is inmiddels geveild voor 16.250 euro. De opbrengst is voor de winkel.

NA 334 JAAR KOMT ALSNOG EEN EXCUUS

Saturday, September 30th, 2006

NA 334 JAAR KOMT ALSNOG EEN EXCUUS
Bron: De Volkskrant
Auteur: Sacha Kester
Datum: 30-09-06

‘Na 334 jaar werd het toch wel een keertje tijd voor excuses’, zegt Christian Melsen (28) van de vereniging Vrienden van De Witt. ‘En dat moest gebeuren door iemand uit Den Haag. Het was de Haagse bevolking, die deze staatsman heeft vermoord en zijn lichaam aan stukjes heeft gescheurd.’
Dus daar staat Han de Koning, lid van de vereniging en inwoner van Den Haag. Met een briefje in de hand beklimt hij de drie treden bij het standbeeld van Johan de Witt en vertelt wat er in 1672 op deze plek is gebeurd.
Johan bezocht zijn broer Cornelis in de gevangenis, werd door een woedende menigte naar buiten gesleurd en samen met zijn broer gelyncht. ‘Dat kunnen we vandaag de dag niet meer begrijpen’, zegt De Koning. ‘Maar we kunnen wel onze excuses aanbieden en ons herinneren hoe belangrijk De Witt voor ons land is geweest.’
‘Precies!’, roept een man die op het tromgeroffel van de groep is afgekomen. Het blijkt de uitbater van koffiehuis Vienna te zijn, met een terras dat uitzicht heeft op het beeld. ‘Er zijn zoveel mensen die me vragen wie die man nu eigenlijk was en wat en wat hij heeft gedaan.’, vertelt hij. ‘Treurig dat mensen niet weten dat hij een groot staatsman was, die de vrede wist te handhaven, waardoor de handel kon bloeien en de Gouden Eeuw werd verlengd. Hij was bovendien een groot wiskundige, die met zijn kansberekeningen de grondlegger was voor onze huidige verzekeringen en pensioenen.’
‘Dat proberen we dus met onze vereniging te doen’, zegt Melsen. ‘aaandacht voor De Witt vragen.’

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 09

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 09

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Volgens sommigen is de snaartheorie alleen maar wiskunde.
‘Dat gaat mij te snel. Ik begrijp best dat er mensen zijn, die teleurgesteld zijn, omdat de snaartheorie al decennia van alles belooft en nog weinig concreets heeft afgeleverd. Maar juist het feit, dat onze huidige standaardmodel nog geen krimp geeft in de beste versnellers, betekent dat echt nieuwe fysica veel verderop zit. Bij veel grotere energie, of op veel kleinere schaal dan deeltjes of quarks.’

En de testbaarheid dan?
‘Die is cruciaal voor echte natuurkunde. Maar ik sluit niet uit dat we, als we de snaartheorie wat beter doorgronden, wel degelijk ook voorspellingen kunnen doen over verschijnselen, die wél binnen bereik van experimenten liggen. Of die een kosmologische toets blijken te kennen.’
Kosmologie: De wetenschap of theorie van het heelal als een geordend geheel beschouwd. De opvattingen en de leer omtrent de bouw van het heelal.

Dat hoopt u, maar is daarvoor een goede reden?
‘Absoluut, en die reden zit in de theorieën zelf. De theorie van de sterke kernkracht, waarvoor David, Frank en ik de Nobelprijs kregen, heeft een heel aantal interessante parallellen met wat sommige delen van de snaartheorie doen. Niet omdat we het op dezelfde manier aanpakken, nee, omdat de structuren op elkaar blijken te lijken. Ik ben een echte platonist, ik denk dat je theorie en wiskundige verbanden niet bedenkt, maar ontdekt. Dat zijn dingen die echt bestaan in ons universum.’
Universum: Heelal

De snaartheorie is dus een ding?
‘Een intellectuele structuur, ja, niet iets wat we zomaar verzinnen. Zoals de natuur ons verschijnselen biedt, die we willen doorgronden en verklaren. Maar we weten eigenlijk helemaal niet goed wat snaartheorie is. Er zijn heel veel beschrijvingen, incompleet, extreem vreemd tot heel vertrouwd, en we weten niet of het misschien niet allemaal kanten zijn van iets groters. Alsof je tastend een olifant probeert te overzien: de een denkt dat het vier bomen zijn, de ander dat het een slang is, weer een ander denkt aan een rotswand.’

Snaartheorie: De officiële geboorte van de snaartheorie gaat terug tot 1970, toen drie theoretici op het gebied van elementaire deeltjes (Yoichiro Nambu, Holger Nielsen en Leonard Susskind) zich realiseerden dat de beschrijving van de sterke kernkracht door Gabriele Veneziano uit 1968, ook voor de kwantummechanica van trillende snaren geldt. Na een jaar of vijf werd deze theorie vergeten, omdat de quarks meer konden verklaren.
De snaartheorie maakte rond 1974 een rentree, toen men zich realiseerde dat deeltjes met spin 2 massa 0 moeten hebben, hetgeen overeenkomt met wat we van het graviton verwachten. Hiermee had de snaartheorie zich gepositioneerd als een ‘theorie voor alles’, dat wil zeggen een verenigde theorie voor de vier elementaire krachten.
Graviton: Elementair deeltje dat is ingevoerd om de zeer zwakke gravitatiewisselwerking te kunnen verklaren op een manier die overeenkomt met de quantummechanica. Gravitonen hebben een rustmassa die gelijk is aan nul en bewegen zich met de lichtsnelheid tussen de twee wisselwerkende massa’s.
Spin: Eigenschap van bepaalde elementaire deeltjes, waarbij het deeltje zich gedraagt alsof het om een as draait, d.w.z. dat het deeltje een impulsmoment heeft. Dergelijke deeltjes hebben ook een magnetisch moment. In een magnetisch veld richten de spins zich onder een hoek op de veldrichting en voeren een precessie om deze veldrichting uit.

Uw collega Leo Susskind denkt dat er vele miljarden nogelijke oplossingen van de snaartheoretische vergelijkingen zijn. En dat de natuurkunde niet zal kunnen uitleggen, waarom we uitgerekend in ons heelal zijn beland.
‘Leo heeft het over een landschap van mogelijkheden en veronderstelt uiteindelijk dat het antropisch principe verklaart, waarom ons universum realiteit is en al die andere niet. Omdat, zo gaat die redenering dan, wij er anders niet waren om het op te merken. Ik vind dat een gemakkelijk uitvlucht, en geen natuurkunde. Laten we nu eerst maar uitzoeken, wat snaartheorie te bieden heeft, behalve allerlei gehypte verwachtingen.’
Antropie: De mate waarin temperatuurnivellering geldt. Term uitgevonden door de Duitse natuurkundige Clausius. Toenemende entropie - het voortdurende oplossen van warmte en regelmaat - heeft kosmische konsekwenties.

Het is nog te vroeg voor kritiek?
‘Helemaal niet. Kritiek en scepsis moeten. Maar we moeten beseffen, dat we er middenin zitten, of beter: aan het begin. Ik begrijp de mensen niet, die vooraf al concluderen dat het allemaal onzin is.’

Niet een vorm van hoogmoed?
O, ja, heel menselijke hoogmoed. Maar we hebben wel redenen voor onze hoop. In onze theorie van de sterke kernkracht komen geen vrije variabelen voor. Dat betekent: als je deze beschrijving kiest, liggen alle verhoudingen mathematisch vast.
Dat die theorie blijkt te kloppen, dat er verschijnselen in de natuur zijn die noodzakelijkerwijs één gedaante aannemen, ze kunnen niet anders. Als je wilt verklaren, als je wilt verklaren waarom de dingen zijn zoals ze zijn, wil je zo’n theorie. Dat wij zoiets in de jaren zeventig vonden, heeft de droom van zo’n dwingende verklaring van alles, zeker meer leven ingeblazen.

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 08

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 08

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

En? zijn tijd en ruimte illusies?
‘Het lijkt er sterk op, al is dat vooral voor tijd moeilijk te bevatten.’

Kritiek op bijvoorbeeld de snaartheorie is, dat die waarschijnlijk nooit getest zal kunnen worden. Dus kunnen we niet vaststellen of de wereld inderdaad uit trillende, elf-dimensionale snaartjes bestaat. Is dat nog natuurkunde?
‘Er zijn veel critici, die wat mij betreft, te ver buiten het echte werk staan om serieus te nemen. Roger Penrose, bijvoorbeeld, die met Stephen Hawking belangrijk werk deed, maar toch in de eerste plaats wiskundige is. Voor kritiek van anderen heb ik daarentegen veel respect. Feynman, vroeger al. Of Nobelprijswinnaar Sheldon Glashow. Ook iemand als jullie Gerard ‘t Hooft is zeer sceptisch, maar weet wel precies waar het om draait in de snaartheorie. Maar hij heeft principiële bedenkingen, die ik eerlijk gezegd niet zo goed begrijp. Hij wil volgens mij dichter bij zijn intuïtie blijven dan in mijn ogen kan. De natuur zit op het fundamentele niveau echt anders in elkaar dan ons verstand gewend is.’

Snaartheorie: De moderne fysica heeft goede theorieën voor quantummechanica, relativiteit en gravitatie. Maar met elkaar werken deze theorieën niet goed. Er zijn problemen, die veroorzaakt worden door het feit dat we in drie ruimtelijke dimensies leven. Als wij in meer dan drie dimensies leefden, zouden deze problemen zichzelf oplossen.
De snaartheorie, één van de recente ideeën van de moderne natuurkunde, veronderstelt dat in een wereld met drie gewone dimensies en enkele aanvullende ‘kleine dimensies’ de deeltjes eigenlijk snaren zijn, en membranen.
Ja, dat is waar, membranen in extra dimensies zijn vreemd, en moeilijk voorstelbaar. En wat zijn ‘kleine dimensies’?


De extra dimensies moeten héél klein zijn, want we zien ze niet. Een voorbeeld om je er iets bij te kunnen voorstellen is: een akrobaat en een vlo op een strak gespannen touw. De acrobaat kan alleen vooruit of achteruit, maar de vlo kan ook opzij. Als de vlo dwars rond het touw gaat lopen, komt hij weer op hetzelfde punt uit. Je kunt dus zeggen: de acrobaat heeft één dimensie, maar één hiervan is wel klein, en een gesloten lus.
De acrobaat kan de tweede dimensie van het touw niet ontdekken. Zo kunnen wij de wereld alleen waarnemen in drie dimensies, ook al zijn er misschien wel meer. Dit kun je je onmogelijk voorstellen, want we zien alleen iets in drie dimensies!

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 07

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 07

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Wat wilt u eigenlijk weten?
‘Van alles. Het grootste vraagstuk is of alle vier bestaande natuurkrachten ergens deep down inside op hetzelfde neerkomen. Vooral de vraag of zwaartekracht en quantumtheorie aan elkaar verwant zijn, is nu heel belangrijk. De snaartheorie is een theorie waarin dat eigenlijk voor het eerst zomaar tevoorschijn komt.
En ik toer deze zomer met een lezing van 25 nog veel fundamentelere vragen door de wereld. Kun je leven berekenen? Kan onze natuurkunde deugen als vrijwel alle materie en energie in het heelal onzichtbaar blijken te zijn? Zijn ruimte en tijd geen illusies, die voortvloeien uit diepgaande structuren van de werkelijkheid?’

Zwaartekracht: Gravitatie. Dit begrip werd omstreeks 1666 door Isaac Newton ingevoerd ter verklaring van de beweging van de maan om de aarde, waarvan de oorzaak een aantrekkingskracht is, die zwaartekracht genoemd wordt. Newton gebruikte zijn gravitatie-theorie om de eerste bevredigende verklaringen te geven voor nogal wat uiteenlopende verschijnselen, zoals Keplers wetten voor de beweging van planeten, de getijdestromen in de oceanen en de precessie van de nachteveningen.


Quantumtheorie: Mathematische theorie die oorspronkelijk door Max Planck werd ingevoerd (1900) ter verklaring van de als zwarte lichamen stralende hete lichamen. De quantumtheorie is gebaseerd op het idee dat energie (of bepaalde andere fysische grootheden) alleen veranderd kan worden in bepaalde hoeveelheden voor een bepaald systeem. Het fotoëlektrisch effect, het comptoneffect en de atoomtheorie van Bohr werden ermee verklaard.
Quantummechanica is een mechanisch systeem, dat ontwikkeld is uit de quantumtheorie en gebruikt wordt om het gedrag van atomen, moleculen enz. te verklaren. Delen zijn gebaseerd op het idee van De Broglie, dat deeltjes golfeigenschappen kunnen hebben. Deze tak van de quantummechanica wordt de golfmechanica genoemd.
Snaartheorie: Robbert Dijkgraaf: Snaartheorie is de extreemste vorm van theoretische fysica en de belangrijkste kandidaat voor een kwantummechanische beschrijving van de zwaartekracht. Dat is nodig, omdat de huidige theorieën, in het bijzonder de relativiteitstheorie, onvolledig zijn. Snaartheorie werkt niet met elektronen of quarks. maar met een soort mini-elastiekjes die op allerlei wijzen kunnen trillen. Alle verschillende elementaire deeltjes om ons heen zouden dan ontstaan als de trillingen van een enkele snaar, zoals de boventonen van een vioolsnaar. Op deze wijze is het mogelijk ook de zwaartekracht volgens de wetten van de kwantummechanica te beschrijven. Met dat uitgangspunt kan snaartheorie bijvoorbeeld extreem zware én erg kleine objecten beschrijven, zoals zwarte gaten en het heelal vlak na de oerknal.


Er zijn verschillende snaartheorieën, waarvan er vijf werken met supersnaren. Deze vijf supersnaartheorieën zijn met elkaar verwant, alsof ze de werkelijkheid vanuit een verschillend standpunt belichten. Men is momenteel bezig een theorie te ontwerpen, die een samenvattende formulering is van deze vijf snaartheorieën: dit noemt men de M-theorie. M kan staan voor membraan, magie, mysterie, matrix of misschien zelfs moeder: M-theorie als moeder van alle theorieën.
Elementaire deeltjes: Fundamentele deeltjes. subatomaire deeltjes. Ondeelbare deeltjes waaruit alle stof is samengesteld. Destijds dacht men dat de atomen de elementaire deeltjes waren. Later bleken deze toch deelbaar te zijn. Ze bestaan uit protonen, neutronen en elektronen. De laatste tijd zijn er veel nieuwe deeltjes geïdentificeerd. Ze worden ondergebracht in familiegroepen om hun onderlinge relatie te verklaren. Elementaire deeltjes worden gekarakterisserd door hun massa, spin en andere eigenschappen (vreemdheid, tover, enz.) Volgens een bepaalde classificatie worden ze ingedeeld in leptonen en hadronen, van elkaar onderscheiden door de wijze waarop de deeltjes met elkaar in wisselwerking staan. Volgens een andere classificatie worden elementaire deeltjes onderverdeeld in fermionen (met halftallige spin) en bosonen (met heeltallige spin).
Materie: In het algemeen alles wat tastbaar is. Een bijzondere vorm van energie met een eindige rustmassa, onderscheidbaar van elektromagnetische straling. De term kan beter vermeden worden in de natuurkunde.
Heelal: De oneindige ruimte met al wat zij bevat.

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 06

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 06

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Uw theorie sloeg destijds meteen aan, omdat er al massa’s metingen waren, die ermee verklaard konden worden. Iedereen kon zien dat het klopte?

‘Im mijn jonge jaren waren de experimentatoren de baas in de natuurkunde. Ze ontdekten het ene deeltje na het andere, en allerlei exotische verschijnselen. Theoretici hobbelden er een beetje achteraan, overweldigd door de waanzinnige puzzel die voor ze bleek te liggen. De experimenten stelden de vragen aan de theorie.’

Dat is nu anders?
‘Precies omgekeerd. In de jaren zeventig en tachtig is de theorie gevonden, die sindsdien bijna alle experimenten verklaard, het standaardmodel. En de proeven met deeltjesversnellers beginnen aan hun limiet te komen, die kunnen niet veel groter. Theoretici denken na over domeinen waar experimenten ondenkbaaar zijn. Ze vergen energieën die we nooit zullen kunnen opwekken. We kunnen het ons althans niet voorstellen.’

Standaardmodel: In de moderne natuurkunde is een oplossing gezocht voor een ingewikkeld probleem. Aanvankelijk zaghet er naar uit, dat er maar een klein aantal deeltjes waargenomen kon worden, waarmee alle bekende atomen en moleculen beschreven konden worden. Met het elektron, het proton en neutron konden alle elementen van het periodieke systeem en dan ook alle grotere moleculen samengesteld worden tot en met de levenscode van het DNA aan toe.
Verder onderzoek bracht echter een groot aantal ‘vreemde’ deeltjes aan het licht; het werden er wel honderden. En natuurkundigen vermoeden dan al snel dat ze op de verkeerde weg zitten. Zoveel deeltjes zouden beschreven moeten worden met een klein aantal bouwstenen.
Dat was de aanleiding tot de ontwikkeling van het Standaardmodel. Alleen met quarks en leptonen en wat deeltjes die de onderlinge krachten beschrijven, zouden alle andere opgebouwd moeten kunnen worden.
Energie: Eigenschap van een systeem, het vermogen om arbeid te leveren. Energie en arbeid hebben dezelfde eenheid: de joule (J). Men maakt onderscheid tussen kinetische energie (bewegingsenergie) en potentiële energie (opgeslagen energie). Verschillende namen worden gegeven aan de diverse vormen van energie (chemische, elektrische, nucleaire, enz.) het verschil zit eigenlijk in het soort systeem dat de energie bevat. Bijvoorbeeld: chemische energie is de kinetische en potentiële energie van elektronen in een chemische verbinding.


NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 05

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 05

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Achteraf klinkt het vast haast triviaal, uw ontdekking?
‘Niet triviaal, achteraf, wel betrekkelijk recht-toe-recht-aan. Het blijft een raar gevoel om te beseffen, dat we pas dertig, veertig jaar een beetje weten, hoe atomen werken. Zo kort pas. Terwijl het toch al zo enorm vertrouwd, vanzelfsprekend klinkt. We vergeten erg makkelijk hoe succesvol we zijn, wat we al bereikt hebben. Nu vinden we het saai, dat onze beste deeltjestheorie, het standaardmodel, zo goed werkt. We zijn teleurgesteld dat onze versnellers geen spectaculaire nieuwe deeltjes meer vinden. Maar dertig jaar geleden hadden we niet kunnen dromen wat we nu kunnen en weten.’

Atoom: Kleinste deel van een element dat aan een chemische reactie kan deelnemen. Atomen bestaan uit een kleine, dichte, positief geladen kern, opgebouwd uit protonen en neutronen, met elektronen in een wolk om de kern heen. De chemische reacties van een element worden bepaald door het aantal elektronen (dat gelijk is aan het aantal protonen in de kern). Alle atomen van een bepaald element hebben hetzelfde aantal protonen (het protongetal). Een bepaald element kan verscheidene isotopen hebben met een verschillend aantal neutronen in de kern. De elektronen zijn rondom een kern in schillen ondergebracht; dit zijn gemiddelde banen om de kern. Deze zijn weer onderverdeeld in subschillen, die corresponderen met de atoomorbitalen. Een elektron in een atoom wordt door vier quantumgetallen gespecificeerd.
Standaardmodel: Halverwege de 20e eeuw werden de eerste deeltjesversnellers gebouwd om atomen te splitsen, door deze heel hard op een ander atoom te laten botsen. Tot ieders grote verbazing viel alles verder uit elkaar in nog kleinere deeltjes, nu elementaire deeltjes genoemd. Het gaf de natuurkundige wereld een machteloos gevoel. Dit was niet de bedoeling! Later werden nog veel meer elementaire deeltjes ontdekt.
De afgelopen tientallen jaren is men hard bezig geweest structuur aan te brengen in de nieuw ontdekte deeltjes. Deze structuur wordt nu, zeer optimistisch, het Standaardmodel voor deeltjes en krachten genoemd.
Het Standaardmodel moet alleen nog experimenteel onderbouwd worden door aantoning van een nieuw elementair deeltje, Het Higgsdeeltje genaamd. Zonder Higgsdeeltje geen Standaardmodel. Alleen al daarom worden miljoenen euro’s uitgegeven aan het bouwen van de nieuwe deeltjesversneller van CERN. Deze heeft als één van de belangrijkste taken het Higgsdeeltje te vinden.
Higgsdeeltje: Het Standaardmodel voorspelt een deeltje dat nog niet is aangetoond: het Higgsdeeltje. Als het Standaardmodel klopt, bestaat het Higgsdeeltje echt. Omdat een deel van de puzzel al gelegd is, weet men welke massa het deeltje ongeveer moet hebben. Om het Higgsdeeltje te maken laten wetenschappers protonen met hoge snelheid op elkaar botsen. Bij zo’n botsing ontstaan in een paar nanoseconden zeer veel verschillende deeltjes met verschillende energieën. Het grootste deel van deze deeltjes is niet erg interessant. Het Higgsdeeltje zal, als het bij zo’n botsing ontstaat, heel snel vervallen. Volgens welk schema het verval plaatsvindt, hangt af van de exacte massa van het Higgsdeeltje. Onderzoekers moeten methodes bedenken om al deze reactieproducten te detecteren en te analyseren.
Versneller: Apparaat om geladen deeltjes te versnellen tot ze een hoge energie hebben, zodat ze in staat zijn door te dringen in de kernen van de atomen van een trefplaat, waar ze een kernreactie veroorzaken. De eerste versneller, uitgevonden door Cockcroft en Walton, werd gebruikt om protonen af te schieten op een plaat lithium. Tegenwoordig zijn er twee soorten versnellers in gebruik. In lineaire versnellers worden de deeltjes versneld in een rechte lijn. Cyclische versnellers maken gebruik van een magnetisch veld om de deeltjes in een cirkel- of spiraalvormige baan te houden. Voorbeelden van cyclische versnellers zijn het cyclotron, het synchrocyclotron en het betatron.

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 04

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 04

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

Uw resultaten maakten u destijds in één klap beroemd.
‘Er zijn vier fundamentele krachten in de natuur. Gravitatie. Elektromagnetisme. De sterke kernkracht. En de zwakke kernkracht, die radioactiviteit veroorzaakt. Als je voor één daarvan als eerste een theorie opschrijft, haal je de geschiedenisboeken, dat staat vast. Er zijn er immers maar vier.
Maar verder waren we vooral erg jong en erg argeloos. We realiseerden ons niet eens zo goed, dat we zomaar het juiste antwoord aan het vinden waren. Sterker, dan waren we misschien zo nerveus geworden, dat het was misgegaan. Het is een doodeng idee om ergens de eerste in te zijn. Opwindend, maar doodeng.’

Gravitatieveld: Ruimtelijk gebied waarin een lichaam een ander lichaam aantrekt als gevolg van hun massa. Lichamen op of vlak bij het aardoppervlak staan onder invloed van het gravitatieveld van de aarde. Om hieraan te ontsnappen moet een lichaam met een bepaalde snelheid (de ontsnappingssnelheid) worden weggeschoten. De sterkte van het gravitatieveld op een punt op het aardoppervlak wordt bepaald door de verhouding kracht/massa, welke gelijk is aan de kracht van de vrije val. In een gegeven punt wordt ze gedefinieerd als GM/r.r, waarin G de gravitatieconstante is, M de massa van de aarde en r de afstand tussen het middelpunt van de aarde en het gegeven punt.
Kernkracht: Zeer sterke, op korte afstand werkende aantrekkende kracht, die tussen twee nucleonen optreedt. Kernkrachten zijn veel sterker dan elektromagnetische krachten, zodat ze de elektrostatische afstoting tussen protonen in de kern kunnen overwinnen. Ze zijn dus verantwoordelijk voor het bijeenhouden van de kern.
Sterke kernkracht: De sterke kernkracht of sterke wisselwerking is de sterkste van de vier fundamentele natuurkrachten uit de natuurkunde. De sterke kernkracht beïnvloedt alleen quarks en antiquarks en is verantwoordelijk voor het samenbinden van quarks, zodat deze hadronen kunnen vormen zoals protonen en neutronen.
Residuële effecten reiken tot buiten het hadron en binden de neutronen en protonen vervolgens tot de kern van het atoom. Zonder deze kracht zouden de positief geladen protonen elkaar afstoten en zou een atoomkern niet kunnen bestaan.
De sterke kernkracht ontstaat door het continu uitwisselen van krachtvoerende deeltjes tussen de quarks. Deze krachtdragende deeltjes heten gluonen.
De werking wordt ook wel omschreven met de term ‘kleurkracht’. Daarbij gaat men er vanuit dat quarks drie kleuren kunnen hebben (rood, blauw, groen) en anti-quarks ook (anti-rood, anti-blauw, anti-groen). Een gluon transporteert kleurlading van de ene naar de andere.
Zwakke kernkracht: De zwakke kernkracht of zwakke wisselwerking is één van de 4 fundamentele natuurkrachten. Aan de zwakke kernkracht wordt de oorzaak van beta-verval en het daarmee geassocieerde radioactiviteit toegeschreven. De zwakke kernkracht wordt overgebracht door W-bosonen en Z-bosonen en beïnvloedt neutrino’s, geladen leptonen en quarks.
De zwakke kernkracht stelt leptonen en quarks in staat energie, massa en lading tegen elkaar uit te wisselen. Met een veldsterkte die een miljard kleiner is dan de sterke kernkracht, is de invloed van de zwakke kernkracht beperkt tot in de atoomkern. De kleine actieradius wordt verklaard door de relatief grote massa/energie van de zwakke deeltjes.


Radioactiviteit: Desintegratie van bepaalde instabiele kernen onder uitzending van straling. Er zijn verschillende soorten straling, onderverdeeld in alfa-, beta-, gammaverval en splijting.

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 03

Saturday, September 30th, 2006

NATUURKUNDE VOOR BEGINNERS 03

Nobelprijswinnaar David Gross heeft alle vertrouwen in de snaartheorie
Doorgronden wij het universum echt? Met dit soort vragen toert Nobelprijswinnaar David Gross door de wereld.

Auteur: Karel Hageman
Illustraties: Karel Hageman / Karel Buskes

David Gross, wereldberoemd theoretisch natuurkundige en Amerikaan, rookt. Althans, nu en dan probeert hij bedachtzaam zijn sigaartje weer tot leven te wekken. Neemt een trekje. Blaast uit. Raakt dan weer verdiept in wat hij wil zeggen. Herontdekt het sigaartje, losjes tussen duim en wijsvinger. Zucht. Zoekt zijn aansteker. Begint opnieuw. Zoveel te bedenken. Zoveel uit te leggen. En zo weinig tijd.
Gross, na een lange carriere op Princeton tegenwoordig direkteur van het Kavli-instituut voor Theoretische Fysica in Santa Barbara bij Los Angeles, kreeg in 2004 de Nobelprijs voor Natuurkunde, samen met zijn collega David Politzer en zijn voormalige student Frank Wilczek.
Zij waren het, die in de jaren zeventig als eersten theoretisch doorgronden hoe de zogeheten sterke wisselwerking in elkaaar steekt, de kracht die zorgt dat atoomkernen niet meteen uit elkaar spatten. Het Amerikaanse trio liet zien hoe zo’n kracht kan ontstaan uit de manier waarop de quarks in kerndeeltjes van atomen op elkaar inwerken.
Atoomkern: Compact, in verhouding massief, positief geladen centrum van een atoom (protonen en neutronen) waarom zich een elektronenwolk bevindt. Het aantal protonen (het atoomgetal) in de kern definieert het element. Het massagetal is de som van protonen en neutronen. De eenvoudigste kern is die van een waterstofatoom, die slechts uit één proton bestaat. De grootste natuurlijk voorkomende kern is die van uranium met 92 protonen en 146 neutronen. Slechts een klein aantal van combinaties van protonen en neutronen vormen stabiele kernen, andere vervallen spontaan. Een kern wordt weergegeven door een symbool met massagetal, atoomgetal en de naam van het element.
Quark: Hypothetisch elementair deeltje dat verondersteld wordt andere elementaire deeltjes te vormen. In de oorspronkelijke theorie was er sprake van drie soorten, die een lading hadden van -1/3 of +2/3 van de protonlading. Hadronen zouden gevormd worden door combinaties van quarks en antiquarks. Een vierde quarksoort werd later aangenomen ter verklaring van het psi-deeltje en van de eigenschap die als ‘tover’ bekend staat. Theoretici hebben quarks eigenschappen toebedeeld, zoals kleur, aroma, natuurgetrouwheid en schoonheid om te verklaren hoe combinaties van quarks verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de bekende hadronen.