SPELLINGHERZIENING
Thursday, November 30th, 2006
SPELLINGHERZIENING – 10 VRAGEN EN ANTWOORDEN
Bron: www.onzetaal.nl
Datum: 30-11-06
Vormgever: Karel Hageman
Het Comité van Ministers van de Taalunie bestaat uit de Nederlandse minister van Onderwijs, de Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs. De Belgische minister van Onderwijs en de Belgische minister van Cultuur. Toen in 1995 de huidige Spellingwet van kracht werd, besloot het Comité van Ministers van de Taalunie, dat elke tien jaar een herziene, geactualiseerde versie van de woordenlijst zou verschijnen. De spellingregels zouden niet veranderen, maar dat is met sommige toch gebeurd.
01. Waarom nu alweer een nieuw Groen Boekje?
Dat er een nieuw Groen Boekje moest komen, is al in 1995 afgesproken. Toen is besloten dat de officiële woordenlijst elke tien jaar geactualiseerd moet worden. Er komen tenslotte telkens nieuwe woorden bij. Bovendien vertoonde het Groene Boekje van 1995 nogal wat gebreken, zie het artikel van de Taaladviesdienst (oktober 2005) en het artikel van Ludo Permentier (juli/augustus 2005), beide uit het tijdschrift Onze Taal.
02. Hoe vaak is de spelling nu gewijzigd?
In 1804 verscheen de spelling-Siegenbeek, in 1863 die van De Vries en Te Winkel, in 1954 het eerste zogenaamde Groen Boekje, in 1995 het tweede Groene Boekje en nu verschijnt de derde uitgave van het Groene Boekje.
03. Wat verandert er dit keer?
Een aantal woorden hebben een tussen-n gekregen dan wel verloren.
De regels voor hoofdlettergebruik zijn gedeeltelijk veranderd.
De aaneenschrijfregels zijn verfijnd.
Op deze website staat ook meer uitleg over concrete taalkwesties. Alles bij elkaar krijgen duizenden woorden uit het Groene Boekje van 1995 nu een net iets andere spelling. Een overzicht van de gewijzigde woorden vindt u op de website van De Nederlandse Taalunie.
04. Wanneer gaat de nieuwe spelling officieel in?
De herziene regels zijn op 1 augustus 2006 van kracht geworden. Overheid en onderwijs zijn nu dus verplicht het Groene Boekje van 2005 te volgen.
05. Houdt Onze Taal zich aan de nieuwe spelling?
Het maandblad Onze Taal volgt vanaf september 2006 het Witte Boekje. De taaladviesdienst is en blijft van alle markten thuis. Bij betaalde opdrachten mag de opdrachtgever zelf bepalen welke spelling gebruikt wordt.
06. Wat heeft Onze Taal met de spellingsregels te maken?
De spellingregels worden gemaakt door de Nederlandse Taalunie, een overheidsorgaan. Met het opstellen daarvan heeft Onze Taal, een onafhankelijke vereniging, niets te maken. Onze Taal had, net als anderen, veel kritiek op het Groene Boekje van 1995; mede op basis daarvan heeft de Taalunie verbeteringen aangebracht in de nieuwe lijst. Maar dat is niet in overleg gebeurd. De Taaladviesdienst heeft wel een bijna-definitieve versie van de Leidraad meegelezen ter voorkoming van taalfouten. De woordenlijst heeft niemand van tevoren mogen inzien, ook wij niet.
07. Gaat de spelling over een paar jaar weer veranderen?
Dat is onzeker. Over tien jaar zal er weer een nieuw Groen Boekje verschijnen, maar aan de huidige regels zal – volgens de belofte van de Nederlandse Taalunie – de komende decennia zo min mogelijk gesleuteld worden.
08. Moet ik nu een nieuw Groen Boekje kopen?
Nee, dat hoeft niet. Het Groene Boekje staat op de site van de Nederlandse Taalunie. Het boekje wordt uitgegeven door Sdu Uitgevers en kost 19.95 euro. U kunt ook een andere spellinggids kopen met een keurmerk van de Taalunie. Dit keurmerk betekent dat er niet afgeweken wordt van het ‘échte’ Groene Boekje. In het Witte Boekje vindt u niet de regels van de groene spelling, Maar waar de witte spelling in de woordenlijst afwijkt, wordt ook de officiële vorm vermeld.
09. Wat gebeurt er als ik me niet aan de spellingregels houdt?
Alleen de overheid en het onderwijs worden geacht de officiële spelling te gebruiken. En dan nog: er staat geen sanctie op als dat niet gebeurt (behalve puntenaftrek voor spelfouten door leerlingen). Wie geen ambtenaar, leraar of leerling is, hoeft deze spelling niet te volgen.
10. Waar kan ik terecht met vragen over de nieuwe spelling?
U kunt naar de website van de Taalunie gaan. U kunt ook kijken in onze eigen lijst met veranderingen; misschien staat uw vraag bij de besproken kwesties. Als u lid bent van het Genootschap Onze Taal kunt u vragen via e-mail gratis voorleggen aan de Taaladviesdienst. U moet dan wel uw adres of lidmaatschapsnummer opgeven.
Nog geen lid? Er is een interessante abonnementsaanbieding.

ENKELE VERANDERINGEN IN HET GROENE BOEKJE
1(-)aprilgrap
dronke(n)man
een echte Vermeer / vermeer
Eskimo of eskimo
human(-)resourcesmanagemant
jaren(-)80(-)muziek
Jood of jood
Middeleeuwen / middeleeuwen
nieuwsgierig aagje / Aagje
paarde(n)bloem
padde(n)stoel
radicaal-islamitisch
re-integratie
romantiek of Romantiek
Tweede Kamerlid / Tweede Kamer-lid
Twee( )derde( )meerderheid
pull-over wordt pullover
terzake wordt ter zake
11-juliviering wordt 11 juliviering
alleenzijn wordt alleen-zijn
ikverteller wordt ik-verteller
te voorschijn wordt tevoorschijn
on-lineverbinding wordt onlineverbinding
salto-mortale wordt salto mortale
Rode-Kruispost wordt Rode Kruispost
naar gelang wordt naargelang

VRAGEN
Waarom krijgt sterrendom wel een tussen-n en vedettedom niet?
Waarom verdwijnt de tussen-n uit juttenpeer en wringt deze zich tussen padde en stoel?
Waarom verandert Middeleeuwen in middeleeuwen?
Waarom wordt boekenweekgeschenk nu Boekenweekgeschenk?
Waarom krijgen Kerstdag en Moederdag een hoofdletter en kerstfeest en palmzondag niet?
Waarom is het Vikingschip, maar eskimohond?
Waarom is een appèl voortaan een appel?
Waarom wordt Onze Lieveheer gekliefd met een koppelteken, terwij langzaam-aan-actie samenklontert?
Krijgen sociaaldemocraat, sociaalcultureel en sociaalpsychologisch een streepje ertussen of niet?
Waarom wordt Sovjet-communisme met een koppelteken gespeld en Sovjetburger niet?
Waarom wordt meesterkok nu meester-kok, terwijl privé-sfeer juist privésfeer wordt?
Waarom verdwijnen de streepjes in semi-overheidsbedrijf en sociaal-democratisch?
Waarom is het re-integratie, maar reïncarnatie?
Waarom is het interimwerk, maar interim-manager?
Waarom is het ideeëloos in plaats van ideeënloos?
Waarom is het accorderen, terwijl we akkoord schrijven?
Waarom schrijf je locatie, terwijl we lokaal schrijven?
Waarom is het vwo’er, maar havoër?
Waarom wordt Frank-rijk voortaan afgebroken als Fran-krijk, cata-strofe als catas-trofe en illu-stratie als illus-tratie?
VRAGEN AAN DE NEDERLANDSE TAALUNIE (JEANNINE BEEKER)
Het Comité van Ministers van de Taalunie bestaat uit de Nederlandse minister van Onderwijs, de Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs. De Belgische minister van Onderwijs en de Belgische minister van Cultuur. Toen in 1995 de huidige Spellingwet van kracht werd, besloot het Comité van Ministers van de Taalunie, dat elke tien jaar een herziene, geactualiseerde versie van de woordenlijst zou verschijnen. De spellingregels zouden niet veranderen, maar dat is met sommige toch gebeurd.
Is er een groot verschil tussen de Groene Boekjes van 1995 en 2005?
Zeker is er een groot verschil. Ten eerste is de Leidraad van 50 bladzijden uitgebreid naar 120. Niet alleen zijn er schema’s, overzichten en boomdiagrammen toegevoegd, maar ook zijn er regels geherformuleerd en zijn nieuwe regels voor het eerst geformuleerd. Niet alleen ter verduidelijking van bepaalde stukken in de Leidraad van 1995, maar ook voor zaken die in 1995 ontbraken, zoals Engelse samenstellingen.
Ten tweede is de woordenlijst nu meer een lijst van de meest frequente woorden van het Nederlands, maar vooral ook van uitheemse woorden die deel zijn gaan uitmaken van het Nederlands. Verder ook van woorden die spellingproblemen opleveren, of ze nu wel of niet frequent, in- of uitheems zijn.
Ten derde is er ook een lijst met terminologie opgenomen. Daarin worden termen als klinker, medeklinker, werkwoord en dergelijke verklaard.
En ten slotte bevat het nieuwe Groene Boekje een index op de Leidraad.
In een recensie in Onze Taal van deze maand, wordt flink kritiek geuit op de leidraad die geschreven is door Ludo Permentier. De belangrijkste kritiek betreft het feit, dat hij te taalkundig zou zijn. Juist het feit dat hij zelfs een verklarende woordenlijst heeft moeten opnemen, noemt de recensent een minpunt.
Ik vind om verschillende redenen, dat hij niet te taalkundig is. Permentier is bewust afgeweken van de regels en bewoordingen in de technische handleiding. Verder is de vormgeving afgestemd met verschillende taaladviesdiensten, onder meer met de taaladviesdienst van Onze Taal. Het kan dus zijn, dat iemand vindt dat er nog te veel taalkundig jargon gebruikt wordt, maar de taaladviesdienst van Onze Taal zelf is met deze Leidraad akkoord gegaan.
We hebben geprobeerd om de regels uit 1995, die leidden tot inconsistenties, bij te schaven. Bijvoorbeeld de afleidingen van persoonsnamen, zoals edwardiaans, hitleriaans en kafkaësk. De regel daarvoor was, dat het woord met een hoofdletter moest worden geschreven, als de afleiding nog echt werd gevoeld. Daar kwam heel wat gevoelens bij kijken… Dat was een onduidelijke regel, want de een voelt wat anders dan de ander. Toen ik de woordenlijst erop onderzocht, bleek dat ik niet kon voorspellen of een woord wel of niet met een hoofdletter geschreven werd. De nieuwe regel is eenduidig geworden: alle afleidingen van eigennamen zijn met een kleine letter.
Een ander voorbeeld: als het in een woordgroep door hoofdlettergebruik duidelijk is, dat de verschillende delen bij elkaar horen, dan is een liggend streepje niet meer nodig. Zo wordt het: Middellandse Zeegebied en Rode Kruispost. Dit principe hebben we ook doorgevoerd bij woorden van het type ‘hepatitis A-virus’. Bij Engelse samenstellingen hebben we heel lang nagedacht over de behandeling: als uitheems of als Nederlands. We hebben ervoor gekozen om de regels die voor het Nederlands gelden, zo veel mogelijk ook toe te passen op de ingeburgerde Engelse samenstellingen. Heel veel Engelse samenstellingen worden nu, net als het Nederlands, aaneen geschreven. Dus ‘e mail’ wordt volgens de Nederlandse regels ‘e-mail’. Om die reden is ook de hoofdletter bij Duitse zelfstandige naamwoorden vervallen.
Waarom krijgen woorden als ‘Koninginnedag’ en ‘zonnevlek’ geen tussen-n?
De regel voor de tussen-n is eigenlijk heel eenvoudig: schrijf nooit een ‘n’, behalve wanneer het woord alleen een meervoud op ‘n’ heeft. Het is dus niet een regel als schrijf altijd een ‘n’, tenzij. Op deze regel is er nu alleen nog een eindige lijst van een drietal typen van uitzonderingen. De ‘paardebloem’ en de ‘paddestoel’ zijn al uit de uitzonderingslijst geschrapt. Het Comité van Ministers heeft ervoor gekozen de andere uitzonderingen voort te laten bestaan, omdat de woorden anders strijdig zijn met het wereldbeeld van de dagelijkse gebruikers. In vergelijking met 1995 hebben we geprobeerd om, waar mogelijk, uitputtende lijsten te geven. Het is niet zo, dat we een aantal voorbeelden geven en de gebruiker het verder zelf uit laten zoeken.
Bij het terugdraaien van de uitzonderingsstatus van verschillende woorden, zijn we voor woorden als ‘paddenstoel’ en ‘paardenbloem’ teruggekeerd naar de regels van 1863 van De Vries en Te Winkel. Die spelling was echter ook lang niet altijd consequent. Die spelling had ‘paardenbloem’ met daarnaast ‘paardenbek’, maar toch ‘paardebit’. Ik heb het boekje van De Vries en Te Winkel en de Groene Boekjes van 1954 en 1995 met elkaar vergeleken. Ik moet constateren, dat de spelling nog nooit zo consequent is geweest als die nu geworden is.
Wat is voor u het meest in het oog springende verschil met 1995?
Ten eerste de regels. Als je als gebruiker een regel begrepen hebt, kun je die overal op toepassen. En ten tweede de behandeling van letterwoorden als woorden. Er is een onderscheid tussen initiaalwoorden, zoals tv en pc, waar je de letters apart uitspreekt en havo, aids en pin waar je de afkorting uitspreekt als een woord. De initiaalwoorden worden behandeld als afkortingen zoals d.w.z. Bij de letterwoorden bestond onduidelijkheid over de status: was het al een woord of nog een afkorting? De nieuwe regel zegt, dat alle afkortingen, die als een woord kunnen worden uitgesproken, nu als letterwoord, c.q. als woord, behandeld worden.

INRICHTING VAN DE WOORDENLIJST
Selectie van de trefwoorden en woordvormen
Bron: woordenlijst.org/leidraad/inrichtingvandewoordenlijst
Auteur: Jeannine Beeken
Vormgever: Karel Hageman
Woordenlijst
De Woordenlijst van de Nederlandse Taal bevat een lijst van ruim 100.000 trefwoorden. Van die 100.000 trefwoorden zijn er, in vergelijking met de woordenlijst van 1995, ca. 6.000 nieuw. Het gaat dan met name om Surinaams-Nederlandse woorden, Belgisch-Nederlandse woorden, Engelse samenstellingen en werkwoorden, woorden uit het domein van de informatie- en communicatietechnologie, afkortingen en, dat spreekt voor zich, nieuwe woorden voor nieuwe begrippen.
In de woordenlijst zijn zowel zeer frequent gebruikte Nederlandse woorden opgenomen als een grote hoeveelheid problematische woorden, dat wil zeggen woorden die vanuit spellingoogpunt moeilijk zijn, zoals bepaalde uitheemse woorden en woorden die met een specifiek maatschappelijk domein verbonden zijn. Dat alles heeft tot gevolg dat er niet alleen op basis van frequentie (f), spreiding (s) en periode (p) is geselecteerd (fsp-lijst), maar ook op basis van spellingproblemen (spellinglijst) en domein of specialiteit (domeinspecifieke lijst)
FSP-lijst
Bij het samenstellen van de fsp-lijst werden nagenoeg dezelfde beperkingen aangehouden als die bij de vorige editie werden gehanteerd, met dien verstande dat de periode van voorkomen met 10 jaar is verhoogd (1960 – heden) en dat veel meer dan vroeger het geval was tal van woordvormen toegevoegd, namelijk vervoegde vormen (o.a. ik waterski, jij deletet, jij doucht, jij crost, jij timet, ik heb geüpdatet, ik deletete, ik bridgede of ik bridgete) en verbogen of afgeleide vormen zoals loucher, louchest, sexyer, sexyst, internetcafeetje, tournedosje, deux-piècesje, jus d’orangeje, safeje, milkshakeje. De fsp-lijst is gefilterd uit onder meer de tekstcorpora, die beschikbaar zijn bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, met name bij diens Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie (TST-centrale), en uit materiaal dat vrijelijk beschikbaar wordt gesteld op het world wibe web.
Spellingprobleem
De spellinglijst bevat, zoals gezegd, vele woorden waarvan de spelling voor een groot aantal taalgebruikers een probleem vormt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de spelling van waardeloos, procedé, pincode, Riagg-centrum, 50 eurobiljet, havoër, aerobiccen, geaerobict, aftershavelotion, tabtoets, all-inpakket, sms’je, tai-chiën, twee-eurostuk, jeu-de-boulen, lay-outen, geüpload, getimed etc.
Domeinspecifieke lijst
De domeinspecifieke lijst bevat woorden, die tot een bepaald maatschappelijk domein behoren. Wij noemen hier, zonder uitputtend te zijn, politiek, staatsrecht, administratie, geneeskunde, onderwijs en opleiding, informatie- en communicatietechnologie, sport, cultuur en sociale zekerheid. Ook hier opnieuw enkele voorbeelden ter illustratie: tripartiteoverleg, teruggavenbiljet, ja-stem, nv, hangpuntennota, retailbank, m-bankieren, ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), ventrikelfibrilleren, verkoeverkamer, narcosearts, ebolavirus, dollekoeienziekte, creutzfeldt-jacobsyndroom, type 1-onderwijs, mavo 3-leerling, jeugdcellenhuis, vet cool, keinijg, compact disc, internetten, world wide web, publicdomainsoftware, unzippen, back-uppen, e-mailadres, chatbox, 06-nummer, mountainbiken, rummikuppen, apres-skiën, darten, fietscrossen, fadozangeres, falafel, boerka, amandelgeest, cassavebrood, chochme, gogme, kasjeren, uitstapregeling, atv-dag, or, hangjongeren, reisbijstandsverzekering, parttimebaan, 65+-kaart, WAO-uitkering, flexwerk, instroom-doorstroombaan.
Uitheemse woorden
Van de ruim 100.000 woorden zijn er meer dan 2000, die als Belgisch-Nederlands kunnen worden beschouwd: meemoeder, brugpensioenleeftijd, affrontelijk.
Daarnaast zijn er bijna 500 Surinaams-Nederlandse woorden (bijvoorbeeld bacovenwinkel, kasekoband, rotishop, WAM-sticker, dc) en ruim 140 Jiddisje en Hebreeuwse woorden (type bagel, bensjen, dibbes, geniza) opgenomen. Ook werd een ruim aantal uitheemse woorden geselecteerd.
Uit het Engels autoreply, backslash, chatroom, cold turkey, desktoppublishing, dragqueen.
Uit het Frans coute que coute, belle époque, sauve-qui-peut, petanque, jeu de boules, crémant.
Uit het Duits fingerspitzengefühl, salonfähig, edelweiss, glühwein.
Uit het Italiaans allegretto, cappuccino, ciabatta, tiramisu.
Uit het Arabisch boerka, sharia, taboulé.
Uit het Japans sushi, tsunami, tsuba, wasabi.
De Belgisch-Nederlandse woorden werden getoetst aan een aantal bekende lexica, waaronder het Referentiebestand Belgisch-Nederlands van de Nederlandse Taalunie, dat ruim 4.000 hedendaagse Belgisch-Nederlandse woorden bevat, en aan de gebezigde woordenschat op Vlaamse websites.
Voor de selectie van de Surinaams-Nederlandse woordenschat werd een beroep gedaan op verschillende Surinaamse experts. De geselecteerde lijst hebben we vervolgens getoetst aan krantenedities en ander materiaal dat beschikbaar is op het internet.
Bij de samenstelling en de selectie van de lijst Jiddisje en Hebreeuwse woorden werd samengewerkt met de Werkgroep Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands.
Afkortingen
Ook bevat de huidige editie van de Woordenlijst vele afkortingen, onder meer bv., bijv., c.q., m.m., ADSL, atv, DDT, gps, ivf, meao, epo, ama, soa, waarbij telkens de uitgeschreven vorm ter verduidelijking wordt gegeven.
Schrappen
In vergelijking met de woordenlijst van 10 jaar geleden, zijn er ook vele woorden geschrapt, waaronder een ruim aantal weinig voorkomende onproblematische trefwoorden. Voorts werden enkele dubbelvormen gereduceerd (teckel, tekkel is geschrapt, koosjer; kousjer, kosjer zijn geschrapt). Tot slot werden de zogenaamde reeksvormers, d.w.z. doorzichtige samenstellingen met hetzelfde eerste of tweede lid, sterk gereduceerd.
Het gaat om onder meer samenstellingen met als eerste leden bank-, bedrijf-, door-, levens-, moslim-, partij-, politie-, scheeps-, slot-, vis- en als laatste -fabrikant, -systeem. Door die operatie konden ca. 15.000 uit spellingoogpunt overbodige, want niet-problematische trefwoorden uit de editie van 1995 worden geschrapt en konden vele nieuwe woorden en vooral in spellingopzicht moeilijke woorden en woordvormen worden toegevoegd.
Trefwoorden
Het trefwoord (zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, bijwoord, voorzetsel, telwoord, afkorting etc.) wordt in het vet met afbreekpunten gegeven en wordt gevolgd door een komma.
Woordgroepen zijn onder het hoofdwoord gealfabetiseerd volgens het volgende principe: alfabetisch op het eerste zelfstandige naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste bijvoeglijk naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste werkwoord. Woordgroepen worden dus in principe niet alfabetisch opgenomen op de eerste letter van de groep. Uitzonderingen hierop zijn: vreemdtalige woordgroepen (low profile), woordgroepen waarvan het eerste woord direct na het eerste zelfstandig naamwoord dan wel het eerste bijvoeglijk naamwoord dan wel het eerste werkwoord is (stommetje spelen) en namen van personen, plaatsen, gebeurtenissen etc. (Magere Hein, Den Haag. Franse Revolutie).
Ook zijn sommige woordgroepen op het eerste woord gealfabetiseerd, indien geen van de drie genoemde woordsoorten erin voorkomen, of indien het gaat om woordgroepen die als één woord kunnen worden ervaren, en het dus in de rede ligt, dat men deze op de eerste letter opzoekt (van tevoren, nogal wiedes, christene zielen, onverrichter zake). Woordgroepen worden gealfabetiseerd en voorgesteld als tijde: te allen tijde.
Alfabetisering van de trefwoorden
Wat de alfabetisering van de trefwoorden aangaat, werden de volgende principes gehanteerd:
Spaties, streepjes, slashes en andere speciale tekens worden genegeerd, zoals bij a capella en m / s.
Cijfers os speciale tekens gaan vooraf aan letters. Zo staat 1 aprilgrap in een lijst, die voorafgaat aan de a, staan A4-formaat en A4’tje direct onder a en voorafgaand aan aagje, en B-52-bommenwerper direct voor ba.
Kleine letters gaan voor hoofdletters. Zo gaat apocalyps vooraf aan Apocalyps, en gaat b vooraf aan B.
Woordgroepen die onder het hoofdwoord staan, worden, als het hoofdwoord ook als zelfstandige ingang voorkomt, direct daaronder geplaatst. Zo staat tijd: te bekwamer tijd direct onder tijd, en minne: in der minne schikken direct onder minne.
Indien het trefwoord, met daarin een trema, op verschillende manieren kan worden afgebroken, zoals in ruïne, worden de mogelijkheden als volgt weergegeven: ruïne (ruï.ne, ru.ine). Dat principe is ook gehanteerd bij de weergave van de flexievormen (onder meer meervoud, voltooid deelwoord) die op het trefwoord volgen. Een voorbeeld: am.fi.bie, amfibieën (am.fi.bie.en).
Na het trefwoord kan een beknopte betekenisaanduiding volgen, die aangeeft bij welke betekenis van een woord welke spelling hoort. Die aanduiding wordt in cursieve letters gegeven en staat tussen ronde haakjes. Enkele voorbeelden: altheimer (ziekte van Alzheimer), AOV (Algemeen Oudedagsvoorzieningsfonds), putten (golfspel), elysisch (gelukzalig).
Indien voor het trefwoord een spel- of vormvariant bestaat, dan wordt naar die variant verwezen door zie ook gevolgd door de spelvariant. Enkele voorbeelden: armoezaaier, zie ook armoedzaaier, bachelormaster, zie ook bama, cyclocrossen, zie ook cyclecrossen. Hindostaan, zie ook Hindoestaan. Dat geldt ook voor samenstellingen met en zonder tussen-s, zoals gelukwens en gelukswens, koerierdienst en koeriersdienst, landnaam en landennaam, rechtsfaculteit en rechtenfaculteit.
In de woordenlijst zijn echter alleen samenstellingen opgenomen, die daadwerkelijk in de verschillende bronnen met enige regelmaat werden aangetroffen. Het kan dan ook voorkomen, dat bepaalde samenstellingen wel een equivalent hebben met of zonder een tussenletter, terwijl andere dat niet hebben. Vergelijk bijvoorbeeld druggebruik, drugsgebruik en drugkoerier, drugskoerier met drugcontrole, drugsdode, drugslijn.
Afhankelijk van de woordklasse en uitgaande van de selectiecriteria wordt het trefwoord gevolgd door zijn verbogen dan wel vervoegde vormen. Ook wordt bijkomende informatie gegeven.
Zelfstandige naamwoorden
Op een zelfstandig naamwoord volgt altijd de genusaanduiding na een woord in het enkelvoud, of de aanduiding mv. indien het trefwoord alleen in de meervoudsvorm is opgenomen, zoals bij beheerkosten, ABC wapens, activa.
Meervoudsvormen
Bij elk grondwoord worden meervoudsvormen gegeven, bijvoorbeeld mechanisme, mechanismen, mechanismes of ziekte, ziekten, ziektes. De meervoudsvormen worden alfabetisch weergegeven, er wordt dus geen uitspraak gedaan voor een voorkeursvorm.
Indien het grondwoord geen meervoud heeft, dan wordt er geen extra vorm gegeven: amateurisme, jalousie de métier, janboel, rijst, toerisme, yahtzee.
Bij samengestelde en afgeleide woorden, worden alleen meervoudsvormen gegeven, sie zijn aangetroffen. De woordenlijst heeft immers een beschrijvend karakter en wil niet aangeven wat weliswaar theoretisch mogelijk is, maar niet of nauwelijks door de taalgebruikers wordt gebezigd. Vandaar de lijst analyse, analysen, analyses; arbeidsanalyse; kosten-batenanalyse, kosten-batenanalyses; jaar, jaren, collegejaar, collegejaren; eindexamenjaar; oudejaar.
Verkleinwoorden
Behalve meervoudsvormen worden in de lijst ook verkleinwoorden gegeven. Bij nagenoeg alle grondwoorden die een verkleinwoord hebben op –tje, -kje, -pje, -etje wordt dat verkleinwoord gegeven: deeltje, harinkje, darmpje, horretje. Verkleinwoorden op –je worden slechts sporadisch gegeven: kalfje, madeliefje.
Tot slot worden bij alle (vooral uitheemse) probleemgevallen de verkleinwoorden gegeven: baksjisje, bavaroistje, behaatje, bh’tje, columnpje, cd-rommetje, fluteje, gsm’etje, pernodje, tunetje, voituurtje.
Afbreken
Zowel de meervouden als de verkleinwoorden worden in hun afgebroken vorm gegeven. Indien de spelling van de afgebroken vorm of van een van de afgebroken vormen afwijkt van die van de niet-afgebroken vorm, o.a. in geval van een trema of van bepaalde verkleinwoorden, worden de afgebroken vormen tussen vierkante haken geplaatst.
Bijvoeglijke naamwoorden
Van de bijvoeglijke naamwoorden wordt behalve de grondvorm, ook de verbogen vorm gegeven: hachelijk, hachelijke; nonchalant, nonchalante; rechts, rechtse; smeuïg, smeuïge. Indien de verbogen vorm gelijk is aan het grondwoord, wordt die vorm niet niet nogmaals gegeven. Dus: benigne, depri, fleece, jaden, gouden, tevreden. Soms worden ook de vergrotende en overtreffende trap gegeven, vooral waar die vormen vanuit spellingoogpunt problematisch zijn. Wij noemen consequenter, consequentst, insolider, insolieder, insoliedst, loucher, louchest, fletst, genadeloost, tragischt.
Werkwoorden
Van de meeste werkwoorden worden, behalve de onbepaalde wijs of infinitief, ook de onvoltooid verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord gegeven. Het spreekt voor zich, dat die vervoegde vormen alleen worden gegeven, indien ze ook daadwerkelijk voorkomen. (niet bij blokrijden, fietskamperen, boogschieten, donderstenen, eiertikken).
Indien de onvoltooid verleden tijd meervoud qua vorm sterk afwijkt van de enkelvoudsvorm, dus in meer dan het toevoegen van de meervoudsuitgang –en, wordt ook die vorm gegeven: reed lek, reden lek; overschreef, overschreven; had tegoed, hadden tegoed.
Tot slot is een groot aantal moeilijke werkwoorden voorzien van de eerste persoon en tweede persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd: ik back-up, dart, download, fitnes, sms, jetski, jeu-de-boul, douch en jij e-mailt, mountainbiket, petanquet, sms’t, uploadt, updatet.
Overige woordcategorieën
Van de overige woordcategorieën wordt uitsluitend het trefwoord gegeven: ADSL, bij dezen, bismillah, byebye, dixit, heen, oei, onder, sjalom, toentertijd, twee, tuttut, wysiwyg, z.s.m.

HET KRIJK DER FRANNEN
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Ewoud Sanders
Datum: 07-11-05
Vormgever: Karel Hageman
Ik blijf niet dooremmeren over het nieuwe Groene Boekje, maar er moet nog één onderwerp worden besproken, namelijk de woordafbrekingen. Lezers die vinden dat er in de wereld belangrijker dingen zijn dan woordafbrekingen hebben volkomen gelijk, maar dat wil niet zeggen dat ze volstrekt onbelangrijk zijn. Een verkeerd afgebroken woord – je vindt ze dagelijks in de krant – kan heel storend zijn. Storend, omdat het de vaart uit het lezen haalt. Wat betekent bijvoorbeeld douch / egel en wat valt er te zien op een groepsex / positie? Én storend, omdat lezen ook een esthetisch genoegen kan zijn: een foute woordafbreking bezorgt sommigen ru / grillingen.
Laten we niet de krant – per definitie een haastproduct – maar een boek als uitgangspunt nemen. Bij uitgeverijen doen redacteuren en correctoren hun uiterste best om te voorkomen dat er afbreekfouten in hun boeken staan. Veel zetters maken gebruik van elektronische afbreekprogramma’s, maar dan nog kan er het nodige misgaan. De meeste fouten zijn makkelijk en op basis van intuïtie op te lossen: auto / psie, ges / lachtsdelen, vide / omarkt – je hebt geen naslagwerken nodig om te corrigeren. Maar er zijn veel twijfelgevallen en dan komt al snel het Groene Boekje in beeld, de officiële spellinggids van het Nederlands.
Er is op gewezen, dat het nieuwe Groene Boekje ‘pas’ op 1 augustus volgend jaar van kracht wordt. Dat is juist, maar natuurlijk zijn uitgevers het nu al, meteen na het verschijnen, gaan gebruiken, want je wilt dat je boeken, wat de spelling betreft, zo actueel mogelijk zijn.
Vorige week had ik hierover mailcontact met de productieafdeling van een van de grootste Amsterdamse uitgevers. Dat begon met een vraag: ‘Is er ergens een overzicht van alle woordafbrekingen, die zijn veranderd in het Groene Boekje? Wij worden er hier erg onzeker van. Nu blijkt dat we alles ineens moeten opzoeken: Fran / krijk!, Catas / trofe!, Diag / nose!, Illus / tratie! Mijn collega heeft het Groene Boekje zowat het raam uitgegooid, in een vlaag van woede, vanwege dat Fran / krijk.’
Het antwoord luidde: nee, zo’n overzicht ontbreekt, en ja, er zijn inderdaad veel afbrekingen gewijzigd, want het was, volgens het Groene Boekje van 1995, Frank / rijk, cata / strofe, dia / gnose, illu / stratie. Dat het nieuwe Groene Boekje nu aanbeveelt om Frankrijk (het Rijk der Franken) af te breken als Fran / krijk (het Krijk der Frannen), is een vergissing, maar het is interessant om te zien waar die vergissing vandaan komt.
De regels voor woordafbrekingen worden uitgelegd in de Leidraad bij het Groene Boekje. Wat daar staat is overzichtelijk en helder geformuleerd. Een hoofdregel is bijvoorbeeld, dat we afbreken tussen de delen van een samenstelling: hoofd / regel. Maar wat er niet bij staat, is wat de samenstellers van woordenboeken te horen hebben gekregen: dat woorden die uit een andere taal zijn geleend, niet als een samenstelling moeten worden beschouwd, maar als een ongeleed (een niet-samengesteld) woord.
De achterliggende gedachte is, dat niet iedereen weet of een woord wel of niet uit een andere taal komt. Catastrofe wordt dus niet langer gezien als een van oorsprong Grieks woord, dat uiteenvalt in cata en strofe, maar als een ongeleed woord, en bij die woorden komt de afbreking doorgaans tussen de s en de t (vandaar nu catas / trofe). Fran / krijk is dus per ongeluk, maar volgens een bepaalde logica, aangezien voor een ongeleed woord.
Erger vind ik die achterliggende gedachte: doordat de regels voor afbrekingen zijn veranderd, heb je niet veel meer aan je talenkennis, en bovendien wordt nergens in het Groene Boekje uitgelegd tussen welke lettercombinaties afbrekingen gebruikelijk zijn. Voor die paar mensen die zich wél druk maken over woordafbrekingen, heeft dit tot gevolg dat ze minder dan voorheen kunnen terugvallen op hun intu / itie.

ONZE TAAL
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Ewoud Sanders
Datum: 11-04-06
Vormgever: Karel Hageman
In NRC Handelsblad schreef Ewoud Sanders:
‘Het Genootschap Onze Taal krijgt niet langer geld van de Taalunie voor het beantwoorden van taalvragen. Volhens het genootschap jomt dat, doordat Onze Taal dwarsligt bij de spelling – het genootschap gaat immers het Witte Boekje uitbrengen, dat op enkele punten afwijkt van het Groene Boekje. Volgens de Taalunie ligt het anders: er is gewoon een contract verlopen en er moet een openbare aanbesteding komen. Ik (Ewoud Sanders) ga me niet mengen in deze ruzie, maar het genootschap is opeens 48.000 euro subsidie kwijt, en nieuwe leden (lees: nieuwe abonnees op het tijdschrift) zijn harder welkom dan ooit.’
De Taalunie begint het spel erg vuil te spelen. Hun houding over de spelling krijgt steeds meer het karakter van een dictatuur. Er was al vanaf het begin de klacht, dat ze hun opvattingen eenzijdig oplegden, maar veel erger is, dat de Taalunie de waarheid geweld durft aandoen.
De Taalunie durft mening te herroepen, zonder toe te geven dat ze fouten hebben gemaakt (zie bijvoorbeeld de opmerkingen over Fran-krijk, dat Frank-rijk werd). Ze durven ook hun uitspraken over de impact van de omspelling op een gemiddeld tekstbestand te veranderen: de 1 op 2.500 van Parmentier werd plotseling 1 op 44.000, toen bleek dat 1 fout op 3.000 woorden fataal is voor vertalers.
Ik wik mijn woorden, maar het begint er meer en meer op te lijken, dat de academische wereld zich in de vorm van de Spellingcommissie, en in het verlengde daarvan in de vorm van de Taalunie, zich van zijn slechtste, meest onhebbelijke, en meest extreme gelijkhebberige kant laat zien. De discussie over de spelling wordt door hen meer en meer veranderd in machtsuitoefening.
SPELLING 2005 – DE ESSENTIE
Auteur: Frans Daems
Datum: 15-10-06
Vormgever: Karel Hageman
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie had al in 1994 beslist om de tien jaar de woordenlijst te actualiseren.
Waarin heeft die actualisering in 2005 nu bestaan? De opdracht van het Comité van Ministers hield de volgende taken in:
1. schrappen van niet meer gebruikte woorden: aalgeer.
2. toevoegen van nieuwe woorden: i-bankieren, cd-rom, het ge-e-mama, ge-ftp’d, trein-tram-busdag, ampersand, fingerspitzengefühl, jazzzangeres.
3. rechtzetten van zetfouten in de Leidraad en woordenlijst: jeuïg (trema), honderdmiljoen (twee woorden), labourregering (hoofdletter), Trans-Europees (moest zijn trans-Europess), oud-papierhandel (geen streepje), de chiromeisje (het), salto-mortale’s (geen apostrof), be-a-men (afbreekplaats moest zijn be-amen), gestresst (moest zijn gestrest), ideeënloos (moest zijn ideeëloos, vergelijk tandeloos).
4. verbeteren van foutieve formuleringen in de Leidraad, met name fouten en emissies t.o.v. de in 1994 vastgestelde regels en voorschriften. Bijvoorbeeld barbecuen (had moeten zijn barbecueën). De ‘paardebloemregel’ vermeldde niet, dat het geheel een plantkundige aanduiding moest zijn, waardoor foutieve vormen moesten ontstaan, zoals muizetarwe en paardevijg. Op grond van de Leidraad 1995 had men schaduuw, godedom, vrijgezelledom, iets komischs moeten schrijven. De Leidraad gaf niet aan of er een hoofdletter moest in Rabelaisachtig.
5. verbeteren en wegwerken van tegenstrijdigheden in woordbeelden tussen Leidraad en lijst: Stehgeiger (moet zijn stehgeiger), Latino (moet zijn latino).
6. verbeteren van fouten en onbedoelde effecten in de woordenlijst, die het gevolg waren van foutieve formuleringen in de Leidraad (zie 4.).
7. verbeteren van coherentie van gelijksoortige gevallen in Leidraad en woordenlijst: sint-bernardshond versus st.-jacobsschelp, ijzertijd / prehistorie versus Middeleeuwen, reformatie versus Contrareformatie, pro-westers versus antiwesters, co-assistent versus coauteur, Indo-europees versus Indogermaans, kafkaësk versus Rembrandtesk, off line versus offshore, ganzenpoot versus ganzebloem, elfenbank versus paddestoel, oedipuscomplex versus Pyrrusoverwinning, petfles versus lat-relatie, hartenleed versus hartetlust.
In feite kan men met de spelling 2005 niet over een echte spellinghervorming spreken. In vergelijking met 1995 is het spellingsysteem als zodanig niet gewijzigd. Zoals intussen ruimschoots bekend is geworden, is één uitzonderingsregel bij de spelling van tussenletters, de paardebloemregel, afgeschaft. Voor de rest zijn de bestaande regels behouden. Dat neemt niet weg, dat aan de hand van de regels wel degelijk gesleuteld is, zonder dat men van toevoeging van nieuwe regels kan spreken.
![]()
DE WITTE SPELLING: DE TUSSEN-N
Bron: De Volkskrant
Datum: 12-07-06
Vormgever: Karel Hageman
Een regel die ieders verstand te boven gaat, kan geen goede regel zijn. Daarom schrappen de samenstellers van de ‘witte spelling’ de tussen-n. Spinneweb mag, spinnenweb ook.
Al ruim tien jaar breken taalgebruikers zich het hoofd over die keuze. In de alternatieve spelling is dat opgelost door het niet op te lossen. De tussen-n in dergelijke samenstellingen wordt een individuele keuze en kan dus nooit fout zijn.
Op 16 presenteert Het Platform de Witte Spelling en zijn ideeën over de schrijfwijze van het Nederlands, vervat in het zogenoemde Witte Boekje.
Daarmee zullen twee spellingen om de macht strijden, want begin die maand zal ook de nieuwste editie van het Groene Boekje van kracht worden. Deze woordenlijst is gespeld volgens de officiële regels en bepaald door de Nederlandse Taalunie.
Dit overheidsorgaan waakt sinds 1980 over de spelling van het Nederlands, maar de laatste aanpassing stuitte op zo veel verzet bij een aantal Nederlandse media, dat die besloten voortaan hun eigen regels te hanteren. Dat resulteert binnenkort in het Witte Boekje, waaraan ook De Volkskrant zich zal houden.
De Taalunie presenteerde in oktober vorig jaar de nieuwe spelling. De unie kon zich voorstellen, dat de gebruiker zou schrikken van alweer een aanpassing, omdat de vorige spellingswijze in 1995 was ingegaan. Maar de veranderingen werden marginaal genoemd. Alleen de regel van de tussen-n was verfijnd: de uitzondering die in 1995 was gemaakt voor een combinatie van een dierennaam en een plantkundige aanduiding verdween weer. Dus verandert paardebloem volgens boekje groen met ingang van 1 augustus in paardenbloem.
Nederlandse kranten, tijdschriften, uitgevers en auteurs (de dagelijkse gebruikers van het geschreven woord) liepen ertegen te hoop. Niet alleen, omdat de nieuwe spelling zo snel volgt op de oude, maar ook omdat de veranderingen meer dan marginaal zouden zijn. Hun rebellie leidde tot een platform, waarin ook het Genootschap Onze Taal is is opgenomen en dat leidt nu tot een alternatieve spelling. Volgens deze witte variant mogen paardebloem en paardenbloem allebei.
Redacteur Wim Daniels gelooft niet, dat het een janboel wordt. ‘Zelf laat de Nederlandse Taalunie ook de tussen-n vrij. Voorbehoedmiddel is goed, voorbehoedsmiddel ook. De taalgebruiker kan op zijn eigen gevoel af gaan en daarover is nooit geklaagd. Dat kan dus bij de tussen-n net zo goed. We hebben lang nagedacht over logische regels daarvoor, maar ze zijn er niet. Laat iedereen daarom zijn eigen intuïtie volgen.
Daniels is ervan overtuigd, dat de Nederlandse Taalunie binnen vijf jaar overstag gaat. ‘Men is stijfkoppig en enorm bang voor gezichtsverlies, maar het Witte Boekje zal in alle opzichten veel beter aansluiten op het algemene taalgevoel.’
INLEIDING HET WITTE BOEKJE
Bron: Het Witte Boekje
Auteur: Genootschap Onze Taal en Wim Daniëls
Datum: 2006
Uitgever: Prisma
Vormgever: Karel Hageman
Dit boek bevat de witte spelling. Hierin wordt de spelling van woorden iets anders benaderd dan in de officiële (groene) spelling gebeurt. De witte spelling is een gevolg van de aanhoudende protesten tegen de huidige officiële spelling, in het bijzonder tegen de wijzigingen daarin, die in 1996 en 2006 zijn doorgevoerd. Beide keren waren veel taalgebruikers het niet eens met de wijzigingen. Daarom is er een tegenbeweging ontstaan, die graag een begrijpelijker en flexibeler alternatief biedt voor wie daar behoefte aan heeft. Dat is de witte spelling.
De witte spelling verschilt niet eens zo veel van de groene spelling, maar vertrouwt meer op het taalgevoel. Wie wit spelt, kan bijvoorbeeld zelf bepalen of ergens een tussen-n moet staan of niet: pannekoek of pannenkoek, dat maakt niet uit. Een accent of een hoofdletter voor de duidelijkheid is goed: métier, Tweede Pinksterdag. En een woord dat overgenomen is uit een andere taal mag er best wat Nederlandser uitzien, zoals persé, of juist iets van zijn buitenlandse karakter behouden, zoals gestresst.
Is de witte spelling dan zo regelloos? Nee, zeker niet. De basis van de spelling blijft voor iedereen gelijk. De witte spelling legt de regels wel duidelijker uit, en geeft daarnaast ruimere regels voor kwesties waarin veel mensen de officiële regels onnodig streng vinden. En de witte spelling is niet bang om uitzonderingen toe te laten, als iedereen die heel gewoon vindt. Dit boek is dus een spellingboek, waarbij de regels minder knellen. Het boek biedt houvast en maakt de officiële spelling wat losser en makkelijker.
In de woordenlijst van dit boek staan woorden met een spellingprobleem. Bij die woorden staat ook het nummer van de spellingregel die erbij hoort. En in die regel wordt het spellingprobleem zo duidelijk mogelijk uitgelegd, met andere voorbeelden erbij. Bovendien zijn in dit boekje heel veel lastige woorden te vinden, die in geen enkele andere spellinggids staan.
De witte spelling staat voor iedereen open: voor ‘protestspellers’, maar ook voor wie de officiële spelling wil of moet volgen (de overheid en het onderwijs). Waar de witte lijst een andere vorm kiest of toelaat dan de groene, wordt dat in de woordenlijst zo veel mogelijk aangegeven.
De witte spelling is een publieksproduct. De makers gaan er niet van uit altijd het gelijk aan hun kant te hebben en betrekken graag anderen bij het nadenken over spelling. Iedere gebruiker van dit boekje, die suggesties ter aanvulling of verbetering heeft, kan die sturen naar wit@onze taal.nl. Goede aanvullingen worden ook opgenomen op de website: www.witteboekje.nl


Nicolo de Groot










