Archive for November, 2006

SPELLINGHERZIENING

Thursday, November 30th, 2006

SPELLINGHERZIENING – 10 VRAGEN EN ANTWOORDEN
Bron: www.onzetaal.nl
Datum: 30-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Het Comité van Ministers van de Taalunie bestaat uit de Nederlandse minister van Onderwijs, de Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs. De Belgische minister van Onderwijs en de Belgische minister van Cultuur. Toen in 1995 de huidige Spellingwet van kracht werd, besloot het Comité van Ministers van de Taalunie, dat elke tien jaar een herziene, geactualiseerde versie van de woordenlijst zou verschijnen. De spellingregels zouden niet veranderen, maar dat is met sommige toch gebeurd.

01. Waarom nu alweer een nieuw Groen Boekje?
Dat er een nieuw Groen Boekje moest komen, is al in 1995 afgesproken. Toen is besloten dat de officiële woordenlijst elke tien jaar geactualiseerd moet worden. Er komen tenslotte telkens nieuwe woorden bij. Bovendien vertoonde het Groene Boekje van 1995 nogal wat gebreken, zie het artikel van de Taaladviesdienst (oktober 2005) en het artikel van Ludo Permentier (juli/augustus 2005), beide uit het tijdschrift Onze Taal.

02. Hoe vaak is de spelling nu gewijzigd?
In 1804 verscheen de spelling-Siegenbeek, in 1863 die van De Vries en Te Winkel, in 1954 het eerste zogenaamde Groen Boekje, in 1995 het tweede Groene Boekje en nu verschijnt de derde uitgave van het Groene Boekje.

03. Wat verandert er dit keer?
Een aantal woorden hebben een tussen-n gekregen dan wel verloren.
De regels voor hoofdlettergebruik zijn gedeeltelijk veranderd.
De aaneenschrijfregels zijn verfijnd.
Op deze website staat ook meer uitleg over concrete taalkwesties. Alles bij elkaar krijgen duizenden woorden uit het Groene Boekje van 1995 nu een net iets andere spelling. Een overzicht van de gewijzigde woorden vindt u op de website van De Nederlandse Taalunie.

04. Wanneer gaat de nieuwe spelling officieel in?
De herziene regels zijn op 1 augustus 2006 van kracht geworden. Overheid en onderwijs zijn nu dus verplicht het Groene Boekje van 2005 te volgen.

05. Houdt Onze Taal zich aan de nieuwe spelling?
Het maandblad Onze Taal volgt vanaf september 2006 het Witte Boekje. De taaladviesdienst is en blijft van alle markten thuis. Bij betaalde opdrachten mag de opdrachtgever zelf bepalen welke spelling gebruikt wordt.

06. Wat heeft Onze Taal met de spellingsregels te maken?
De spellingregels worden gemaakt door de Nederlandse Taalunie, een overheidsorgaan. Met het opstellen daarvan heeft Onze Taal, een onafhankelijke vereniging, niets te maken. Onze Taal had, net als anderen, veel kritiek op het Groene Boekje van 1995; mede op basis daarvan heeft de Taalunie verbeteringen aangebracht in de nieuwe lijst. Maar dat is niet in overleg gebeurd. De Taaladviesdienst heeft wel een bijna-definitieve versie van de Leidraad meegelezen ter voorkoming van taalfouten. De woordenlijst heeft niemand van tevoren mogen inzien, ook wij niet.

07. Gaat de spelling over een paar jaar weer veranderen?
Dat is onzeker. Over tien jaar zal er weer een nieuw Groen Boekje verschijnen, maar aan de huidige regels zal – volgens de belofte van de Nederlandse Taalunie – de komende decennia zo min mogelijk gesleuteld worden.

08. Moet ik nu een nieuw Groen Boekje kopen?
Nee, dat hoeft niet. Het Groene Boekje staat op de site van de Nederlandse Taalunie. Het boekje wordt uitgegeven door Sdu Uitgevers en kost 19.95 euro. U kunt ook een andere spellinggids kopen met een keurmerk van de Taalunie. Dit keurmerk betekent dat er niet afgeweken wordt van het ‘échte’ Groene Boekje. In het Witte Boekje vindt u niet de regels van de groene spelling, Maar waar de witte spelling in de woordenlijst afwijkt, wordt ook de officiële vorm vermeld.

09. Wat gebeurt er als ik me niet aan de spellingregels houdt?
Alleen de overheid en het onderwijs worden geacht de officiële spelling te gebruiken. En dan nog: er staat geen sanctie op als dat niet gebeurt (behalve puntenaftrek voor spelfouten door leerlingen). Wie geen ambtenaar, leraar of leerling is, hoeft deze spelling niet te volgen.

10. Waar kan ik terecht met vragen over de nieuwe spelling?
U kunt naar de website van de Taalunie gaan. U kunt ook kijken in onze eigen lijst met veranderingen; misschien staat uw vraag bij de besproken kwesties. Als u lid bent van het Genootschap Onze Taal kunt u vragen via e-mail gratis voorleggen aan de Taaladviesdienst. U moet dan wel uw adres of lidmaatschapsnummer opgeven.
Nog geen lid? Er is een interessante abonnementsaanbieding.

ENKELE VERANDERINGEN IN HET GROENE BOEKJE
1(-)aprilgrap
dronke(n)man
een echte Vermeer / vermeer
Eskimo of eskimo
human(-)resourcesmanagemant
jaren(-)80(-)muziek
Jood of jood
Middeleeuwen / middeleeuwen
nieuwsgierig aagje / Aagje
paarde(n)bloem
padde(n)stoel
radicaal-islamitisch
re-integratie
romantiek of Romantiek
Tweede Kamerlid / Tweede Kamer-lid
Twee( )derde( )meerderheid
pull-over wordt pullover
terzake wordt ter zake
11-juliviering wordt 11 juliviering
alleenzijn wordt alleen-zijn
ikverteller wordt ik-verteller
te voorschijn wordt tevoorschijn
on-lineverbinding wordt onlineverbinding
salto-mortale wordt salto mortale
Rode-Kruispost wordt Rode Kruispost
naar gelang wordt naargelang


VRAGEN
Waarom krijgt sterrendom wel een tussen-n en vedettedom niet?
Waarom verdwijnt de tussen-n uit juttenpeer en wringt deze zich tussen padde en stoel?
Waarom verandert Middeleeuwen in middeleeuwen?
Waarom wordt boekenweekgeschenk nu Boekenweekgeschenk?
Waarom krijgen Kerstdag en Moederdag een hoofdletter en kerstfeest en palmzondag niet?
Waarom is het Vikingschip, maar eskimohond?
Waarom is een appèl voortaan een appel?
Waarom wordt Onze Lieveheer gekliefd met een koppelteken, terwij langzaam-aan-actie samenklontert?
Krijgen sociaaldemocraat, sociaalcultureel en sociaalpsychologisch een streepje ertussen of niet?
Waarom wordt Sovjet-communisme met een koppelteken gespeld en Sovjetburger niet?
Waarom wordt meesterkok nu meester-kok, terwijl privé-sfeer juist privésfeer wordt?
Waarom verdwijnen de streepjes in semi-overheidsbedrijf en sociaal-democratisch?
Waarom is het re-integratie, maar reïncarnatie?
Waarom is het interimwerk, maar interim-manager?
Waarom is het ideeëloos in plaats van ideeënloos?
Waarom is het accorderen, terwijl we akkoord schrijven?
Waarom schrijf je locatie, terwijl we lokaal schrijven?
Waarom is het vwo’er, maar havoër?
Waarom wordt Frank-rijk voortaan afgebroken als Fran-krijk, cata-strofe als catas-trofe en illu-stratie als illus-tratie?

VRAGEN AAN DE NEDERLANDSE TAALUNIE (JEANNINE BEEKER)

Het Comité van Ministers van de Taalunie bestaat uit de Nederlandse minister van Onderwijs, de Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs. De Belgische minister van Onderwijs en de Belgische minister van Cultuur. Toen in 1995 de huidige Spellingwet van kracht werd, besloot het Comité van Ministers van de Taalunie, dat elke tien jaar een herziene, geactualiseerde versie van de woordenlijst zou verschijnen. De spellingregels zouden niet veranderen, maar dat is met sommige toch gebeurd.

Is er een groot verschil tussen de Groene Boekjes van 1995 en 2005?
Zeker is er een groot verschil. Ten eerste is de Leidraad van 50 bladzijden uitgebreid naar 120. Niet alleen zijn er schema’s, overzichten en boomdiagrammen toegevoegd, maar ook zijn er regels geherformuleerd en zijn nieuwe regels voor het eerst geformuleerd. Niet alleen ter verduidelijking van bepaalde stukken in de Leidraad van 1995, maar ook voor zaken die in 1995 ontbraken, zoals Engelse samenstellingen.
Ten tweede is de woordenlijst nu meer een lijst van de meest frequente woorden van het Nederlands, maar vooral ook van uitheemse woorden die deel zijn gaan uitmaken van het Nederlands. Verder ook van woorden die spellingproblemen opleveren, of ze nu wel of niet frequent, in- of uitheems zijn.
Ten derde is er ook een lijst met terminologie opgenomen. Daarin worden termen als klinker, medeklinker, werkwoord en dergelijke verklaard.
En ten slotte bevat het nieuwe Groene Boekje een index op de Leidraad.

In een recensie in Onze Taal van deze maand, wordt flink kritiek geuit op de leidraad die geschreven is door Ludo Permentier. De belangrijkste kritiek betreft het feit, dat hij te taalkundig zou zijn. Juist het feit dat hij zelfs een verklarende woordenlijst heeft moeten opnemen, noemt de recensent een minpunt.
Ik vind om verschillende redenen, dat hij niet te taalkundig is. Permentier is bewust afgeweken van de regels en bewoordingen in de technische handleiding. Verder is de vormgeving afgestemd met verschillende taaladviesdiensten, onder meer met de taaladviesdienst van Onze Taal. Het kan dus zijn, dat iemand vindt dat er nog te veel taalkundig jargon gebruikt wordt, maar de taaladviesdienst van Onze Taal zelf is met deze Leidraad akkoord gegaan.
We hebben geprobeerd om de regels uit 1995, die leidden tot inconsistenties, bij te schaven. Bijvoorbeeld de afleidingen van persoonsnamen, zoals edwardiaans, hitleriaans en kafkaësk. De regel daarvoor was, dat het woord met een hoofdletter moest worden geschreven, als de afleiding nog echt werd gevoeld. Daar kwam heel wat gevoelens bij kijken… Dat was een onduidelijke regel, want de een voelt wat anders dan de ander. Toen ik de woordenlijst erop onderzocht, bleek dat ik niet kon voorspellen of een woord wel of niet met een hoofdletter geschreven werd. De nieuwe regel is eenduidig geworden: alle afleidingen van eigennamen zijn met een kleine letter.
Een ander voorbeeld: als het in een woordgroep door hoofdlettergebruik duidelijk is, dat de verschillende delen bij elkaar horen, dan is een liggend streepje niet meer nodig. Zo wordt het: Middellandse Zeegebied en Rode Kruispost. Dit principe hebben we ook doorgevoerd bij woorden van het type ‘hepatitis A-virus’. Bij Engelse samenstellingen hebben we heel lang nagedacht over de behandeling: als uitheems of als Nederlands. We hebben ervoor gekozen om de regels die voor het Nederlands gelden, zo veel mogelijk ook toe te passen op de ingeburgerde Engelse samenstellingen. Heel veel Engelse samenstellingen worden nu, net als het Nederlands, aaneen geschreven. Dus ‘e mail’ wordt volgens de Nederlandse regels ‘e-mail’. Om die reden is ook de hoofdletter bij Duitse zelfstandige naamwoorden vervallen.

Waarom krijgen woorden als ‘Koninginnedag’ en ‘zonnevlek’ geen tussen-n?
De regel voor de tussen-n is eigenlijk heel eenvoudig: schrijf nooit een ‘n’, behalve wanneer het woord alleen een meervoud op ‘n’ heeft. Het is dus niet een regel als schrijf altijd een ‘n’, tenzij. Op deze regel is er nu alleen nog een eindige lijst van een drietal typen van uitzonderingen. De ‘paardebloem’ en de ‘paddestoel’ zijn al uit de uitzonderingslijst geschrapt. Het Comité van Ministers heeft ervoor gekozen de andere uitzonderingen voort te laten bestaan, omdat de woorden anders strijdig zijn met het wereldbeeld van de dagelijkse gebruikers. In vergelijking met 1995 hebben we geprobeerd om, waar mogelijk, uitputtende lijsten te geven. Het is niet zo, dat we een aantal voorbeelden geven en de gebruiker het verder zelf uit laten zoeken.
Bij het terugdraaien van de uitzonderingsstatus van verschillende woorden, zijn we voor woorden als ‘paddenstoel’ en ‘paardenbloem’ teruggekeerd naar de regels van 1863 van De Vries en Te Winkel. Die spelling was echter ook lang niet altijd consequent. Die spelling had ‘paardenbloem’ met daarnaast ‘paardenbek’, maar toch ‘paardebit’. Ik heb het boekje van De Vries en Te Winkel en de Groene Boekjes van 1954 en 1995 met elkaar vergeleken. Ik moet constateren, dat de spelling nog nooit zo consequent is geweest als die nu geworden is.

Wat is voor u het meest in het oog springende verschil met 1995?
Ten eerste de regels. Als je als gebruiker een regel begrepen hebt, kun je die overal op toepassen. En ten tweede de behandeling van letterwoorden als woorden. Er is een onderscheid tussen initiaalwoorden, zoals tv en pc, waar je de letters apart uitspreekt en havo, aids en pin waar je de afkorting uitspreekt als een woord. De initiaalwoorden worden behandeld als afkortingen zoals d.w.z. Bij de letterwoorden bestond onduidelijkheid over de status: was het al een woord of nog een afkorting? De nieuwe regel zegt, dat alle afkortingen, die als een woord kunnen worden uitgesproken, nu als letterwoord, c.q. als woord, behandeld worden.

INRICHTING VAN DE WOORDENLIJST
Selectie van de trefwoorden en woordvormen

Bron: woordenlijst.org/leidraad/inrichtingvandewoordenlijst
Auteur: Jeannine Beeken
Vormgever: Karel Hageman

Woordenlijst
De Woordenlijst van de Nederlandse Taal bevat een lijst van ruim 100.000 trefwoorden. Van die 100.000 trefwoorden zijn er, in vergelijking met de woordenlijst van 1995, ca. 6.000 nieuw. Het gaat dan met name om Surinaams-Nederlandse woorden, Belgisch-Nederlandse woorden, Engelse samenstellingen en werkwoorden, woorden uit het domein van de informatie- en communicatietechnologie, afkortingen en, dat spreekt voor zich, nieuwe woorden voor nieuwe begrippen.
In de woordenlijst zijn zowel zeer frequent gebruikte Nederlandse woorden opgenomen als een grote hoeveelheid problematische woorden, dat wil zeggen woorden die vanuit spellingoogpunt moeilijk zijn, zoals bepaalde uitheemse woorden en woorden die met een specifiek maatschappelijk domein verbonden zijn. Dat alles heeft tot gevolg dat er niet alleen op basis van frequentie (f), spreiding (s) en periode (p) is geselecteerd (fsp-lijst), maar ook op basis van spellingproblemen (spellinglijst) en domein of specialiteit (domeinspecifieke lijst)

FSP-lijst
Bij het samenstellen van de fsp-lijst werden nagenoeg dezelfde beperkingen aangehouden als die bij de vorige editie werden gehanteerd, met dien verstande dat de periode van voorkomen met 10 jaar is verhoogd (1960 – heden) en dat veel meer dan vroeger het geval was tal van woordvormen toegevoegd, namelijk vervoegde vormen (o.a. ik waterski, jij deletet, jij doucht, jij crost, jij timet, ik heb geüpdatet, ik deletete, ik bridgede of ik bridgete) en verbogen of afgeleide vormen zoals loucher, louchest, sexyer, sexyst, internetcafeetje, tournedosje, deux-piècesje, jus d’orangeje, safeje, milkshakeje. De fsp-lijst is gefilterd uit onder meer de tekstcorpora, die beschikbaar zijn bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, met name bij diens Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie (TST-centrale), en uit materiaal dat vrijelijk beschikbaar wordt gesteld op het world wibe web.

Spellingprobleem
De spellinglijst bevat, zoals gezegd, vele woorden waarvan de spelling voor een groot aantal taalgebruikers een probleem vormt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de spelling van waardeloos, procedé, pincode, Riagg-centrum, 50 eurobiljet, havoër, aerobiccen, geaerobict, aftershavelotion, tabtoets, all-inpakket, sms’je, tai-chiën, twee-eurostuk, jeu-de-boulen, lay-outen, geüpload, getimed etc.

Domeinspecifieke lijst
De domeinspecifieke lijst bevat woorden, die tot een bepaald maatschappelijk domein behoren. Wij noemen hier, zonder uitputtend te zijn, politiek, staatsrecht, administratie, geneeskunde, onderwijs en opleiding, informatie- en communicatietechnologie, sport, cultuur en sociale zekerheid. Ook hier opnieuw enkele voorbeelden ter illustratie: tripartiteoverleg, teruggavenbiljet, ja-stem, nv, hangpuntennota, retailbank, m-bankieren, ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), ventrikelfibrilleren, verkoeverkamer, narcosearts, ebolavirus, dollekoeienziekte, creutzfeldt-jacobsyndroom, type 1-onderwijs, mavo 3-leerling, jeugdcellenhuis, vet cool, keinijg, compact disc, internetten, world wide web, publicdomainsoftware, unzippen, back-uppen, e-mailadres, chatbox, 06-nummer, mountainbiken, rummikuppen, apres-skiën, darten, fietscrossen, fadozangeres, falafel, boerka, amandelgeest, cassavebrood, chochme, gogme, kasjeren, uitstapregeling, atv-dag, or, hangjongeren, reisbijstandsverzekering, parttimebaan, 65+-kaart, WAO-uitkering, flexwerk, instroom-doorstroombaan.

Uitheemse woorden
Van de ruim 100.000 woorden zijn er meer dan 2000, die als Belgisch-Nederlands kunnen worden beschouwd: meemoeder, brugpensioenleeftijd, affrontelijk.
Daarnaast zijn er bijna 500 Surinaams-Nederlandse woorden (bijvoorbeeld bacovenwinkel, kasekoband, rotishop, WAM-sticker, dc) en ruim 140 Jiddisje en Hebreeuwse woorden (type bagel, bensjen, dibbes, geniza) opgenomen. Ook werd een ruim aantal uitheemse woorden geselecteerd.
Uit het Engels autoreply, backslash, chatroom, cold turkey, desktoppublishing, dragqueen.
Uit het Frans coute que coute, belle époque, sauve-qui-peut, petanque, jeu de boules, crémant.

Uit het Duits fingerspitzengefühl, salonfähig, edelweiss, glühwein.
Uit het Italiaans allegretto, cappuccino, ciabatta, tiramisu.
Uit het Arabisch boerka, sharia, taboulé.
Uit het Japans sushi, tsunami, tsuba, wasabi.
De Belgisch-Nederlandse woorden werden getoetst aan een aantal bekende lexica, waaronder het Referentiebestand Belgisch-Nederlands van de Nederlandse Taalunie, dat ruim 4.000 hedendaagse Belgisch-Nederlandse woorden bevat, en aan de gebezigde woordenschat op Vlaamse websites.
Voor de selectie van de Surinaams-Nederlandse woordenschat werd een beroep gedaan op verschillende Surinaamse experts. De geselecteerde lijst hebben we vervolgens getoetst aan krantenedities en ander materiaal dat beschikbaar is op het internet.
Bij de samenstelling en de selectie van de lijst Jiddisje en Hebreeuwse woorden werd samengewerkt met de Werkgroep Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands.

Afkortingen
Ook bevat de huidige editie van de Woordenlijst vele afkortingen, onder meer bv., bijv., c.q., m.m., ADSL, atv, DDT, gps, ivf, meao, epo, ama, soa, waarbij telkens de uitgeschreven vorm ter verduidelijking wordt gegeven.

Schrappen
In vergelijking met de woordenlijst van 10 jaar geleden, zijn er ook vele woorden geschrapt, waaronder een ruim aantal weinig voorkomende onproblematische trefwoorden. Voorts werden enkele dubbelvormen gereduceerd (teckel, tekkel is geschrapt, koosjer; kousjer, kosjer zijn geschrapt). Tot slot werden de zogenaamde reeksvormers, d.w.z. doorzichtige samenstellingen met hetzelfde eerste of tweede lid, sterk gereduceerd.
Het gaat om onder meer samenstellingen met als eerste leden bank-, bedrijf-, door-, levens-, moslim-, partij-, politie-, scheeps-, slot-, vis- en als laatste -fabrikant, -systeem. Door die operatie konden ca. 15.000 uit spellingoogpunt overbodige, want niet-problematische trefwoorden uit de editie van 1995 worden geschrapt en konden vele nieuwe woorden en vooral in spellingopzicht moeilijke woorden en woordvormen worden toegevoegd.

Trefwoorden
Het trefwoord (zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, bijwoord, voorzetsel, telwoord, afkorting etc.) wordt in het vet met afbreekpunten gegeven en wordt gevolgd door een komma.
Woordgroepen zijn onder het hoofdwoord gealfabetiseerd volgens het volgende principe: alfabetisch op het eerste zelfstandige naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste bijvoeglijk naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste werkwoord. Woordgroepen worden dus in principe niet alfabetisch opgenomen op de eerste letter van de groep. Uitzonderingen hierop zijn: vreemdtalige woordgroepen (low profile), woordgroepen waarvan het eerste woord direct na het eerste zelfstandig naamwoord dan wel het eerste bijvoeglijk naamwoord dan wel het eerste werkwoord is (stommetje spelen) en namen van personen, plaatsen, gebeurtenissen etc. (Magere Hein, Den Haag. Franse Revolutie).
Ook zijn sommige woordgroepen op het eerste woord gealfabetiseerd, indien geen van de drie genoemde woordsoorten erin voorkomen, of indien het gaat om woordgroepen die als één woord kunnen worden ervaren, en het dus in de rede ligt, dat men deze op de eerste letter opzoekt (van tevoren, nogal wiedes, christene zielen, onverrichter zake). Woordgroepen worden gealfabetiseerd en voorgesteld als tijde: te allen tijde.

Alfabetisering van de trefwoorden
Wat de alfabetisering van de trefwoorden aangaat, werden de volgende principes gehanteerd:
Spaties, streepjes, slashes en andere speciale tekens worden genegeerd, zoals bij a capella en m / s.
Cijfers os speciale tekens gaan vooraf aan letters. Zo staat 1 aprilgrap in een lijst, die voorafgaat aan de a, staan A4-formaat en A4’tje direct onder a en voorafgaand aan aagje, en B-52-bommenwerper direct voor ba.
Kleine letters gaan voor hoofdletters. Zo gaat apocalyps vooraf aan Apocalyps, en gaat b vooraf aan B.
Woordgroepen die onder het hoofdwoord staan, worden, als het hoofdwoord ook als zelfstandige ingang voorkomt, direct daaronder geplaatst. Zo staat tijd: te bekwamer tijd direct onder tijd, en minne: in der minne schikken direct onder minne.
Indien het trefwoord, met daarin een trema, op verschillende manieren kan worden afgebroken, zoals in ruïne, worden de mogelijkheden als volgt weergegeven: ruïne (ruï.ne, ru.ine). Dat principe is ook gehanteerd bij de weergave van de flexievormen (onder meer meervoud, voltooid deelwoord) die op het trefwoord volgen. Een voorbeeld: am.fi.bie, amfibieën (am.fi.bie.en).
Na het trefwoord kan een beknopte betekenisaanduiding volgen, die aangeeft bij welke betekenis van een woord welke spelling hoort. Die aanduiding wordt in cursieve letters gegeven en staat tussen ronde haakjes. Enkele voorbeelden: altheimer (ziekte van Alzheimer), AOV (Algemeen Oudedagsvoorzieningsfonds), putten (golfspel), elysisch (gelukzalig).
Indien voor het trefwoord een spel- of vormvariant bestaat, dan wordt naar die variant verwezen door zie ook gevolgd door de spelvariant. Enkele voorbeelden: armoezaaier, zie ook armoedzaaier, bachelormaster, zie ook bama, cyclocrossen, zie ook cyclecrossen. Hindostaan, zie ook Hindoestaan. Dat geldt ook voor samenstellingen met en zonder tussen-s, zoals gelukwens en gelukswens, koerierdienst en koeriersdienst, landnaam en landennaam, rechtsfaculteit en rechtenfaculteit.
In de woordenlijst zijn echter alleen samenstellingen opgenomen, die daadwerkelijk in de verschillende bronnen met enige regelmaat werden aangetroffen. Het kan dan ook voorkomen, dat bepaalde samenstellingen wel een equivalent hebben met of zonder een tussenletter, terwijl andere dat niet hebben. Vergelijk bijvoorbeeld druggebruik, drugsgebruik en drugkoerier, drugskoerier met drugcontrole, drugsdode, drugslijn.
Afhankelijk van de woordklasse en uitgaande van de selectiecriteria wordt het trefwoord gevolgd door zijn verbogen dan wel vervoegde vormen. Ook wordt bijkomende informatie gegeven.

Zelfstandige naamwoorden
Op een zelfstandig naamwoord volgt altijd de genusaanduiding na een woord in het enkelvoud, of de aanduiding mv. indien het trefwoord alleen in de meervoudsvorm is opgenomen, zoals bij beheerkosten, ABC wapens, activa.

Meervoudsvormen
Bij elk grondwoord worden meervoudsvormen gegeven, bijvoorbeeld mechanisme, mechanismen, mechanismes of ziekte, ziekten, ziektes. De meervoudsvormen worden alfabetisch weergegeven, er wordt dus geen uitspraak gedaan voor een voorkeursvorm.
Indien het grondwoord geen meervoud heeft, dan wordt er geen extra vorm gegeven: amateurisme, jalousie de métier, janboel, rijst, toerisme, yahtzee.n, ziektes.en, bijvoorbeeld mechanisme, mechanismen, mechanismes kelvoud, of de aanduiding mv.ijn.rwijlregelma

Bij samengestelde en afgeleide woorden, worden alleen meervoudsvormen gegeven, sie zijn aangetroffen. De woordenlijst heeft immers een beschrijvend karakter en wil niet aangeven wat weliswaar theoretisch mogelijk is, maar niet of nauwelijks door de taalgebruikers wordt gebezigd. Vandaar de lijst analyse, analysen, analyses; arbeidsanalyse; kosten-batenanalyse, kosten-batenanalyses; jaar, jaren, collegejaar, collegejaren; eindexamenjaar; oudejaar.

Verkleinwoorden
Behalve meervoudsvormen worden in de lijst ook verkleinwoorden gegeven. Bij nagenoeg alle grondwoorden die een verkleinwoord hebben op –tje, -kje, -pje, -etje wordt dat verkleinwoord gegeven: deeltje, harinkje, darmpje, horretje. Verkleinwoorden op –je worden slechts sporadisch gegeven: kalfje, madeliefje.
Tot slot worden bij alle (vooral uitheemse) probleemgevallen de verkleinwoorden gegeven: baksjisje, bavaroistje, behaatje, bh’tje, columnpje, cd-rommetje, fluteje, gsm’etje, pernodje, tunetje, voituurtje.

Afbreken
Zowel de meervouden als de verkleinwoorden worden in hun afgebroken vorm gegeven. Indien de spelling van de afgebroken vorm of van een van de afgebroken vormen afwijkt van die van de niet-afgebroken vorm, o.a. in geval van een trema of van bepaalde verkleinwoorden, worden de afgebroken vormen tussen vierkante haken geplaatst.

Bijvoeglijke naamwoorden
Van de bijvoeglijke naamwoorden wordt behalve de grondvorm, ook de verbogen vorm gegeven: hachelijk, hachelijke; nonchalant, nonchalante; rechts, rechtse; smeuïg, smeuïge. Indien de verbogen vorm gelijk is aan het grondwoord, wordt die vorm niet niet nogmaals gegeven. Dus: benigne, depri, fleece, jaden, gouden, tevreden. Soms worden ook de vergrotende en overtreffende trap gegeven, vooral waar die vormen vanuit spellingoogpunt problematisch zijn. Wij noemen consequenter, consequentst, insolider, insolieder, insoliedst, loucher, louchest, fletst, genadeloost, tragischt.

Werkwoorden
Van de meeste werkwoorden worden, behalve de onbepaalde wijs of infinitief, ook de onvoltooid verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord gegeven. Het spreekt voor zich, dat die vervoegde vormen alleen worden gegeven, indien ze ook daadwerkelijk voorkomen. (niet bij blokrijden, fietskamperen, boogschieten, donderstenen, eiertikken).
Indien de onvoltooid verleden tijd meervoud qua vorm sterk afwijkt van de enkelvoudsvorm, dus in meer dan het toevoegen van de meervoudsuitgang –en, wordt ook die vorm gegeven: reed lek, reden lek; overschreef, overschreven; had tegoed, hadden tegoed.
Tot slot is een groot aantal moeilijke werkwoorden voorzien van de eerste persoon en tweede persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd: ik back-up, dart, download, fitnes, sms, jetski, jeu-de-boul, douch en jij e-mailt, mountainbiket, petanquet, sms’t, uploadt, updatet.

Overige woordcategorieën
Van de overige woordcategorieën wordt uitsluitend het trefwoord gegeven: ADSL, bij dezen, bismillah, byebye, dixit, heen, oei, onder, sjalom, toentertijd, twee, tuttut, wysiwyg, z.s.m.

HET KRIJK DER FRANNEN
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Ewoud Sanders
Datum: 07-11-05
Vormgever: Karel Hageman

Ik blijf niet dooremmeren over het nieuwe Groene Boekje, maar er moet nog één onderwerp worden besproken, namelijk de woordafbrekingen. Lezers die vinden dat er in de wereld belangrijker dingen zijn dan woordafbrekingen hebben volkomen gelijk, maar dat wil niet zeggen dat ze volstrekt onbelangrijk zijn. Een verkeerd afgebroken woord – je vindt ze dagelijks in de krant – kan heel storend zijn. Storend, omdat het de vaart uit het lezen haalt. Wat betekent bijvoorbeeld douch / egel en wat valt er te zien op een groepsex / positie? Én storend, omdat lezen ook een esthetisch genoegen kan zijn: een foute woordafbreking bezorgt sommigen ru / grillingen.
Laten we niet de krant – per definitie een haastproduct – maar een boek als uitgangspunt nemen. Bij uitgeverijen doen redacteuren en correctoren hun uiterste best om te voorkomen dat er afbreekfouten in hun boeken staan. Veel zetters maken gebruik van elektronische afbreekprogramma’s, maar dan nog kan er het nodige misgaan. De meeste fouten zijn makkelijk en op basis van intuïtie op te lossen: auto / psie, ges / lachtsdelen, vide / omarkt – je hebt geen naslagwerken nodig om te corrigeren. Maar er zijn veel twijfelgevallen en dan komt al snel het Groene Boekje in beeld, de officiële spellinggids van het Nederlands.
Er is op gewezen, dat het nieuwe Groene Boekje ‘pas’ op 1 augustus volgend jaar van kracht wordt. Dat is juist, maar natuurlijk zijn uitgevers het nu al, meteen na het verschijnen, gaan gebruiken, want je wilt dat je boeken, wat de spelling betreft, zo actueel mogelijk zijn.
Vorige week had ik hierover mailcontact met de productieafdeling van een van de grootste Amsterdamse uitgevers. Dat begon met een vraag: ‘Is er ergens een overzicht van alle woordafbrekingen, die zijn veranderd in het Groene Boekje? Wij worden er hier erg onzeker van. Nu blijkt dat we alles ineens moeten opzoeken: Fran / krijk!, Catas / trofe!, Diag / nose!, Illus / tratie! Mijn collega heeft het Groene Boekje zowat het raam uitgegooid, in een vlaag van woede, vanwege dat Fran / krijk.’
Het antwoord luidde: nee, zo’n overzicht ontbreekt, en ja, er zijn inderdaad veel afbrekingen gewijzigd, want het was, volgens het Groene Boekje van 1995, Frank / rijk, cata / strofe, dia / gnose, illu / stratie. Dat het nieuwe Groene Boekje nu aanbeveelt om Frankrijk (het Rijk der Franken) af te breken als Fran / krijk (het Krijk der Frannen), is een vergissing, maar het is interessant om te zien waar die vergissing vandaan komt.
De regels voor woordafbrekingen worden uitgelegd in de Leidraad bij het Groene Boekje. Wat daar staat is overzichtelijk en helder geformuleerd. Een hoofdregel is bijvoorbeeld, dat we afbreken tussen de delen van een samenstelling: hoofd / regel. Maar wat er niet bij staat, is wat de samenstellers van woordenboeken te horen hebben gekregen: dat woorden die uit een andere taal zijn geleend, niet als een samenstelling moeten worden beschouwd, maar als een ongeleed (een niet-samengesteld) woord.
De achterliggende gedachte is, dat niet iedereen weet of een woord wel of niet uit een andere taal komt. Catastrofe wordt dus niet langer gezien als een van oorsprong Grieks woord, dat uiteenvalt in cata en strofe, maar als een ongeleed woord, en bij die woorden komt de afbreking doorgaans tussen de s en de t (vandaar nu catas / trofe). Fran / krijk is dus per ongeluk, maar volgens een bepaalde logica, aangezien voor een ongeleed woord.
Erger vind ik die achterliggende gedachte: doordat de regels voor afbrekingen zijn veranderd, heb je niet veel meer aan je talenkennis, en bovendien wordt nergens in het Groene Boekje uitgelegd tussen welke lettercombinaties afbrekingen gebruikelijk zijn. Voor die paar mensen die zich wél druk maken over woordafbrekingen, heeft dit tot gevolg dat ze minder dan voorheen kunnen terugvallen op hun intu / itie.

ONZE TAAL
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Ewoud Sanders
Datum: 11-04-06
Vormgever: Karel Hageman

In NRC Handelsblad schreef Ewoud Sanders:
‘Het Genootschap Onze Taal krijgt niet langer geld van de Taalunie voor het beantwoorden van taalvragen. Volhens het genootschap jomt dat, doordat Onze Taal dwarsligt bij de spelling – het genootschap gaat immers het Witte Boekje uitbrengen, dat op enkele punten afwijkt van het Groene Boekje. Volgens de Taalunie ligt het anders: er is gewoon een contract verlopen en er moet een openbare aanbesteding komen. Ik (Ewoud Sanders) ga me niet mengen in deze ruzie, maar het genootschap is opeens 48.000 euro subsidie kwijt, en nieuwe leden (lees: nieuwe abonnees op het tijdschrift) zijn harder welkom dan ooit.’
De Taalunie begint het spel erg vuil te spelen. Hun houding over de spelling krijgt steeds meer het karakter van een dictatuur. Er was al vanaf het begin de klacht, dat ze hun opvattingen eenzijdig oplegden, maar veel erger is, dat de Taalunie de waarheid geweld durft aandoen.
De Taalunie durft mening te herroepen, zonder toe te geven dat ze fouten hebben gemaakt (zie bijvoorbeeld de opmerkingen over Fran-krijk, dat Frank-rijk werd). Ze durven ook hun uitspraken over de impact van de omspelling op een gemiddeld tekstbestand te veranderen: de 1 op 2.500 van Parmentier werd plotseling 1 op 44.000, toen bleek dat 1 fout op 3.000 woorden fataal is voor vertalers.
Ik wik mijn woorden, maar het begint er meer en meer op te lijken, dat de academische wereld zich in de vorm van de Spellingcommissie, en in het verlengde daarvan in de vorm van de Taalunie, zich van zijn slechtste, meest onhebbelijke, en meest extreme gelijkhebberige kant laat zien. De discussie over de spelling wordt door hen meer en meer veranderd in machtsuitoefening.
SPELLING 2005 – DE ESSENTIE
Auteur: Frans Daems
Datum: 15-10-06
Vormgever: Karel Hageman

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie had al in 1994 beslist om de tien jaar de woordenlijst te actualiseren.
Waarin heeft die actualisering in 2005 nu bestaan? De opdracht van het Comité van Ministers hield de volgende taken in:
1. schrappen van niet meer gebruikte woorden: aalgeer.
2. toevoegen van nieuwe woorden: i-bankieren, cd-rom, het ge-e-mama, ge-ftp’d, trein-tram-busdag, ampersand, fingerspitzengefühl, jazzzangeres.
3. rechtzetten van zetfouten in de Leidraad en woordenlijst: jeuïg (trema), honderdmiljoen (twee woorden), labourregering (hoofdletter), Trans-Europees (moest zijn trans-Europess), oud-papierhandel (geen streepje), de chiromeisje (het), salto-mortale’s (geen apostrof), be-a-men (afbreekplaats moest zijn be-amen), gestresst (moest zijn gestrest), ideeënloos (moest zijn ideeëloos, vergelijk tandeloos).
4. verbeteren van foutieve formuleringen in de Leidraad, met name fouten en emissies t.o.v. de in 1994 vastgestelde regels en voorschriften. Bijvoorbeeld barbecuen (had moeten zijn barbecueën). De ‘paardebloemregel’ vermeldde niet, dat het geheel een plantkundige aanduiding moest zijn, waardoor foutieve vormen moesten ontstaan, zoals muizetarwe en paardevijg. Op grond van de Leidraad 1995 had men schaduuw, godedom, vrijgezelledom, iets komischs moeten schrijven. De Leidraad gaf niet aan of er een hoofdletter moest in Rabelaisachtig.
5. verbeteren en wegwerken van tegenstrijdigheden in woordbeelden tussen Leidraad en lijst: Stehgeiger (moet zijn stehgeiger), Latino (moet zijn latino).
6. verbeteren van fouten en onbedoelde effecten in de woordenlijst, die het gevolg waren van foutieve formuleringen in de Leidraad (zie 4.).
7. verbeteren van coherentie van gelijksoortige gevallen in Leidraad en woordenlijst: sint-bernardshond versus st.-jacobsschelp, ijzertijd / prehistorie versus Middeleeuwen, reformatie versus Contrareformatie, pro-westers versus antiwesters, co-assistent versus coauteur, Indo-europees versus Indogermaans, kafkaësk versus Rembrandtesk, off line versus offshore, ganzenpoot versus ganzebloem, elfenbank versus paddestoel, oedipuscomplex versus Pyrrusoverwinning, petfles versus lat-relatie, hartenleed versus hartetlust.

In feite kan men met de spelling 2005 niet over een echte spellinghervorming spreken. In vergelijking met 1995 is het spellingsysteem als zodanig niet gewijzigd. Zoals intussen ruimschoots bekend is geworden, is één uitzonderingsregel bij de spelling van tussenletters, de paardebloemregel, afgeschaft. Voor de rest zijn de bestaande regels behouden. Dat neemt niet weg, dat aan de hand van de regels wel degelijk gesleuteld is, zonder dat men van toevoeging van nieuwe regels kan spreken.

DE WITTE SPELLING: DE TUSSEN-N
Bron: De Volkskrant
Datum: 12-07-06
Vormgever: Karel Hageman

Een regel die ieders verstand te boven gaat, kan geen goede regel zijn. Daarom schrappen de samenstellers van de ‘witte spelling’ de tussen-n. Spinneweb mag, spinnenweb ook.
Al ruim tien jaar breken taalgebruikers zich het hoofd over die keuze. In de alternatieve spelling is dat opgelost door het niet op te lossen. De tussen-n in dergelijke samenstellingen wordt een individuele keuze en kan dus nooit fout zijn.
Op 16 presenteert Het Platform de Witte Spelling en zijn ideeën over de schrijfwijze van het Nederlands, vervat in het zogenoemde Witte Boekje.
Daarmee zullen twee spellingen om de macht strijden, want begin die maand zal ook de nieuwste editie van het Groene Boekje van kracht worden. Deze woordenlijst is gespeld volgens de officiële regels en bepaald door de Nederlandse Taalunie.
Dit overheidsorgaan waakt sinds 1980 over de spelling van het Nederlands, maar de laatste aanpassing stuitte op zo veel verzet bij een aantal Nederlandse media, dat die besloten voortaan hun eigen regels te hanteren. Dat resulteert binnenkort in het Witte Boekje, waaraan ook De Volkskrant zich zal houden.
De Taalunie presenteerde in oktober vorig jaar de nieuwe spelling. De unie kon zich voorstellen, dat de gebruiker zou schrikken van alweer een aanpassing, omdat de vorige spellingswijze in 1995 was ingegaan. Maar de veranderingen werden marginaal genoemd. Alleen de regel van de tussen-n was verfijnd: de uitzondering die in 1995 was gemaakt voor een combinatie van een dierennaam en een plantkundige aanduiding verdween weer. Dus verandert paardebloem volgens boekje groen met ingang van 1 augustus in paardenbloem.
Nederlandse kranten, tijdschriften, uitgevers en auteurs (de dagelijkse gebruikers van het geschreven woord) liepen ertegen te hoop. Niet alleen, omdat de nieuwe spelling zo snel volgt op de oude, maar ook omdat de veranderingen meer dan marginaal zouden zijn. Hun rebellie leidde tot een platform, waarin ook het Genootschap Onze Taal is is opgenomen en dat leidt nu tot een alternatieve spelling. Volgens deze witte variant mogen paardebloem en paardenbloem allebei.
Redacteur Wim Daniels gelooft niet, dat het een janboel wordt. ‘Zelf laat de Nederlandse Taalunie ook de tussen-n vrij. Voorbehoedmiddel is goed, voorbehoedsmiddel ook. De taalgebruiker kan op zijn eigen gevoel af gaan en daarover is nooit geklaagd. Dat kan dus bij de tussen-n net zo goed. We hebben lang nagedacht over logische regels daarvoor, maar ze zijn er niet. Laat iedereen daarom zijn eigen intuïtie volgen.
Daniels is ervan overtuigd, dat de Nederlandse Taalunie binnen vijf jaar overstag gaat. ‘Men is stijfkoppig en enorm bang voor gezichtsverlies, maar het Witte Boekje zal in alle opzichten veel beter aansluiten op het algemene taalgevoel.’

INLEIDING HET WITTE BOEKJE
Bron: Het Witte Boekje
Auteur: Genootschap Onze Taal en Wim Daniëls
Datum: 2006
Uitgever: Prisma
Vormgever: Karel Hageman

Dit boek bevat de witte spelling. Hierin wordt de spelling van woorden iets anders benaderd dan in de officiële (groene) spelling gebeurt. De witte spelling is een gevolg van de aanhoudende protesten tegen de huidige officiële spelling, in het bijzonder tegen de wijzigingen daarin, die in 1996 en 2006 zijn doorgevoerd. Beide keren waren veel taalgebruikers het niet eens met de wijzigingen. Daarom is er een tegenbeweging ontstaan, die graag een begrijpelijker en flexibeler alternatief biedt voor wie daar behoefte aan heeft. Dat is de witte spelling.
De witte spelling verschilt niet eens zo veel van de groene spelling, maar vertrouwt meer op het taalgevoel. Wie wit spelt, kan bijvoorbeeld zelf bepalen of ergens een tussen-n moet staan of niet: pannekoek of pannenkoek, dat maakt niet uit. Een accent of een hoofdletter voor de duidelijkheid is goed: métier, Tweede Pinksterdag. En een woord dat overgenomen is uit een andere taal mag er best wat Nederlandser uitzien, zoals persé, of juist iets van zijn buitenlandse karakter behouden, zoals gestresst.
Is de witte spelling dan zo regelloos? Nee, zeker niet. De basis van de spelling blijft voor iedereen gelijk. De witte spelling legt de regels wel duidelijker uit, en geeft daarnaast ruimere regels voor kwesties waarin veel mensen de officiële regels onnodig streng vinden. En de witte spelling is niet bang om uitzonderingen toe te laten, als iedereen die heel gewoon vindt. Dit boek is dus een spellingboek, waarbij de regels minder knellen. Het boek biedt houvast en maakt de officiële spelling wat losser en makkelijker.
In de woordenlijst van dit boek staan woorden met een spellingprobleem. Bij die woorden staat ook het nummer van de spellingregel die erbij hoort. En in die regel wordt het spellingprobleem zo duidelijk mogelijk uitgelegd, met andere voorbeelden erbij. Bovendien zijn in dit boekje heel veel lastige woorden te vinden, die in geen enkele andere spellinggids staan.
De witte spelling staat voor iedereen open: voor ‘protestspellers’, maar ook voor wie de officiële spelling wil of moet volgen (de overheid en het onderwijs). Waar de witte lijst een andere vorm kiest of toelaat dan de groene, wordt dat in de woordenlijst zo veel mogelijk aangegeven.
De witte spelling is een publieksproduct. De makers gaan er niet van uit altijd het gelijk aan hun kant te hebben en betrekken graag anderen bij het nadenken over spelling. Iedere gebruiker van dit boekje, die suggesties ter aanvulling of verbetering heeft, kan die sturen naar wit@onze taal.nl. Goede aanvullingen worden ook opgenomen op de website: www.witteboekje.nl

NOBELPRIJS

Wednesday, November 29th, 2006

NOBELPRIJS
Bron: Wikipedia
Vormgever: Karel Hageman

De Nobelprijs is een jaarlijkse geldprijs voor wetenschappers, die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd op het gebied van de natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, letterkunde en bevordering van het behoud van de vrede. Daarnaast wordt sinds 1968 jaarlijks de ‘Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie, ter nagedachtenis van Alfred Nobel’ uitgereikt, die vaak kortweg de Nobelprijs voor de Economie wordt genoemd.
Hoewel het met de prijs verbonden bedrag niet onaanzienlijk is, is het prestige en de erkenning die men door het winnen van een Nobelprijs krijgt, voor de meeste winnaars de belangrijkste beloning.
De prijs voor de Vrede is de enige, die wordt toegekend door de Noorse regering (Noorse parlementaire Nobelcommissie). De andere prijswinnaars worden genomineerd door verschillende Zweedse universitaire commissies (het Zweedse Karoliska Instituut in Stockholm).
De prijs is bij testamentaire beschikking ingesteld door de schatrijke industrieel Alfred Nobel. De eerste ceremoniële prijsuitreiking vond plaats in 1901, in de Oude Muziekacademie van Stockholm. Vanaf 1902 vindt de uitreiking volgens traditie jaarlijks plaats op 10 december, de sterfdag van Nobel, door de Zweedse en Noorse koning, respectievelijk in de Concertzaal van Stockholm (Stockholms Konserthus) en in het stadhuis van Oslo.
De prijs, tegenwoordig 10 miljoen Zweedse Kronen (ca. 1,1 miljoen euro), is bedoeld ter ondersteuning van verder onderzoek, zonder dat de prijswinnaar zich met de financiering daarvan hoeft bezig te houden.

NOBELPRIJS VOOR DE WISKUNDE

Wednesday, November 29th, 2006

NOBELPRIJS VOOR DE WISKUNDE
Bron: Wikipedia
Vormgever: Karel Hageman

Een Nobelprijs voor de wiskunde ontbreekt. De Turing Award wordt beschouwd als de hoogste prijs binnen de informatica, genoemd naar de Britse wiskundige Alan Turing. Daarnaast zijn er de Fields Medal, voor jonge wiskundigen (jonger dan 40) en sinds 2002 de Abelprijs. De laatste is genoemd naar de Noorse wiskundige Niels Henrik Abel en wordt uitgereikt door de koning van Noorwegen. Deze prijs heeft zich in korte tijd gepositioneerd, zowel qua prijzengeld als status, als waardige vervanger voor de ontbrekende Nobelprijs voor de Wiskunde.
Over de reden waarom er geen Nobelprijs voor de Wiskunde is, is veel gespeculeerd. Een populair verhaal is, dat Nobel wilde voorkomen dat een geroemd wiskundige, Gosta Mittaf-Leffler wordt in dit verband wel genoemd, omdat hij een affaire zou hebben met een vrouw met wie Nobel relaties onderhield. Meer waarschijnlijke verklaringen zijn de theorie dat Nobel de wiskunde niet zag als een praktische wetenschap waar de mensheid veel aan zou hebben, en het feit dat er al een andere prestigieuze wiskundeprijs in Scandinavië bestond, waar hij niet mee wilde concurreren.

DE TAAL ÍS GANS HET VOLK

Wednesday, November 29th, 2006

DE TAAL ÍS GANS HET VOLK
Bron: NRC-Next
Auteur: Jan Blokker
Datum: 29-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Wat had Balkenende tegen de informateur gezegd?
Verkeerde vraag.
Balkenende behoort tot de mensen, die nooit iets zeggen, maar altijd iets aangeven.
Hij gaf het zelf aan, toen hij na zijn onderhoud met Rein Jan Hoekstra de pers te woord stond, en aangaf dat hij tegenover ’s lands verkenner drie dingen had aangegeven: ‘Ik heb namens het CDA aangegeven, dat we ons vol enthousiasme zullen inzetten voor een kabinet met een nieuw elan, ik heb aangegeven wat in ons programma staat, en ik heb vooral aangegeven, dat ik hoop dat alle partijen zich in het landsbelang constructief zullen opstellen.’
Meer had hij niet aangegeven.
Had hij op zijn beurt ook iets van de informateur gehoord?
Weer fout.
Mensen die iets aangeven in plaats van te praten, zijn tevens mensen die nooit iets horen, maar iets meekrijgen.
‘Had de heer Hoekstra enig idee over een coalitie, die kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer, meneer Balkenende?’
‘Ik kan alleen maar aangeven, dat ik daar niets van heb meegekregen.’
Het is opvallend, dat de firma Van Dale Lexicografie wel elk jaar hoog van de toren blaast over honderd nieuwe woorden, die ons vocabularium zogenaamd zullen verrijken, maar dat ze het nooit heeft over oude woorden, die intussen totaal van betekenis zijn veranderd.
Wat was aangeven voordat Balkenende er mee vandoor ging?
‘Kun je me het zout even aangeven, moeder?’
‘Heeft u iets aan te geven?’
‘Als je de uitkeringstrekker in een Rolls Royce ziet rijden, moet je hem aangeven.’
Dus overhandigen, verzwijgen dat je een bolletje hebt geslikt, of iemand er bij lappen. Nóóit praten of zeggen.
Ook meekrijgen heeft altijd vanzelf gesproken. In de jongste, veertiende herziene uitgave van het nationale woordenboek, lezen we ter illustratie niet voor niets: ik heb voor tussen de middag drie boterhammen en een appel meegekregen. Niks horen, of vernemen, of te weten komen. Gewoon meekrijgen.
Zo kan ik zelf nog steeds niet wennen aan de manier waarop aan het tussenwerpseltje oké (dat je vroeger niet eens hoefde uit te spreken, als je je duim maar omhoog had gestoken) de laatste tijd, via bepaalde stembuigingen, allerlei nieuwe, al dan niet medemenselijke, betekenissen worden gegeven.
‘Zullen we volgende week afspreken?’
‘Dat lukt niet meer. Ik hoor net van de dokter, dat ik nog drie dagen te leven heb.’
‘Okeeeeh!’
Recht en slecht van taal klinkt voorlopig alleen de naamdraagster van de liberale koers – Verdonk – de mevrouw die als nummer twee op de VVD-lijst meer dan 620.000 stemmen kreeg: bijna 70.000 meer dan de nummer één. Ten overstaan van de verzamelde pers, had ze gistermiddag in vier of vijf scheppen het politieke graf van Mark Rutte gegraven. En nadat ze zijn stoffelijk overschot alvast op de rand had gelegd, zwoer ze dat ze altijd loyaal aan ‘m zou blijven, want Brutus is een eerbiedwaardig man. Frits Bolkestein en Hans Wiegel zullen naar verluidt de uitvaartdienst verzorgen.
Ik ben benieuwd wat Balkenende heeft aangegeven, toen hij het nieuws had meegekregen.
Naar dat Haagse café, waar de koningsmoord werd voorbereid, had het Radio 1 Journaal een verslaggever afgevaardigd, die er een uur te vroeg was, en die dus om de tien minuten even over niets moest praten.
‘Ja, het is een hype’, sprak hij halverwege tot zijn anchorman in Hilversum. ‘Want de hele media is hier op afgekomen.’
De media is.
Later in de rubriek hoorde ik trouwens dat de NOS, bij wijze van scoop, de hand had gelegd op de perfecte vervalsing van een havo-diploma, dat je via Internet al voor 300 euro kunt bestellen.
Er ging me een licht op. En ik dacht bij mezelf: Oooohkéh!

DE SAAIE JAREN IN DE NATUURKUNDE

Sunday, November 26th, 2006

DE SAAIE JAREN IN DE NATUURKUNDE ZIJN EINDELIJK OVER
Bron: De Volkskrant
Auteur: Martijn van Calmthout
Datum: 25-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Het Standaard Model van de deeltjesfysica heeft zijn langste tijd gehad. Al was het maar, omdat het zo lelijk is, zegt de Nijmeegse hoogleraar Nicolo de Groot komende week in zijn oratie. De nieuwe LHC-versneller in Geneve gaat de revolutie leiden.
Afgelopen maandag werd in het deeltjeslab CERN in Geneve voor het eerst de kolossale magneet aangezet van de zogeheten Atlasdetector, waaraan ook Nederland een bijdrage levert. De magneet, met acht supergeleidende spoelen van 25 meter lang en 5 meter breed de grootste ter wereld, deed het. ‘Ik ben buitengewoon opgelucht dat hij werkt’, zegt de Nijmeegse deeltjesfysicus prof.dr. Nicolo de Groot er een dag later over. ‘Ik liep van de zomer in de bouwput en hoorde om de vijf minuten iets metaligs vallen. Dat krijg je, mensen zijn aan het sleutelen, er vallen moertjes, gereedschap. Dat moet meteen worden opgeraapt. Maar je weet het niet. Je moet er niet aan denken, dat dat in de rondte vliegt als je het magneetveld aanzet.’

Nicolo de Groot Nicolo de Groot

De Groot is sinds twee jaar hoogleraar hoge-energiefysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen en houdt daar woensdag zijn oratie. Binnen vijf jaar, voorspelt hij daarin, gaat de fundamentele natuurkunde een revolutie meemaken. ‘De saaie decennia zijn eindelijk voorbij’, zegt De Groot, een goedmoedige beginveertiger met een carrière, die hem al langs de grote versnellerlabs in Geneve en Stanford voerde. Dat waren géén verspilde jaren, zegt De Groot, maar een gevoel van stagnatie beving hem op den duur wel.
Tussen 1960 en 1972 ontwikkelde fysici het zogeheten Standaard Model, een wiskundige beschrijving van de eigenschappen en interacties van alle bekende deeltjes. Begin jaren tachtig vond de LEP-versneller van CERN deeltjes, die op grond van het model waren voorspeld. Dat was een haast miraculeuze bevestiging van het Standaard Model.
Maar, zegt De Groot, in feite is de theorie te goed gebleken. ‘Na de eerste successen hebben eigenlijk alle experimenten alleen maar bevestiging geleverd van de theorie. Dat is niet alleen weinig avontuurlijk, maar het geeft ook geen richting voor een nieuwe, betere theorie.’

Waarom is die nieuwe theorie nodig, als de bestaande werkt?
Omdat deze theorie wel veel beschrijft, maar niet veel verklaart. Er zijn 61 deeltjes met heel uiteenlopende massa’s en niemand weet waarom. Er zijn iets van 18 parameters, die je nog vrij kunt kiezen, zonder dat je weet waarom de knoppen uitgerekend zó moeten staan. Het is een lelijk allegaartje. Bovendien zit er geen zwaartekracht in. En vrijwel alle massa in het heelal is donkere materie, waarover de theorie niks zegt.

Waarom zou een theorie mooi moeten zijn?
Dat hoeft niet, maar de geschiedenis leert, dat onder samenraapsels vaak een diepere laag zit.

Je kunt ook denken: dingen zijn zoals ze toevallig zijn.
Het is niet uitgesloten, dat die hele reeks parameters, deeltjes en massa’s puur door toeval zo is. Maar tegelijk hebben ze verbanden, die enorm nauw luisteren.

Een samenzwering?
De kans is minimaal, dat alle waarden toevallig goed staan om bijvoorbeeld de massa van het beroemde Higgs-deeltje op de nu geschatte 200 giga-elektronenvolt te houden. Tweemaal achter elkaar de Staatsloterij winnen, zoiets. Het is mogelijk. Maar de gedachte, dat er veel meer achter zit, lijkt niet vreemd.

Meer?
Er is een wildgroei aan alternatieve theorieën, juist omdat experimenten geen aanknopingspunten geven. Ik denk bijvoorbeeld aan supersymmetrie. SUSY veronderstelt bij ieder deeltje een partnerdeeltje, waardoor alle parameters van nature uitbalanceren.

Maar er is nog nooit een super-partner-deeltje gevonden!
Maar dat kan zomaar gebeuren, als we eenmaal de LHC-versneller in Geneve aan de praat hebben. Die heeft daarvoor genoeg energie. Misschien op de eerste dag al. Tegen de zomer van 2008 draait de machine op volle energie. Dan moeten de resultaten gaan komen.

De eeuwige Higgs?
Die verwacht ik niet op de eerste dag. De processen waarin het Higgs-mechanisme een rol speelt, zijn zo zeldzaam. Daar hebben we wel drie of vier jaar meten voor nodig. We schieten immers protonen en antiprotonen op elkaar, hele zakken quarks en gluonen, waarvan je maar moet afwachten wat elkaar wel en niet raakt.

En als dat Higgs-deeltje toch weer onvindbaar blijkt?
Dat kan, maar dan moeten we iets anders zien, iets dat wél alle andere deeltjes hun specifieke massa geeft. Een ander mechanisme, supersymmetrie of misschien extra, verborgen ruimtedimensies. Dit experiment kan niet niks opleveren, dat is het mooie ervan. De Grote Verveling is voorbij.

PETER DEBYE: VOLKSJONGEN IN DUITSE DIENST (1884-1996)

Saturday, November 25th, 2006

PETER DEBYE: VOLKSJONGEN IN DUITSE DIENST (1884-1966)
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Dirk van Delft
Datum: 06-08-06
Vormgever: Karel Hageman

Peter Debije (spreek uit: Debie), groeide op in een eenvoudig Maastrichts milieu. ‘Pie’ doorliep er de HBS en studeerde in 1901 in Aken af in de elektrotechniek. In 1908 promoveerde hij in München bij Arnold Sommerfeld. Afgezien van een kort verblijf als hoogleraar theoretische natuurkunde in Utrecht (1912-1914), speelde zijn academische loopbaan zich af in Duitsland en vanaf 1940 in Amerika. Hij trouwde met een Duitse en veranderde zijn naam in Debye. Zijn onderzoek was veelzijdig en lag op het terrein van de fysische chemie. Werk dat in 1936 bekroond werd met de Nobelprijs voor de chemie.
In 1933 werd Debye gevraagd Einstein (uitgeweken voor de nazi’s) op te volgen als directeur van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik in Berlijn. Hij behield zijn Nederlanderschap.
Van 1937 tot 1939 was Debye voorzitter van de Deutsche Physikalische Gesellschaft. Na het uitbreken van de oorlog werd hij, toen hij opnieuw weigerde Duitser te worden, op non-actief gesteld en met verlof gestuurd.
Zijn instituut, dat op uraniumonderzoek was overgeschakeld, mocht hij niet meer. In januari 1940 stapte hij op de boot naar Amerika, om academisch onderdak te vinden op Cornell University (Ithaca). Vrouw en kinderen bleven achter in Berlijn.
De oorlogsjaren werkte Debye aan polymeren (van belang voor radar) en aan synthetische rubber. In 1946 werd hij Amerikaans staatsburger. Op Cornell was Debye tien jaar hoofd van de afdeling scheikunde.
Na zijn pensioen bleef hij er actief als onderzoeker. Debye overleed in 1966 aan een hartaanval.

1884 geboren op 24 maart 1884
1905 studeert af in elektrotechniek in Aken
1908 promotie in München bij Arnold Sommerfeld
1910 werkzaam in München
1912 keert voor een korte periode terug naar Nederland
1912 hoogleraar theoretische natuurkunde in Utrecht
1914 einde hoogleraarschap in Utrecht
1934 directeur van het Kaiser Wilhelm Instituut voor Natuurkunde te Berlijn
1936 krijgt als natuurkundige de Nobelprijs voor de Scheikunde
1937 voorzitter van de Deutsche Physikalische Gesellschaft
1939 einde voorzittersschap van de Deutsche Physikalische Gesellschaft
1940 vertrek naar Amerika
1946 wordt Amerikaans staatsburger
1952 einde hoogleraarschap aan de Cornell Universty (VS)
1966 overleden aan een hartaanval
2006 ophef over de rol van Peter Debije in de periode 1933-1945

DE SLAG OM DEBYE

Saturday, November 25th, 2006

DE SLAG OM DEBYE
Bron: NRC Handelsblad
Auteur: Dirk van Delft
Datum: 06-08-06
Winaar Nobelprijs voor de Scheikunde 1936
Vormgever: Karel Hageman

Door ‘onthullingen’ over Nobelprijswinnaar Peter Debye, deden de universiteiten van Utrecht en Maastricht die naam in de ban. Op ondeugdelijke gronden, klinkt het steeds luider.
Zat Peter Debye in de oorlog fout? Die vraag is aan de orde sinds de publicatie, 21 januari in dit jaar, in Vrij Nederland, van het geruchtmakende artikel Nobelprijswinnaar met vuile handen. Auteur is de in Berlijn opererende journalist en wetenschaps-historicus Sybe Rispens. Het stuk is een voorpublicatie uit Rispens’boek Einstein in Nederland en handelt over Peter Debye, in 1936 winnaar van de Nobelprijs voor de chemie. In het boek hangt dat hoofdstuk er een beetje bij – Debye heeft nauwelijks in Nederland gewerkt – maar de explosieve inhoud leidt alom tot commotie.
Die commotie duurt voort tot op de dag van vandaag. De opdracht aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) om Debye’s houding, voorafgaand aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog, grondig door te lichten, half juli verstrekt door het ministerie van Onderwijs, zal geen soelaas bieden. Vooruitlopend op de uitkomst van het rapport (het NIOD schat een jaar bezig te zijn), hebben partijen in de zaak onwrikbare posities ingenomen.
Bondig geformuleerd: Debye is door bestuurders in ijltempo in de ban gedaan en inspanningen van wetenschappers om de voorbarigheid van die actie te demonstreren, halen niets uit. Ook het NIOD is onder vuur komen te liggen. Het zou in een vroeg stadium de indruk hebben gewekt, dat Rispens goed werk had afgeleverd, met funeste gevolgen. David Barnouw, onderzoeker / voorlichter bij het instituut: ‘Het is heel emotioneel. Kennelijk is er een open zenuw geraakt.’


Vuiler
Wat is er gebeurd? Debye, aldus Rispens in januari in Vrij Nederland, ‘geldt als een van de grootste Nederlandse wetenschappers van de twintigste eeuw.’ Maar, zo voegde hij eraan toe, ‘uit nieuw historisch onderzoek blijkt, dat zijn handen vuiler zijn, dan gewoonlijk werd aangenomen.’ Diverse ‘onthullingen’ moeten deze stelling onderbouwen. Zo schrijft Rispens, dat Debye op 9 december 1938 als voorzitter van de Deutsche Physikalische Gesellschaft een brief heeft rondgestuurd, waarin hij ‘Rijksduitse joden’ opriep hun lidmaatschap op te zeggen. Een brief die hij bovendien eindigde met ‘Heil Hitler!’ Rispens’ commentaar: ‘De bijl is gevallen.’
Een tweede ‘onthulling’ betreft een telegram, dat Debye op 23 juni 1941 vanuit Amerika naar het Generalkonsulat in Berlijn stuurde. Toen Debye, sinds 1935 in Berlijn directeur van het Kaiser Wilhelm Institut für Physiker, na het uitbreken van de oorlog (opnieuw) weigerde de Duitse nationaliteit aan te nemen, werd hij door de nazi’s op verlof gestuurd. Hij vertrok naar Amerika, waar hij was uitgenodigd om op Cornell University in Ithaca gastcolleges te geven.
In het bewuste telegram, aldus Rispens, verklaart Debye ‘te allen tijde bereid te zijn de leiding van het Kaiser Wilhelm Institut, op basis van de oude voorwaarden, weer op mij te willen nemen’. Waarna Debye, in de woorden van Rispens, de resterende oorlogsjaren ‘tevergeefs op een antwoord’ wachtte ‘op zijn herhaalde vraag’ of en wanneer hij als directeur ‘terug kan keren’. Na afloop van de oorlog, aldus Rispens, besluit Debye ‘dan maar om in Amerika te blijven’. Kortom: de suggestie wordt gewekt, dat Debye het liefst in Berlijn weer aan de slag was gegaan.
Boek en artikel van Rispens slaan in als een bom. ‘Beroemde Utrechter hielp Hitler-regime’, kopt De Volkskrant. ‘Altijd tuk op terugkeer’, staat boven de recensie in deze krant. Wat het boek extra gezag geeft, is het lovende voorwoord van de fysicus Martinus Veltman. ‘Het werk van de heer Rispens is een goudstukje tussen het koren’, schrijft de Nobelprijswinnaar van 1999. ‘Ik heb het in één ruk uitgelezen.’ En: ‘Daar is tenslotte de affaire Debye. Ik heb er eigenlijk niets aan toe te voegen, ze wordt in alle duidelijkheid beschreven.’ Lofprijzingen waarvan Veltman spijt zou krijgen.

Slecht nieuws
Op twee plaatsen in Nederland mag het nieuws over Debye zich in een bijzondere belangstelling verheugen. Dat is aan de Universiteit Utrecht, die een Debye Instituut (onderzoeksschool op het grensvlak van chemie en fysica) in huis heeft, en de Universiteit Maastricht, die om het jaar de Peter Debye Prijs voor natuurwetenschappelijk onderzoek (10.000 euro) uitreikt. Hoe op het slechte nieuws te reageren? Beide colleges van bestuur besluiten samen op te trekken. Alvorens ‘eventuele maatregelen’ te overwegen, waarbij ‘zorgvuldigheid’ van ‘groot belang’ wordt geacht, krijgt het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) op 26 januari het verzoek Rispens’ bronnen achter de twee bovenstaande ‘onthullingen’ op authenticiteit te beoordelen.
De directie van het Utrechtse Debye Instituut ziet de bui hangen en stuurt op 13 februari een brief naar rector magnificus W.H. Gispen. In die brief benadrukt wetenschappelijk directeur Leo Jenneskens, dat de naam ‘Debye’ indertijd is gekozen, vanwege de ‘zeer grote en unieke internationale’ reputatie van Debye als onderzoeker en docent. Van belastend materiaal ten aanzien van de integriteit en het gedrag van Debye was het instituut niets bekend.
Intussen, zo vervolgt Jenneskens, had vertrouwelijk overleg met wetenschapshistorici opgeleverd, dat ‘de interpretatie door de auteur Rispens van het door hem beschikbare historische materiaal zeer discutabel is’. Het beste zou zijn, zo besluit de brief, onder regie van het college van bestuur een (beperkt) historisch onderzoek te doen naar Debye’s handel en wandel in de jaren 1938 – 1950.
Een week eerder, op 7 februari, had NIOD-directeur Hans Blom al aan Gispen geschreven, dat hij fotokopieën van die bronnen had ontvangen. Rispens had hem bovendien aanvullende informatie verschaft. ‘Op grond daarvan is mijns inziens duidelijk, dat de verstrekte informatie betrouwbaar is.’ De vraag of Debye het telegram van 1941 (over terugkeer naar Berlijn) ‘uit vrije wil’ verstuurde, beantwoordt Blom positief. Alvorens de naam Debye te ‘heroverwegen’, zo besluit de brief, zou het goed zijn een ‘bredere kennis van de context’ van beide documenten op te doen. ‘Over Debye als wetenschapsbeoefenaar in het nationaal-socialistische Duitsland is (…) zeker meer te zeggen.’
Daar kunnen de colleges van bestuur van de universiteiten van Utrecht en Maastricht niet op wachten. Op 16 februari besluiten ze de naam ‘Debye’ te schrappen. Deze zou niet langer een ‘voorbeeldfunctie’ vervullen. De gemeente Maastricht treft nog geen ‘concrete maatregelen’. Ze besluit het NIOD te vragen het gewenste vervolgonderzoek daadwerkelijk uit te voeren, zonder daarvoor in de buidel te willen tasten. Elders in het land zijn de reacties op de ‘val’ van Debye minder gehaast. Zo meldt het ANP op 19 mei, dat de gemeente Rotterdam besloten heeft de straatnaam Debyeweg te handhaven.
In Utrecht reageert Gijs van Ginkel, zakelijk directeur van wat na de naamswijziging het ‘VM Debye Instituut’ heet, furieus. In een brief gedateerd 2 maart, ook gepubliceerd op de website van het instituut, stelt hij, dat het aan een ‘zorgvuldige en transparante discussie’ totaal heeft ontbroken. ‘Bij de besluitvorming over de naamvoering van Debye in Utrecht, werd de zaak in beslotenheid en samenwerking met de Universiteit van Maastricht, afgekaart.’ De 250 medewerkers van het instituut vernamen de maatregel per persbericht. Hen werd gesommeerd omgang met de pers te mijden. Overigens wekt de huidige website van het (VM) Debye Instituut niet de indruk, dat het weghalen van de naam “Debye’ veel prioriteit geniet.
Hoe staat het met de houdbaarheid van Rispens’ interpretatie van de wetenschapshistorische bronnen? Was Debye inderdaad een ‘willige helper van het naziregime’ en een ‘uitgesproken opportunist’, zoals Rispens in Chemical & Engineering News van 1 maart nog eens betoogde? Inmiddels is op die interpretatie de nodige kritiek geleverd. Om te beginnen was veel van het materiaal dat Rispens als ‘nieuw’ betitelde, in wetenschapshistorische kring al lang bekend – zij het aan specialisten. Rispens mag dat materiaal als eerste onder de aandacht van een breed publiek hebben gebracht, origineel werk verricht hij niet.
Wat betreft zijn kwalificaties als onderzoeker: na een opleiding als elektrotechnicus, filosoof en wetenschapshistoricus, promoveerde Rispens (1969) eind vorig jaar in Groningen op Machine Reason. A history of clocks, computers and consciousness. Zijn boek Einstein in Nederland vloeide voort uit werk, dat hij in Berlijn in het kader van het ‘Einsteinjahr 2005’ verrichtte. Het laveert tussen journalistiek en wetenschapsgeschiedenis.
Maar is het goede wetenschapsgeschiedenis? Bekijken we daartoe Rispens’ behandeling van de ‘Heil Hitler’-brief van 1938 en het ‘terugkeertelegram’ van 1941. Daarop is zware kritiek geuit. Rispens zou de context totaal gemist hebben. Wie het ‘complete’ verhaal wil, aldus de critici, raadplege publicaties van wetenschapshistorici als Horst Kant, Dieter Hoffman, Mark Walker en Klaus Hentschel.


‘Heil Hitler!’ Was getekend: P. Debye.

Rijksduitse joden
Eerst de brief. Op 9 december 1938 besloot de Deutsche Physikalische Gesellschaft, toen het ministerie bleef aandringen op statuten die strookten met de nationaal-socialistische beginselen, in een rondschrijven haar joodse leden de deur te wijzen. De tekst luidt: Onder de heersende dwingende omstandigheden valt het lidmaatschap van Rijksduitse joden, zoals beschreven in de Neurenberger wetten, van de Deutsche Physikalische Gesellschaft niet langer te continueren. Namens het bestuur roep ik bij deze alle leden, die onder deze definitie vallen, op mij hun uittreding uit de Vereniging mee te delen. Heil Hitler!’ Was getekend: P. Debye, voorzitter.
Klaus Hentschel wijst erop, dat de Deutsche Physikalische Gesellschaft zo lang mogelijk al haar leden, ook joden, communisten en emigranten, binnenboord heeft proberen te houden. De vereniging slaagde daarin verrassend lang. Veel langer bijvoorbeeld, dan de chemische zustervereniging. Na zwaar intern beraad, waarvan geen documenten bewaard zijn gebleven, is besloten tot het schrijven van de brief, in plaats van de joden ex cathedra uit te stoten.
‘Vanuit onze huidige positie is het makkelijk te oordelen, dat Debye fout zat door te buigen voor de nazi’s’, aldus Hentschel, ‘maar Debye en zijn collega’s beschouwden hun handelwijze waarschijnlijk als het minste kwaad.’ Dat Debye met ‘Heil Hitler!’ ondertekende, verbaast Hentschel niets. ‘Iets anders zou, gezien de officiële context, zijn opgevat als provocatie.’ Hoffman en Walker stellen, dat Duitse ambtenaren in hun correspondentie met nazieautoriteiten verplicht waren ‘Heil Hitler!’ te gebruiken.
Maar een lid van de Deutsche Physikalische Gesellschaft is iemand anders dan een naziefunctionaris, zegt David Barnouw van het NIOD. ‘Debye richtte zijn brief aan de leden, niet aan een of andere officiële instantie. Je zou moeten nagaan of ‘mit deutschen Gruss’, wat ook regelmatig voorkwam, een ontsnappingsmogelijkheid had geboden. En ik zou uitgezocht willen zien of in vergelijkbare situaties voorzitters van andere verenigingen wél zijn opgestapt. Vandaar het nadere NIOD-onderzoek.’
Dan Debye’s telegram van 1941. Na het uitbreken van de oorlog, september 1939, kwam het Kaiser Wilhelm Institut für Physik onder direct militair gezag, om het potentieel van de juist ontdekte kernsplijting te onderzoeken. Toen hij weigerde de Duitse nationaliteit aan te nemen, werd Debye op non-actief gesteld en met verlof gestuurd. In Amerika vond hij onderdak bij Cornell University. Zijn Duitse vrouw, dochter en schoonzus bleven in Berlijn achter en mochten in de dienstwoning van het Kaiser Wilhelm Institut blijven. Op 23 juni 1941, aldus Rispens, stuurt Debye zijn telegram naar Berlijn.
Altijd tuk op terugkeer? Of was het een tactische zet? Debye’s vrouw had zich inmiddels bij haar man in Amerika gevoegd, maar de dochter, die om onduidelijke redenen niet mee wilde, en de schoonzus zitten nog altijd in de Berlijnse dienstwoning en er bestond druk om plaats te maken voor Debye’s plaatsvervanger Werner Heisenberg. Door vanuit Amerika de indruk te wekken dat hij beschikbaar is, aldus de rookgordijntheorie, hoopt Debye zijn familie te beschermen. Maar in feite, zo zouden documenten uit het familiearchief aantonen, had hij al in 1940 besloten in Amerika te blijven. De aanvraag voor het staatsburgerschap ging augustus 1941 de deur uit. Overigens is het telegram op de door Rispens aangegeven plek niet aanwezig. Wel een brief van de Kanzlei des Führers aan de Kaiser Wilhelm Gesellschaft, die uit het telegram citeert.
Inmiddels heeft Cornell University zelf onderzoek gedaan naar Debye’s handelen. ‘Op basis van de huidige informatie’, aldus een officiële verklaring van 29 mei, ‘hebben we geen bewijs gevonden, dat steun geeft aan beschuldigingen dat Debye met de nazi’s heulde of sympathiseerde of dat hij er antisemitische ideeën op nahield.’ Het rapport stelt vast, dat Debye de oorlogsjaren in Amerika aan polymeren voor radar en aan synthetische rubber werkte, beide van militair belang. Ook lichtte hij Leó Szilárd (een uitgeweken Hongaarse fysicus) en Einstein in over het uraniumonderzoek in Berlijn, waarop dit tweetal een bezorgde brief aan president Roosevelt schreef – een actie die het Manhattanproject inleidde.
Niettemin werpt het Cornell-rapport de vraag op, waarom Debye zo nodig directeur van het Kaiser Wilhelm Institut en voorzitter van de Deutsche Physikalische Gesellschaft moest worden, wetende dat hij in die posities de Neurenberger rassenwetten moest toepassen. En waarom bleef hij zo lang in Duitsland? Graag zou Cornell University dat alles uitgezocht zien. Maar op voorhand actie ondernemen tegen een man, die op Cornell een kwart eeuw een vooraanstaande positie had bekleed, is niet aan de orde.

Lucht
In Nederland duurt de commotie voort. Wanneer het Utrechtse college van bestuur er in juni lucht van krijgt, dat directeur Gijs van Ginkel van het Debye Instituut bezig is met een boekje met bronnenmateriaal én zijn ongezouten kritiek op Rispens en rector Gispen, grijpt de laatste in met een publicatieverbod. Inmiddels bereidt Van Ginkel een gekuiste versie voor. Het machtswoord van Gispen geeft in het augustusnummer van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde onder de kop ‘College van Censuur’ aanleiding tot de volgende boutade: ‘Het in Utrecht kennelijk gewenste soort medewerker, is iemand die opdrachten van autoriteiten loyaal uitvoert, geen moeilijkheden maakt, en zich van alle kritiek naar boven onthoudt, als die de positie van die autoriteiten zou kunnen ondergraven. Precies datgene wat Rispens Debye juist verweet, dus.’
Ook Martinus Veltman ergert zich groen en geel aan het lichtzinnige handelen van de universiteiten van Utrecht en Maastricht. Op 5 mei(!) schrijft hij de medewerkers van het Debye Instituut, dat Rispens’ ‘aantijgingen’ bij nader inzien ‘nergens op berusten en naar het land der fabelen moeten worden verwezen’. Herdrukken en vertalingen van Einstein in Nederland zullen het zonder zijn voorwoord moeten stellen. Op een colloquium met wetenschapshistoricus Dieter Hoffmann, op 10 juli te gast bij de afdeling wetenschapsgeschiedenis in Utrecht, veegt Veltman NIOD-onderzoeker (en collega-hoogleraar) Peter Romijn in zeer onacademische bewoordingen de mantel uit. Trouw citeert in januari Romijn als volgt: ‘Rispens heeft grondig onderzoek verricht en verantwoord gebruik gemaakt van de bronnen.’


Onbesuisd
Half juli uitten familieleden van Debye in het dagblad De Limburger forse kritiek op het Maastrichtse college van bestuur, dat onbesuisd snel gehandeld zou hebben. De opdracht van het college aan de faculteit der cultuurwetenschappen tot het schrijven van een volwaardige Debye-biografie, een klus voor hoogleraar wetenschapsgeschiedenis Ernst Homburg, is vooralsnog een dode letter. De financiering, 200.000 euro, zou opgebracht worden door universiteit, lokale bedrijfsleven en diverse fondsen. Plannen die dateren van vóór de Debye-crisis. Inmiddels heeft het Maastrichtse college van bestuur Homburg laten weten haar deel in de kosten niet te willen dragen. Voorlopig géén biografie.
Hoe loopt deze soap af? Waar Rispens in januari met zijn ‘onthullingen’ de Debye-slinger een zet van jewelste gaf, is deze nu druk bezig naar de andere kant door te slaan. ‘Debye was niet fout’, kopte Elsevier vorige week, ‘de naam van Debye (en Nederland) is bezoedeld.’ NIOD-medewerker David Barnouw ziet het met verbazing aan. ‘Soms lijkt het alsof de mensen het liefst zouden zien, dat die documenten vervalsingen zijn’, zegt hij.
En in Maastricht lopen de emoties al helemaal hoog op. ‘Onze volksheld, die het tot Nobelprijswinnaar heeft geschopt, wordt op een lelijke manier aangepakt.’ Hoogste tijd dat daar eens iemand nuchter naar kijkt.
De kans, dat de uitkomst van het NIOD-rapport Utrecht en Maastricht op hun schreden zal doen terugkeren, is gering. Een woordvoerder van het Utrechtse college van bestuur laat weten, dat het besluit ‘op basis van NIOD-onderzoek van begin februari’ is genomen en dat ‘nieuw, breder onderzoek niet tot herziening zal leiden’.
Veltman wil zo’n herziening per direct: ‘Het lijkt mij het beste als men het boetekleed aantrekt, de beslissing terugdraait en verder de zaak naar de vergeethoek schuift. Ik heb er een gruwelijke hekel aan in het buitenland deze zaak te moeten bediscussiëren.

VOOR KIEZERS DIE TWIJFELEN

Wednesday, November 22nd, 2006

VOOR KIEZERS DIE TWIJFELEN
Bron: NRC-Next
Auteur: Jan Blokker
Datum: 22-11-06
Vormgever: Karel Hageman

STEMMEN OP CDA OF SP, DE PARTIJ VOOR DE DIEREN OF LIJST VIJF FORTUYN?

CDA
Voor:

Van 1822 dateert een beroemde rede, die de theoloog J.H. van der Palm in Leiden uitsprak. Titel: Over het middelmatige. Het was een lofzang op de intellectuele, sociale en materiële middenstand, die de gulden middelmaat vertegenwoordigde: het fundament van onze samenleving.
Van der Palm wist zeker waar onze nationale kracht lag. Niet in extreme welvaart of talent, maar in het juiste midden tussen de uitersten.
Misschien had hij wel gelijk. Misschien heeft hij nog steeds gelijk. Zonder het te weten, schetste hij tweehonderd jaar geleden eigenlijk al het beginselprogramma van het CDA, met z’n brede maatschappelijk middenveld. Het midden zuigt aan. De Nederlandse politieke cultuur gedijt in het centrum.

Tegen:
Het is misschien een romantisch idee – maar zou in het maatschappelijk middenveld nooit iemand geboren kunnen worden, die de middelmaat gedoogt, maar er zelf boven staat? Nu staat daar Balkenende. Niet erboven. Net als heel veel Nederlanders, eerbiedigt hij eenvoudige geboden. Gij zult niet wildplassen. Gij zult in de tram uw plaats afstaan aan een bejaarde. Gij zult landen bombarderen, die VN-resoluties negeren. Gij zult eerder godsdienstonderwijs op de basisschool verplichten, dan behoorlijk leren rekenen en schrijven.
Alles aan die man kan het daglicht verdragen. Waarom kent het politieke centrum eigenlijk geen nachtleven?

PvdA
Voor:

Zie ook onder CDA.
Nadat ze al hun ideologische veren hadden afgeschud (Troelstra na 1918, Albarda in 1939, Drees in 1947, Kok in 1995), vonden de sociaal-democraten zichzelf terug in het midden, naast de christen-democraten. Veiligheid werd hun verlangen, rechtvaardigheid hun stokpaard, eerlijk delen hun doel. Wie kan daar tegen zijn? De verkiezingsdebatten van Bos gingen over menselijke problemen: een beetje meer of minder hypotheekrente, ouderdomspensioen, ontslagrecht of kinderopvang. Hij wilde niet groots en meeslepend leven. De zekerheid bleef hem godzijdank liever dan het avontuur. De cultuur van de Partij van de Arbeid is, op onze lieve heer na, even Nederlands als die van het CDA.

Tegen:
Had ooit de verbeelding aan de macht kunnen komen? Dat was de vooruitstrevende illusie uit de jaren zestig van de vorige eeuw. De arbeidersklasse zou alsnog een grote reidans dansen aan de oceaan der wereld. Joop den Uyl kende ook nog Bloem en Slauerhoff uit z’n hoofd. Maar Wouter Bos? Jet Bussemaker? Bert Koenders? Ik vrees dat Sharon Dijksma niet eens blokfluit heeft leren spelen, wat toentertijd een linkse must was. Het persoonlijke is politiek, hoor je wel eens zeggen. Maar het persoonlijke is misschien niet meer wat het geweest is. Je ziet de grote middencoalitie al aankomen.

VVD
Voor:

Mijn vader, die van z’n veertiende tot bijna z’n dood op een effectenkantoor heeft gewerkt, vond ook dat arme donders de kans moesten krijgen om kleine kapitalisten te worden, en dat hun dat ook kon lukken. Een liberale levensvisie. Toch stemde hij (in de jaren dertig van de vorige eeuw) niet op de Liberale Staatspartij, maar op de Vrijzinnig Democraten van Oud, een afsplitsing van Thorbeckes erfgoed.
Zijn er nog Thorbeckianen of Ouderlingen in de partij van Mark Rutte? Diens economisch geloof wijst even blijmoedig omhoog als bij mijn vader. Die stierf overigens als een wel héél kleine kapitalist. Maar hij is altijd in hogerop blijven geloven.

Tegen:
Altijd als ik Mark Rutte niet hoor ophouden met praten, voel ik me als de vader van Dik Trom: het is een bijzonder kind en dat is-ie. Waar haalt die jongen het allemaal vandaan! Uit boekjes? Maar hij oogt niet als een lezer. Van Internet? Nog van Van Aartsen of Bolkestein? Veel van wat hij zegt, heb je al wel eens eerder gehoord. En meestal zie ik een leerling voor me uit 3A van de middelbare school – een beetje een branie, maar daarom hadden we hem ook gekozen als klassenvertegenwoordiger. Jammer genoeg bleef hij dat jaar zitten.

LvF
Voor:
De weeskinderen van Pim Fortuyn scoorden bij de verkiezingen van mei 2002 zesentwintig kamerzetels, en mochten meeregeren. Zevenentachtig dagen en honderd ruzies later viel ‘hun’ kabinet, en na nieuwe verkiezingen hadden ze acht zetels over, die volgens de peilingen allemaal zijn verdampt. Wij zijn geen land voor politieke avonturen.
Maar de doorstart kan alles nog goedmaken. Lijst vijf Fortuyn staat formeel onder leiding van iemand die drs. O.F. Stuger heet, maar de bezieler is ongetwijfeld Mat Herben, de ‘allermiddelste’ man van Nederland. Mat, die in de joods-christelijk-humanistische traditie leeft, deelde zaterdag in Rotterdam dansend taaipoppen uit, ‘omdat wij een taaie beweging zijn’. Een positief denker.

Tegen:
Waarom zit Mat Herben straks niet tussen Maxime Verhagen, Gerda Verburg en Joop Atsma in een CDA-zetel? Of tussen John Leerdam, Nebahat Albayrak en boer Waalkens in eentje van de Partij van de Arbeid? Of tussen Fred Teeven, Arend-Jan Boekestijn en Ton Elias (als die het haalt) op een stoel van de VVD?
Daar heb ik heel lang over nagedacht, maar ik zou het niet weten.

SP
Voor:

De veren, die de sociaal-democraten hebben laten slingeren, zijn allemaal opgeraapt door de echte socialisten van Jan Marijnissen. Net als de oude rode familie van SDAP, Arbeiderspers, VARA en vakbond uit de jaren tussen de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw, willen zij de werkman weer verheffen. Dat karwei is toen door de sociaal-democraten niet goed afgemaakt, en vervolgens hebben conservatieve krachten van de commercie (Talpa), de marktwerking (Zalm) en de globalisering (Europa) de resultaten grondig afgebroken. Het Bildungsideaal kan alsnog bereikt worden. Maar dan zal de beschaving, desnoods zwaar bewaakt, bewaard moeten blijven in een Huis der Geschiedenis.

Tegen:
De enige keer in m’n leven dat ik in Moskou ben geweest (1958), hebben aardige Russen elke avond geprobeerd me onder de tafel te drinken in een Dom Droezjba, als ik het goed schrijf. Een Huis der Vriendschap. Toen drong voor het eerst ook tot me door, dat in de communistische wereld een huis niet gewoon een huis was, maar zoiets als een door Stalin, Chroetsjov, Ullbricht, Kadar of Ceaucescu gecontroleerde partijsociëteit, waar je alleen maar in kwam als je lid was, en nooit meer inkwam als je was geroyeerd.
Dat heeft me sindsdien altijd wantrouwig gestemd jegens dat Huis der Geschiedenis van Jan Marijnissen.

GroenLinks
Voor:

Economie of ecologie? De keus kan niet zo moeilijk zijn. Nog geen week geleden zag je op televisie Nieuw-Zeelanders, op hun anders vaak zo behaaglijke strand, met een toneelkijker naar een van de Zuidpool los gesmolten ijsberg kijken! Je eerste associaties leiden naar de film On the beach (1959), waarin Ava Gardner en Gregory Peck, na de ultieme kernoorlog, als laatste aardbewoners de dood afwachten aan ongeveer net zo’n strand. Wie verlangt trouwens naar een wereld, zoals ze wordt geschilderd in de documentaire van Al Gore? Dan maar een beetje minder luxe, zegt Femke Halsema. Dan maar twee in plaats van drie keer per jaar met een vliegtuig naar Rhodos. Dan maar een dag geen vlees bij het avondeten.

Tegen:
Het is natuurlijk raar, en zeker onbillijk, om politici voortdurend langs de meetlat van hun eigen beginselen te leggen. Dus van Femke Halsema bijvoorbeeld te eisen, dat ze elke dag van Amsterdam naar het Binnenhof fietst, uitsluitend brandnetelsoep uit de reformwinkel eet en van haar riante kamersalaris maandelijks de helft afdraagt aan een voedselbank. Maar diep in m’n hart vind ik dat dat eigenlijk wel zou moeten. Dus toen ik haar binnen twee weken in negenentachtig programma’s als de leerlinge van een gegoed meisjeslyceum op televisie frivool reclame voor zichzelf had zien maken, besloot ik: dan maar niet GroenLinks.

D’66
Voor:

Gekozen premier. Gekozen informateur. Gekozen burgemeester. Districtenstelsel. Prioriteit aan voorkeurstemmen. Correctief referendum. Burgerforum. Al die kroonjuwelen zijn toch niet voor niets ontworpen? Zouden we, zonder de beginselen van Hans van Mierlo en de zijnen, in alle rust euthanasie hebben durven plegen? Hadden we zonder blikken of blozen met iemand van onze eigen sekse in het huwelijk kunnen treden? Was de kloof tussen burger en politiek zonder D’66 ooit kleiner geworden?
Ze hebben veertig jaar bestaan, wat misschien niet weinig is voor een politieke partij, maar ook niet echt veel. Mogen ze dan voor nog één kabinetsperiode niet een fractie van twee leden overhouden?

Tegen:
Mag D’66 beloond worden voor de ‘knoeipotterij’ van achtereenvolgens de ‘leiders’ als Thom de Graaf, Boris Dittrich, Lousewies van der Laan en Alexander Pechtold, die een op zichzelf fatsoenlijke, beschaafde, enigszins uitmiddelpuntige, en aangenaam alternatieve politieke partij binnen een jaar om zeep hebben geholpen?
Nee natuurlijk. Laten we plechtig vaststellen, dat één man de partij heeft gesticht, en haar vervolgens heeft overleefd.

ChristenUnie
Voor:

De ChristenUnie is een buitengewoon nette, vertrouwenwekkende politieke partij, die openstaat voor christenen en niet-christenen, voor heidenen , en zelfs voor moslims die van goede wil zijn. In de campagne hebben ze, evenmin als Balkenende, erg gehamerd op hun standpunten inzake abortus, euthanasie, het homohuwelijk en artikel 23 van de Grondwet. Maar wie weet wordt het ook in de rest van de samenleving binnenkort weer eens tijd om van al die typische babyboomissues een beetje terug te komen. Zijn Nederlanders van het juiste midden in hun hart wel gesteld op abortus, euthanasie, het homohuwelijk en de afschaffing van artikel 23 van de grondwet?

Tegen:
Hoe verklaren we het smetteloze imago van André Rouvoet? Ik herinner me nog beelden van de IRT-enquete van 1994-’96. André zat helemaal rechts (voor u links) van Maarten van Traa – een stille propere jongen zo te zien, alsof hij door z’n moeder nog elke zaterdagavond in de tobbe met groene zeep was afgeschrobd. En ineens groeit zo iemand uit tot de icoon van rechtschapenheid en het goede geweten van de natie.
Waarom staat hij in de peiling niet, als Marijnissen, op 25 of 30 zetels? Waarschijnlijk omdat hij – eerlijk is eerlijk – ons, als hij de kans kreeg, terug zou leiden naar de totalitaire zaterdagmiddagcompetitie van Spakenburg tegen Staphorst.

Marianne Thieme

Partij voor de Dieren
Voor:

Zelf had ik nooit erg aan m’n kat, aan m’n eigen achteloze eetgewoontes, of zelfs maar aan de kuikenverwerkingsindustrie gedacht, als het om een politieke keuze ging. Natuurlijk vind ik, dat je varkens menselijk moet slachten. En varkens kunnen vandaag niet naar de stembus.
Ik was al enigszins wakker geschud door Paul Cliteur, de verlichtingsfilosoof. Maar ineens werd de roep van onze premier om een nationale intelligentsia beantwoord. Niet alleen door Harry Mulisch, maar ook door Kees van Kooten, Rudy Kousbroek, Maarten van Rossum, Wim T. Schippers en Jan Siebelink. Zouden u en ik in dat rijtje niet thuishoren?

Tegen:
Wat doen de dierenvrienden met Irak? Met de toelating van Turkije (waar ze als Turken tekeer schijnen te kunnen gaan tegen hun beesten)? Met de Europese grondwet? Met de aankoop van de Joint Strike Fighter? Met het gedogen van een minderheidskabinet van rechts of van links? Met het kunstbeleid? Met ontsnapte tbs’ers? Met de publieke omroep?
Strikt genomen kun je ze natuurlijk niet een one-issuepartij noemen. Er zijn geloof ik alleen al meer dan één miljoen insectensoorten. Maar staat dierenliefde wel genoeg in het midden en is het eigenlijk wel Nederlands?

Klein Rechts
Voor:

Vroeger verstond men in verkiezingstijd onder ‘klein rechts’ de verzameling orthodoxe bewegingen, die van mening waren dat je bijvoorbeeld op zondag niet mocht fietsen, en zeker niet door Urk. En dat de bijbel het richtsnoer moest zijn voor al het politieke handelen. Zeg maar christenfundamentalistische groeperingen.
Klein rechts noemen we nu de partijtjes van Geert Wilders, Marco Pastors en Hilbrand Nawijn, die zich eindelijk durven te keren tégen dit soort religieuze terreur, en die daarbij, niet toevallig natuurlijk in deze tijd, vooreerst moslims op het oog hebben. Eindelijk is zodoende ook in Nederland de scheiding van hoofddoek en loket een verkiezingsthema geworden.

Tegen:
Blijft het bij drie rechtse splinters, aangenomen dat Geert Wilders niet plotseling uitbot tot groter dan Femke Halsema? ‘Eigen volk eerst’, hoor je ze in eigen toonaarden roepen, en ze bedoelen elk in eigen toonaard: weg met alle niet-westerse allochtonen.
Wie het héél erg bedoeld, lijkt me Anton van Schijndel, voormalig liberaal en intussen nummer 7(!) op de lijst van Marco Pastors. Van Schijndel had een radiospotje, waarin hij driemaal daags naar z’n website verwees. Die zie ik zich nog wel eens afsplitsen tot mini-klein-rechts.

DE PEILINGEN

Wednesday, November 22nd, 2006

DE PEILINGEN
Datum: 18-11-06
Auteur: Karel Hageman

De werkelijke uitslag en de verschillen met de peilingen 6 mei 1998

Partij

Zetels

Voorspeld door TNS

Voorspeld door NSS

PvdA

45

45

46

VVD

38

33

35

CDA

29

34

29

D’66

14

12

10

GroenLinks

11

10

14

SP

5

5

5

RPF

3

3

3

SGP

3

2

2

GPV

2

2

2

CD

0

1

1

AOV / Unie 55+

0

3

2

Senioren 2000

0

0

1

Commentaar op de peilingen van 1998
Met de VVD zaten ze er goed naast. Die kreeg van TNS 5 zetels te weinig en van NSS 3 zetels te weinig.
Ook D’66 werd onderbedeeld. Die kreeg van TNS 2 zetels te weinig en van NSS maar liefst 4 zetels te weinig.
TNS had het CDA aanzienlijk meer zetels toebedacht, maar liefst 5 zetels.
NSS zat er met GroenLinks goed naast. Deze club kreeg van hun 3 zetels meer.AOV / Unie 55+ is door beide onderzoeksbureaus flink overschat.
Het TNS zat er gemiddelpd per partij 1,5 zetels naast, de NSS 1,3 zetels

De werkelijke uitslag en de verschillen met de peilingen 15 mei 2002

Partij

Zetels

Voorspeld door NIPO

Voorspeld door NSS

CDA

43

31

35

LPF

26

26

24

PvdA

23

25

26

GroenLinks

10

14

13

SP

9

8

8

D’66

7

8

9

ChristenUnie

4

6

5

Ouderen

0

1

0

SGP

2

2

2

Leefbaar Nederland

2

2

3

Commentaar op de peilingen van 2002
De voorspellingen voor de LPF zijn redelijk goed.
De ramp voor het CDA hebben beide onderzoeksbureaus niet zien aankomen.
GroenLinks is duidelijk overschat.
ChristenUnie deed het veel beter dan voorspeld.
Het NIPO zat er gemiddeld per partij 2,2 zetels naast, de NSS 2,0 zetels.

De werkelijke uitslag en de verschillen met de peilingen 22 januari 2003

Partij

Zetels

Voorspeld door NIPO

Voorspeld door NSS

CDA

44

42

42

PvdA

42

43

43

VVD

28

29

28

SP

9

12

9

LPF

8

6

7

GroenLinks

8

7

8

D’66

6

5

6

ChristenUnie

3

3

5

SGP

2

2

2

Leefbaar Nederland

0

1

2

Commentaar op de peilingen van 2003
Bij beide voorspellers was de PvdA de grootste, terwijl dat het CDA werd.
De SP kreeg van het NIP 3 zetels teveel.
De ChristenUnie kreeg van het NSS maar liefst 2 zetels teveel
Dat Leebaar Nederland uit de kamer zou verdwijnen, is door geen van de voorspellers gezien.
Het NIPO zat er gemiddeld per partij 1,2 zetels naast, de NSS 0,8 zetels.

Algemene conclusies
Het NSS voorspelt beter dan het NIPO.
1998 was voor beide bureaus een hele matige voorspelling.
2002 was voor beide bureaus een bijzonder slechte voorspelling.
2003 was voor beide bureaus een redelijke voorspelling.

Voorspelling over de zetelverdeling 2006, opgesteld op 18-11-06

Partij

Maurice de Hond

TNS NIPO

Interview NSS

CDA

41

40

45

ChristenUnie

7

8

5

D’66

2

2

2

EenNL

1

1

1

GroenLinks

6

6

9

Lijst vijf Fortuyn

0

0

2

PvdA

36

34

35

Partij van de Dieren

1

2

1

Partij voor de Vrijheid

5

5

4

SGP

2

2

2

SP

26

28

24

VVD

23

22

20

MAURICE DE HOND
Bron: www.maurice.nl
Auteur: Maurice de Hond
Datum: 22-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Exit poll
Vandaag ben ik bezig met de exit-polls in opdracht van de NOS en het ANP. Dat betekent dat gedurende de dag ik de uitslagen binnen krijg van schaduwverkiezingen in stembureaus, plus een heel groot onderzoek via www.peil.nl. Voor een onderzoeker echt de mooist denkbare opdracht.
Om 21 uur zullen de NOS en het ANP een prognose voor de uitslag uitbrengen van de verkiezingen. Maar dat is niet het enige dat gebeurt. De uitslag wordt ook gegeven voor allerlei subgroepen. Niet alleen geslacht, leeftijd of inkomen, maar ook kenmerken als krant, televisieprogramma’s, roken. Die resultaten zullen vanaf circa 22 uur te bekijken zijn via www.peil.nl en ook in diverse andere media.
Dit onderzoek vindt zowel plaats onder meer dan 10.000 personen, die aan het onderzoek van www.peil.nl meedoen (waarmee ook de peilingen zijn uitgevoerd, die ik vrijwel dagelijks uitvoer), maar ook doordat in stembureaus in het land de kiezers gevraagd wordt hun stem nog een keer uit te brengen, maar dan voor ons onderzoek. Omdat van die stembureaus de verkiezingsuitslagen bekend zijn van 2002 en 2003, kan een goede indruk gegeven worden van de landelijke uitslag. Ieder uur wordt de schaduwstembus geleegd en doorgegeven aan onze centrale computers. En daardoor kan vastgesteld worden hoe de uitslag zich gedurende de dag ontwikkelt. De ervaring leert, dat in de ochtend relatief meer CDA-ers opkomen dan in de middag en avond. Dus zakt het CDA 3 a 4% in de loop van de dag. In 1994 was het zo, dat in de ochtend het CDA 2,5% groter was dan de PvdA en dat pas rond half zes de PvdA langs het CDA ging (waardoor Kok premier werd en Brinkman opstapte). Als toen om 16 uur het heel slecht weer in Nederland was geworden, dan had Kok wellicht nooit premier geworden.
Dit jaar is er een nieuw probleem voor dit onderzoek. Kiezers hebben nu doorgaans een stempas en dat houdt in, dat ze makkelijk in andere stembureaus in hun gemeente kunnen stemmen. En als dat populair wordt, dan kan de uitslag in een stembureau niet goed meer vergeleken worden met de voorgaande uitslagen in dat stembureau. (Dat is alleen op te lossen, als je in erg veel stembureaus staat met je schaduwverkiezing, maar dat is onuitvoerbaar en onbetaalbaar).

Uit het laatste onderzoek gisterenavond bleek, dat nog ongeveer 15% van de kiezers vandaag van stem kan veranderen. De ervaring leert echter, dat zij niet massaal de ene of de andere kant op gaan. En dat zou inhouden, dat er niet al te groot verschil zal zijn met de laatste peilingen. Dit is de tiende Tweede Kamerverkiezing, waar ik als onderzoeker bij betrokken ben en als ik naga wat er gebeurd is, dan stel ik vast dat doorgaans de lijnen vanuit de laatste peiling goed terug te vinden zullen zijn in de uitslag. Dat bij de meeste partijen de verschillen niet groot zijn (maximaal 3 zetels bij de grote partijen en 2 zetels bij de kleine). Maar er is altijd een soort verrassing. Een uitslag die anders is dan de peiling aangaf. Wordt het Wilders, die hoger scoort dan de 5 a 7 die verwacht wordt of gaat de SP het toch veel beter of slechter doen dan de 23 zetels waar ik denk dat de SP nu staat? Over een paar uur zie ik de contouren van de echte uitslag. Om 21 uur jullie. Ga stemmen en volg je hart en/of je verstand.
Een voorspelling: Het zal tot mei duren, voordat we een kabinet hebben. En de volgende verkiezingen zijn voor het eind van 2008, want de situatie waar we in zullen belanden zal politiek zeer instabiel worden, zelfs als CDA + PvdA een meerderheid halen.

Uitslag zetelverdelingen kamerverkiezingen 2006

Partij

CDA

Zetels 2003

44

Percentage

Zetels 2006

41

Afwijking

- 3

PvdA

42

21,2

33

- 9

VVD

28

14,6

22

- 6

SP

9

16,6

25

+ 16

Lijst vijf Fortuyn

8

0,2

0

- 8

GroenLinks

8

4,6

7

- 1

D’66

6

2,0

3

- 3

ChristenUnie

3

4,0

6

+ 3

SGP

2

1,6

2

0

Nederland Transparant

0

0

0

Partij voor de Dieren

0

1,8

2

+ 2

EenNL

0

0,6

0

Partij voor de Vrijheid

0

5,90

9

+ 9

Lijst Poortman

0

0

0

Partij voor Nederland

0

0,1

0

Cont.Dir.Democr.Partij

0

0

0

Lib.Demcr.Partij

0

0

0

Ver.Seniorenpartij

0

0,1

0

Ad Bos Collectief

0

0,1

0

Gr.Vrij Internet Partij

0

0

0

Lijst Potmis

0

0

0

Tamara’s Open Partij

0

0

0

SMP

0

0

0

LRVP – het Zeteltje

0

0

0

VERSPLINTERING IN EEN GEPOLARISEERD LAND
Bron: NRC-Next
Auteur: Egbert Kalse / Guus Valk
Datum: 23-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Een links kabinet kan niet. Een rechts kabinet kan ook niet. De kiezer heeft gesproken en verwarring gezaaid.

Links en rechts zijn verder van elkaar verwijderd geraakt.
SP en Geert Wilders wonnen, de VVD is het slachtoffer.

De winnaar van de verkiezingen 2006 was de middenpartij, die het verlies beperkt wist te houden: het CDA. Maar als de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van gisteren iets laat zien, is het wel dat de kiezer weg is getrokken van het midden, en de flanken heeft opgezocht, vaak in kleine partijen. Het grote slachtoffer van deze verwijdering, VVD’er Mark Rutte, noemde het ‘versplintering op links en versplintering op rechts’.
Hoewel de machtsverhoudingen tussen de blokken nauwelijks is gewijzigd, zijn links en rechts van elkaar verwijderd geraakt. Niet voor niets behaalde de meest linkse partij in de Tweede Kamer, de SP, de grootste zetelwinst. De meest rechtse partij, de nieuwkomer Partij voor de Vrijheid, volgt met negen zetels. De kiezer heeft gesproken. Maar wat heeft de kiezer gezegd?
Dat het CDA relatief overeind is gebleven in het electorale geweld, is een prestatie van de christen-democraten. De partij leek een paar maanden geleden nog op een grote verkiezingsnederlaag af te stevenen. Het kabinet Balkenende II van CDA, VVD en D’66 was impopulair en viel vlak voor de zomer. In die maanden stond de PvdA er nog zeer goed voor. Opiniepeilingen lieten zien, dat de PvdA een grote winst zou halen, tot zo’n zestig zetels in maart dit jaar. Maar de verkiezingscampagne verliep voor de sociaal-democraten niet zoals gehoopt. Wouter Bos kreeg kritiek, toen hij voorstelde rijke ouderen mee te laten betalen aan de AOW. Na een storm van protest nuanceerde hij de voorstellen, waarna zijn politieke tegenstanders hem weer van gedraai konden beschuldigen.
Dat woord bleef Bos deze campagne achtervolgen. CDA en VVD leken er niet op uit hun inhoudelijke verschillen met de PvdA-leider te benadrukken. Ze hielden het erop, dat Bos steeds van standpunt veranderde. De persconferenties van het CDA gingen iedere dag over een nieuw ‘draaipunt’ van de PvdA. De sociaal-democraten waren van mening veranderd over hun coalitievoorkeur, de AOW, de Armeense genocide, over alles eigenlijk. De PvdA reageerde hier meestal op, door te zeggen dat zij altijd precies hetzelfde had gezegd en er van draaien geen sprake was.
Het is illustratief voor het verloop van de verkiezingscampagne. De meeste tijd ging op aan reageren op elkaar, waardoor het inhoudelijk debat nauwelijks van de grond kwam. De toon van de campagne was fel. CDA en PvdA, de twee middenpartijen, gebruikten grote woorden om elkaar als onbetrouwbaar af te schilderen. ‘U liegt en u draait’, zei CDA-lijsttrekker Balkenende tegen Bos. De sfeer tussen CDA en PvdA werd de afgelopen weken zo grimmig, dat het nog niet mee zal vallen de partijen aan het praten te krijgen om samen in een coalitie te gaan zitten.

Het zal niet meevallen PvdA en CDA aan het praten te krijgen voor een coalitie

Wat zijn de gevolgen van de uitslag van gisteravond? Voor de grote verliezer, de VVD, breekt een periode van onzekerheid aan. Ruttes positie is verre van veilig. Zijn partij zakte van een derde naar een vierde plaats en hij leverde veel zetels in. Dat maakt de strijd tussen de nummer twee Verdonk en de huidige politiek leider, Rutte, weer actueel. Morgen, in de fractievergadering, zal de top van de partij proberen voldoende steun voor Rutte te organiseren, om hem opnieuw fractievoorzitter te maken.
Maar Verdonk ligt op de loer en binnen de VVD houden sommigen ook rekening met het scenario, dat minister van Defensie Kamp opstaat, om het stokje van Rutte over te nemen. In de wandelgangen gaan steeds meer stemmen op, om de VVD een periode van rust te gunnen in de oppositie.
Ook bij de PvdA zorgt de uitslag voor problemen. Bos heeft de afgelopen jaren steevast op winst gestaan, maar maakt dat op het moment suprème niet waar. Sterker nog, hij levert bijna een kwart van de 42 zetels in. De enige manier waarop Bos zijn positie kan behouden, is door de PvdA naar het regeringspluche te leiden, zeggen PvdA’ers. Nog een periode van vier jaar oppositie voeren, wordt in de partij als niet-realistisch gezien. Voordeel – of nadeel, het is maar net vanuit welk perspectief je het beziet – van regeringsdeelname van de PvdA is, dat de partij zich verbreedt. Naast Bos zullen ook bewindslieden zichtbaar zijn.
De grote vraag is welke coalitie er zal komen. Zelfs een ‘grote coalitie’ van CDA en PvdA is, op basis van de stand van zaken woensdagavond laat, geen optie. Een derde partij is daarbij nodig. Wat dat betreft worden de aftastende gesprekken, die aan het eind van Paars II (2002) gevoerd werden tussen CDA, PvdA en GroenLinks, weer actueel.
Jan Peter Balkenende wacht vanaf vandaag een ontzettend moeilijke opgave. ‘Het gaat ingewikkeld worden’, zei hij gisteravond zelf. Een natuurlijke coalitie diende zich de afgelopen weken niet aan. Een linkse samenwerking bleef beperkt tot een kopje koffie en een glas cola. Op rechts ontbreken domweg voldoende zetels. Balkenende moet, in een totaal gepolariseerd politiek klimaat, een stabiele coalitie smeden. De VVD wil graag met het CDA doorregeren, maar een coalitie over rechts is onwaarschijnlijk. De VVD heeft de ChristenUnie, de meest logische derde partner, al uitgesloten. Een linkse coalitie kan niet op een meerderheid rekenen.
En er is, naast het gepolariseerde politieke klimaat en de versplintering, nog een derde stoorzender. In maart zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Partijen houden rekening met het strafeffect dat optreed, nadat een coalitie is gesmeed. Kiezers zijn teleurgesteld in de compromissen die zijn gesloten, en traditioneel leidt dat tot verlies bij de Statenverkiezingen. Dat is onhandig, want de leden van de Provinciale Staten stellen de Eerste Kamer samen. Het is in het belang van veel partijen, zeker het CDA, om niet te hard van stapel te lopen en, als het kan, het smeden van een nieuwe coalitie tot maart uit te stellen.
Een niet te negeren factor in welke coalitiebesprekingen dan ook, is de positie van de SP en de Partij van de Vrijheid van voormalig VVD-kamerlid Geert Wilders. Beide partijen zijn de grote winnaars geworden van de verkiezingen en zullen invloed claimen. Opmerkelijk daarbij is, dat zowel SP als Wilders de stem van de ontevreden kiezer, die in 2002 massaal naar Fortuyn liep, wist te materialiseren.
De kiezer heeft gesproken. Balkenende moet premier blijven, maar hoe een nieuwe regering eruit moet zien, is zelden ingewikkelder geweest.

OOK DE PEILERS ZWEEFDEN
Bron: De Volkskrant
Auteur: Marcel van Lieshout
Datum: 23-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Zelfs de exitpoll van TNS Nipo was heel anders dan die van De Hond

De verkiezingen waren niet alleen een strijd tussen partijen, maar ook tussen opiniepeilers. De voorspellingen liepen wijd uiteen en geen enkele voorspeller had het bij het rechte eind.
Net als bij de verkiezingen van januari 2003, lijkt Interview-NSS de winnaar van de opiniepeilers te zijn geworden. De vaste peiler voor tv-programma Nova heeft, op grond van tachtig procent van de stemmen, de verkiezingsuitslag het best voorspeld.
Maar net als TNS Nipo en Maurice de Hond blijkt ook Interview-NSS er meer zetels naast te hebben gezeten dan bij voorgaande verkiezingen. De kiezers verrasten dus woensdag niet alleen veel partijen, maar ook de peilers. Na Interview-NSS lijkt Maurice de Hond het dichtst bij de werkelijke uitslag te komen.
Vooral de winst van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders was door de drie opiniepeilers bescheidener geschat. Daarentegen voorspelden ze allemaal correct dat de SP de VVD voorbij zou streven. Ook dat het CDA de grootste partij bleef, was door de opiniepeilers voorzien.
De Politieke Aandelen Markt (PAM) van De Volkskrant, zat bij de kleine partijen goed in de buurt, maar scoorde slechter bij de grotere partijen. PAM onderschatte de SP en overschatte de PvdA. Van de door PAM voorziene nek-aan-nekrace tussen CDA en PvdA kwam niets terecht.
In grote lijnen hebben de opiniepeilers de trends juist voorspeld. Alle peilers kondigden forse winst aan voor de SP en verlies van de VVD. Vanaf begin oktober tekende zich in de peilingen af, dat het CDA de PvdA zou voorblijven. Ook voorspelden alle peilers, dat de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer zou komen.
Geheel in stijl met het op drift geraakte electoraat, droegen opiniepeilers woensdagavond sterk bij aan de verwarring. Rond sluiting van de stembussen publiceerden TNS Nipo (peiler voor RTL Nieuws) en Maurice de Hond (NOS Journaal) fors afwijkende exitpolls. Met weliswaar overeenstemmende tendensen, maar ook ver uiteenlopende zetelaantallen.
De polls van TNS Nipo en De Hond sloten bijna naadloos aan bij hun laatste peilingen voorafgaande aan de verkiezingen. Vooral de grote winnaar van de verkiezingen, de SP, werd in de exitpolls verschillend beoordeeld.
De Hond voorzag op dinsdag 23 zetels voor de SP en hield er rekening mee, dat veel mogelijke SP-stemmers alsnog ‘strategisch’ voor de PvdA kozen. TNS Nipo zette de SP in de laatste peiling van maandag op 32 zetels. De exitpolls aan het begin van de verkiezingsavond bevestigden dat beeld. TNS Nipo baseerde die voorspelling op interviews met bijna 27.000 stemmers, De Hond op interviews onder 10.000 stemmers.

PARTIJ VOOR DE VRIJHEID
Bron: De Volkskrant
Auteur: Margreet Vermeulen
Datum: 23-11-06
Vormgever: Karel Hageman

WILDERS HEEFT EINDELIJK EEN VOET TUSSEN DE DEUR

Aanhangers dolenthousiast na grote winst van ‘hun blonde Geertje’

Het is de avond van Geert Wilders in Den Haag. Bij zijn aanhang is hij buitengewoon populair. ‘Met wat mensen in de kamer erbij, kan ik laten zien dat we een normale partij zijn.’
‘Geertje!, Geertje!, Geertje!’. Dat Geert Wilders intens wordt gehaat, is bekend. Maar er wordt ook hartstochtelijk veel van hem gehouden. Dat bleek gisteravond op de uitslagavond van de Partij voor de Vrijheid (PVV) in Den Haag.
Het liefst hadden ze ‘hun’ blonde Geertje op de schouders genomen, toen de eerste prognoses van TNS-Nipo de PVV maar liefst acht Tweede Kamerzetels in het vooruitzicht stelde.
Maar daarvoor was het publiek misschien weer iets te netjes. Veel stropdassen. En veel opvallend modieus geklede en goed gekapte dames.
Een beetje verrast was het publiek misschien ook wel, over die sprong van één naar acht, negen zetels. Het gejoel, geklap, gejuich hield krap een kwartier aan. Tot de tweede voorspelling binnenkwam van opiniepeiler Maurice de Hond en de PVV meteen al weer twee zetels inleverde.
‘Zes zetels is ook heel mooi’, bezweert Fleur Agema, de nummer 2 op de lijst van de PVV vol overtuiging. ‘Als we maar een voet tussen de deur hebben in het parlement. En dat is hoe dan ook gelukt. Of het nou acht of zes zetels zijn.’
En Geert Wilders zelf zegt, helemaal aan het begin van de avond, ‘vier of vijf zetels al fantastisch’ te vinden. ‘Ik doe dit werk nu twee jaar in mijn eentje. Met een paar collega’s erbij, kan ik laten zien, dat wij een hele normale partij zijn. Dat we goede ideeën hebben over de gezondheidszorg en de infrastructuur. Dat we meer standpunten hebben dan alleen over de islam.’
En misschien komt er dan ook wel een einde aan de voortdurende bedreigingen, die Wilders het leven zo zuur maken, hoopt zijn aanhang. Want de strenge ingangscontrole, de alomtegenwoordige bewaking, de ‘klerenkasten’ rond Wilders, zijn het gesprek van de avond.
Volgens Roeli Pit, Wilders-fan vanaf het allereerste moment, is dat geen leven voor de lijsttrekker. ‘Als hij wil sporten, moet hij wachten tot de hele sportschool leeg is en dan kan hij tussen zijn bewakers trainen. Hij kan niet eens eventjes naar de Hema een gebakje eten en een stropdas kopen’, weet Roeli, die daarom zelf maar een stropdas voor Geert Wilders heeft gekocht – en die ze hem later die avond zal overhandigen.
Haar bewondering voor Wilders geldt vooral zijn rechte rug. ‘Je kunt het met hem eens zijn of niet, maar je zult hem nooit achteraf horen zeggen: zo had ik het niet bedoeld of zo heb ik het niet gezegd. Hij staat voor wat hij zegt.’
Wilders heeft inmiddels zo’n zeshonderd vrijwilligers om zich heen verzameld. Een van hen is de Diana Burghout uit Rotterdam. Ze is een ex-Fortuyn-stemmer, maar nu is ze overtuigd Wilders-fan en ze hoopt heel stiekem op tien zetels, of misschien nog wel meer. ‘Want door al die bedreigingen, durven mensen niet altijd hardop te zeggen, dat ze voor Wilders zijn. Maar in het stemhokje maakt dat niet uit’. Diana heeft heimwee. ‘Nederland moet weer worden zoals het was’, vindt Diana, die haar 15-jarige dochter niet naar een mbo-opleiding wil sturen, waar ze als blank meisje veruit in de minderheid is – en waar de jongens op het schoolplein rondlopen met messen en ander wapentuig. En als iemand het Nederland van vroeger weer terug kan halen, is dat Wilders, denkt Diana.
De Wilders-fans blijven nog lang in onzekerheid zweven tussen de zes en de acht, of negen zetels. Maar voor de feeststemming maakt het niet echt veel meer uit. Het gejuich is niet van de lucht. Want een ding is vanavond zeker geworden. De PVV zit stevig met de voet tussen de deur.
Wilders is even na elf uur zelf ook in een jubelstemming. Hij kijkt met zijn partij de toekomst in. ‘We zijn ook de partij voor meer fatsoen op straat, betere verzorging, lagere belastingen. Er is nog bijzonder veel werk aan de winkel.’

PARTIJ VAN DE DIEREN
Bron: De Volkskrant
Auteur: Bart Jungman
Datum: 23-11-06
Vormgever: Karel Hageman

UITSLAG IS EEN DUIDELIJK SIGNAAL

Evengoed voor kwetsbare mensen

De vegetarische hapjes stonden nauwelijks op tafel, of ze werden al feestelijk soldaat gemaakt. De Partij voor de Dieren vierde haar politieke doorbraak in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring, een ongewone locatie voor een ongewone partij.
Bernd Timmerman, de nummer drie op de kandidatenlijst, legde daarop ook meteen de nadruk. De PvdD mag de Tweede Kamer binnenkomen op de rug van de stripkoe (die van de affiches), maar de ambities reiken verder. Timmerman denkt daarvoor zelf model te staan. Hij is voorzitter van de Vegetariërsbond, maar verdient zijn geld in de welzijnsbranche. ‘We willen opkomen voor de kwetsbaren in deze samenleving. Dat zijn allereerst de dieren, maar er zijn ook genoeg kwetsbare mensen.’
De PvdD laat zich er op voorstaan links noch rechts te zijn. In de alledaagse praktijk van de politiek zullen de parlementaire vertegenwoordigers volgens hem een progressieve lijn aanhouden.
Ook lijsttrekker Marianne Thieme telde in een eerste reactie de linkse partijen op, inclusief D’66, om tot een diervriendelijke meerderheid in de Tweede Kamer te komen. ‘Onder onze leiding kan er in de toekomst dus een hoop tot stand worden gebracht. Voor het eerst worden dieren in de politiek vertegenwoordigd.’
In de eerste uren na sluiting van de stembussen, schommelde haar partij tussen de twee en drie zetels en Thieme zag daarin een duidelijk signaal. De politiek dient in de nieuwe verhoudingen dierenrechten dus serieus te nemen.
Het eerste agendapunt is wat haar betreft het onverdoofd castreren van biggen. ‘Dat is een ongelooflijke schande en daaraan moet meteen een einde worden gemaakt.’

VERDONK MEER STEMMEN DAN RUTTE
Bron: NRC-Next
Datum: 28-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Op Rita Verdonk hebben 67.355 meer mensen gestemd, dan op lijsttrekker Mark Rutte van de VVD. Dat heeft de kiesraad gisteren in een openbare zitting bekendgemaakt. Het is, voor zover bekend, voor het eerst in de parlementaire geschiedenis, dat een lijsttrekker minder stemmers trekt, dan een lager op de lijst geplaatst persoon.
Verdonk (620.555 stemmen) noemde het verschil ‘fantastisch’ en zei de uitslag eerst een dag te willen laten bezinken. Vanmiddag zou ze een persconferentie geven. Rutte (553.200 stemmen) noemde het ‘een bijzondere omstandigheid’ en zei het ‘knap’ te vinden, dat ‘Rita zoveel stemmen voor de VVD heeft binnengehaald’. Hij zei, dat de kiezer het blijkbaar heeft gewaardeerd, dat ze het integratiebeleid tegen de maatschappelijke stroom in heeft uitgevoerd. Rutte vindt niet, dat hij consequenties aan de uitslag moet verbinden. ‘De leden hebben mij tot lijsttrekker gekozen en de fractie tot fractievoorzitter.’
Rutte won eind mei nipt de strijd om het lijsttrekkerschap binnen de VVD. Hij haalde 51% van de stemmen van leden, Verdonk 46%. Binnen de VVD wordt geen rekening gehouden met een coup door Verdonk. Betrokkenen gaan er vanuit, dat Verdonk zich achter Rutte zal scharen, omdat er op dit moment geen alternatief voor haar is. De fractie blijft Rutte in meerderheid steunen en om Rutte weg te krijgen als lijsttrekker, moet Verdonk een buitengewoon ledencongres bijeen roepen om Rutte af te zetten. De inschatting is nu, dat Verdonk die weg niet zal inslaan.
Van de 12.264.503 stemgerechtigden, stemden er 9.854.998.
Kamerlid Fatma Koser Kaya (D’66) kwam als enige op eigen kracht de kamer binnen. Zij kreeg 34.564 stemmen en verdreef kamerlid Bert Bakker uit de nog drie zetels tellende D’66-fractie. Bakker is ‘in de eerste plaats blij’ voor Koser Kaya. Hij heeft haar zelf gestimuleerd om te werven onder Turkse kiezers.

DE TAAL ÍS GANS HET VOLK
Bron: NRC-Next
Auteur: Jan Blokker
Datum: 29-11-06
Vormgever: Karel Hageman

Wat had Balkenende tegen de informateur gezegd?
Verkeerde vraag.
Balkenende behoort tot de mensen, die nooit iets zeggen, maar altijd iets aangeven.Hij gaf het zelf aan, toen hij na zijn onderhoud met Rein Jan Hoekstra de pers te woord stond, en aangaf dat hij tegenover ’s lands verkenner drie dingen had aangegeven: ‘Ik heb namens het CDA aangegeven, dat we ons vol enthousiasme zullen inzetten voor een kabinet met een nieuw elan, ik heb aangegeven wat in ons programma staat, en ik heb vooral aangegeven, dat ik hoop dat alle partijen zich in het landsbelang constructief zullen opstellen.’
Meer had hij niet aangegeven.
Had hij op zijn beurt ook iets van de informateur gehoord?
Weer fout.
Mensen die iets aangeven in plaats van te praten, zijn tevens mensen die nooit iets horen, maar iets meekrijgen.
‘Had de heer Hoekstra enig idee over een coalitie, die kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer, meneer Balkenende?’
‘Ik kan alleen maar aangeven, dat ik daar niets van heb meegekregen.’
Het is opvallend, dat de firma Van Dale Lexicografie wel elk jaar hoog van de toren blaast over honderd nieuwe woorden, die ons vocabularium zogenaamd zullen verrijken, maar dat ze het nooit heeft over oude woorden, die intussen totaal van betekenis zijn veranderd.
Wat was aangeven voordat Balkenende er mee vandoor ging?
‘Kun je me het zout even aangeven, moeder?’
‘Heeft u iets aan te geven?’
‘Als je de uitkeringstrekker in een Rolls Royce ziet rijden, moet je hem aangeven.’
Dus overhandigen, verzwijgen dat je een bolletje hebt geslikt, of iemand er bij lappen. Nóóit praten of zeggen.
Ook meekrijgen heeft altijd vanzelf gesproken. In de jongste, veertiende herziene uitgave van het nationale woordenboek, lezen we ter illustratie niet voor niets: ik heb voor tussen de middag drie boterhammen en een appel meegekregen. Niks horen, of vernemen, of te weten komen. Gewoon meekrijgen.
Zo kan ik zelf nog steeds niet wennen aan de manier waarop aan het tussenwerpseltje oké (dat je vroeger niet eens hoefde uit te spreken, als je je duim maar omhoog had gestoken) de laatste tijd, via bepaalde stembuigingen, allerlei nieuwe, al dan niet medemenselijke, betekenissen worden gegeven.
‘Zullen we volgende week afspreken?’
‘Dat lukt niet meer. Ik hoor net van de dokter, dat ik nog drie dagen te leven heb.’
‘Okeeeeh!’
Recht en slecht van taal klinkt voorlopig alleen de naamdraagster van de liberale koers – Verdonk – de mevrouw die als nummer twee op de VVD-lijst meer dan 620.000 stemmen kreeg: bijna 70.000 meer dan de nummer één. Ten overstaan van de verzamelde pers, had ze gistermiddag in vier of vijf scheppen het politieke graf van Mark Rutte gegraven. En nadat ze zijn stoffelijk overschot alvast op de rand had gelegd, zwoer ze dat ze altijd loyaal aan ‘m zou blijven, want Brutus is een eerbiedwaardig man. Frits Bolkestein en Hans Wiegel zullen naar verluidt de uitvaartdienst verzorgen.
Ik ben benieuwd wat Balkenende heeft aangegeven, toen hij het nieuws had meegekregen.
Naar dat Haagse café, waar de koningsmoord werd voorbereid, had het Radio 1 Journaal een verslaggever afgevaardigd, die er een uur te vroeg was, en die dus om de tien minuten even over niets moest praten.
‘Ja, het is een hype’, sprak hij halverwege tot zijn anchorman in Hilversum. ‘Want de hele media is hier op afgekomen.’
De media is.
Later in de rubriek hoorde ik trouwens dat de NOS, bij wijze van scoop, de hand had gelegd op de perfecte vervalsing van een havo-diploma, dat je via Internet al voor 300 euro kunt bestellen.
Er ging me een licht op. En ik dacht bij mezelf: Oooohkéh!

GIFTIGE STOFFEN WAARSCHUWING

Monday, November 20th, 2006

GIFTIGE STOFFEN WAARSCHUWING
Bron: NRC-Handelsblad
Vormgever: Maarten Bijleveld
Datum: 20 november 2006

Vanavond opende de NRC met een grote foto van het trein ongeluk, dat deze morgen in Rotterdam gebeurde. Het is maar dat U weet dat U vanavond als slaapmuts wellicht een “zwaar giftige stof” tot zich neemt. Hier het onderschrift van de foto.
“Rotterdam 20 november. Op het rangeerterrein van het Centraal Station Rotterdam heeft zich vanochtend om 10.00 uur een botsing voorgedaan tussen een sprinter en een goederentrein. Er vielen geen gewonden. Beide treinen vertrokken uit het station. Door nog onbekende oorzaak kwam de sprinter op het spoor van de goederentrein terecht en raakte deze aan de zijkant. Beide treinen ontspoorden. Twee containers met een lading van Jack Daniels whiskey barstten open. De overige containers bevatten geen zware giftige stoffen en zijn nog intact. Omdat de stroom in dergelijke gevallen van de bovenleiding wordt gehaald, was treinverkeer van en naar Rotterdam onmogelijk.”