
FJODOR DOSTOJEVSKI (1821 – 1881)
Bron: Wikipedia
Datum: 29-06-08
Vormgever: Karel Hageman
Fjodor Michajlovitsj Dostojevski wordt op 11 november 1821 in Moskou geboren. Hij is een Russisch schrijver en publicist, een van de meest bekende auteurs uit de Russische literatuur. Hij wordt gerekend tot de z.g. Realistische School in Rusland, hoewel zijn werk zich van veel andere realisten onderscheidt door het wijsgerig gehalte en de dominerende dialoogvorm. Hij laat een omvangrijk oeuvre na.
Hij wordt onder meer beroemd door zijn boeken De gebroeders Karamazov, Misdaad en straf en De idioot. Hij schrijft in een typerende, gehaaste stijl, met veel nadruk (emfase) en beklemtoning en met gebruik van herhalingen. Veel van zijn belangrijkste personages zijn mensen, die lijden en vernederd worden vanwege hun gepassioneerdheid. Hij heeft zelf epilepsie. Naar eigen zeggen is dit van invloed geweest op zijn werk.

Jeugd
Dostojevski’s vader stamt af van een familie, die eens behoorde tot de oude, maar kleine Litouwse adel. Zijn grootvader was hoofdpriester in de Geünieerde Russische Kerk in het Slowaakse Bratislava. In plaats van te kiezen voor de kerkelijke carrière, besluit Dostojevski’s vader naar Moskou te trekken, rond 1818, en medicijnen te studeren. Zijn moeder heeft als koopmansdochter een voor meisjes van die klasse ongewoon brede culturele opvoeding genoten.
In 1821 verhuist het gezin naar het Marinski-Ziekenhuis voor de Armen, een filantropische instelling, waar ze gaan wonen, en waar Fjodor, 1 van de 7 kinderen, wordt geboren. Hij groeit op in een gezin met privé-personeel. In 1831 koopt dokter Dostojevski een vervallen dorpje, met 100 mannelijke lijfeigenen, niet alleen om te kunnen overheersen, maar ook om zijn gezin ’s zomers frisse lucht en vrijheid te geven. Terug thuis moet er hard worden gestudeerd. Vader Dostojevski geeft zelf Latijn, met de ‘ijzeren drill’.
In 1837 vertrekt het gezin naar Sint-Petersburg. Zijn vader wordt opvliegender, en op de nieuwe school zien de jongens hoe rijkere geprivilegieerden voorrang genieten. Op 16-jarige leeftijd verliest Fjodor zijn moeder, die overlijdt aan tuberculose, en moet hij naar de militaire academie, die hij 3 jaar lang verafschuwt. Zijn vader wordt 2 jaar, nadat hij de dienst heeft verlaten, op een klein landgoed van Moskou door een groep lijfeigenen vermoord, uit wraak voor de slechte behandeling. Dat bezorgt de jonge Dostojevski een enorm schuldgevoel, omdat hij zijn heetgebakerde, norse en achterdochtige vader al vaak dood had gewenst.
Na zijn studies aan de militaire ingenieursschool van Sint-Petersburg neemt hij actieve dienst als tekenaar bij het Sint-Petersburgse ingenieurscommando of corps van de genie. Een jaar later wordt hij ontslagen, maar ondertussen is hij begonnen met het vertalen van werken van Honoré de Balzac en George Sand. Hij krijgt een aanstelling als officier, maar in 1844 neemt hij ontslag, om zich geheel aan het schrijven te kunnen wijden. Met zijn 1e roman, Arme mensen, oogst hij in 1845 al meteen succes. Kort daarop schrijf hij een 2e roman, De dubbelganger, die in 1846 verschijnt.
Foto van Dostojevski
Siberische jaren
Dostojevski leeft in de tijd van het Russische tsarendom. Lijfeigenschap bestaat dan nog. Zijn aanwezigheid in 1849 bij een bijeenkomst van de socialistisch getinte en idealistische Petrasjevskigroep, die pleit voor afschaffing van dat systeem, wordt door een van de agenten van de tsaar genoteerd. Op 23 april 1849 wordt hij gearresteerd en veroordeeld tot de dood door het vuurpeloton. Net voor het moment van executie (mogelijk een schijnexecutie) krijgt hij gratie en krijgt hij in plaats daarvan 4 jaar dwangarbeid in Siberië. Daarna moet hij in dienst en wordt hij nog een aantal jaren verbannen naar Semipalatinsk. Een aantal van zijn boeken getuigt van de verschrikkingen, die hij in de werkkampen meemaakt.
Zijn Siberische jaren gebruikt hij, om vanuit een atheïstische stellingname het christendom te onderzoeken. Het Nieuwe Testament is de enige literatuur, die hij daar tot zijn beschikking heeft en uiteindelijk verzoent hij zich met het christelijk geloof. Hij schrijft in zijn latere leven: Mijn hosanna komt voort uit de vuurproef van de twijfel.
In 1854 zit zijn dwangarbeid erop en moet hij als gewoon soldaat in militaire dienst. In die tijd overlijdt de vrouw van Tsaar Nicolaas I en nadat hij een ode aan haar heeft geschreven, wordt hij bevorderd tot onderofficier. In 1857 trouwt hij met Maria Isajeva. In april 1858 wordt hij op medische gronden ontslagen uit militaire dienst. Hij vestigt zich eerst in Tver in het westen van Rusland. In 1859 mag hij terug naar Sint-Petersburg. Vanaf dat moment komt er vaart in zijn literaire carrière.
Dostojevski, 1879
Winterse notities in Parijs
Zijn literaire rentrée maakt Dostojevski met Oompjes droom en Het dorp Stepantsjikovo en zijn inwoners (1859). In 1861 volgen De vernederden en vertrapten en Aantekeningen uit het dodenhuis, naar aanleiding van zijn tijd in de werkkampen. Vooral met dat laatste autobiografische verhaal over zijn helse Siberische dwangarbeid, verwerft hij grote roem. Het eerste gedeelte van Aantekeningen… wordt in september 1859 gepubliceerd in ‘De Russische Wereld’.
In 1861 wordt hij redacteur van het tijdschrift De Tijd, dat hij samen met zijn broer Michail heeft opgezet en uitgeeft. In dat tijdschrift publiceert hij later ook de Winters notities over zomerse indrukken, een journalistiek reisverslag met kritische en ironische passages over het leven in het Westen. Hij bezoekt in 1862 onder meer Parijs, waar hij op dezelfde wijze als vreemdeling behandeld wordt als de Amerikaanse schrijver Saul Bellow in 1948, die er Dostojevski las.
Dostojevski vertrekt naar het Westen om uit te zoeken in welke mate de Europese ideeën (die van Saint-Simon, Fourier en Sébastien Cabet), waarmee hij heeft geflirt en waar hij z’n ballingschap aan te danken had, nu werkelijk toegepast worden. Zijn bezoek is bovendien beïnvloed door zijn Slavofilisme en zijn contact met Alexander Herzen, de meest invloedrijke Russische balling in Europa. Herzens standpunten komen een aantal keer terug in zijn werk.
Het burgerlijke Frankrijk, dat hij aantreft, wekt zijn diepste haat op:
‘De westerling spreekt van broederschap als de grote drijvende kracht achter de mensheid, maar begrijpt niet, dat je onmogelijk broederschap kunt bereiken, als die in werkelijkheid niet bestaat … Broederschap ligt niet in de Franse aard, of meer algemeen, niet in de westerse aard. In plaats daarvan zie je een individualistisch principe, een afzonderingsprincipe, een principe louter gericht op zelfbehoud, op persoonlijk gewin, op zelfbeschikking, gericht op het ik tegen de hele natuur en de rest van de mensheid als een onafhankelijk, autonoom principe dat geheel gelijk en gelijkwaardig is aan alles wat erbuiten staat.’
Hij wijst het individualisme niet helemaal af, alleen de westerse vorm, en hij wijst op een ‘hoger individualisme van vrijwilige, welbewuste zelfopoffering zonder enige dwang van buitenaf, van je hele zelf ten bate van alle anderen’. In de Franse kleinburgerlijkheid ziet hij het verraad aan zijn idee van de belangrijkste beloften van de moderne tijd. De centrale idee van Dostojevski is : ‘Laten we tonen wie we zijn in al onze aangeboren lompheid. Geen maskers meer !’ Zijn reis naar Frankrijk zal ook De Gebroeders Karamazov sterk beïnvloeden.

Annus horribilis 1864
In 1863 wordt het blad Vremja opgedoekt. De gebroeders Dostojevski geven het in 1864 een vervolg als Epocha. Zijn Dagboek van een schrijver verschijnt in 1864 in afleveringen in dat laatste blad en van 1873-1874 in het blad De Burger, waar hij ook redacteur van is. In 1876 verschijnt het dagboek voor het eerst in boekvorm.
In 1863 heeft hij een passionele, maar complexe relatie met Apollinarija Soeslova, de hooghartige, hypersensuele en ‘infernale’ vrouw, die model staat voor verschillende figuren in zijn oeuvre. Met haar, en zijn passie voor het roulettespel, leert hij de diepten in zijn ziel en bestaan kennen. Hij is en blijft, zoals Alexander Herzen over hem schrijft, ‘een tamelijk naïeve, onzekere man, maar alleraardigst, een geniale mozaïek’.
1864 is het annus horribilis voor Dostojevski. In april 1864 overlijden zowel zijn vrouw als zijn broer, die grote schulden achterlaat. Van de speeltafels in Bad Homburg, waar hij alles op het spel zet, wordt hij teruggeroepen naar het sterfbed van de vrouw, met wie hij, sinds zijn militaire dienst in Siberië, ongelukkig getrouwd is geweest. De 16e april, de dag na haar dood, schrijf hij : ‘De ander liefhebben als jezelf is onmogelijk. Het Ego houdt hem tegen. Slechts Christus was hiertoe in staat, maar Christus is een voortdurend en eeuwig ideaal.’
De schrijver neemt de schulden van zijn broer over, evenals de zorg voor het gezin van zijn broer. Door dit alles raakt hij zelf in geldnood. In een poging gevangenisstraf wegens schulden te voorkomen tracht hij tevergeefs een idee voor een roman, die De dronkaard zou heten, te verkopen. In 1865 sluit hij een contract met de dubieuze uitgever en speculant Stellovski, waarin bepaald is, dat als Dostojevski niet vóór 1 november 1866 een roman af zou hebben, de uitgever 9 jaar lang elke letter, die de schrijver produceert, naar eigen goeddunken en zonder honorering mag gebruiken en publiceren. De roman komt gelukkig op tijd af en kreeg als titel De Speler. Het verschijnt uiteindelijk in 1868.
Eind juli 1865 vertrekt hij weer naar de roulettetafels in het Westen, maar na 5 dagen in Wiesbaden, is hij alles kwijt. Alleen door een lening van de Russische schrijver Toergenjev en een Russische priester kan hij in oktober 1865 terug naar Sint-Petersburg. Daar schrijft hij Herinneringen uit het ondergrondse, door Dr. M.A. Lathouwers omschreven als ‘een Apocalyps van de vrijheid en het irrationele in de menselijke existentie’ (Lathouwers, M.A.: Dostojewskij, Desclée De Brouwer, 1968).
De Speler schrijft hij in minder dan 4 weken, met hulp van zijn nieuwe secretaresse Anna Snitkina (25 jaar jonger dan de schrijver), met wie hij in 1867 trouwt, kort na zijn krachtdaad. Hiermee begint voor hem de beste periode van zijn leven, die ruim 14 jaar zal duren, tot aan zijn dood in 1881. In deze 14 jaar schrijft hij zijn belangrijkste werken. Anna zal hem tot zijn dood de nodige zielenrust bezorgen. Een jaar later vluchten ze weer naar het buitenland (Dresden, Zwitserland en Florence) voor de schuldeisers.

Misdaad en straf
In 1866 is zijn 1e grote roman Misdaad en straf (vroeger vanuit het Duits in het Nederlands vertaald als Schuld en boete), in delen gepubliceerd in De Russische Bode.
Deze roman, die gaat over de psychologie van het kwaad, brengt hem ook internationale erkenning. In Misdaad en Straf begaat de hoofdfiguur Raskalnikov een moord, maar zijn misdaad gaat niet gepaard met een schuldgevoel. Hij vindt immers, dat hij het recht had een oude vrouw, een woekeraarster, een maatschappelijke parasiet die niets meer te betekenen had, ten behoeve van een hoger doel uit de weg te ruimen. Pas enige tijd na de moord en mede door een tweede moord die hij – door omstandigheden – heeft moeten plegen begint Raskalnikov zijn geweten te knagen en gaat hij onder invloed van Sonja beseffen, dat hij schuld heeft. Hij is schuldig en verdient een straf.
In het buitenland schrijft hij de romans De idioot en De eeuwige echtgenoot en komt hij een heel eind met Boze geesten. In de zomer van 1871 is hij weer terug in Sint-Petersburg; daar schrijft hij de laatste delen van zijn oeuvre.
Sterker dan ooit is hij in deze tijd jaloers op de voorspoed van zijn populaire tijdgenoten Toergenjev, Gontsjarov en Tolstoj. Hij staat diep in de schuld bij zijn uitgever, zeker nadat De idioot geen kassucces is. Hij smeekt voortdurend om geld, maar schrijft tegelijk, dat hij nooit de belofte wil breken, dat hij nooit op bestelling zal schrijven.
Toch staat hij in augustus-september 1871 in een goed blaadje bij de reactionaire regering, na de publicatie van de 1e fragmenten van Boze geesten; volgens Dostojevski een ‘bijna historische studie over de gevolgen van de scheiding van de Russische intellectuelen van de Russische massa’s’.
Ondertussen doet hij waar hij goed in is: schrijven. De jongeling wordt gepubliceerd in 1875, De zachtmoedige in 1876 (gepubliceerd als zelfstandig verhaal in Dagboek van een schrijver) en De droom van een belachelijk mens in 1877.

De gebroeders Karamazov
Ondertussen is hij aan zijn meesterwerk. De gebroeders Karamazov, begonnen. De beide delen van de roman worden in 1879 en 1880 gepubliceerd. Het disharmonisch gezin Karamazov komt rond augustus 1866 voor het eerst voltallig samen bij hun vader Fjodor. Hij heeft niet omgekeken naar zijn 3 zonen Dmitri, Ivan en Aleksei, na het sterven van hun moeder. Aleksei wil het graf van zijn moeder zien en in het klooster treden, Dmitri heeft ruzie met zijn vader over een erfeniskwestie en Ivan heeft een oogje op de verloofde van Dmitri. De echte dynamiek van het verhaal komt pas op gang, als vader Fjodor en zoon Dmitri een bittere strijd uitvechten voor de femme fatale Groesjenka.
De grootinquisiteur van Sevilla is het beroemdste hoofdstuk van De gebroeders Karamazov en wordt algemeen beschouwd als een hoogtepunt in de wereldliteratuur. In een lange monoloog verdedigt de grootinquisiteur van Sevilla tegenover Jezus Christus de idee, dat enkel de principes van de duivel leiden naar de universele eenwording van de mensheid: Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld. Jezus beperkt zich tot een kleine groep van uitverkorenen; de katholieke kerk echter heeft zijn werk verbeterd en richt zich al eeuwen naar alle mensen. De kerk heerst over de wereld in naam van God, maar met de principes van de duivel. Jezus maakte de fout om een te hoge dunk van de mens te hebben.
Dostojevski onderneemt zelf een spirituele zoektocht naar de zin van het leven. Hij concludeert, dat het westerse christendom decadent geworden was en dat het zuiverste christendom gezocht moet worden bij de Russisch-Orthodoxe Kerk.

Nadagen
In zijn latere jaren krijgt Dostojevski grote roem als spreker. Met name zijn toespraak in Moskou, bij de onthulling van het standbeeld van Poesjkin, maakt zoveel emoties los bij de toehoorders, dat de kranten er de volgende dag vol van staan.
Op 9 februari (28 januari volgens de Juliaanse kalender, zie Gregoriaanse kalender) 1881 overlijdt hij in Sint-Petersburg aan een longbloeding. Zijn dood veroorzaakt nationale rouw.

Grafmonument van Dostojevski in Sint Petersburg
Invloed van zijn werk
Dostojevski’s werk heeft de 20e eeuwse literatuur, en een aantal bewegingen binnen de filosofie en psychologie van de 20e eeuw, sterk beïnvloed. Hij geeft in zijn werk blijk van een genuanceerd begrip van de menselijke psychologie, met sterk gedramatiseerde scènes in zijn werk, waar zijn personages, in een verhitte atmosfeer, zich passioneel uitleven in Socratische dialogen, maar dan op z’n Russisch.
De Godsvraag, het probleem van goed en kwaad en het lijden van de onschuldige mens komt de lezer van Dostojevski’s werk telkens weer tegen. Tussen zijn personages vindt de lezer bescheiden en zelf-kritische Christenen (zoals Prins Myshkin, Sonja Marmeladova, Aleksei Karamazov), zelfvernietigende nihilisten (zoals Svidrigailov, Smerdjakov, Stavrogin, de Ondergrondse Mens), de cynische losbandelingen (zoals Fjodor Karamazov) en rebelse intellectuelen (Raskolnikov, Ivan Karamazov).
Dostojevski’s personages worden gedreven door ideeën, eerder dan door platvloerse biologische of sociale drijfveren. Ze zijn, eerder dan realistische voorstelling, meer een symbolisering van de ideeën die ze vertegenwoordigen. Dostojevski wordt daarom wel eens geciteerd als een van de voorlopers van het Literair Symbolisme.
Dostojevski’s romans zijn sterk samengevat in tijd. Soms gebeurt het gros van de gebeurtenissen in één roman in slechts een paar dagen. De personages zijn weinig tijdsgebonden, maar eerder een afspiegeling van spirituele waarden en dus per definitie tijdloos, waardoor Dostojevski’s romans ook die kant opgaan. Andere thema’s, die voortdurend terugkomen, zijn zelfmoord, verloren eer, ineengestorte familiewaarden, spirituele verpaupering door lijden, verwerping van het Westen en bevestiging van de Russische Orthodoxie en het Tsarisme.
Hoewel Dostojevski’s werk door Bakhtin polyfonisch genoemd werd, is zijn werk niet in één en amper in meerdere hokjes te vangen. Het oefent invloed uit op uiteenlopende stromingen van de 20e eeuwse literatuur, existentialisme en expressionisme in het bijzonder. Samen met Nietzsche staat Dostojevski symbool voor het literair modernisme.

Standbeeld van Dostojevski in Omsk
Fjodor Dostojewski
1818 Zijn vader gaat medicijnen studeren in Moskou
1821 Het gezin verguist naar het Marinski-Ziekenhuis
1821 Geboren op 11 november in Moskou
1831 Zijn vader koopt een dorpje met 100 mannelijke lijfeigenen
1837 Het gezin verhuist naar Sint-Petersburg
1837 Zijn moeder overlijdt aan tuberculose
1844 Neemt ontslag uit dienst
1845 Verschijning van zijn 1e roman Arme Mensen
1849 Wordt ter dood veroordeeld, omdat hij tegen lijfeigenschap is
1850 Krijgt gratie en wordt verbannen naar Siberië
1854 Einde van zijn dwangarbeid in Siberië
1854 Moet als gewoon soldaat in militaire dienst
1857 Trouwt met Maria Isajeva
1858 Wordt ontslagen uit militaire dienst
1858 Gaat in Tver wonen
1859 Keert terug naar Sint-Petersburg
1861 Wordt redacteur van het tijdschrift De Tijd
1862 Brengt een bezoek aan Parijs
1863 Het blad Vremja wordt opgedoekt
1863 Krijgt een relatie met Apollinarije Soeslova
1864 Hij richt het blad Epocha op
1864 Overlijden van zijn vrouw
1864 Overlijden van zijn broer
1865 Sluit een contract met Stellovski
1865 Vertrekt voor enige tijd weer naar Duitsland
1865 Keert in oktober terug naar Sint-Petersburg
1866 Verschijning van zijn 1e grote roman Misdaad en straf
1867 Trouwt met Anna Snitkina
1868 Publicatie van De idioot

1872 Publicatie van Demonen (Boze Geesten)
1879 Verschijning van het 1e deel van De gebroeders Karamazov
1880 Verschijning van het 2e deel van De gebroeders Karamazov
1881 Overlijdt op 9 februari in Sint-Petersburg aan een longaandoening

Boeken van Dostojevski
1845 Arme mensen
1846 Meneer Prochartsjin (kort verhaal)
1846 De dubbelganger
1847 Een roman in negen brieven (kort verhaal)
1847 Polzoenkov
1847 The Landlady (kort verhaal)
1848 The Jealous Husband (kort verhaal)
1848 Witte nachten (kort verhaal)
1848 Het kerstfeest en de bruiloft (kort verhaal)
1848 Een schuchter hart (kort verhaal)
1848 Een eerlijke dief (kort verhaal)
1849 De verstotene
1849 De kleine held (kort verhaal)
1859 Het dorp Stepantsjikovo en zijn bewoners
1861 De vernederden en vertrapten
1860-62 Herinneringen uit het Dodenhuis
1862 Een nare geschiedenis (kort verhaal)
1863 Winterse opmerkingen over zomerse indrukken (kort verhaal)
1864 Aantekeningen uit het ondergrondse
1865 De krokodil (kort verhaal)

1866 Misdaad en straf (ook wel: Schuld en boete)
1868 De Speler (1868)
1868 De idioot
1870 De eeuwige echtgenoot
1872 Demonen (ook wel: Boze geesten)
1873 Bobok (kort verhaal)
1873-81 A Writer’s Diary
1875 De jongeling
1876 De zachtmoedige
1876 The Peasant Marey (kort verhaal)
1876 The Heavanly Christmas Tree (kort verhaal)
1876 Dagboek van een schrijver
1876 A Gentle Creature (kort verhaal)
1877 De droom van een belachelijk mens
1877 Oom’s droom (kort verhaal)
1879-80 De gebroeders Karamazov
1956 Verzamelde werken deel 5 (Van Oorschot)
1956 Verzamelde werken deel 2 (Van Oorschot)
1956 Verzamelde werken deel 8 (Van Oorschot)
1957 Verzamelde werken deel 3 (Van Oorschot)
1957 Verzamelde werken deel 4 (Van Oorschot)
1958 Verzamelde werken deel 1 (Van Oorschot)
1959 Verzamelde werken deel 7 (Van Oorschot)
1960 Verzamelde werken deel 10 (Van Oorschot)
1960 Verzamelde werken deel 6 (Van Oorschot)
2005 Verzamelde werken deel 9 (Van Oorschot)
2007 De broers Karamazov (Van Oorschot)