JOHNNY GRIFFIN 1928-2008
Thursday, July 31st, 2008
JOHNNY GRIFFIN 1928-2008
Bron: Trouw
Auteur: Rosa Groen
Datum: 30-07-08
Vormgever: Karel Hageman
Zijn leraar vond hem te klein voor de tenorsaxofoon. Maar met zijn weergaloos ritmische stijl zette Johnny Griffin de jazzwereld op zijn kop.
‘Thuis’, merkte jazzmusicus Johnny Griffin op, ‘is waar ik mijn saxofoon heb.’ Voordat de tenorsaxofonist op 35-jarige leeftijd de Verenigde Staten verliet, was hij ervaren genoeg om zijn geboortegrond los te laten: ‘Ik hoefde mij geen zorgen meer te maken over wortels, die waren al met mijn leven en ziel vergroeid.’
In 1963 vestigde Griffin zich definitief in Europa. Eerst via een omweg in Nederland naar Parijs, later vlakbij Rotterdam en uiteindelijk op het Franse platteland in Availles-Limouzine, waar hij vrijdag op 80-jarige leeftijd overleed. De avond van zijn overlijden zou Griffin nog met de Amerikaanse vibrafonist en organist Rhoda Scott optreden, in het Franse dorp Saint-Georges-sur-Cher.
De tenorsaxofonist was virtuoos, snel, enorm ritmisch en ook nog ontzettend vrolijk. Hij kwam oorspronkelijk uit Chicago en werd ook wel ’kleine reus’ genoemd, omdat zijn krachtige optreden zo contrasteerde met zijn geringe lengte van 1,64 meter. Aanvankelijk mocht hij om die reden ook geen tenor spelen: zijn leraar vond het instrument te groot voor hem.
Als kind studeerde Griffin piano en Hawaïaanse gitaar, waarna hij aan de Du Sable High School in Chicago hobo, klarinet en altsaxofoon leerde spelen onder leiding van Walter Dyatt, die ook Nat King Cole en Von Freeman doceerde. Toen Griffin op een schoolconcert de tenorsaxofonist Gene Ammons hoorde, wist hij, dat tenor zijn instrument zou zijn.
Griffin debuteerde op zijn 17e verjaardag in 1945, met de Lionel Hampton bigband in Ohio. Hij dacht, dat hij was ingehuurd als altsaxofonist, maar op het moment dat hij het het podium betrad, vroeg Hamptons vrouw Gladys, manager van de band: ‘Waar is je tenorsax?’ Griffin spoedde zich terug naar Chicago om een oude tenorsaxofoon op te halen. Daar begon zijn carrière.
In 1956 nam hij zijn eerste lp op, Introducing Johnny Griffin, en even later maakte hij een tournee met Art Blakey’s Jazz Messengers, waarmee hij ook op de gevierde opname met Thelonious Monk speelde. Daarna volgde hij voor even John Coltrane op in Monks kwartet. Het was opmerkelijk, dat hij muzikaal zo goed met Monk overweg kon, want waar hij echt een man van het snelle ritme was, had Monk een eerder laconieke speelstijl.
Na nog meer successen met onder meer Eddie ’Lockjaw’ Davis, Nat Adderley en Quincy Jones vertrok Griffin, na problemen met de belastingdienst, naar Europa. Het nieuwe Amerikaanse jazzklimaat van de vrije improvisatie vond hij maar niks. In de buurt van New York had hij 2 dochters en een zoon verwekt, maar dat stond het begin van zijn nieuwe bestaan niet in de weg.
johnny griffin - blues for gonzi
In Europa maakte Griffin snel furore. Na in het befaamde Londense café Ronny Scotts te hebben opgetreden, logeerde hij vlakbij Utrecht bij de jonge jazzliefhebber Jaap van de Klomp, die voor hem en collega Babs Gonzalez een tournee organiseerde. Dat was voor Van de Klomp een enorme sensatie, want hij was voor het eerst met Amerikaanse bands op stap. Volgens hem was Griffin ’een dynamische man, klein, beweeglijk en altijd in de weer’.
Net als mede-tenorsaxofonisten Dexter Gordon en Ben Webster hield Griffin van spelen in Europa. Als veelgevraagde saxofonist kwam hij alleen nog in de Verenigde Staten om er tournees te doen. In Amsterdam werkte hij onder andere mee aan de doorbraak van de jazzdrummer, percussionist en ’multi-instrumentalist’ Han Bennink. Die zegt, dat hij ontzettend veel van Johnny geleerd heeft.
‘Hij heeft mij geholpen hoge tempi te spelen. Johnny was enorm ritmisch, een vrolijke man ook.’ Griffin noemde Bennink altijd ’Han the milk drinker’, omdat hij zoveel melk dronk. Zelf hield Griffin meer van whisky. ‘Ik weet nog, dat hij vóór een repetitie uit de auto kwam om bij mij thuis naar de wc te gaan’, vertelt Bennink. ‘Hij had een enorme kegel en dronk daarna veel water. Mijn moeder vond dat fantastisch, maar was ook geschrokken, dat iemand zo vroeg op de dag al naar drank rook.
De 1e keer, dat Griffin met Bennink repeteerde in het Amsterdamse café Sheherazade, kwam er door de klapdeurtjes ineens een brommer naar binnen gereden, een Batavus, herinnert Bennink zich. ‘We herkenden eerst niet wie erop zat. Het bleek Don Byas te zijn: Griffins grootste voorbeeld.’ De toon was gezet.
Zijn andere bijnaam, ’the fastest gun in the west’ (de snelste schutter van het westen), deed hij eer aan. Bennink weet nog, dat hij onder het spelen vaak zei: ’I got it, I got it’ (ik heb het, ik heb het). Dan stopte de ritmesectie en nam Johnny het over door pijlsnel en in de maat te spelen. ‘Er was niemand, die hem kon evenaren in die ritmische snelheid’, zegt Bennink. Griffin was tot het eind van zijn leven gek op zijn saxofoon en vlugge licks. ‘Als ik snel speel, dan krijg ik controle over mezelf, vooral als de ritmesectie begint te koken. Dan wil ik exploderen’, zei hij in een interview.
In 1978 kreeg Griffin een vermelding in het Handboek voor de Nederlandse Jazzwereld. Hij trouwde in dat jaar ook met de Rotterdamse Miriam en streek met haar neer in het Nederlandse Bergambacht. Zij kregen een dochter en vertrokken in 1980 naar de Côte d’Azur, om 4 jaar later een landhuis bij Poitiers te betrekken.
Toen Van de Klomp 10 jaar geleden weer contact met hem zocht, dacht Griffin, dat hij een ’fax uit de hemel ontving’. Ze vermoedden beiden, dat de ander niet meer zou leven. Een aantal keer hebben ze elkaar nog gezien, maar met Griffins gezondheid ging het slechter. Hij noemde zichzelf dit voorjaar nog ’de meest geopereerde man van Frankrijk’, omdat bijna elk orgaan onder het mes was geweest.

johnny griffin - a monk’s dream
Met zijn snelheid, rauwe geluid en vlugge virtuositeit heeft hij bijgedragen aan de rechttoe rechtaan swingstijl. Ondanks zijn enorme kracht was Griffin geen vernieuwer. Zijn geluid onderscheidde zich van anderen, maar is nauwelijks van invloed geweest op ’jonge’ blazers. Het razendsnelle spel vormde wellicht een barrière voor volgelingen.
Griffin speelde met de jaren meer beheerst en begaf zich het liefst op bekend terrein. Hij bleef een veelgevraagd artiest in het internationale circuit. Sommigen zien hem onbetwist als een van de kopstukken van de jazz. Bennink is geschrokken van Griffins dood: ‘We zijn met hem een geweldige beul kwijtgeraakt.’
Johnny Griffin werd op 24 april 1928 geboren in Chicago (Illinois). Hij overleed op 25 juli 2008 in Frankrijk.

Carlos Sastre
Bernhard Kohl
Oscar Freire






