SPREEKWOORDEN ONTLEEND AAN DE DIERENWERELD

SPREEKWOORDEN ONTLEEND AAN DE DIERENWERELD
Auteur: Karel Hageman
Datum: 13 augustus 2006
Met dank aan Nederlandse spreekwoorden en gezegden van Dr.F.A.Stoett

Het is apekool
Het zijn dwaze, nieuwswaardige praatjes, waarmee men iemand voor de gek houdt of zoekt te misleiden. Bedrieglijke zotternij.
In het Zaans en Noordhollands verstaat men onder ‘apekool’ schelvis van slechte kwaliteit, die daarom gerookt wordt.

Een Augiusstal reinigen
Opruiming houden onder sinds lang bestaande ergerlijke misstanden.
Komt uit de klassieke mythologie. Augius, koning van Elis, hield 300 rinderen in een stal. De mest was sinds 30 jaar niet opgeruimd. Hercules kreeg van Eurystheus de opdracht die stal daarvan te reinigen. Hij liet de rivieren Alpheus en Peneus eerst in elkaar en vervolgens door de stal stromen, zodat alle mest in één dag werd weggespoeld.

Het over de balk gooien
Verkwistend zijn.
Bij het werpen van hooi in de ruif, dit ook over de bovenbalk gooien, dus niet er in, dus het verspillen.

Een ongelikte beer
Een onbeschoft, ongemanierd mens.
Deze uitdrukking heeft haar bestaan te danken aan het oude, reeds bij de Romeinen bestaande volksgeloof, dat jonggeboren beertjes hun fatsoen krijgen, doordat de moeder ze voortdurend likt.

Boter bij de vis
Contante betaling wordt geëist of verstrekt.
Net zoals boter en vis bij elkaar horen om de vis te bereiden, zo onverbrekelijk horen
contant geld en koopwaar bij elkaar.

Zo doof als een kwartel
Zeer doof. Stokdoof.
De kwartel behoort tot de dieren, welke, wanneer zij angstig worden, stil op de grond ineen-gedoken blijven zitten, zodat men er wel op kan trappen zonder dat zij zich verroeren, of een geweer vlak bij hen kan afschieten zonder dat zij opvliegen, zozeer zijn zij door schrik en angst bevangen. Hierdoor lijkt het net alsof ze doof zijn.

Een ezelsbrug
Waar een vlugge jongen zelf overheen komt, heeft de domoor een brug nodig. Evenals een paard springt over een kuil of ondiepte, waar de ezel een bruggetje nodig heeft.

In het gareel lopen
Zijn eentonige werk verrichten en niets buitensporigs doen.
Het gareel is het leren halsjuk van een trekdier.

Veel geschreeuw maar weinig wol
Veel drukte, maar weinig resultaat.
Dit krijg je bij het scheren van varkens.

Het eerste gewin is kattengespin
Wat bij het begin van het spel wordt gewonnen, moet men later weer verliezen.
Een kat, die eerst vriendelijk spint en streelt, en een ogenblik later de verrraderlijke klauw uitsteekt.

Naar de haaien zijn
Verloren, dood, te gronde gericht zijn.
Als je over boord valt, ben je een prooi voor de haaien.

De gebraden haan uithangen
Grof geld verteren. Brassen.
In een oud sprookje wordt verteld van een gebraden haan, die zich zeer aanmatigend en over-moedig gedraagt.

Daar zal geen haan naar kraaien
Daar zal niemand aandacht aan schenken.
In het volksgeloof kraaide de haan de moordenaar aan, van wiens aanslag hij getuige was geweest.

Het hazenpad kiezen
Op de vlucht slaan.
Een haas, die een vreesachtig dier is, slaat snel op de vlucht.

Als de bonte hond gezien worden
Ongunstig bekend staan.
De bonte hond is een van de vele benamingen van de duivel.

De hond in de pot vinden
Thuiskomen als het middagmaal afgelopen is, als er niets meer overgebleven is.
Komen op het ogenblik dat de hond bezig is de potten uit te likken.

Vette en magere jaren
Tijden van voorspoed en tegenspoed.
Zinspeling op de tijd die Jozef in Egypte doorbracht met vruchtbare (vette koeien) en onvruchtbare (magere koeien) jaren.

Het gouden kalf aanbidden
Onderdanige hulde aan rijke lieden bewijzen. Met heel zijn hart aan rijkdom hechten.
Toespeling op het gouden kalf, dat de Joden aan de voet van de berg Sinai aanbaden.

De kat uit de boom kijken
Een afwachtende houding aannemen.
Een hond heeft de gewoonte, als hij een kat in de boom heeft gejaagd, daar te blijven staan blaffen en haar aan te staren, tot zij haar schuilplaats weer verlaat.

De kat de bel aanbinden
De eerste stap doen tot een gevaarlijke onderneming.
Er is een fabel, waarin muizen besluiten om de kat een bel aan te doen, maar toen het gedaan moest worden, durfden geen van allen het.

De kat in het donker knijpen
Heimelijk iets ongeoorloofds doen.
Met de kat wordt een meisje of een vrouw bedoeld.

Een kat in de zak kopen
Iets kopen zonder het gezien te hebben en daardoor bedrogen uitkomen.
Men koopt iets waardevols in een zak, die bij nader inzien slechts een kat blijkt te bevatten.

In katzwijm liggen
Flauwvallen.
In de middeleeuwen werd een bezwijming vergeleken met een stuip van katten.

Kip, ik heb je!
Daar heb ik je te pakken!
Kippen betekende vroeger grijpen, vangen en heeft dus niets met het dier kip te maken.

Hij is in zijn knollentuin.
Hij heeft het echt naar zijn zin.
Een haas, die zich te goed kan doen aan het lof van de knollen, heeft het erg naar zijn zin.

Oude koeien uit de sloot halen
Reeds lang vergeten zaken wwer oprakelen.
Men moet hierbij denken aan het opvissen van de lijken van verdronken dieren.

Over koetjes en kalfjes praten
Over onbeduidende zaken praten.
Boeren die over hun vee praten.

Eén bonte kraai maakt nog geen winter
Men mag geen algemene gevolgtrekking maken uit een enkel geval.
Als je een bonte kraai ziet, die hier alleen in de winter is, mag je niet concluderen dat het erg koud zal worden.

Dat zijn krokodillentranen
Geveinsde tranen. Gehuichelde smart.
Vroeger gold de krokodil voor een vals, huichelachtig dier, die als hij zijn prooi had opgegeten, daarna om hem ging huilen.

Door de mazen van het net net kruipen
Nog net weten te ontkomen aan de bepalingen van de wet.
Komt uit de visserij. Een vis die glipt door de mazen van het voor hem gespannen net.

Veel in de melk te brokkelen hebben
Veel te zeggen hebben.
Veel hebben om in de melk te doen om een lekkere dikke pap te maken.

Dat muisje zal een staartje hebben
Die zaak zal onaangename gevolgen hebben.
Een klein muisje heeft een vrij lange staart.

Achter het net vissen
Te laat komen. Zijn kans verkeken hebben.
Vissen op een plaats, die al door anderen met een sleepnet is afgevist.

Iemand iets door de neus boren
Iemand iets onthouden waar hij recht op heeft.
Gezegd van een dier, dat een ring door zijn neus krijgt.

Iets in het snotje hebben
Iets in de gaten hebben.
Gezegd van een jachthond, die wild ruikt.

Een gegeven paard moet men niet in de bek zien
Een geschenk moet men niet te nauw beoordelen.
De ouderdom van een paard bepaalt men naar de toestand en het aantal van zijn tanden.

Het paard van Troje binnenhalen
Zich argeloos een groot kwaad berokkenen.
Bij de belegering van de stad Troje haalden de Trojanen een groot houten paard naar binnen, maar in de buik van dat paard zaten gewapende Grieken verborgen.

Het beste paard van stal
De beste.
Meisjes die altijd op straat lopen zijn niet zo goed als zij die thuis blijven en zich met huishoudelijke taken bezighouden.

Paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet.
Verdienste wordt niet altijd beloond.
Paarden die het haverland beploegen, doen dit ten bate van de herenpaarden.

Niet voor de poes zijn
Niet gemakkelijk.
Spijzen die niet aan de kat gegeven worden, dus niet waardeloos zijn.

Op zijn pootjes terechtkomen
In orde komen.
Een kat komt bij een val altijd op haar poten terecht.

Met hangende pootjes
Nederig.
Een hond die met hangende pootjes opzit om te bedelen.

Op zijn achterste poten staan
Driftig worden.
Een steigerend paard.

Een witte raaf
Iets dat zelden voorkomt.
Een zeer zeldzame vogel.

Het verloren schaap
Iemand die na lang zoeken eindelijk gevonden wordt.
Komt uit de bijbel. Lucas 15:4-7.

Het zwarte schaap
Degene die van alles de schuld krijgt.
Zwart werd geassocieerd met ongunstige eigenschappen.

Hij heeft zijn schaapjes op het droge
Hij is een welgesteld man.
Schapen die, grazende op kwelders, bij hoge vloed tijdig naar hoger gelegen gronden zijn gebracht.

In zijn schulp kruipen
Zich terugtrekken.
Een slak die zich in zijn hoorn terugtrekt.

De sokken er in zetten
Het op een lopen zetten.
In jagerstaal verstaat men onder sok het onderste gedeelte van de achterpoot van een haas.

Spinnijdig
Erg kwaad zijn.
Grote volwassen wijfjesspinnen vallen soms na de paring de kleine mannetjes aan, doden hen en zuigen ze uit.

Hij zit op zijn stokpaardje
Hij spreekt over zijn geliefkoosd onderwerp.
Een jongen zit graag op een stok met een paardekop er aan.

Struisvogelpolitiek
Bestaande bezwaren willens en wetens niet willen zien.
Struisvogels die opgejaagd worden, steken hun kop in het zand of tussen de vleugels.

Van zijn stokje vallen
Flauwvallen.
Een vogel die dood van zijn stok in de kooi valt.

De teugels laten vieren
De vrije loop laten.
Als men de teugels van een paard laat vieren, dan houdt men het paard niet in.

Wij zullen dat varkentje wel even wassen
Wij zullen die zaak wel opknappen.
Het wassen van een pas geslacht varken met kokend water was vroeger een lastig karwei.

Elk meent zijn uil een valk te zijn.
Iedereen denkt, dat zijn eigen kinderen uitnemend zijn.
Uil wordt hier genoemd als een minderwaardige vogel. Dit in tegenstelling tot de valk, die een vogel is.

Een veer moeten laten
Verlies lijden.
Gezegd van een vogel, die in een gevecht een veer verliest.

Pronken met andermans veren
Met het werk van een ander eer of roem verwerven.
In een Aesobische fabel komt een kraai voor, die zich siert met de veren van een pauw.

Iemands leven vergallen
Verbitterd raken.
Een vis waarbij de galblaas bij een schoenmaker wordt opengesneden, krijgt een bittere smaak.

Iemand zijn vet geven
Iemand duchtig de waarheid zeggen.
Aan gebraad dat zichzelf niet kan bedruipen, moet men dus vet toevoegen.

Op het vinketouw zitten
Ongeduldig en gespannen zitten wachten om iets te kunnen doen.
Aan de treklijn zitten, waarmee de vleugels van het vinkennet worden dichtgeslagen.

Geen vlieg kwaad kunnen doen
Zeer goedhartig zijn.
Het niet kunnen verdragen om ook maar een vlieg dood te slaan.

Een wit voetje hebben bij iemand
Bij iemand in de gunst staan.
Vroeger waren paarden met vier witte poten tolvrij.

Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen
Als de onrechtvaardigen vrome dingen gaan doen, dan mogen de vromen wel op hun hoede zijn.
Komt uit het boek Reinaart de Vos.

Bang zijn zich aan koud water te branden
Voor een denkbeeldig gevaar alle mogelijke voorzorgen nemen.
Als dieren zich aan heet water gebrand hebben, zijn ze ook bang voor koud water.

In zijn wiek geschoten zijn
Zich beledigd voelen. Op zijn tenen getrapt zijn.
Een vogel wiens vleugel door een schot is geraakt.

Dat zal hem geen windeieren brengen
Dat zal hem groot voordeel brengen.
Een windei is een ei zonder kalkachtige schaal.

Een wolf in schaapskleren
Een gevaarlijk mens, die zich onschadelijk voordoet.
Komt uit de bijbel. Matth. 7:15.

Op zwart zaad zitten
Geldgebrek hebben.
Vogels, die al het witte zaad in hun bakje hebben opgegeten.

Van zessen klaar
In alle opzichten flink.
Een paard, dat twee goede ogen en vier flinke poten heeft.

Iemands zwanezang
Iemands laatste optreden.
Een zwaan kondigt zingend zijn naderende dood aan.

Iemand kort houden
Hem in zijn vrijheid belemmeren.
Ontleend aan het inhouden van de teugels van een paard.

Kortaangebonden zijn
Niet veel geduld hebben. Gauw boos worden.
Ontleend aan honden, die aan een korte lijn gehouden worden.

Iemand aan het lijntje houden
Hem in zijn macht hebben.
Lijntje is hier een lang touw waaraan een paard loopt.

In touw zijn
Druk bezig zijn.
Touw is hier het tuig, waarin een paard voor de ploeg gespannen is.

Op eigen wieken
Zelfstandig zijn.
Jonge vogels die uitvliegen, zonder dat de vader of moeder er naast vliegt.

Vast in het zadel zitten
Zeker zijn van zijn positie.
Een ruiter, die men niet gemakkelijk uit het zadel licht.

Zwaar op de hand zijn
Alles even zwaar en ernstig opvatten.
Een paard, dat de kop naar beneden laat hangen, is zwaar op de hand, omdat het de hand van de ruiter vermoeit.

Leave a Reply

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture.
Anti-Spam Image